Image

Van Nationalgalerie naar Führermuseum

03 May 2017 Patrick Verhoeven

‘Van Nationalgalerie naar Führermuseum: Entartete Kunst versus Nationalsozialistische Kunst’ is een kunsthistorische onderzoek van Patrick Verhoeven naar het culturele klimaat en de beeldende kunst ten tijde van de Weimarrepubliek en het Derde Rijk. Wat zijn de verschillen en waar zijn er overeenkomsten te vinden? Kunstenaar Otto Dix loopt als een rode draad door dit verhaal met zijn nietsontziende werken in neusachlichen Stil. Er wordt uitgebreid stil gestaan bij de entartete Kunst tentoonstelling in München én Berlijn, maar ook bij het nooit gerealiseerde Führermuseum te Linz.

Tentoonstelling entartete Kunst in München 1937, zaaloverzicht met de zogenaamde Dadaïsmewand
Tentoonstelling entartete Kunst in München 1937, zaaloverzicht met de zogenaamde Dadaïsmewand
Entartete Kunst betreft de nationaalsocialistische kritiek op moderne kunst, dat gebrandmerkt en betiteld wordt als on-Duits, Joods en destructief. Ongewenste kunst dat voor de nazipartij onder leiding van Adolf Hitler een afspiegeling vormt van de gehate Weimarrepubliek. Er wordt dan ook publiekelijk afgerekend met deze vervalkunst op de entartete Kunst tentoonstelling; de staatsbegrafenis van modernistische kunst in het Drittes Reich. Als hoofdleverancier fungeert hiervoor de unieke Neue Abteilung in de Berlijnse Nationalgalerie. De schandtentoonstelling is de eigenlijke tegenhanger en bijproduct van de Große Deutsche Kunstausstellung. Een jaarlijkse prachttentoonstelling die de gewenste kunst in gezonde stijl toont. Tijdens de Tweede Wereldoorlog plunderen de nazi’s bezet Europa en in zijn testament geeft Hitler opdracht om zijn nalatenschap te voltooien; een kunstmuseum te Linz. Het museum zou groter moeten worden dan het Louvre in Parijs en de collectie zou merendeels bestaan uit geconfisqueerde kunstwerken.
Otto Dix, Schützengraben, 1920-23
Otto Dix, Schützengraben, 1920-23

De jaren twintig; Weimarrepubliek
Tijdens het interbellum heerst er een wijdverbreid gevoel van culturele crisis onder grote delen van de Duitse bevolking. Deze periode staat ook bekend als de Goldene Zwanziger waarbij Berlijn een grote culturele bloei doormaakt. De metropool wordt hét hippe uitgaanscentrum van Europa en de onbetwiste hoofdstad van de avant-garde. De Neue Abteilung in het voormalige Kronprinzenpalais heeft als eerste museum ter wereld een officiële verzameling met louter moderne kunst uit de twintigste eeuw.

In Berlijn voert de kunststroming het Verisme, een onderstroming van de Neue Sachlichkeit, de boventoon en geeft de ziel van het maatschappelijke en politieke klimaat in de Weimartijd weer. Het koele realisme van kunstenaar en oorlogsveteraan Otto Dix loopt als een rode draad door dit onderzoek met zijn uitgesproken en nietsontziende werken in neusachlichen Stil. Als de nationaalsocialisten aan de macht zijn gekomen wordt het werk van Dix al snel bespot op diverse schandtentoonstellingen en verwijderd uit Duitse musea. Dix’s Chef-d'œuvre, het controversiële postwar schilderij Schützengraben, is sarcastisch opgemerkt een entartete Kunst klassieker.

Neue Abteilung Nationalgalerie in het Kronprinzenpalais in Berlijn 1929, zaaloverzicht met o.a. werken van Ernst Ludwig Kirchner
Neue Abteilung Nationalgalerie in het Kronprinzenpalais in Berlijn 1929, zaaloverzicht met o.a. werken van Ernst Ludwig Kirchner

De jaren dertig; Entartete Kunst en Kunst in het Drittes Reich
Voor autodidact Hitler hebben kunst en cultuur een hoge prioriteit en de Führer wil de sector compleet reorganiseren middels draconische maatregelen. Wat verwerpelijk is en niet past binnen de nazi-ideologie wordt gestigmatiseerd en publiekelijk aangepakt. Op de entartete Kunst tentoonstelling in München moeten vooral de expressionisten het ontgelden. Deze blockbuster tentoonstelling geldt vandaag de dag nog steeds als de best bezochte tentoonstelling ooit, althans volgens de nazipropaganda. De schandtentoonstelling wordt onder andere bezocht door de Nederlands kunstcriticus Jos de Gruyter en door hem gerecenseerd in het Het Vaderland: staat- en letterkundig nieuwsblad. Zeven maanden later is de tentoonstelling met vervalkunst in Berlijn te zien en ligt sterk de nadruk op de sociaal-kritische en politieke kunst uit de jaren twintig, vertegenwoordigd door de kunststromingen Berlin Dada en Neue Sachlichkeit. De nationaalsocialisten willen zich voordoen als gecultiveerde mensen die de kunst naar het volk brengt en waarbij Hitler zich profileert als de mecenas van de kunsten. Maar in de nazitijd is er geen nieuwe Duitse kunst ontstaan die je als fascistisch kan aanduiden. De in deze context gebruikte benaming nordischer Kunst is een stijl die feitelijk niet bestaat. Op de Große Deutsche Kunstausstellung dat de kunst uit het Drittes Reich representeert wordt de officiële staatskunst getoond alsof er nooit een avant-garde heeft bestaan. Door het ontbreken van een duidelijke cultuurpolitiek in het Drittes Reich is er veel onduidelijkheid met tegenstrijdige visies binnen de nazipartijtop, dit zorgt voor de nodige contradicties en inconsistenties. Er gaan bijvoorbeeld stemmen op om een gematigd Duits expressionisme tot de officiële staatskunst te verheffen, ook de neusachlichen Stil wordt aanvankelijk als geschikt geacht. Zodoende zijn er stilistische kenmerken van Nieuw Zakelijke elementen in de nazischilderkunst terug te vinden en een aantal kunstenaars als Georg Schrimpf, Franz Radziwill en Adolf Wissel maken carrière onder de nieuwe machthebbers. Het monumentale Krieg (Triptychon mit Predella) van Otto Dix uit de Weimarperiode, geïnspireerd op diens nietsontziende Schützengraben, heeft opvallend een aantal overeenkomsten met Wilhelm Sauters Heldenschrein uit de naziperiode.

Entartete Kunst Ausstellungsführer, 1937
Entartete Kunst Ausstellungsführer, 1937

De jaren veertig; Kunstroof
De nazi-opmars en de Blitzkrieg in Europa zorgen ervoor dat allerlei wereldberoemde Europese musea voorzorgsmaatregelen nemen om hun kunstcollecties te beschermen en te behouden voor het nageslacht. Tijdens de bezetting van Europa hebben de nationaalsocialisten meer dan vijf miljoen culturele objecten geconfisqueerd en naar het Duitse moederland gebracht. Kunstwerken die zowel voor de privéverzamelingen van de nazi-elite zijn bestemd als voor hét pronkmuseum in wording; het Führermuseum te Linz. Het culturele paradepaardje van Hitler dat geïnspireerd is op de beroemde Galleria degli Uffizi in Florence. Zijn directe concurrent hierin is Reichsmarschall Hermann Göring wiens privécollectie qua hoeveelheid met gemak die van de Führer overtreft. De meedogenloze hebzucht en verzamelwoede van Göring zal moeten leiden tot de grootste privéverzameling ter wereld. Door de alles verwoestende werking van de Tweede Wereldoorlog is er mondiaal veel cultureel erfgoed onherstelbaar kapot geschoten en gebombardeerd en zijn vele kunstschatten voor altijd verloren gegaan. Ook nazi-Duitsland zelf brengt gedurende de oorlog, door de onafgebroken geallieerde bombardementen op de Duitse steden, kunstschatten en erfgoed in veiligheid. In betonnen bunkers, bankkluizen, grotten en kastelen tracht het naziregime haar schatten te beschermen tegen het zelf aangewakkerde inferno.

Adolf Wissel, Kalenberger Bauernfamilie, 1939
Adolf Wissel, Kalenberger Bauernfamilie, 1939

De jaren na de oorlog
Na de Tweede Wereldoorlog zijn vele bijzondere kunstwerken verloren gewaand. De wildste verhalen met allerlei twijfelachtige complottheorieën doen de ronde over roofkunst en kunst dat al dan niet is vernietigd. Een schimmig gebied waarbij veel onduidelijkheid en onzekerheid heerst. Af en toe wordt er een spectaculaire vondst gedaan. Een voorbeeld hiervan is de collectie van Hildebrand Gurlitt. In een Münchense appartement wordt in 2011 een regelrechte kunstschat gevonden met verloren gewaande kunst. Ook duikt er zo af en toe via de illegale kunsthandel zogenaamde ‘bruine kunst’ op. Beladen nationaalsocialistische kunst en gemaakt in opdracht van Hitler en zijn paladijnen. Naast de ‘bekende’ gedegenereerde kunstenaars, die heden ten dage behoren tot de canon van de moderne kunst, zijn veel van door de nazi’s gestigmatiseerde kunstenaars in de vergetelheid geraakt. De zogenaamde vergessenen Künstlern. Deze niet gerehabiliteerde kunstenaars hebben tegenwoordig een gepaste plaats gekregen in het Kunstmuseum Solingen; Zentrum für verfolgte Künste. Zo af en toe wordt er een kunstenaar herontdekt en groots uit de vergetelheid ontrokken zoals de Neue Sachlichkeit kunstenaar Felix Nussbaum uit Osnabrück. Nussbaum zou, vlak voordat hij en zijn vrouw naar Auschwitz werden gedeporteerd, tegen een kunstverzamelaar aan wie hij zijn doeken toevertrouwde hebben gezegd: ‘Wenn ich untergehe, lasst meine Bilder nicht sterben.’ Zijn woorden zouden bewaarheid worden.

Felix Nussbaum, “Self Portrait with Jewish Identity Card”, 1943
Felix Nussbaum, “Self Portrait with Jewish Identity Card”, 1943

Lees hieronder het gehele onderzoek van Patrick Verhoeven

Download onderzoek