Fleurs du Mal

Het kwaad. Het is een onuitroeibaar thema. Een van de grootste vraagstukken in de theologie is het dilemma van het kwaad. Maar ook zonder dat je gelooft in een God, een almachtige essentie van ‘het goede’, blijft het een ingewikkelde vraag: waarom is er zoveel slechtheid in de wereld? Waarom overkomt goede mensen afschuwelijke dingen? Wie of wat is er schuldig aan oorlogen, dodelijke epidemieën of natuurrampen? Waarom zijn er moordenaars, dictators of psychopaten in de wereld? De Franse dichter Charles Baudelaire vond dat kunst de enige manier was om weerstand te bieden aan het leed van de mens. Het kwaadaardige moest worden omgezet in schoonheid en hij deed dat in zijn dichtbundel Les Fleurs du Mal, de bloemen van het kwaad.

Die fascinatie voor het kwaad leeft nog steeds onder hedendaagse kunstenaars, de perceptie ervan is echter veranderd. In deze rubriek wordt door Sophie Smeets onderzocht hoe het kwaad wordt gerepresenteerd in kunst. Waar komt het archetypische beeld van het kwaad vandaan? Wat is de rol van kunst in een tijd dat de meest gruwelijke beelden ons dagelijks via onze schermen bereiken? Kan kunst in een seculiere samenleving de rol van religie vervangen in de strijd tegen het kwaad? En hoe ver kan je daarin gaan? Een poging om vat te krijgen op het onbevattelijke.

Voor vragen, opmerkingen en mogelijke bijdragen kunt u een mail sturen naar sophie@mistermotley.nl

Het kwaad in de kunst

Toen ik dertien was kwam ik erachter dat God niet bestaat. Al een paar jaar eerder had ik gemerkt dat hij nogal afwezig was in mijn bestaan omdat ik het idee had dat hij mijn gebeden niet verhoorde. Ik besloot Hem te testen. Voordat ik ging slapen, vroeg ik dan aan God om, als hij me hoorde, de volgende ochtend een boomblaadje onder de vuilnisbak te plaatsen, zodat ik wist dat hij bestond. Zonder resultaat. Ik deed menig poging, maar God hield zich stil. In mijn tienerjaren, waarin ik veel nadacht over zware onderwerpen en behoefte had aan een klankbord, kon ik die stilte niet meer accepteren. Ik trok een conclusie: God, zoals ik hem tot dan toe gekend had, bestaat niet.

Onmenselijke afstand

In mei 2007, middenin de Irakoorlog, startte de Irakees-Amerikaanse kunstenaar Wifaa Bilal het project Domestic Tension, een performance waarbij hij zichzelf 30 dagen opsloot in een kamer in een galerie in Chicago. De ruimte ter grote van een gevangeniscel was voorzien van niets anders dan een bed, een tafel met een computer, een webcam en een robot met een paintball geweer dat door iedereen met een Internet connectie bediend kon worden. Binnen een paar uur na de start van het project waren de 1000 paintball kogels die hij in eerste instantie mee had genomen al verschoten en de boeken waarmee hij de tijd dacht te doden bleken overbodig. Bilal leefde 30 dagen onder constante dreiging van het paintball geweer, dat niet alleen serieuze blauwe plekken op kan leveren maar ook gepaard gaat met het geluid van een semiautomatisch wapen wanneer het de stinkende verfkogels afvuurt. Aan het eind van de maand was hij 65.000 keer beschoten door mensen uit 168 verschillende landen, die hem via de webcam thuis achter de computer konden bekijken.