[God is dood]

Maar wilden we dat wel? Nietzsche kondigde meer dan een eeuw geleden al een samenleving aan waarin de mensen het ultieme doel van het bestaan niet meer zouden willen geloven. En op dit moment zijn de meeste van ons zich van dit gedachtegoed bewust: religie heeft haar monopoieypositie op de waarheid verloren. Sterker nog: sinds het postmodernisme bestaat de waarheid zelf niet meer. Maar willen we nog wel richtingloos ronddolen, met puur en alleen ons eigen zelf als uitgangspunt voor de wereld? Want dat zelf blijkt inmiddels tamelijk weinig om het lijf te hebben: zonder hoger doel of bewustzijn heeft de mens immers geen oriëntatie. We dragen nu de verantwoordelijkheid voor ons eigen bestaan, maar schreeuwen ondertussen nog om zingeving, om de vrijblijvendheid van een puur zintuiglijk leven tegen te kunnen gaan. De mens blijft ook nu (of misschien juist nu) op zoek naar prikkels en ervaringen die hem boven zichzelf doen uitstijgen en even van deze eenzame verantwoordelijkheid verlossen. Ook al is dat slechts een tijdelijke illusie en blijft de eigenlijke vraag naar de reden van het bestaan niet te beantwoorden. Er kan immers niets definitiefs over worden gezegd, omdat het onmogelijk is om dat op een rationele, wetenschappelijk geaccepteerde manier te doen. We hebben dus eigenlijk iets nodig dat onze taal te boven gaat, en dat maakt de kunst – nu religie is uitgeschakeld –tot een goede kandidaat. De vraag is hoe ze uiting geeft aan een metafysisch verlangen en vooral ook of ze wel in staat is om als een soort substituut voor religie te fungeren.

ColinavanBemmel_Scriptie.pdf