Image

De illusie van objectiviteit: opvattingen over kijken naar kunst

27 Oct 2013 Paolin Sparou

Tijdens een museumbezoek observeer ik vaak de bezoekers. Hoe gedragen ze zich rond de kunstwerken? Blijven ze lang staan? Lezen ze eerst de toelichting? Lopen ze door? Zouden ze het mooi vinden? Of vinden ze het lelijk? Zouden ze het werk begrijpen? Doet het überhaupt wat met ze? Menigmaal heb ik me geërgerd aan mensen die in een museum eerst de bijbehorende tekst lezen alvorens te kijken, omdat ik de opvatting heb dat wij, als mens, in staat zijn een kunstwerk te ervaren zoals deze is, los van de bedoeling van de kunstenaar of die van het museum. Kunstenaars hebben voorafgaand en tijdens hun werk een intentie gehad, daar is een concept uit voortgevloeid en dat concept heeft geresulteerd in een kunstwerk. Dat kunstwerk krijgt weer nieuwe betekenis door en van de beschouwer en iedere beschouwer heeft een eigen blikveld, een eigen voorkennis en eigen associaties en interpretaties. Het kunstwerk krijgt een nieuwe betekenis, een nieuwe waarheid, die niet meer of minder waar is.

Het is geen verwijt, dat mensen tekst eerst lezen alvorens ze kijken. Het is logisch dat mensen willen begrijpen. Het zit in onze natuur om hetgeen we zien en meemaken willen, al zij
het onbewust, onder te verdelen in categorieën en schema’s, om de wereld vatbaar1 te maken. Dus ook wanneer we een werk niet begrijpen, zoeken we alsnog naar de tekst. Dan kunnen we het een plekje geven en vergeten we weer wat we gezien hebben. Ook ik doe dat. We leven in een maatschappij waar zo veel mogelijk, in zo kort mogelijke tijd gedaan moet worden. We moeten efficiënt met onze tijd omgaan, dus dat wil zeggen dat we dan niet één uur per kunstwerk nemen. Neen. We bezoeken het museum, niet het kunstwerk. Dat betekent dus dat we de kunstwerken snel een plekje moeten kunnen geven en dus snel begrijpen.
Kennis van en ervaring met beelden draagt bij aan het ervaren van kunst, aan het creëren van een nieuwe betekenis. Het kan iemands oorspronkelijke ervaring teniet doen, ondermijnen, overstijgen, verrijken of tekort doen. Wanneer ik in dit geval spreek over een oorspronkelijke ervaring, heb ik het in dit geval over een eerste ervaring van of bij een kunstwerk waar vooraf geen onderzoek naar is gedaan, in de vorm van tekst en uitleg. Met een schone lei naar kunstwerken kijken. Maar bestaat er zoiets als een schone lei in deze context? Eigenlijk niet. Zo onschuldig en onbevangen als een kind kunnen we niet kijken. Of kunnen we dat wel? Een kind is minder gekleurd, heeft zich vaak (nog) niet geconformeerd naar maatschappelijke normen, waarden en verwachtingen zoals volwassenen. Zoals eerder benoemd, heeft iedere beschouwer een eigen blikveld, een eigen voorkennis en eigen associaties en interpretaties die voortkomen uit een ‘samenspel van culturele en persoonlijke ervaringen’2. Onze interpretatie is altijd gekleurd3, dat is niet juist of onjuist. Het is wat het is. Dat betekent dat we altijd oordelen. De filosoof Francis Bacon sprak in zijn boek Novum Organum (1620) al over idolen die de kaders bepalen van hetgeen wij zien en dat we moeten trachten deze uit te schakelen, omdat deze opvattingen en aannames onjuist zouden zijn. Volgens Bacon kunnen wij niet louter objectief waarnemen. Filosofe Mieke Boon en filosofieredacteur Peter Henk Steenhuis zeggen4 echter dat volgens het inzicht van de filosoof Immanuel Kant we altijd kaders nodig hebben om überhaupt iets te kunnen zien. Maar wat gebeurt als we die oordelen, die kaders weer loslaten? Zijn wij in staat los te laten al hetgeen we ooit geleerd hebben? Of is het wijzer om te proberen die kaders, die inzichten, te leren herkennen? Hoe kijken we? Waardoor komt dat?
In vergelijking met de meeste museumbezoekers (negen seconden) 5, neem ik veel tijd (enkele minuten) voor het kijken naar en interpreteren van een kunstwerk. Wat ik wil doen, is mijn ervaringen met kunst op te schrijven, zonder me vooraf te informeren over het werk of welke tentoonstelling momenteel te bezichtigen is in het museum. Ook wil ik me tijdens het kijken beperken tot hetgeen ik zie. Toelichting komt later, misschien zelfs thuis pas, aan de orde. Kan ik begrijpen zonder te interpreteren? En kan ik interpreteren zonder te beschouwen? Wat ik ga doen, is een aantal musea binnenstappen, één of twee kunstwerken uitkiezen en hierover ter plekke te gaan schrijven. Wat zijn mijn associaties? Waar komen ze vandaan? Om tot begrip te komen stellen we vragen, vragen die weer tot andere vragen leiden en zo komen we tot inzicht. Ook tijdens het kijken. Het kan ook gebeuren dat een kunstwerk niets met me doet. Krijg ik überhaupt een ervaring, of wil ik alleen doorlopen? Waarom wil ik dan alleen doorlopen? En het gebeurt meer dan eens, dat een kunstwerk onbegrijpelijk blijft. Maar is dat erg? Kunnen we leren kijken naar kunst zonder te oordelen?

1 Kant, I, Kritiek van het oordeelsvermogen, Amsterdam, 2009, Nederlandse editie, oorspronkelijk: Berlijn, 1790
2 Broek, J. van den, W. Koetsenruijter en J. de Jong, Beeldtaal Perspectieven voor makers en gebruikers, Den Haag, 2010, p49
3 Zwagerman, J, Alles is gekleurd: Omzwervingen in de kunst, Amsterdam, 2011, vijfde druk
4 Boon, M en P.H. Steenhuis, Filosofie van het Kijken: Kunst in ander perspectief, Rotterdam, 2009, p15
5 Boon, M en P.H. Steenhuis, Filosofie van het Kijken: Kunst in ander perspectief, Rotterdam, 2009, p.7

Download onderzoek