Wat weet ik van een soldaten leven? Misschien iets, want mijn vader was soldaat, of eigenlijk officier, beroepsmilitair. Ja gevochten heeft hij ook, in Indonesië. Toen ik opgroeide was hij regelmatig 'op oefening' in Duitsland en op de Veluwe. 

Ik werd een PSP stemmer, hield meer van het gebroken geweertje dan van echte wapens en ook de hele gehoorzaamheidcultuur van het leger beviel me niets.  Een fascinatie voor de krijgsmacht heb ik niet, en toch lees ik ieder verhaal dat ik tegenkom over de ervaringen van soldaten tijdens hun missies, over de voors en tegens van een leger en over trauma's. Het militaire machtsspel heeft mijn volle interesse. Zo heb ik alle Militaire Musea in Nederland bezocht. Destijds was het legermuseum nog in Delft gevestigd waar de Mercedes van prins Bernhard te zien was. Toch ben ik niet zozeer geïnteresseerd in de objecten maar meer gefascineerd door de kleine jongens die daar met hun vader rondlopen, de groepjes padvinders, de lieve nerds die in hun eentje rondkijken.

Als ik het 'Handboek voor de soldaat' zie liggen, uitgegeven door het Ministerie van Oorlog, dan koop ik het. Dienstgeheim en Je maintendrai staat er op de cover.  Op pagina xiv-3 staat het dwingende advies aan de soldaten: 'Laat de verbeelding geen parten spelen'. Dat is een goed advies, zie geen vijanden waar ze niet zijn. Schiet niet op een vijand die in werkelijkheid de schaduw van een boom is. Maar in de realiteit speelt de verbeelding altijd en overal een rol. Het begint al met het visualiseren van wie je vijand is. De manier waarop de Duitsers tijdens de tweede wereldoorlog het Joodse volk karakteriseerde, daar kwam heel wat fantasie bij kijken. Wat doet de verbeelding allemaal in het militaire veld?
Precies over dit aspect wordt een tentoonstelling georganiseerd in Fort Asperen, Fort Nieuwersluis en kunstfort bij Vijfhuizen onder de titel Gimme Shelter.
De vragen die centraal staan zijn: Welke gevaren liggen op mijn pad? Hoe kan ik mijn vijand misleiden? Hoe denkt mijn vijand en wie is eigenlijk mijn vijand? De expositie zal zich concentreren op het fictieve aspect van strijd en verdediging, op militaire ficties.

Mijn vader, militair in hart en nieren, was doordrongen van het gevaar dat ons vanuit het oosten bedreigde, het communistisch gevaar. Onze kelder lag vol noodrantsoenen en volgens hem was ook de VARA een propagandistische dependance van Moskou. Ik zag al deze opvattingen altijd als een overspannen fantasie van een militair met kokervisie. Tot in 2009 het boek 'De Russen komen!' in de winkels lag waarin surrealistische scenario's beschreven worden, voor ontruimingen van steden en voor de evacuatie van de koningin, hoe steden te ontruimen en in geval van nood zou Carré worden gebruikt als mortuarium. Zo zou de regering en het leger de bevolking beschermen tegen het rode gevaar, regeren is vooruitzien. Er stonden geheime documenten in met fantasievolle namen als Nachtwacht, Bezemsteel, Diepvries en Stoelendans. Ook de eerste hulp bij een Atoomaanval was grondig gepland. (5919 Amsterdamse bedden worden naar de Keukenhof verplaatst) Wat ik had aangezien voor een oververhitte verbeelding van mijn vader bleek een angst die in het geheim nationaal gedeeld en gevoed werd. Zijn angst was een realiteit op regeringsniveau die leidde tot pakken papier met vooruitblikken en maatregelen.
Verbeelding en werkelijkheid blijken steeds opnieuw weer een magische kluwen.

Gimme Shelter, ik kijk er nu al naar uit. In de catalogus zie ik foto's van geheime militaire basis in Amerika door Trevor Paglen, ook kind van een militair, waarmee hij tracht te onthullen wat onzichtbaar zou moeten blijven. 'Omdat geheimhouding macht excessen voedt', zegt de kunstenaar. Een film van een ritueel machtsvertoon aan de Indiaas -Pakistaanse grens. Instructiefilms van de BB, de Bescherming Burgerbevolking. Een spel rondom de terugkomst van een soldaat uit een missie. Ik kan niet wachten.

Eén kunstenaar ontroerde me enorm, de outsider André Robillard (1931 Frankrijk). Op Fort Vijfhuizen zal een collectie van zijn geweren (Fusils) te zien zijn. Ze doen me aan mijn gebroken geweertje denken, vrolijke wapens die er heel hippie en vredelievend uitzien, ze roepen op om elkaars hand vast te houden en vrede te maken. Lieve geweren die hij in elkaar knutselt van hout, met dopjes, een gaslamp een aandrijfwiel van de fiets, elastiek, en allemaal in opgewekte kleuren beschilderd en vol taferelen die er op zijn getekend. Met zulke lieve geweren is er meer te winnen dan een oorlog.
Wapens die er kleurrijk en fantastisch uitzien maar waarmee je niemand kwaad doet, die Robillard zelfs gelukkig maken doordat hij er zo graag aan knutselt en ze mogelijk het gevoel van macht geven dat in zijn eigen leven totaal ontbrak. Zijn ouders gingen scheiden toen hij acht jaar was en vervolgens bleef hij bij zijn vader wonen die boswachter was. Deze nam hem geregeld mee op jacht, en daar ervaarde Robillard de sensatie van macht over het leven van een ander, een dier. Het lijkt me zoiets als de eerste keren dat je op een brommer rijdt en dat ding gehoorzaamt op jouw meer of minder gas geven. Sensationeel. Maar Robillard had niet zo veel gas te geven, zijn vader stuurde hem toen hij negen was naar een speciale school bij een gekkenhuis omdat hij moeilijk en onhandelbaar zou zijn. Zo rond zijn veertiende kwam hij weer thuis en speelde harmonica, samen met zijn vader op de accordeon, op de plaatselijke feesten en partijen. Robillard was nog even soldaat om zijn militaire dienstplicht te vervullen maar werd daar al gauw weer ontslagen omdat hij zo vreemd was, 'prikkelbaar' staat er in het rapport. Op zijn negentiende werd hij weer opgenomen in een kliniek en dit keer zou hij er lang verblijven. Als je voortdurend in instituties leeft dan moet je heel wat woede opzouten, want als je je laat gaan, ja wat gaan ze dan met je doen. Beheersing is geboden. En dat lijkt me een goede reden om zo van geweren te houden, om de illusie van macht en controle.


Batman legt het in een tekenfilm nog eens uit:
Alfred: I am sorry sir, but I was wondering what you wanted to do with your gun collection.
Batman: I suppose I should take them to the police.
Alfred: It is a bag full of tragedy, I don't even know how you could handle them.
Batman: You have to know your enemy, Alfred
I never used one but even I can appreciate the attraction of a gun
The haft, the sleekness, the cool steel, the precision.
The power. The power to change lifes, history, the power of God.

Ja, geweren hebben het aanzien van de wereld veranderd. De Chinezen kenden het buskruit al maar zij gebruikten dat enkel voor het maken van vuurwerk. Hoe het geheim van het kruit naar Europa is gekomen is onbekend, misschien via de Arabische handelsroutes, misschien via Marco Polo. Of het werd heruitgevonden door een monnik uit Freiburg, die het de naam Schwarzpulver gaf (samenstelling 75% salpeter, 15% zwavel 10 % houtskool). Met buskruit kon je projectielen wegschieten vanuit een van 1 kant dichtgemaakte buis, dat was het begin van het geweer. (Bij mij thuis waren zelfs sterretjes al taboe want mijn vader vond ze te gevaarlijk, er zat kruit op en hij kon het weten)

Robillard kreeg een huisje voor zichzelf op zo'n 500 meter van het centrale paviljoen. Daar had hij meer autonomie en de woning slibde langzamerhand dicht met zelfgemaakte geweren en spoetniks, zijn andere interesse. Hij bestudeerde voorbeelden in tijdschriften en boeken en maakte er dan zijn volstrekt eigen versie van, zoals  een Fusil Russe uit 1964 naar de beroemde Kalasjnikov, dit keer van een berg aan elkaar gebonden plastic pijpjes en met een ingebrande ster op het heft.
'Robillard has always been interested in the news of the day, and in the past paid attention to the arms race and the space race between the U.S. and the former Soviet Union. It’s hard to imagine that, when he made works like these, symbolically, he was not aiming his own critical fire at the megalomaniacal Cold War era politicians and generals who were whipping up such costly, mine-is-bigger-than-yours competitions.', schrijft Hyperallergic over Robillard.
Nu is hij 83 jaar. André Robillard is een piepkleine man die nu rondreist met zijn vijf vogelkooien en in een theatervoorstelling optreedt als zichzelf, tussen zijn sculpturen. Zo laat op je leven weer een nieuwe draai aan je carrière geven, wat een souplesse van geest!
Ik zie een foto waarop hij gewillig poseert met een van zijn geweren, hoedje op, peuk in de mond en een oog dichtgeknepen.
Achter hem hangt een poster van Aleksander Lobanov, de outsiderkunstenaar uit Rusland die ook zo van geweren houdt en ze tekent. Ze geven samen een mooi voorbeeld hoe we het beste een wapenarsenaal kunnen opbouwen, met en in de verbeelding. Ik ben nog steeds een aanhanger van het gebroken geweertje en van ook van deze outsider manier om met agressie en macht om te gaan. Gewoon knutselen en spelen. De verbeelding inzetten om je psyche in balans te krijgen. Dan valt er uiteindelijk niets meer te bevechten.

Gimme Shelter - Forten en Ficties in Laagland, 30 mei-20 sep 2015
Kunst in Fort Asperen, Fort Nieuwersluis, Kunstfort Vijfhuizen
www.gimme-shelter.nl

Aleksander Lobanov
Aleksander Lobanov