Mister Motley heeft een boek gemaakt. Koop hier 'Dit is een vertaling'.

Image

Elke stad zijn eigen gezicht

01 Oct 2014 Heske ten Cate

Aan het einde van de middag schijnt de nazomerzon met zijn laatste zucht vette, donkergele zonnestralen het zwembad de Lieberg in Hilversum binnen. Het geeft een gouden gloed over het opspattende water in het zwembad waar kinderen met natte haren luidruchtig spetteren. Een paar oude dames trekken een baantje, naast de kant staat een Marokkaanse moeder in een lange jurk met hoofddoek haar kind aan te moedigen die zijn kleine hoofdje maar moeizaam boven water kan houden. Het lijkt een doorsnee zwembad, met een glijbaan, een bubbelbad, kleedhokjes en softijs, maar tegen het silhouet van deze doorsnee recreatie-plek tekent zich een enorm kunstwerk af van Berend Strik.

Het is een 29 meter lang raamwerk over de hele breedte van het zwembad. Strik ontleende zijn beeldtaal en ontwerp aan de geschiedenis van de plek: 

In 1885, als de industriële revolutie in volle gang is besluit de gemeenteraad in Hilversum een grote gasfabriek te openen, om de gaslantaarns en de fabrieken te kunnen voorzien. Er werd een enorm industrieterrein de grond uit gestampt, waaronder twee schitterende gashouders, ronde torens zoals de gashouder in Amsterdam West. Het fabrieksterrein kenmerkt zich door de schitterende bouwstijl uit die tijd: van glas en staal. De bouw van de gehele gasfabriek kostte destijds 150.000 gulden. De fabriek lag midden op de hei en om hem beter bereikbaar te maken werd er in 1885 direct een klinkerweg aangelegd. Inmiddels is de plek een volgebouwde buitenwijk van Hilversum aan de bosrand. Door de komst van de gasfabriek neemt de bevolking toe, er komen meer banen, en wordt meer gas gemaakt, Hilversum wordt rijk. In de jaren tot de Tweede Wereldoorlog werd het gas voornamelijk gebruikt voor straatverlichting en voor grote bedrijven. Particulieren stookten hun huizen warm op kolen. Niet voor niets waren er in Hilversum diverse badhuizen, want direct leverbaar warm water (door bijvoorbeeld een keukengeiser) en een douche was er in de meeste huizen niet. De gasfabriek was een fascinerend bedrijf, altijd in beweging. In de verre omgeving herkenbaar door de gashouders, fabrieksschoorstenen en kolommen stoom uit de blustoren. Enorme hoeveelheden kolen werden met wagonladingen tegelijk aangevoerd, aan het begin van de jaren ’60 zo’n 100 tot 150 wagons per week. De ovenvuren moesten voldoende ventilatie hebben en de mannen stonden dus de hele dag bezweet voor een hete oven in de tocht. Berucht was ook het werken in de ‘regeneratieloods’. Net als het werken met koolteer, vanwege de kankerverwekkende eigenschappen, maar daar wisten ze in 1885 nog niets vanaf. Veel arbeiders stierven op jonge leeftijd aan hun luchtwegen. De winter van 1944 op 1945, de hongerwinter, was niet alleen een donkere, maar ook een koude. Op het bedrijf zaten jeugdige medewerkers ondergedoken voor de Duitsers. Voor de burgers was er geen brandstof meer. Niet alleen de bomen verdwenen langzamerhand uit het straatbeeld om opgestookt te worden in de kachel, ook het terrein van de gasfabriek moest het ontgelden. Het welvarende industrieterrein veranderde in een spookhuis. Na de oorlog kent de fabriek nog een immense bloei, omdat ‘het volk’ in de wederopbouw welvarender wordt en een groot deel van de bevolking zichzelf een douche en warm water in huis kan permitteren. In 1962 sluit de fabriek, omdat de gasfabrieken in Groningen zo groot zijn dat Hilversum er niet meer mee kan concurreren. De wijk, inmiddels om de fabriek gebouwd met arbeiderswoningen, is blij. Hun voortuinen zijn tot dusver bedekt in een dunne deken van zwart roet. Vanaf 1971 wordt het gasterrein langzaam aan afgebroken. Nieuwe projectontwikkelaars mogen er plannen indienen voor kantoren en huizen. 

‘Elke stad heeft onmiskenbaar een eigen gezicht, niet in de laatste plaats in de beleving van haar bewoners...’ (Lynch, 1960). Dit citaat prijkt boven de conceptplannen van Berend Strik voor zijn kunstwerk bij het zwembad. ‘Kunstenaars hebben oog voor culturele en cultuurhistorische waarden, essentieel voor de beleving van een gebied. De kunstenaar kan deze waarden accentueren en zichtbaar maken’ zo zegt hij. Als inspiratie voor het gebrandschilderde glas kiest Berend Strik de vooroorlogse periode, waarin de fabriek op volle toeren draait, en er nog maar weinig geautomatiseerd is. Voor de beeldtaal van het raam duikt Strik het archief in opzoek naar oude afbeeldingen van de arbeiders, de machines, de stookovens, de architectuur. De beeldbank die uit de zoektocht voortkomt functioneert als een abstract beeldverhaal dat wordt verteld door het zonlicht en het glas. Een verlichte geschiedenis. Al zwemmend doemt de industriële revolutie op, de arbeiders, tandwielen en stoom. Als het tapijt Bayeux, een laat middeleeuws wandkleed dat aan alle ongeletterden de slag van Hastings vertelt in een 70 meter lang borduurwerk, zo confronteert Strik de baantjestrekker met het fabrieksleven dat 130 jaar geleden op die plek ontstond. Hoe belangrijk is het om de geschiedenis van een plek te kennen? Is het fijn om te zwemmen tussen immense beeltenissen van arbeiders en tandwielen? Ik denk het wel. Op een prettige manier besef je dat er voorvaderen aan de plek hebben gebouwd, dat er gevierd en geleden is. Al deze elementen van de geschiedenis worden gecombineerd in het kunstwerk. Net zoals dat er over tientallen jaren misschien een leeg zwembad staat, waar we worden herinnerd aan alle kinderen die daar hun diploma haalden. Berend zegt peinzend: ‘Het is gek, naar mate ik ouder wordt denk ik steeds minder aan vroeger, alsof je leert steeds meer in het ‘nu’ te leven. Misschien is er aan iedere leeftijdsfase een periode verbonden, waarin je in de toekomst kijkt, het verleden en het heden.’ Geschiedenis leert je zoveel over het heden en de toekomst, het schept een kader om binnen te denken en te functioneren. Te beseffen wat er gebeurde, wat er al is bewerkstelligt, welke tendensen zich steeds weer opvolgen in de geschiedenis, dat te betrekken op het nu, ervan te leren misschien zelfs. Het biedt een breder perspectief op het persoonlijk verleden, het nu en de toekomst. 

Zwembad De Lieberg
Jan v.d. Heydenstraat 170
1221 EM Hilversum
http://www.optisport.nl/lieberg/

Meer informatie over de geschiedenis van het industrieterrein in Hilversum?
Expert industrieterrein Hilversum Egbert Pelgrim

Ook adverteren op mistermotley.nl? Stuur dan een mail naar maurits@mistermotley.nl