Swimming Studies is een boek over zwemmen. Vlinderslag, golvend water, zwempakken en baantjes trekken: Leanne Shapton kan het niet loslaten. Haar jeugd beschrijft ze als intense jaren waarin alles draaide om het zwemmen; slapen en eten deed ze zoveel mogelijk tussendoor. Vijf uur per dag trainen, zes dagen in de week. ‘I wasn’t the best: I was relativy fast. I trained, ate, traveled and showered with the best in the country, but wasn’t the best; I was pretty good.’ Na de selectiewedstrijden voor Olympische Spelen besluit ze te stoppen met zwemmen. De kunstacademie en de piano zijn zaken waar ze zich op gaat richten.

Hoe het water langs je heen glijdt, de trends in zwempakken en de gedachteloze baantjes blijven echter een rol spelen in haar leven, ook als kunstenaar. Waarom ze besluit te stoppen weet ze zelf ook niet goed; haar trainer nog minder. In haar nieuwe leven lijkt de trainer haar soms in gedachten na te schreeuwen. Shapton maakt telkens een reeks van min of meer dezelfde beelden, alsof ze veertien baantjes moet zwemmen. Het grijsblauwe werk met uitlopers van de aquarel, geeft het idee dat Shapton met water op papier ook uit de voeten kan. De beelden zijn heel sec, zonder ingewikkelde details. Ze richten zich allen op wat Shapton zo bezig houdt: het water.

De beelden vullen de verhalen in haar boek Swimming studies aan: herinneringen in het zwembadwater vertelt ze feilloos alsof ze gisteren zijn gebeurd. Ze beschrijft hoe mediterend het zwemmen is. In een zwemtraining van honderd baantjes komen herinneringen naar boven: een verlengde vakantie in Berlijn in baan 43, tot haar idee over truien en de werkelijkheid in baan 45. Het zijn illustrerende voorbeelden over hoe je gedachten makkelijke springen en vreemde connecties kunnen leggen.

Zelf leerde ik de borstcrawl in een klein zwembad in een de bergen in Frankrijk. Nikki, een vakantie hartsvriendin, was net iets ouder dan ik en kon zwemmen als een vis. Haar pasfoto zat nog lang in mijn bloemetjes portemonnee. Overdag vermaakte we ons uren in het zwembad. Ze leerde me ook onder water zwemmen en de vlinderslag, maar ook hoe ik goed moest ademhalen. Liters zwembadwater kwamen alsnog via mijn neus en mond naar binnen. Nikki had een echt zwempak, zo’n één waar je direct beter van zwemt. Mijn bikinietje viel in het niets. De volgende zomer droeg ik natuurlijk ook een zwempak, al groeide mijn zwemtalent er niet van tot grootse hoogten. Een zwempak is niet voor iedereen.

Haar observaties over de andere zwemmers gaan niet over hun zwemprestaties. Misschien zou dit ook te confronterend zijn, want de anderen zijn waarschijnlijk wél de besten. Leanne Shapton focust meer op een aantrekkelijke overbeet, te vaak ingesmeerde handen en de geur van een U2 T-shirt. Shapton is duidelijk niet fan van iedere zwemfanaat: ze ontwijkt een magere zwemster die vindt dat haar billen glimlachen en irriteert zich aan hoe mensen zich douchen. In haar teksten beschrijft ze momenten in het zwembad en vertaalt ze deze eenvoudig naar universele dingen in het leven. Het boek is namelijk allerminst ode aan het zwemmen, meer een mijmering over het alledaagse.

Leanne Shapton is waarschijnlijk een vrouw die een zwempak erg goed zou staan. Ze is erg selectief met het uitkiezen van haar tenue. Ze lijkt een oog te hebben voor de trends in zwempakkenland. Heel strikt en nauwkeurig, zo dat het bijna droog en grappig wordt, beschrijft ze waar ze haar zwempak heeft gekocht en wanneer ze hem droeg. ‘Worn for lap swimming in the Piscine de Pontoise, where I forget to bring a towel, so après swim, I cycle-dry on my Vélib’ city bike to the hotel.’ We bestaan uit water, we kunnen niet zonder. In een grote hoeveelheid water verdrink je snel, hoewel dit bij Shapton niet lijkt te gebeuren. Ze is in haar leven altijd net op tijd boven het oppervlakte.