De icoontjes op het bureaublad dansen nerveus heen en weer, felgekleurde vlakken flikkeren, en willekeurige tekens verschijnen op het beeldscherm. Ik heb elke toets op mijn toetsenbord al ingedrukt om het te laten verdwijnen, maar zelfs escape doet niet wat het moet doen. Ik lijk het slachtoffer te zijn van een hardnekkig virus, maar niets is minder waar; de computer toont een kunstwerk. 

Jodi, Oss
Jodi, Oss

In 1994 –slechts één jaar nadat het gebruik van internet werd opengesteld voor bedrijven en particulieren- begon de ontwikkeling van internetkunst. Het duo Dirk Paesmans en Joan Heemskerk mogen zich met pseudoniem ‘Jodi’ de pioniers van de internetkunst noemen. De betekenis van hun kunstenaarsnaam is ‘fuck’ in het Spaans, maar de inhoud van hun kunst is allesbehalve laconiek te noemen. Met hun bekendste werk, OSS, willen de Nederlandse en Belgische kunstenaar aantonen dat je als gebruiker van het internet nooit alleen bent. Je kunt afgezonderd lijken, met je eigen laptop veilig op zolder, maar de eigenlijke grens tussen je persoonlijke ruimte en de publieke ruimte is diffuus. ‘Je browser en je desktop zijn niet alleen van jou’, zo stelt Jodi in een interview met The Creators Project.

Internetkunst is overal, hoe komt het dat toonaangevende musea nog niet volhangen met internetkunst? 

Het typerende van internetkunst is dat het toegankelijk is voor iedereen met een computer en toegang tot internet. Dit is een groot gedeelte van de wereldbevolking. Tegenwoordig is het overbodig om je schoenen aan te trekken, de deur uit te gaan om een toegangskaartje voor een museum te kopen, want de kunst zit al in je jaszak, staat op je bureau en is met een paar klikken bij je. Juist vanwege deze reden vindt internetkunstenaar Geoffrey Lillemon deze kunstvorm de ultieme techniek. In een museum, galerie of beeldentuin ben je in een openbare ruimte met andere bezoekers om je heen. In plaats van compleet op te kunnen gaan in het kunstwerk, ben je je continu –al dan niet onbewust- aan het verhouden tot de mensen in je buurt. Zo is het bekijken van kunst geen persoonlijke, maar een publieke ervaring. Wanneer je internetkunst bekijkt heb je niet te maken met de impulsen van andere mensen. Dit is –zo verkondigt Lillemon in zijn Ted Talk- de enige manier om een persoonlijke ervaring met een kunstwerk te kunnen ondervinden.

Pakui Hardware, In the Blink of an Eye, Vriend van Bavink
Pakui Hardware, In the Blink of an Eye, Vriend van Bavink

Naast het feit dat internetkunst toegankelijk is voor het grote publiek, zijn er verder weinig eenduidige kenmerken die deze kunstvorm kenmerken. Enerzijds wordt een mailinglijst uit de jaren ’90 internetkunst genoemd, maar een YouTube filmpje met zeepbellen behoort ook tot de categorie.

Wat is internetkunst dan precies?

Josephine Bosma is een kunstcriticus gespecialiseerd in nieuwe media. In haar boek Nettitudes schrijft zij over de wereld van internetkunst. Zij stelt dat de internetcultuur het uitgangspunt moet vormen van het kunstwerk, maar dat het uiteindelijke werk niet onontbeerlijk op het internet getoond dient te worden.

Is het niet verwarrend om al die verschillende soorten kunst onder dezelfde noemer ‘internetkunst’ te schalen? Maria Olson, kunstenaar en criticus, heeft een nieuwe term ontwikkeld: ‘post internet art’. Op deze wijze kunnen de vroege kunstwerken, die wel degelijk het internet als drager hebben, internet art genoemd worden. Post internet art omvat de werken die het internet als uitgangspunt hebben, maar niet noodzakelijkerwijs op het internet getoond worden. 

Molly Soda, It’s Okay, No One Can See UsGalerie Vriend van Bavink
Molly Soda, It’s Okay, No One Can See Us, Galerie Vriend van Bavink

Het is opvallend dat de internetkunstenaars doen vermoeden dat internetkunst de ultieme kunstvorm is, terwijl deze vorm van kunst lang niet zo bekend is bij het grote publiek dan de traditionelere kunstvormen. De collecties van grote musea hebben verhoudingsgewijs een karige verzameling internetkunst. Hoe komt het dat in de wereld waar het internet zo duidelijk aanwezig is, deze kunstvorm nauwelijks wordt erkend door instellingen?

Cultuurfilosoof Walter Benjamin uitte kritiek op de ontwikkeling van de technische reproduceerbaarheid van kunst. “In other words, the unique value of the 'authentic' work of art has its basis in ritual, the location of its original use value. This ritualistic basis, however remote, is still recognizable as secularized ritual even in the most profane forms of the cult of beauty.  (Benjamin, 1936). Volgens Benjamin diende een kunstwerk te beschikken over een ‘aura’, waarmee hij een combinatie van authenticiteit en autoriteit bedoelde. Door de komst van fotografie en internet werd het reproduceren van kunst eenvoudig, zo hoef je om de Nachtwacht te bezichtigen niet meer naar het Rijksmuseum, er staan voldoende foto’s op het internet. Gereproduceerde kunst bekijken vond Benjamin geen echte ervaring, aangezien ‘de aura’ van het origineel niet meer aanwezig is. Internetkunst is een kunstvorm die reproduceerbaar is, sterker nog, er bestaat überhaupt geen één origineel. Iedere ‘kopie’ van een internetkunstwerk is immers dezelfde. Het scherm toont je het origineel, het authentieke werk. Of alles is een kopie, of niets. Ik ben benieuwd wat Benjamin daarvan zou hebben gevonden...

Luca Pozzi, The Big Jump Theory [0-137200000016], Galerie Vriend van Bavink
Luca Pozzi, The Big Jump Theory [0-137200000016], Galerie Vriend van Bavink

Steeds vaker zijn er kunstenaars die hun internetkunstwerk in de fysieke werkelijkheid plaatsen. Het werk is geen online link, maar een object in een ruimte. Op deze manier kan de beschouwer enkel op één bepaalde plaats het origineel bezichtigen en zal het gebrek aan Benjamins’ aura geen probleem vormen. Hoewel de unieke eigenschap –internetkunst is toegankelijk voor iedereen- hiermee verloren gaat, zal zo een toenadering tot verdere acceptatie in de kunstwereld gezet worden. Een voorbeeld van zo’n post internetkunstenaar –zoals de eerder vermelde Olson beoogde- is Jonas Lund. Lund heeft het internet als solide basis van zijn kunstwerk Sentiment and Manipulation, maar het is geen linkje waarmee hij de hele wereld toegang biedt tot zijn werk. 
Met zijn werk legt hij de verantwoordelijkheid in de handen van de beschouwer. Het publiek kan via de computer zelf een uitsnede maken van een groot abstract schilderij. Het deel dat door de beschouwer geselecteerd is, wordt vervolgens getoond in de museumzaal.

In twintig jaar heeft de internetkunst zich in rap tempo ontwikkeld: van een activistische mailinglijst van Jodi tot aan Rafaël Rozendaals zoenende kleurvlakken. De internetkunst hervormt zo snel dat automatisch ook de definitie van deze kunstvorm aan verandering onderhevig is. Voordat de hedendaagse kunstinstellingen de tijd hebben om te wennen aan een bepaald internetkunstwerk –en het wellicht in de collectie denken op te nemen- is dit betreffende kunstwerk reeds achterhaald en zijn er nieuwe technieken die de boventoon voeren in de internetkunst. 

Maria Metsalu, Fuchsia version 3, Galerie Vriend van Bavink, photo: Sophie van Veen
Maria Metsalu, Fuchsia version 3, Galerie Vriend van Bavink, photo: Sophie van Veen

Misschien is het juist wel heel goed dat internetkunst zich eerst in de marge beweegt, voordat het zijn plek kan krijgen in toonaangevende musea. 

Vrijdag opende bijvoorbeeld de expositie Friends Only – The internet is present III in galerie Vriend van Bavink. Gastcuratoren Karolien Buurman en Florian Mecklenburg selecteerden meer dan veertig internetkunstenaars. In de galerie zijn nauwelijks 'fysieke kunstwerken' aanwezig.  Op neon bordjes aan de muren in de donkere ruimte hangen hashtags (#) die de bezoeker via zijn eigen mobiel verbindt aan de online kunstwerken. Een onconventionele manier van exposeren, waarbij de paradox van de noodzaak van een fysieke expositieruimte voor het tentoonstellen van online kunstwerken wordt onderzocht. De werken zelf zijn gecreëerd zonder de traditionele manieren van distributie in de kunstwereld voor ogen te hebben en kijken verder dan de muren van de galerie. Ze bewegen zich in het dynamische rijk van mobiliteit, interactie en globale verbondenheid.

In het boek ‘De Barbaren’ onderzoekt filosoof Baricco de aftakeling van het cultuurbesef in de huidige maatschappij en dus ook de aftakeling van de aura van het kunstwerk zoals Walter Benjamin die benoemt. Het lijkt of er in deze eeuw geen tijd en ruimte meer is voor bezieling. Maar, zo stelt Baricco, in plaats van de diepte in te gaan om het intellect te ontwikkelen zoekt het individu tegenwoordig de bezieling door zich op hoge snelheid te verplaatsen op de oppervlakte. De vluchtige, snelle internetkunst typeert deze nieuwe samenleving en zal uiteindelijk met open armen ontvangen worden. Dus, Stedelijk Museum, breng een bezoek aan galerie Vriend van Bavink en schaf daarnaast een Lillemon, Lund of een Rozendaal aan, want straks staat er een enorme rij voor deze internetvisionairs. 

De expositie Friends Only – The internet is present III is nog tot en met 24 december te zien in Galerie Vriend van Bavink. Klik hier voor meer info.