Thimpu, de hoofdstad van Bhutan heeft wel iets van Marken of Volendam in Nederland want iedereen loopt in traditionele kleding en alle huizen worden in traditionele stijl gebouwd, ook het nieuwe stadion of een flatgebouw in de buitenwijken. Een exotisch oord waar de tijd heeft stilgestaan. Maar vreemd genoeg is het geen handreiking naar toeristen, integendeel. Toeristen worden nauwelijks toegelaten, enkel in busjes met een gids en een verplichte uitgave van 250 dollar. Dat is hun manier om het land te vrijwaren van de invloed van toeristen want ze willen hun eigenheid behouden.

De vierde koning: Jigme Singye Wangchuck stelde in 1985 een speciale commissie in om te onderzoeken hoe de culturele identiteit en nationale eenheid van het land behouden en versterkt kon worden. Als uitgangspunt nam de commissie de ‘driglam namzhag’, een oude boeddhistische code die de correcte vormen van fysieke, verbale en spirituele uitingen benoemt. De hedendaagse geleerde Karma Ura vat de code op als ‘the observation of a distinctive (Bhutanese) culture’.

Een straatbeeld van Bhutan
Een straatbeeld van Bhutan

In 1989 bepaalde de eerste moderne ‘driglam namzhag’ dat de inwoners van Bhutan voortaan de nationale kleding moeten dragen op publieke plekken, scholen, werk, in tempels en bij officiële gelegenheden. ‘Please come in formal dress.’ Toen we per ongeluk de finale van Idols binnenliepen zat iedereen op plastic stoeltjes naar de optredens te kijken, allen gekleed in de traditionele gho en kira (en met het lieve hoofdje van het pasgeboren prinsje Gyalsey als centrale focus op het achterdecor).

In de jaren 70 droegen steeds meer Bhutanezen westerse kleding met name in de hoofdstad Thimpu. Mannnen trokken een pak aan naar kantoor, jongeren zagen sneaker als statussymbool en de jeans was het ultieme kledingstuk. Nu wordt het straatbeeld weer bepaald door de gho en de kira. De traditionele dracht voor mannen is de gho, een soort robe manteau die tot de knie komt. Het lijkt wat op een kamerjas, je vouwt de voorkanten over elkaar heen en slaat de stof aan de zijkanten naar achteren. Om het middel komt een strakke band die alles bij elkaar houdt, de boven kant wordt wat omhoog gesjord zodat er ruimte ontstaat. De voorkant dient als een opslag voor de dingen die je mee wilt nemen.

De mannen dragen er kniekousen bij en allerlei soorten schoenen, van plastic slippers tot leren herenschoenen. Een straatbeeld om aan te wennen met al die mannenbenen, overal zie je blote knieën en soms zelf een inkijkje naar een onderbroek. Omdat de gho met al z’n lagen toch wel warm is trekken mannen het bovendeel soms naar beneden zodat er een soort rok onder een overhemd of T-shirt ontstaat. Een gho trek je ook niet even snel aan, het is een hele klus om de kleding goed om het lijf te vouwen en te plooien en de manchetten met veiligheidspelden vast te zetten.

Mannen gekleed in gho's
Mannen gekleed in gho's

Vrouwen dragen een kira, een lap stof die op de schouders vastgezet wordt met een speld en als lange strakke rok naar beneden valt, met een band om het midden en een bloes eronder en een jasje erover. Elegant maar niet heel praktisch of comfortabel.

Waslijnen vol traditie
Waslijnen vol met traditie

Maar er brak geen protest uit bij de invoering van de nieuwe kledingregels. En ook nu zien jongeren (de meeste) het belang in van de kledingcode. De koning ziet de authenticiteit van Bhutan als de beste mogelijkheid om te overleven tussen de twee reuzen Tibet/China en India. Ze willen een voorbeeld zijn in de wereld, met hun groene politiek, het streven naar geluk en de balans zoeken tussen traditie en modernisering. De kleding is onderdeel van het totaalpakket.

Op zondag heeft Thimpu een totaal andere aanblik, iedereen trekt zijn favoriete outfit aan, veel westerse kleding, petjes, jeans, trainingsbroeken en vooral de jongens zien er wat punky uit met een grote voorliefde voor zwart.

De kleding van monniken lijkt bepaald door de kleuren, oranje bruin en vaalrood. Binnen die kleuren zijn er jasjes, mutsen en sweaters mogelijk. In de Kanjur, de 108 canonieke teksten die de directe ‘teachings’ van de Boeddha bevatten staat: 'The lower gown of the monks should be worn well wrapped around the body. The gown should be worn neither to high nor to low. It should not be worn like an elephants trunk or like palm leaves; it should not be folded or worn crumpled like hay. It should not even be worn spread out like a snakes hood.'