Image

Interview met Suzie van Staaveren

30 Jun 2017 Robert van Munster

In  Heden Den Haag kijk ik samen met Suzie van Staaveren naar haar werk Shapeshifters. Grote, stalen platen met een felgekleurde poedercoat hangen aan de muur, gecombineerd met andere gekleurde platen en verbonden met houten pennen. Er zit een kleine afstand tussen de platen, waardoor het een ruimtelijk karakter heeft en een schaduw over zichzelf en de muur werpt. Een werk bestaat nooit uit één plaat, maar altijd uit twee of meer. De vormen zijn ontstaan door het uitvergroten van papiersnippers. In ons gesprek gebruikt Suzie niet de titels van de werken, maar heeft ze het over 'die met dat geel' of 'de roze'.

Suzie van Staaveren, Move 1

Robert van Munster (RvM): 'Wat zoek je in jouw werk?'
Suzie van Staaveren (SvS): 'Wat ik interessant vind is hoe objecten en ruimtes dicteren hoe mensen zich gedragen. Dat gaat automatisch, maar het zorgt er ook voor dat je een mok altijd op dezelfde manier vasthoudt en op dezelfde manier gebruikt.
Ik vind het leuk als objecten eruitzien alsof je ze kunt gebruiken, maar dan wil ik dat ze niet echt iets dicteren. Dat heb je bijvoorbeeld met oud speelgoed, zoals Mechano of Lego. Het is spannend wanneer je iets graag wilt aanraken of wilt gebruiken. Dat hadden mensen ook bij deze tentoonstellingen. Ze vroegen mij: mag ik dit veranderen? Mag ik het eraf halen?'

RvM: 'Mag dat?'
SvS: 'Bij dit werk niet. Hier bouw ik zelf mee.
Bij het opbouwen kwam een vriend mij helpen. Dan vind ik het interessant om zijn ideeën erover te horen en daarop te reageren. En als ik het ermee eens ben, waarom zou ik dat werk er dan niet bij in opnemen? Ik denk dat het na deze expositie wel noodzaak is om een nieuw gebied te ontdekken.'

RvM: 'Hoe bedoel je?'
SvS: 'Op een gegeven moment ontdek je als kunstenaar een speelveld: een afgebakend gebied waarin je vrij kan rondrennen en je werk sneller op zijn plek valt. In mijn speelveld voor Shapeshifters kwam ik met het idee om een soort bouwelementen te maken, waarmee ik nieuwe werken kan samenstellen die er bij iedere tentoonstelling anders uit kunnen zien. Ik wilde zorgen dat mijn werk goed afgewerkt en in elkaar zat, maar zoiets kost veel tijd. Na een paar dagen weet ik dat het de goede kant op gaat, maar weet ik ook dat ik er nog twee weken aan moet zitten om het af te maken. Zo werd ik een slaaf van mijn eigen werk, waardoor het heel saai werd. De bouwelementen kon ik netjes afwerken, maar tegelijk wist ik niet hoe het uiteindelijke werk eruit zou gaan zien.'

RvM: 'Is Shapeshifters experimenteel?'
SvS: 'Ik denk dat dit voor een deel nog aardig veilig is. Dit is de meest logische, meest basic uitvoering van het idee. Ik heb er nog wel variabelen in gelaten. Van een aantal platen wilde ik de kleur veranderen. Ik kies dan de kleur, maar niet de plaat, dat laat ik aan de poedercoater over. Dat hoort ook bij het werk. Ik weet niet volledig wat ik terug krijg uit de werkplaats en ook niet precies welke elementen over elkaar passen. Ik was bang dat er te weinig experiment in zou zitten, dat ik meer materiaalonderzoek had kunnen doen, maar tijdens het opbouwen bleek door het grote aantal mogelijke combinaties dat er veel te experimenteren was.'

Suzie van Staaveren, Move 2

RvM: 'Wanneer je een tentoonstelling hebt, ben je daarnaast dan nog bezig in je atelier om aan iets te werken? Hoe combineer je dat?'
SvS: 'Dat is moeilijk, omdat ik lang over het maakproces doe. Ik heb dit nieuwe werk in ongeveer twee maanden gemaakt, maar ik denk er sinds september over na. Over hoe het opbouwsysteem eruit moet zien, of hoe ik de vormen moet maken, welke materialen ik gebruik.
Ik vind het moeilijk om tussendoor een ander werk te maken. Ik hou ervan om families te maken, dan krijgen ze meer karakter. Mijn werk is abstract en zo worden het een soort wezentjes. Ik had ook een werk dat ik neerzette als een groep rennende teckels.'

RvM: 'Waarom wilde je naar de kunstacademie?'
SvS: 'Ik ben begonnen bij mode- en textielontwerp, dat wilde ik al sinds ik elf was. Daar heb ik ook naartoe gewerkt en ik had mij nooit op iets anders georiënteerd. Ik vond het super kut bij mode. Ineens was alles waar ik sinds mijn jeugd naartoe werkte weg. Dat was heel vreemd en ik dacht, nu heb ik geen ambities meer. Ik had ondertussen de beeldende kunst ateliers ontdekt. Na twee maanden ben ik gestopt en heb ik daar toelating gedaan. Ik wist heel weinig van beeldende kunst en wist niet wat ik kon verwachten, voor hetzelfde geld ben je over een half jaar performances aan het maken in plaats van sculpturen. Dat onbekende werkte heel bevrijdend.'

RvM: 'Hoe heb je het afgelopen jaar, na de academie, ervaren?'
SvS: 'Het was een hectisch jaar; heel anders dan de academie. Ik had gedacht dat ik hele andere dingen zou doen na de academie, omdat je niet weet of het haalbaar is om fulltime met kunst bezig te zijn. Ik heb mijn toekomst zo open mogelijk gelaten. Ik dacht, kiezen moet je pas doen als het keuzemoment zich voordoet. Dus ik had niet veel dingen vast staan.'

Suzie van Staaveren, Move 3

RvM: 'Wat is er veranderd na je afstuderen?'
SvS: 'Op de academie gebruikte ik altijd de meest fancy apparatuur: dingen die ik zelf nooit kan kopen. Op mijn atelier kan ik het een en ander wel oplossen met simpelere tools, maar als ik voor één ding in de academiewerkplaats moet zijn, ga ik meteen de hele dag en doe ik daar alles. Dat is heel fijn, maar ik ben geen student meer. Op een gegeven moment moet ik mijn werkmethode aanpassen. Dat vind ik lastig.

Het leven is ook veel eenzamer. Want ook al is iedereen op de academie met zijn eigen werk bezig, je werkt naar eenzelfde beoordeling toe. Je zit op dezelfde treinrails en dan kan je makkelijk delen wat je aan het doen bent. Na de academie gaan mensen verschillende kanten op en spreek je elkaar niet meer regelmatig.
Je moet jezelf blijven motiveren, maar dat gaat goed, want ik heb nu een ontbijtclub met twee andere kunstenaars, die komen bijna elke dag om half negen bij mij pap eten. Er zijn ook kunstenaars die een keer mee willen ontbijten bij de Papclub, dus hebben we vaak speciale gasten. Zo hebben we een soort werkbespreking voordat we aan het werk gaan. Het is ook een bond tegen het uitslapen.'

RvM: 'Wat heb je geleerd aan de kunstacademie?'
SvS: 'Ik denk dat ik daar mijn speelveld heb ontdekt, waar ik Shapeshifters ook nog uit heb kunnen putten, en de motivatie om te werken. Ik heb er ook een leuk netwerk aan overgehouden.’

RvM: 'Hoe ziet jouw toekomst eruit?'
SvS: 'Ik kijk ernaar uit om een nieuw speelveld te ontdekken en experimenten uit te voeren. Het mag minder netjes allemaal. Op een gegeven moment kom je in een crisis, gaat je werk frustreren en dan ontdek je een nieuw gebied. De toekomst van de Papclub zie ik ook rooskleurig voor me. Verder sta ik nog steeds achter het principe van kiezen wanneer zich een keuze voordoet. Ik denk dat ik nu op mijn atelier wil gaan werken om meer het proces te onderzoeken: materiaalonderzoeken. Maar ik weet niet of ik dat één of twee maanden of twee jaar moet doen voordat er nieuw werk uitkomt. Dat is ambitieus zijn zonder ambitie. Ik wil wel graag blijven werken, maar ik heb geen idee waar ik naartoe moet.'


In Heden, Den Haag, is de solotentoonstelling Shapeshifters van Suzie van Staaveren (1991) nog tot 9 juli te zien. Van Staaveren is in 2016 afgestudeerd aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten. Haar nieuwe werk bestaat uit helder gekleurde wandsculpturen die op verschillende manieren zijn opgebouwd. Eerder werk is Ceramic Rings, Stage of Apathy en TC3.1, waarvan het laatste ook aanwezig is in Heden.