Image

De synthese tussen geest en materie

18 Oct 2013 Laura Oerlemans

Mijn volle studie en mijn drukke dagindeling stellen mij zelden in de gelegenheid om buiten de deur kunst te bezichtigen. Wanneer er toch een opening ontstaat in de stampvolle razernij die mijn agenda heet, zou je denken dat de behoefte zich voordoet om mijn eigen stad te ontvluchten en op zoek te gaan naar dé nieuwste tentoonstelling van het moment, om mij vervolgens te laten overdonderen door nieuwe indrukken. Niets is echter minder waar. Maandelijks bén en blíjf ik een bezoeker van de Pont in Tilburg. Los van de interessante wisselende tentoonstellingen die georganiseerd worden, gaat mijn interesse vooral uit naar een drietal werken in de vaste collectie. Iedere keer als ik in het museum ben, móet ik deze werken bewonderen.

Wanneer ik oog in oog sta met deze kunst, verstilt het in mij. Ondanks het ontbreken van een herkenningspunt, een verwijzing naar de herkenbare wereld, word ik geraakt. Een raken die geen appèl hoeft te doen op een gevoel van sensatie. Nee, het is juist de rust en de leegte die ik ervaar, welke mij uit mijn dagelijkse stroom der dingen trekken. Mijn zintuigen worden op scherp gezet, de geur van bijenwas die langzaam door mijn neus kruipt, het blauwe licht dat zich langzaam op mijn netvlies brandt en dat zwarte gat waardoor ik de oneindige leegte in staar. Menig kunstwerk geeft mij de gelegenheid om zonder te veel moeite en aandacht er aan voorbij te lopen, deze niet… Ik móet stilstaan.

Wolfgang Laib, James Turrell en Anish Kapoor zijn kunstenaars die op het eerste oog weinig verbinding met elkaar hebben. Laib woont en werkt in Duitsland, Kapoor is geboren in India en werkt in Engeland, terwijl Turrell woont en werkt in een eigen krater in de woestijn van Amerika. Ook in hun beeldend werk ligt het niet voor de hand om ze onder een noemer te vatten. De ‘Wachsraum’ van Laib straalt een materiële tastbaarheid en natuurlijkheid uit, terwijl juist het tastbare van het immateriële fluoriscerend blauw licht, in ‘Wedgework III’ van Turrell, benadrukt wordt. Het zwarte gat in ‘Descent in limbo’ van Anish Kapoor geeft de illusie van het oneindige, terwijl ik bij Laib wordt geconfronteerd met een kleine, smalle afgebakende ruimte. Een ding hebben ze echter gemeenschappelijk: er hangt een mystieke aura rond hun werk. Bij nader inzien en overdenking dringt het besef tot mij door dat deze werken veel meer met elkaar gemeen hebben dan ik dacht. Niet alleen het mystieke speelt een rol, ook het beroep op de ervaring, het geestelijke en de aanspraak die ze doen op de abstractie. De behoefte dringt zich aan mij op om te begrijpen waarom juist deze drie kunstwerken zo sterk mijn aandacht trekken en mij een idee van eenheid geven. Om te begrijpen, moet ik vragen stellen. Hoe verhouden deze werken zich tot elkaar? Wat is hun relatie tot het verleden? Door inzicht te krijgen in de aard van deze werken, hoop ik een antwoord te vinden waarom ik mij zo aangetrokken voel tot deze werken.

De bevestiging van mijn vermoeden wat betreft verbindingen en gemeenschappelijkheden tussen deze drie kunstenaars werd mij aangereikt in een artikel van Robert Rosenblum ‘Towards a definition of new art’(1991) In één adem noemt hij deze drie kunstenaars als ‘uitstervend ras van hun type’, dat contemplatief van aard is in vergelijking met de reactieve hedendaagse kunst. Robert Rosenblum is bekend van onder andere zijn boek ‘Modern Painting and the Northern Romantic Tradition’ (1975) waarin hij de Romantische traditie van het spirituele van de natuur, het mystieke en het transcendente, in één lijn doortrekt naar de moderne kunsten. In zijn boek eindigt hij bij Rothko, maar in het eerder genoemde artikel benoemt hij de drie hierboven genoemde kunstenaars die, in de hedendaagse kunst, navolging geven aan deze traditie. Het einde van de romantiek laat zich kenmerken door een sterk veranderende visie op de wereld. In een maatschappij waarin de wetenschap en techniek steeds invloedrijker wordt, het darwinisme opkomt en de Franse revolutie aanbreekt, delven de godsdienstbeleving en religie steeds meer het onderspit. In reactie op het rationalisme, waarin de ratio centraal staat, zoeken kunstenaars juist een meer subjectieve ervaring op. Men verzet zich tegen de overheersing van wetenschap en techniek en gaat op zoek naar een nieuwe spiritualiteit waarbij de verheerlijking van de natuur een bijna religieuze vorm aan nam. Het bevragen van de relatie van mens tot de natuur kwam centraal te staan. De Romantische traditie waar Rosenblum op doelt, is onder andere zichtbaar in het werk van Caspar David Friedrich. Wanneer Friedrich het mystieke landschap boven de lijdensweg van Christus verkiest zitten we rond 1808. Een tijdspanne van 185 jaar vergeleken met het productiejaar van het werk van Laib en Turrell. In de tussentijd hebben het Modernisme en Postmodernisme hun intrede gedaan. Het is een niet te ontkennen feit dat deze kunststromingen de visie op de kunsten ingrijpend
heeft veranderd. Door een aantal kenmerken van het werk van genoemde hedendaagse kunstenaars te verbinden met het verleden, wil ik in deze scriptie de volgende vraag beantwoorden:
Hoe wordt in de hedendaagse kunst in vergelijking met het verleden, de geestelijke en spirituele ervaring aangesproken?

Om antwoord op deze vraag te krijgen wil ik de drie kunstenaars en hun kunstwerken aan de hand van een aantal criteria deconstrueren om die later aan het einde van de scriptie aan elkaar te relateren. Relevante criteria zijn: In welke context en tijdsbestek is deze kunst geproduceerd? Welke inhoud, gerelateerd aan vorm, heeft het werk? Welke rol heeft het materiaal in het kunstwerk, en welke rol speelt de ervaring van de toeschouwer hierbij?

In het eerste hoofdstuk zal ik een inleiding geven op het Modernisme waarin de geestelijke abstractie zijn hoogtij viert. Vragen die ik hierin wil beantwoorden zijn: Wat houdt die geestelijke abstractie precies in, en hoe wordt het geestelijke bereikt? Vervolgens ga ik in het volgende hoofdstuk dieper in op de kunstenaar Joseph Beuys die in de overgang van het Modernisme naar het Postmodernisme de visie op de kunsten ingrijpend heeft veranderd, de materie krijgt hierin een betekenisvolle rol. Welke dat is, zal ik in het loop van het hoofdstuk beantwoorden. In het derde hoofdstuk zal ik het werk van de drie hedendaagse kunstenaars beschouwen en analyseren. Om vervolgens in het hoofdstuk wat daarop volgt de overeenkomsten en verschillen uit een te zetten die Kapoor, Laib en Turrell met elkaar delen en hoe zij zich verhouden tot het verleden. Dit hoofdstuk zal als aanloop dienen naar de conclusie waarin op kernachtige wijze de hoofdvraag van deze scriptie zal worden beantwoord.

Download onderzoek