De verkoper in de boekhandel kijkt me aan alsof het heel normaal is dat dit tijdschrift razend populair is. Al bladerend kijk ik opnieuw naar de pik die een steen draagt, een stapel nietsvermoedende sperziebonen en een stel dichtgeritste ballen. ‘Niet aan te slepen,’ zegt de verkoper nadrukkelijk. Licht verdwaald, even ik weet niet meer wat normaal is. ‘Ik neem het.'

Het populaire tijdschrift van Maurizio Cattelan en Pierpaolo Ferrari noemt zich Toiletpaper. Sinds 2009 bezigen deze heren zich om het tijdschrift twee keer per jaar uit te geven, niet zomaar, elke editie wordt gevierd met een flink feest. Ik heb editie nummer 8 gekocht, dit is alweer een oudje, komende maand belooft er weer een nieuwe aan te komen. Cattelan en Ferrari zijn gepassioneerd, of misschien beter: geobsedeerd, door beelden. ‘Elke dag, elke maand zijn we bezig met afbeeldingen’, zo vertelt Cattelan in een interview met Atheneum Nieuwscentrum. In een onregelmatig creatief proces laten Cattelan en Ferrari afbeeldingen in hun verbeelding ontploffen, uitbarsten tot een echte Toiletpaper foto.

Wat maakt dat een foto in het magazine van Toiletpaper belandt? Sommige foto’s lijken een recept van ironie op een bedje van ironie, anderen lijken minder te zeggen en meer te shockeren. Zijn de foto’s surrealistisch op het magische af of gewoon raar? De titel zit al vol van zelfspot, het papier is veel te glad om als goed toiletpapier door te kunnen gaan.
Stuk voor stuk zijn de foto’s helder van kleur, liefst met flinke contrasten en ongewone kleurcombinaties. De foto’s zijn zo groot als het magazine zelf, geen reclame of tekst in de zijlijn, hoewel de foto’s zelf een commercieel karakter hebben om zichzelf te kunnen verkopen. De foto’s zijn sexy en gelikt, perfect voor de-lekker-gekke omslagfoto op Facebook en op andere hippe online verzamelpunten.

De foto’s in Toiletpaper doen me denken aan een artikel dat op 30 november 2013 in de Volkskrant stond, dat me vertelde dat ik zelf ironisch ben. Ik behoor tot de generatie die nostalgische kinderfoto’s, inclusief bloempotkaspels en gestreepte tuinbroeken, verkiezen tot hun nieuwe likeable profielfoto en met een volkomen ironische blik het nieuws via de Speld volgen. Twintigers (en ook wel daarboven) zijn bang om nog iets oprechts te zeggen of te doen. Ingepakt met een mantel van ironie kun je je altijd nog veilig terugtrekken, je bedoelde het niet zo, het was maar een grapje. Toiletpaper past bij goed bij het beeld dat Volkskrant redacteur Loes Reijmer in het artikel schetst: waarom moet het toch altijd zo overdreven?

Natuurlijk zijn we wel wat gewend van Maurizo Cattelan die bijna elke tentoonstelling zijn publiek te grazen neemt. Opgezette dieren hangen aan het plafond, Hitler zit op zijn knieen; shock na shock volgt in zijn tentoonstellingen. Niet alleen bij het publiek in het museum, ook ver buiten het kunstwereldje. Of hij verhuurt zijn tentoonstellingsruimte gewoon aan een reclamebureau: zoals hij deed bij de Biënnale van Venetië. Zelden verschijnt hij zelf bij interviews of lezingen, vrienden staan voor hem in. Hij lijkt alles belachelijk te willen maken, ook de kunstwereld. Platte grappenmaker, satirische conceptdenker of een grensverleggende kunstenaar: ieder denkt anders over Cattelan.             

Bij enkele foto’s uit Toiletpaper schreef ik korte verhaaltjes om aan mezelf de foto’s beter te kunnen uitleggen.

Ik kan het zelden loslaten, kan het niet van me af laten glijden. Ik probeer het zoveel mogelijk te vermijden, maar soms kan het echt niet anders. Ik vind het heerlijk om me benauwd te voelen. Het gevoel dat ik niet weg kan, de warmte die langzaam komt opzetten en zich over mijn lichaam verspreidt. Mijn adem tegen de oppervlakte van het tapijt. Langzaam voel ik het zweet overal opkomen, in schril contrast met mijn koude voeten. Mijn adem wordt korter en ik voel dat mijn lichaam wil bewegen. Ik wil even paniek, ik wil even onrust en spanning. De doorgevoerde rust, reinheid en regelmaat in mijn dagelijks leven vraagt ontzettend om deze momenten onder het tapijt. Ik zie het als een noodgedwongen oplossing.

 

Dat hij niet wil trouwen heeft wel voor genoeg ellende gezorgd, hij is gewoon niet zo’n romantische type. Hij in een pak of met familie en ringen, dat zou alleen maar eng worden. In plaats van één groot trouwritueel plaatsen we nu elke ochtend onze vingers tegen elkaar en vormen daarmee een acht. Elke ochtend spreken we dat teken van oneindigheid uit naar elkaar, vlak nadat we wakker worden. Oneindig bij elkaar tot de dood ons scheidt.

 

Voor de musical van mijn dochter is elke ouder druk in de weer met allerlei kledij, decorstukken en andere rekwisieten. Ja natuurlijk, was ik trots toen mijn dochter vertelde dat ze een van de grootste rollen had in haar eindmusical, maar ook zag ik direct de bui hangen. De naaimachine, papier-maché lijm en Opa’s oude gereedschapskist kijken mij alweer met schuine ogen aan. Al die creatieve ouders en dan mij: mijn kind zal wel aangekeken worden, als ze er weer als een uilskuiken erbij loopt. Ik wil ook niet onder doen voor die andere ouders.  Maar nu: de hoofdrol en een vliegend tapijt gaan hand in hand. Het klinkt onmogelijk, maar ik denk dat het zowaar is gelukt.

 

Mocht u de razend populaire tijdschriften willen kopen, dan kan dat bij Athenaeum Boekhandel in Amsterdam of via de Toiletpaper website. Bevalt het niet? Gebruik het niet als toiletpapier, bewaar hem een tijdje en sla er uw slaatje uit via Ebay: waar de tijdschriften voor hoge prijzen te koop worden aangeboden (en verkocht).