Het kostte Paul Cézanne veertig pogingen om de Mont Sainte Victoire te schilderen. De berg, zichtbaar vanuit zijn atelier in Frankrijk, kwam keer op keer niet waarheidsgetrouw genoeg op zijn doek. Ik zie het voor me hoe hij, ploeterend en voorzichtig scheldend, een half afgemaakt doek in de hoek gooit en tevergeefs opnieuw begint aan de volgende prachtige mislukking. Veertig keer. Of hij vond dat het hem uiteindelijk gelukt is, kan ik hem niet meer vragen, maar in een brief die hij schreef, meende hij dat de wind op een schilderij nooit de lucht was die men inademde[1]. Is het überhaupt mogelijk om een waarachtige weergave van de werkelijkheid te schilderen, te fotograferen of te boetseren? De berg op Cézanne’s platte vlak is immers niet te bestijgen en bij de huizen op het schilderij doet nooit iemand open.

Het maken van kunst is het maken van een subjectieve representatie van de werkelijkheid. Het is een open deur dat de kunstenaar beleeft, ervaart, registreert en deze bezieling omzet in een beeldend werk. Als je het heel hard wilt stellen, kun je zeggen dat kunst liegt. Een leugen zonder te pretenderen de waarheid te spreken.

Met de wetenschap is het eigenlijk hetzelfde gesteld, behalve dan dat deze wél pretendeert de waarheid te spreken. Ik wil niet zo stellig zeggen dat de wetenschap liegt, maar in zekere zin is het net zo goed een interpretatie van de werkelijkheid: een construct om de wereld om ons heen in kaart te brengen. De wetenschap heeft tenslotte bewezen zichzelf altijd opnieuw in te halen. Zo heeft de sigaret vandaag de dag niet meer het imago van een geneesmiddel en is je dagelijkse glas rode wijn veel minder gezond dan men een aantal jaar geleden beweerde – sorry.

Waar de wetenschap in de samenleving wordt gezien als een vaststaand gegeven is het ironisch gezien de kunst die deze robuuste stelligheid wel eens onderuit haalt. Doordat kunstenaars vele wetenschappelijke gegevens gebruiken in hun werk om juist een tegendeel te bewijzen, zet het de wetenschap op losse schroeven en daarmee onze blik op de werkelijkheid.

De werkelijkheid en de interpretatie daarvan zijn in kunstwerken dan ook niet altijd even goed van elkaar te onderscheiden. Ze zijn geen zwart tegenover wit, ja tegenover nee, maar kruipen als verlegen, maar voorzichtig ontuchtige pubers op een schoolfeest langzaam naar elkaar toe. Ze maken oogcontact, flirten en vragen elkaar ten dans. Wij laten ons, als beschouwers, betoveren en meevoeren door de ontluikende liefde.

Het (on)grijpbare van de wind
Waar Cézanne de Franse lucht die hij inademt met pigment probeerde vast te leggen, zijn er na zijn tijd kunstenaars geweest die de wind op een geheel eigen manier verbeelden. Ditmaal is niet het op papier zetten van de precieze waarheid het streven, maar wordt het vastleggen van het wetenschappelijke, meteorologische verschijnsel op een poëtische manier benaderd. De leugen (of vrije interpretatie) en de waarheid zijn in de kunsten uitgebreid aan het tongen – om even in de metafoor te blijven – en wisselen in uiteenlopende werken hun speeksel uit. Hier volgt een overzicht van kunstwerken die spelen met de grijpbaarheid van wind:

Ronald van der Meijs - Cloud Sequencer 53°18'02.3\"N - 5°05'12.0”E (2017)
Ronald van der Meijs - Cloud Sequencer 53°18'02.3"N - 5°05'12.0”E (2017)

Waarom wind (on)grijpbaar is: deel I
Voor Into the Great Wide Open installeerde Ronald van der Meijs in 2017 zeven orgelpijpen in het Vlielandse landschap. Het schijnen van de zon, het vallen van de regen en de sterkte van de wind is iets waar de mens geen controle over heeft: het weer ‘is’ en gaat haar eigen gang. De kunstenaar maakt de bezoekers van het festival bewust van de kracht van de onvoorspelbare natuur. De wind blaast door de buizen van de orgelpijpen en laat verschillende klanken achter tussen de bomen. De zonnepanelen op de buizen beïnvloeden de sterkte van het geluid: als een wolk langs de zon waait, en een schaduw over de installatie valt, blijft er slechts een fluisterende toon over. De wind in het werk van Van der Meijs mompelt, praat en lijkt te kunnen communiceren. 

Sjoerd Knibbeler – Digging up clouds (2015)
Sjoerd Knibbeler – Digging up clouds (2015)

Waarom wind (on)grijpbaar is: deel II
Het vastleggen van een subtiele zucht wind is voor fotograaf Sjoerd Knibbeler niet genoeg. Voor zijn expositie Digging up clouds in FOAM daagt hij zichzelf uit om een heuse tornado te scheppen in een glazen vitrinekast. Met behulp van een stofzuiger, een waterkoker, een cabine van glas en verschillende YouTube-instructievideo’s lukt het hem om een kleine storm te creëren. Doordat de kunstenaar de wervelwind met zijn fotocamera vastlegt, blijft er een stilstaand, sereen beeld over. Zijn tornado is de stilte én de storm ineen, als het oog van de orkaan.

Marinus Boezem – Weather Drawings (1969)
Marinus Boezem – Weather Drawings (1969)

Waarom wind (on)grijpbaar is: deel III
In 1969 exposeerde Marinus Boezem in het Stedelijk Museum in Amsterdam. De baanbrekende groepstentoonstelling Op Losse Schroeven stond bekend als eerste Nederlandse kennismaking met conceptuele kunst en toonde onder meer Boezem’s werk Weather Drawings. In de ochtend leverde de kunstenaar een met de hand getekende weerkaart aan, die met een overheadprojector in een bijna duistere kamer werd geprojecteerd. Iedere dag opnieuw, want iedere dag waait de wind immers anders. Van stormachtige taferelen tot windstille dagen: alle weersomstandigheden passeerden de revue. Op de achtergrond las weerman Beaufort de weersvoorspellingen van die dag voor. Boezem bewees hiermee dat zelfs iets alledaags als het weer tot kunst verheven kan worden.

Theo Jansen – Strandbeest (2013)
Theo Jansen – Strandbeest (2013)

Waarom wind (on)grijpbaar is: deel IV
Zijn werken lijken op gigantische, surrealistische insecten en zijn gemaakt van pvc-buizen, tiewraps en plastic flessen. De kunstenaar, Theo Jansen, noemt ze Strandbeesten, omdat hij zijn kunstwerken nadat ze af zijn, ‘uitlaat’ in de branding. Piepend en krakend bewegen de beesten zich voort. Het is geen motor die hen aandrijft, maar de wind. Zonder luchtstroom zou het plastic ongedierte bewegingloos achterblijven, alsof een reusachtige vliegenmepper hen heeft gevloerd. Het vangen van wind is onmogelijk, schreef ik eerder, maar Jansen noemt de PET-flessen ‘windvangers’. En kunstenaars vertellen altijd de waarheid. 

[1] Graber, C, Guillou J. (1991). Een eenzame weg: Cézanne als impressionist. De impressionisten. (pp. 137-153). Lisse: Rebo Productions