In april werd ik gevraagd om drie maanden door te brengen in Kings County Hospital in Brooklyn. Ik had wel eerder van de residency Beautiful Distress, gehoord en ook van het Nederlandse zusje Het Vijfde Seizoen. Beiden stonden op mijn wensenlijstje, maar ik had niet verwacht dat ik een maand later de sleutel van mijn appartement in het ziekenhuis zou omdraaien.

Een appartement in een ziekenhuis. Een lange gang met deuren op een verlaten verdieping, in een gebouw dat overdag gebruikt wordt voor administratie, maar ’s nachts leegstaat. Je woont er op de campus, naast het psychiatriegebouw, en als je niet oppast breng je daar 24 uur per dag door. Het maakt dat het gevoel van 'gehospitaliseerd zijn', dichtbij komt. Je gaat op in een andere wereld, met je pas heb je overal toegang, en je weet niet precies welke deur je opent, wie er patiënt is en wie niet. Je wordt opgenomen in het systeem, je wordt ook opgenomen in de familie van ziekenhuispersoneel. De therapeuten zijn er enigszins aan gewend dat er zoiets als een artist in residency is, ze weten niet goed wat het is, maar ze vinden het op zijn slechtst wel best, of ze vinden het fantastisch. Het geeft een veilig gevoel dat je zoveel vertrouwen krijgt. Toch kan dat gevoel van veiligheid het idee van onveiligheid niet helemaal wegnemen.

Je wordt eenvoudig een onderdeel van de patiëntengroep, een vrij vanzelfsprekend onderdeel zelfs. Ik had verwacht dat patiënten mij met argwaan zouden bekijken, als een pottenkijker. Maar ze hebben wel wat anders aan hun hoofd. Ze hangen bijna buiten bewustzijn in hun stoel van de medicatie bijvoorbeeld, of ze hebben een nacht op straat doorgebracht. Ze willen warme koffie en ontbijt, en het maakt ze echt niet uit dat jij daar ook aan tafel zit. Of je ook koffie wil. 

Je gaat mensen herkennen buiten het ziekenhuis die een aandoening hebben. Die zijn namelijk, anders dan in Nederland, overal aanwezig en met name in de metro. Ze staan te schreeuwen of zich uit te kleden, ze liggen in een hoek en stinken heel erg. Je krijgt de neiging om ook met hen te gaan praten, omdat je dat in de groepstherapie hebt geprobeerd en dat ging eigenlijk best goed, maar je realiseert je op tijd dat op straat de veilige omgeving van de instelling niet aanwezig is. Dat is een van de bijzondere ervaringen die je in Kings County kan hebben. Ik heb nooit buiten deze context de kans had gehad om met een crackjunk in contact te komen in een veilige omgeving. Contact, de problemen kennen, creëert begrip, of een begin daarvan. Een klein begin. 

Er hangt nogal een stigma om het verblijf in R-building, de afdeling geestelijke gezondheid. Dat komt soms door cultuur, in de Caribische gemeenschap is depressie bijvoorbeeld absoluut niet iets waar je over praat. Je leert wat er misgaat in de samenleving als je in het ziekenhuis gaat kijken. Natuurlijk zijn er mensen die misschien wel hun hele leven schizofreen zijn en blijven, maar heel veel problemen zijn ook gerelateerd aan problemen in de samenleving. Armoede, drugsgebruik, huiselijk geweld, wapenbezit en de trauma’s als gevolg daarvan. Eenzaamheid. De druk van de stad; mensen die dagelijks meer dan een uur onderweg zijn naar hun werk en in die tijd niets anders kunnen doen dan staren, omdat het gewoon te lawaaiig en te druk is in de metro. 

Je hoort heftige dingen. Schotwonden. Zelfmoordpogingen. Racisme. Verhalen over verkrachtingen, misbruik. Je weet niet wat ervan waar is en wat niet, maar dat maakt misschien ook niet uit. De emoties zijn echt, zegt de psychiater, en die behandelen wij. We zijn hier niet in de rechtszaal, het gaat niet om het verifiëren van een verhaal. Het gaat er nogal wanordelijk aan toe. Wie wil praten, praat. Mensen lopen in en uit, hoewel dat niet de bedoeling is, maar sommigen zijn rusteloos. Iemand vertelt iets waar een ander niet goed tegen kan, die wendt een telefoontje voor en loopt weg. Een jongen tegenover me aan tafel boert hard en trekt zijn T-shirt uit. Hij kijkt me woedend aan. Hij is net begonnen, hij wil hier niet zijn, lijkt hij daarmee te willen zeggen. Een meisje zegt zachtjes tegen haar buurvrouw dat ze moet blijven. Ga nou maar naar die sessie over coping skills. Geloof me, over een tijdje voel je je beter. Het lijkt of ze haar medepatiënt serieuzer neemt dan de therapeut. En waarom ook niet, een ervaringsdeskundige is van onschatbare waarde. 

Ook al is het nog zo’n zooitje soms, het in de groep delen van wat je voelt of hebt meegemaakt is onmiskenbaar therapeutisch. Ook al zijn de luisteraars beschadigd, disfunctioneel, waardoor ze niets terug kunnen zeggen, waardoor ze niet eens kunnen luisteren, waardoor ze iets heel raars zeggen. Er zijn veel mensen waarmee je goed kan communiceren op de open afdeling, sommigen hebben wanen en tot hen kun je bijna niet doordringen. Maar het gevoel dat je niet de enige bent is troostend, en in de omgeving van het ziekenhuis vallen alle maskers af. Niemand houdt de schijn op. Het is kaal, puur en rauw en daardoor misschien wel de essentie van het mens-zijn, die je hier ziet.

Het vreemde of vervreemdende aan een geestesziekte is dat die onzichtbaar is. Je krijgt een mens voor je en je weet niet wat er met diegene aan de hand is. Soms niets. Soms is het de social worker die haar jasje, waar haar badge op zit, even uit heeft. Soms is er wel wat aan de hand met diegene maar denk je bij jezelf, tja, met mij is ook wel wat aan de hand. En dat is het interessante aan de residency, omdat ik mij echt goed realiseer hoe betrekkelijk het begrip ‘normaal’ is, en dat je toch verwachtingen hebt van iemand met het label ‘patiënt’. Een kunstenaar is waarschijnlijk in veel gevallen meer een patiënt dan een therapeut. Het beste dat ik kon bieden was luisteren. 

Zonder een heel duidelijk doel zoals een enkel interview of een workshop met patiënten loop je mee in het ritme van het ziekenhuis. Het is naar mijn gevoel niet zo dat de kunstenaar direct de patient helpt om zich beter te voelen. De kunstenaar brengt normaliteit in de instelling, en de kunstenaar kan het aan om er te zijn omdat die vaak van nature nieuwsgierig is en niet zo snel angstig voor het abnormale.

De psychiater zegt dat we toch niet echt weten wat er precies in het hoofd van een patiënt omgaat (net zo goed als we dat eigenlijk van niemand weten behalve van onszelf). We moeten, zegt hij, tolerance for the unknown hebben om met deze mensen om te gaan. Kunstenaars hebben naar mijn idee een hoge tolerantie voor het onbekende, ze zijn er zelfs juist nieuwsgierig naar, waardoor ze zich op hun gemak kunnen voelen in de omgeving van het ziekenhuis. Omdat er geen tijdsdruk is om een fysiek werk te produceren of een tentoonstelling te maken in de korte tijd van drie of vier maanden, kun je alles als een spons in je opnemen.

De kunstenaar vormt een brug tussen normaliteit en gekte. De kunstenaar brengt normaliteit naar de instelling, en de kunstenaar kan de gekte vertalen naar een vorm die buiten de instelling kan bestaan, namelijk kunst.

Op donderdag 23 november start de Beautiful Distress Kunstmanifestatie over Waanzin.
Een tentoonstelling op twee locaties, De School in Amsterdam-West (23 nov, - 23 dec. 2017) en Nieuw Dakota in Amsterdam-Noord (25 nov. 2017 - 7 jan. 2018). 
Tijdens de tentoonstellingsperiode wordt op 7 december in De School te Amsterdam een symposium georganiseerd. Opgeven via www.beautifuldistress.org/kunstmanifestatie