Image

Zeen geeft de bezoeker twee opdrachten, maar ik kon er maar één volbrengen

08 May 2019 Kiedes van Wouden

De hedendaagse stillevens van Scheltens & Abbenes dagen me uit. Soms is de lens van de camera zo dicht op het object gedrukt dat het onherkenbaar wordt. Dan weer is de foto juist van veraf genomen, wat een vervreemdend effect heeft op het getoonde object. De eerste tien minuten van het tentoonstellingsbezoek kan ik mezelf vermaken met die zoektocht naar wat ik nu eigenlijk aan het bekijken ben, met het intense ‘kijken’ waartoe het kunstenaarsduo me uitnodigt. Maar na die eerste tien minuten verandert dat, doordat mijn blik op de muurteksten valt die de werken begeleiden.

Een lichtstraal raakt het roze vlak, waardoor het perspectief ervan duidelijk wordt

Een voorbeeld van een dergelijke zoektocht: in de eerste zaal van de tentoonstelling in Foam – genaamd Zeen, de titel verwijst naar ‘zien’ en ‘zine’ (magazine) – hangt een kleurrijke foto. Het eist direct de aandacht op. Op het eerste gezicht heeft de foto een grafisch voorkomen, alsof het digitaal vervaardigd is. Te zien is een groot vlak roze, daarachter een lichtere tint roze, gecombineerd met donkerblauwe en pastelgele vlakken en vegen. Waartoe behoren deze kleuren? Wat is de drager ervan? Tussen de kleuren door zijn scherpere lijnen te zien: ietwat gespikkelde, grijze lijnen met een doffe afwerking. Ze doen denken aan roestvrijstaal. Door het doffe karakter van het grijs valt ineens het glimmende van het roze op de voorgrond op. Een lichtstraal raakt het roze vlak, waardoor het perspectief ervan duidelijk wordt. Het is een bord, dat zijn lichtroze schaduw op het roestvrijstaal van een gootsteen legt. Uiteindelijk blijkt het de doodnormale huis-tuin-en-keuken voorstelling van een bord in een gootsteen te zijn.


In de volgende zaal hangen twee werken die ieder een bloem afbeelden. Het ene verbeeldt een witte lelie, het andere een roze tulp. Het medium van de kunstwerken is niet direct duidelijk. Al weet je dat Scheltens & Abbenes een fotografieduo is, toch zetten deze werken je op het verkeerde been. Geschilderd lijken de tulp en de lelie, of gespoten. Of is het toch digitaal vervaardigd? Nee, wie langer kijkt dan de paar seconden die deze eerste indrukken innemen, ziet aan de randen de details die toelichting geven op het beeld. Het zijn de nagels waarmee de aanhanger van een vrachtwagen geconstrueerd is. En dan springt ook de glans die over de bloemen heen ligt eruit. Het zijn dus toch foto’s. De tekst op de muur bevestigt mijn gedachten: Trailer heet de serie waartoe deze twee foto’s behoren. Het zijn voorstellingen van beschilderde vrachtwagens die bloemen naar de veiling brengen.

Terug naar de eerste zaal van de tentoonstelling. Daar hangt het beeld dat voor de campagne bij de tentoonstelling gebruikt is. Een foto van een glazen vitrinekast gevuld met zeepblokken van verschillende formaten, in uiteenlopende kleuren, met of zonder decoratieve bewerking. De foto vereist een minder intensief kijken dan andere werken in de tentoonstelling. In vergelijking is dit werk meer ‘recht voor zijn raap’, herkenbaarder. Vandaar dat de begeleidende tekst op de muur misschien eerder opvalt. ‘COS, collections, 2012 – Soap Bars’ vermeldt de tekst. Die tekst betekent gek genoeg het einde van de zoektocht waarmee mijn tentoonstellingsbezoek begon.

Scheltens & Abbenes’ werk bevindt zich op het snijvlak van werk-in-opdracht en autonoom werk. Fotografie is ontstaan als toegepaste kunstvorm, maar ontwikkelde zich gedurende de twintigste eeuw geleidelijk tot autonome kunstvorm. Die twee vormen van fotografie – autonoom en toegepast – worden meestal als twee aparte facetten van fotografie behandeld en gaan zelden hand in hand. Echter, Scheltens & Abbenes willen aantonen dat de scheiding tussen die twee soorten fotografie helemaal niet zo scherp hoeft te zijn. In de tentoonstelling wordt de toeschouwer meegenomen in deze gedachte.

Autonoom beeld gaat een relatie aan met commercieel beeld, en andersom

Er zijn campagnebeelden te zien die door het duo geschoten werden voor merken zoals COS, Paco Rabanne en HAY. En autonoom werk dat ze maakten voor tijdschriften zoals The Plant Journal, Fantastic Man en MacGuffin. Sommige foto’s zijn met elkaar gecombineerd, waardoor tweeluiken ontstaan bestaande uit een autonoom en een commercieel werk. Bij deze tweeluiken gaat een ingelijste foto steeds gepaard met een foto op los papier die half-verstopt achter de lijst opgehangen is. Zo gaat autonoom beeld een relatie aan met commercieel beeld, en andersom. Daardoor wordt duidelijk dat het duo dezelfde objecten op verschillende manieren vastlegt, wat bijdraagt aan de uitdaging om details van die objecten intensief te bekijken. Er zitten mooie combinaties tussen. Zoals het campagnebeeld dat ze voor een tegelbedrijf maakten en de foto van een schep uit Fantastic Man. Door deze twee aan elkaar te koppelen ontstaat een interessant spel van harde lijnen, optische illusie en schaduwen. Maar een aantal van de tweeluiken komen wat simpel over omdat die gebaseerd zijn op makkelijk te herkennen visuele aspecten van de werken zoals kleur (wit), een patroon (kantwerk) of het afgebeelde materiaal (een dekbed). Daardoor wordt het de toeschouwer wel makkelijk gemaakt, het trucje ligt er zogezegd wat dik bovenop. Keuzes gebaseerd op conceptueel vlak zouden waarschijnlijk interessantere tweeluiken opleveren.

Tekst gaat verder onder de foto's.


In de laatste zaal wordt een site-specific videowerk getoond. De video bestaat uit de foto’s die in de tentoonstelling getoond worden, die nu in een animatievideo door elkaar gemixt zijn. Het feit dat ik me bewust ben van de commercialiteit van een deel van de foto’s, zorgt ervoor dat de video overkomt als een showreel van de fotografen. Alsof ik een potentiele klant ben en de video me wil overtuigen van een toekomstige samenwerking met de kunstenaars. 

Kennelijk – en jammer genoeg – speelt een muurtekst dus een cruciale rol binnen de perceptie van (deze) kunst

In eerste instantie irriteert het werk me om die reden. Waarom hangt dit werk in een museum? Waarom zouden reclamebeelden verheven moeten worden tot kunst? Het zijn immers beelden die met een heel ander doel voor ogen tot stand gekomen zijn. Totdat ik besef dat dit het snijvlak is waarvan Scheltens & Abbenes de toeschouwer bewust willen maken. Ik zit nog steeds vast in het idee dat autonome en toegepaste fotografie twee verschillende dingen zijn. Want, wat had ik van het werk van Scheltens & Abbenes gevonden als ik niet op de hoogte was van de commercialiteit ervan? Als ik ze puur formeel bekeken en beoordeeld had (zoals aan het begin van het tentoonstellingsbezoek ook gebeurde)? Dan waren de boeiende en vervreemdende perspectieven me opgevallen, de nauwkeurig afgewogen composities, het uitlichten van de materialen en de waardering voor de alledaagse schoonheid die besloten ligt in de foto’s. Feitelijk verschillen de formele aspecten van de autonome en de toegepaste foto’s niet zo vreselijk veel van elkaar (zo blijkt uit de getoonde tweeluiken), telkens hebben we te maken met variant van het moderne stilleven. Maar kennelijk – en jammer genoeg – speelt een muurtekst dus een cruciale rol binnen de perceptie van (deze) kunst.

Dat Scheltens & Abbenes bestaande conventies omtrent fotografie overboord gooien is spannend. Het levert een zekere onrust en opwinding op, die in eerste instantie aangedreven wordt door irritatie, maar later in standgehouden wordt door interesse naar het onbekende. De toeschouwer wordt gedwongen om bij zichzelf te rade te gaan over zijn ideeën over kunst, commercie en fotografie. 

De toeschouwer wordt gedwongen om bij zichzelf te rade te gaan over zijn ideeën over kunst, commercie en fotografie

In de tentoonstelling Zeen wordt de toeschouwer uitgenodigd om twee opdrachten uit te voeren. De eerste is de opdracht om naar de details van alledaagse objecten te kijken: zeepblokken, borden, gootstenen, marmeren tegels, strak gestreken blouses. Die heb ik met beide handen aangegrepen en uitgevoerd. Mijn poging om de tweede opdracht uit te voeren faalde tijdens het museumbezoek: het lukte nog niet om het onderscheid tussen commercieel en autonoom werk op te heffen. Toch vindt de tentoonstelling naderhand alsnog zijn weerslag; dit artikel is het bewijs van het feit dat ik de opdracht alsnog uitvoerde. 

————————————————————————————————————————————

De tentoonstelling Zeen is nog tot en met 5 juni 2019 te bekijken bij Foam. Klik hier voor meer informatie.

Ook adverteren op mistermotley.nl? Stuur dan een mail naar maurits@mistermotley.nl