Hier, waar je nu staat/zit/ligt, met misschien mijn scriptie in je handen, misschien met iemand naast je die dit aan je voorleest. Hier, op de vloer waar je op staat, die precies past binnen de vier muren van de kamer waarin je mijn scriptie aangetroffen hebt. Waar het licht via de ramen in die vier muren de kamer in komt / waar het licht uit de lampen in het plafond boven je de kamer in komt, de tafel op valt, mijn scriptie verlicht, de woorden die in je handen liggen leesbaar maakt. Hier gaat deze scriptie over. Over die muren om je heen, over de vloer waar je op staat. Over het kleed op die vloer en over de ramen in die muren, en over het licht wat op je handen valt. Heb je mijn scriptie meegenomen, lees je hem op de bank of ’s avonds in bed, dan gaat hij over de lakens die over je heen geplooid liggen, over welke van de meubels in je slaapkamer in het donker nog te onderscheiden zijn. Over of je je kamerdeur nog kunt zien, en over de afstand tussen je neus en het plafond. Hier gaat deze scriptie over. Over hier gaat deze scriptie. Afgelopen jaren heb ik gemerkt dat ik, als ik een werk maak, heel veel haal uit de ruimte waarin ik me bevind, ruimtes waar ik geweest ben of ruimtes waarvan ik weet dat ik erheen zal gaan om het werk te maken. Ik werk graag samen met deze omgevingen. Vaak heb ik het idee dat meer dan de helft van het werk pas ontstaat zodra ik er ben. Soms ga ik ergens heen voordat ik een plan heb, en komt het gehele werk voort uit die ruimte. 

Deze relatie tussen maker/mens en ruimte wil ik onderzoeken. Ben je als maker afhankelijk van je omgeving? Zijn die ideeën die je hebt verbonden aan de ruimte waarin je je bevindt? En zo ja, zijn er dan ook ideeën die je pas kunt krijgen als je op de juiste plek bent? Zijn er plaatsten waar je bepaalde gedachtes nooit zou kunnen ontwikkelen? Omdat ze simpelweg te groot, te leeg, te vol, te klein zijn? En als je als maker zo verbonden bent aan je omgeving, kun je dan ook met deze samenwerken? Kan deze ruimte (deel van) jouw werk zijn? En zo ja, wanneer houdt de ruimte dan op met simpelweg omgeving zijn, en wordt het een werk? Stel je nu voor dat de kamer om je heen zich ontvouwt. De vier muren om je heen klappen naar buiten, en strekken zich overal om je heen eindeloos ver uit. Ze vormen een ruimte waarvan je geen idee hebt hoe groot hij is, waarvan de grenzen ver buiten je zicht liggen. Je kunt alle kanten op, maar hebt van geen van de richtingen een idee van waar je uitkomt. Je ervaart een gevoel dat alleen in soortgelijke ruimtes kan ontstaan, wat zich pas ontvouwt in grote open vlakte’s, enorme bossen, of op zee, alsof er daar pas genoeg plaats voor is. Ook daarover gaat deze scriptie. Over daar, waar je omringd bent door het onbekende. Daar, waar als het ware nog ‘gevraagd’ wordt om een invulling, om een reactie. Over hoe we dit landschap naar onze handen vormen, aanpassen aan onze voetstappen, vullen met ons lichaam. Hoe kun je je, als maker, verhouden tot iets wat zo veel groter is dan jijzelf? Tot iets waar je totaal geen grip op hebt? Hoe vertaalt zich de relatie tussen de mens en de overweldigende ruimte?

DITISWAARHETBEGINT.pdf