• Kunstwerken zijn slangenhuiden – een interview met Gijs Frieling

    In de beroemde roman Franz Sternbalds Wanderungen zegt de Duitse dichter Ludwig Tieck “Ik beschouw kunst als een onderpand van onze sterfelijkheid.” Hoe sta jij tegenover je eigen eindigheid in relatie tot ‘creatiedrang’?
    Gijs Frieling: ‘Ik wil niet teveel bezig zijn met het voortbestaan van mijn eigen werk. Mijn muurschilderingen zijn toegewezen aan een locatie. De beheerder, bewoner of gemeenschap mag beslissen of, en hoe het bewaard wordt. 
    Ik ben meer geïnteresseerd in de activiteit van het creëren dan in het overblijvende resultaat, en geloof dat de activiteit en het proces meer met je wezenlijke individualiteit te maken hebben dan ‘dat wat helemaal gevormd is’. Ik zie het uiteindelijk object als een slangenhuid die je afwerpt. Je teveel aan je eigen kunstwerken hechten vind ik een vreemde gewaarwording: ongezond voor een kunstenaar.

  • De mens die geen mens meer wil zijn

    Op een dag, terwijl hij naar de hond van zijn nichtje kijkt, schiet de jonge Brit Thomas plotseling een gedachten te binnen: hoe zou het zijn om als dier door het leven te gaan? Slapen, eten, spelen; een hond maakt zich geen zorgen om de toekomst. Een hond heeft geen behoefte om zichzelf te ‘ontplooien’ en te ‘uiten’, om een kunstwerk van zijn leven te maken. Een verlangen is geboren, wat volgt is een serieus onderzoek. Welk dier zou hij het liefst willen worden? En hoe moet hij daar in godsnaam in transformeren?