Image

De kunstenaar die onvindbaar was op de graduation show

07 Jul 2015 Hanne Hagenaars

Iedere instelling heeft zo zijn eigen dogma's en op de kunstacademies is het mogen falen zo'n ijzeren wet. De quote van Samuel Beckett  'Ever tried. Ever failed. No matter. Try Again. Fail again. Fail better' zindert door iedere academie als een tegeltjes wijsheid vergelijkbaar met 'Zonder wrijving geen glans' of 'Oost west, thuis best'.

Falen in de kunst, mislukken mag, maar kunstenaars spreken er niet graag over, het werkelijke falen wordt liever verborgen gehouden. En ondanks dat het mogen falen een belangrijk credo op de kunstacademies is, zie ik zelden dat alle projecten van een student 'mislukt' zijn en hij toch door mag. Je hebt immers goed gefaald.

Het Studium Generale van de KABK te Den Haag hield in 2011 een pitch voor Het beste falen. Studenten worden uitgenodigd om hun beste mislukte werk te bespreken of een werk waarvoor falen de inspiratie was. Een grote wisselbeker voor de winnaar zou worden uitgereikt door de jury van Hans Aarsman en Wendela van der Hoeven.

De criteria:
*Een werk waarin de twijfel centraal staat.
*Een plan dat zo groots is dat het gedoemd is te mislukken, maar zo’n grootste poging is utopische heldendaad.
*Een werk dat mislukt, maar in zijn mislukken iets anders is geworden, interessanter.
*Een werk waarvoor het falen inspiratie was, je eigen falen, of andermans falen.
*Een werk dat kan gaan over een held die bij nader onderzoek geen held blijkt te zijn.

We zagen werken waarin enkel gekleurde strepen te zien waren door een gecrashte computers, een broertje dat net uit het beeld liep als de fotograaf afdrukte, of een kraai die nooit meer terugkwam en een tekst 'Learn to fail' waarin dit lastige begrip falen gefileerd werd.
Uiteindelijk won Jip. Waarom? Waarmee?
Hij was te laat, had zich niet goed voorbereid en alleen dat al maakte indruk op de jury. Ze zagen in hem iemand die echt het best mislukte.
Hij kreeg de beker als de kunstenaar met het minste kans op succes. Vervolgens gebeurde er iets wonderlijks, alsof die beker de peper was die Jip tot nu toe ontbrak. Er verschenen foto's waarin hij triomfeerde met zijn beker -staande naast een politieagent beker houdt hij de beker juichend omhoog- of voor een grote muurtekening waar hij in een geruit overhemd triomfantelijk de beker de lucht in houdt. In mister Motley en ook is het tijdschrift Vice kon men lezen over zijn wonderlijke winnaarschap.

Maar wat MAAKT Jip dan? Hij tekent, als een bezetene, doorlopend, altijd. Hij kan niet stoppen. Prachtige tekeningen waar die obsessie vanaf spat. Iedere tekening fonkelt en barst uit z'n voegen. Ik vroeg hem eens om de binnenkant van een map te tekenen en weer zo'n wondervolle overvolle pagina,

Af en toe kwam ik Jip wel tegen, op school, hij bleef een vreemde gast, niet goed in staat om praktische zaken uit te voeren, iemand die zich onttrekt aan het systeem, die leeft binnen zijn eigen tekenuniversum. Maar inmiddels wist ik dat hij onverwachts tot geweldige sprongen in staat was.

Tijdens de graduation show was zijn werk onvindbaar. Terwijl ik al op straat sta om mijn trein te halen kom ik het hoofd van de afdeling tegen en terwijl we de eindexamententoonstelling bespreken, kom ik erachter dat ik het werk van Jip heb gemist, dat het voor de gewone bezoeker onvindbaar is. Jip, O ja Jip de bekerwinnaar. Ik werd geadviseerd met de lift te gaan maar die was buiten gebruik en werkte met een sleutel, dus werd er druk gezocht naar Jip die deze sleutel op zak had. Een studente komt uiteindelijk het ding  brengen. Geen aanwijzingen in de lift.  Op de bovenste verdieping was niets te zien en zo zakte ik langzaam naar beneden en ja, daar in de kelder klinkt muziek: daar staat Jip gekleed in een fantastisch pak bedrukt met zijn door hemzelf getekende vissen. Ik kom in een uitbundige installatie. Een andere manier om er te komen zou via de trap zijn, in de entree hal naar links, waar alle ruimte werd ingenomen door een medestudente, ze had zelfs haar gezicht op de traptreden geplakt, links zag ik een deur van dikke zwarte lagen gewatteerde stof, dik als een kluisdeur, daarachter zat Jip. Maar geen naambordje, niets. Een kunstenaar die niet gezien wil worden? Een school die zijn kunstenaar wegstopt in de kelder?

Op school lag Jip niet helemaal lekker, te vreemd, te veel op zijn eigen ongebaande tekenpad, maar een jury van buiten heeft hem de afdelingsprijs gegeven. Alweer een prijs.
Zijn thesis in de vorm van een stripboek baseert  zich op een quote van Frank Zappa: 'Some of the Good Old Ultra Violence' 'the illusion of freedom will continue as long as it's profitable to continue the illusion. At this point where the illusion becomes too expensive to maintain, they will just take down the scenery, they will pull back the curtains, they will move the tables and chairsout of the way and you will see the brick wall at the back of the theatre.'
De discussie over vrijheid komt hier weer om de hoek kijken, heerlijk in een tijd waarin je als kunstenaar cultureel ondernemer moet zijn.  Maar wat de kunst van bovenaf ook wordt opgedrongen, bij kunst gaat het altijd in de aller-allereerst plaats om vrijheid.
'The final work evolves from illustration to installation, the two dimensional aspect unfolds into space and furthermore creeps onto people as it expands into our immediate reality.' lees ik in scriptie.
Ja, Jip pulled back the curtains, (..) and you will see the brick wall at the back of the theatre.'
Gefeliciteerd Jip.
Je bent een van de sterren die je zo uitbundig op je boek tekent, je bent je eigen universum.
Wilde je wel gevonden worden?

www.studiumgeneralekabk.nl
http://www.kabk.nl/newsitemNL.php?newsid=0337&cat=09