In gesprek met Jan Hoek

Lieneke Hulshof: ‘’Mister Motley vroeg je voor de TENDENS ‘hokjesdenken’ een bijdrage te leveren. Je opperde de video The Order of Models te tonen, maar later kwam je daar op terug. Een gesprek leek je geschikter. Waarom?’’ 
Jan Hoek: ‘’In die video heb ik alle mensen die ik heb gefotografeerd in mijn carrière opnieuw geordend. De categorieën bestaan uit verschillende interacties die kunnen gebeuren tussen een model en fotograaf tijdens het proces van fotograferen. Bijvoorbeeld dat er foto’s tussen zitten waar ik me later als fotograaf schuldig over voelde, ik een model stom vond maar de foto heel goed of andersom, ik graag vrienden wilde worden met het model of de ander met mij, het model de verwachting had om meer geld te verdienen, et cetera.’’ 
‘’De video wil ik bij nader inzien niet online hebben om privacy redenen en in het belang van mijn modellen.  Zo schuif ik modellen naar voren omdat ik bijvoorbeeld seks met hen wil, maar zij weten dat helemaal niet.”

Jan Hoek, Order of models, still
Jan Hoek, Order of models, still

LH: ‘’Toch heb je deze video in Arles laten zien, en was er een expositie over die ordening in het fotografiemuseum Rotterdam.’’
JH:
’’Ja, in een kleine, fysieke ruimte vind ik dat prima, maar om de video op het internet terug te vinden met het idee dat het gedeeld kan worden, is echt een verschil. De context van een fysieke ruimte waar iets ook weer weggehaald kan worden is een andere dan die van het internet. Online kunnen dingen toch een ander leven gaan leiden.’’
 
LH: ‘’Waarom begon je mensen in te delen?’’
JH:
’’Het maakt voor mij duidelijk, en daar ging mijn project Me & My Models (2012) ook over, dat er tussen model en fotograaf altijd zoveel meer gebeurt dan je enkel op de foto ziet. Elke categorie uit de video geeft een hele wereld weer achter de foto, ik laat daarmee zien dat objectieve fotografie niet bestaat.
 
LH: ‘’Het indelen in categorieën heeft ook een negatieve connotatie, of zie jij dit niet zo?’’ 
JH: ‘’
Als je elke keer als een soort taartdeeg in dezelfde bakvorm worden geduwd, wat stereotypering is, dan beperkt dit je bewegingsvrijheid. Maar ik geloof niet dat we naar een wereld zonder hokjes zouden moeten willen, dat is een illusie, sterker nog, volgens mij is het ‘in hokjes plaatsen van mensen’ eigen aan de menselijke geest. Hoe klein de hokjes ook zijn, we willen ordenen.’’
''Mijn hokjes in The Order of Models zijn niet gebaseerd op uiterlijke kenmerken, maar op innerlijke drijfveren. In elk hokje zitten volledig verschillende mensen en ik vind het een leuk idee dat ik in dat werk de meest uitlopende types van over de gehele wereld toch weer samenbreng in gemeenschappelijke categorieën.''
 
LH: ‘’Komt het in meer van jouw werken voor dat in bepaalde hokjes verschillende, misschien onverwachte, combinaties mensen kunnen zitten?’’
JH:’’
Mijn project New Ways Of Photographing The New Masai gaat daarover. Ik fotografeerde in deze serie allerlei moderne, stedelijke, Masai uit Kenia met het doel het clichébeeld van de springende mensen in rode gewaden te weerleggen. In die serie ontken ik niet dat de Masai een categorie van mensen zijn; het is een hele specifieke tribe. Ik wil ook helemaal niet zeggen dat de Masai nooit meer een rode Shenka aan mogen hebben, of nooit springen, maar die serie toont wel de enorme verscheidenheid van de hedendaagse Masai. Je hebt een stereotype dat voor een deel waar is, maar er bestaat nog zoveel omheen. Ik denk dat elk mens bestaat uit een stukje stereotype en een stukje individuele geest.’
 


Jan Hoek, New Ways Of Photographing The New Masai
Jan Hoek, New Ways Of Photographing The New Masai
 

LH: ‘’Ergens begeef jij je op glad ijs. Je houdt je als westerse fotograaf bezig met het categoriseren van individuen en het bestrijden van clichés rondom verschillende groepen mensen die vaak uit Afrika komen. In 2015 schreef Stanley Wolukau Wanambwa dan ook in het fotografiemagazine Aperture een kritisch stuk over het feit dat jij als witte fotograaf op een postkoloniale manier te werk gaat in het Afrikaanse continent.’’
JH: ’’In essentie stond Wanambwa in zijn stuk wel achter hetgeen ik wilde doen met het project New Ways Of Photographing The New Masai, namelijk het doorbreken van het cliché van de Masai, maar waar hij mij, terecht, op wees, was dat mijn werk uiteindelijk per definitie geen verandering teweeg kon brengen. Hij schreef: ‘’Het zijn altijd de witte westerse fotografen geweest die de Masai in beeld hebben gebracht, die dat clichébeeld hebben ontwikkeld. En nu ga jij dat cliché weerleggen. De macht over de representatie van de Masai is dan nog steeds in handen van de witte westerse fotograaf.’’ Hij wilde duidelijk maken dat het doel misschien oké was, maar de machtsstructuren in mijn project onaangetast bleven.
 We zijn er tegenwoordig van overtuigd dat mensen hun eigen groep moeten kunnen representeren. Dus dat fotoreportages over homo’s bijvoorbeeld niet door enkel hetero’s gemaakt kunnen worden en het mag ook niet zo zijn dat alleen witte mensen bepalen wat racisme is. Zo ook moeten Afrikaanse fotografen meer macht hebben over hoe het Afrikaanse continent in foto's wordt neergezet.  Tijdens het maken van deze serie wist ik nog helemaal niet dat dat iets was waar je over na kon denken.’’
 
LH: ‘’Wat doe je vervolgens met zo’n realisatie?’’
JH: ’’Mijn eerste reactie was vrij defensief, ik schrok omdat er in een heel belangrijk fotografie tijdschrift, dat nog nooit over je had geschreven, zoiets kritisch staat. Maar zeker als het over dit soort onderwerpen gaat, moet je je daarna ook weer over je defensieve houding heen kunnen zetten en je afvragen: wat is er waar aan? Hoe kan ik het nu in mijn leven of werk aanpassen dat de balans meer kloppend wordt?
Als reactie heb ik een artikel teruggeschreven en in 2017 het boek My Maasai, The Maasai Photographed By Eastern African Photographers geïnitieerd. Het doel om de stereotypering van de Masai tegen te gaan vond ik nog steeds belangrijk, maar dit moest ik niet meer alleen doen. In het nieuwe boek probeerde ik het Oost-Afrikaanse perspectief een grote rol te laten spelen door samen te werken met Keniaanse fotografen. Ook hebben we een grote buitenexpo in Nairobi georganiseerd met het werk van die fotografen. Dat was namelijk de andere kritiek die ik kreeg op de serie: ‘je maakt dit boek over de Masai en vervolgens geef je het alleen in het westen uit.’ Dat was ook waar, daar had ik gewoon nog nooit over nagedacht. Het blijft overigens natuurlijk problematisch dat ik het geïnitieerd heb en dus in zekere zin nog steeds een bepaalde macht heb. Het is helaas nog steeds zo dat vanuit het Westen zoiets makkelijk te initiëren is. Er is gewoon nog geen ideale oplossing voor deze vraagstelling.’’ 

LH: ‘’Dat lijkt me confronterend, dat je het leest en denkt, deze kritiek staat als een huis.’’
JH: ‘’Ja, dat is het ook. Je zit als westerse kunstenaar in een systeem waar je je niet zo bewust van bent. Een systeem waarin je denkt dat je gewoon de wereld in kan gaan, interessante onderwerpen kan vastleggen en daar dan een boek van kan maken. Je doet dat op een hele ‘onschuldige’ manier, maar door een dergelijk artikel wordt je wel bewust van het feit dat voornamelijk ík, een witte fotograaf uit het westen, de kans heb om zo’n boek te maken en om op zo'n onschuldige manier de wereld in te trekken. 

LH: ‘’Werkt die bewustwording ook een andere kant op? Dat je bepaalde dingen niet meer ‘durft’ te maken omdat de onderwerpen waar jij je mee bezighoudt anno 2018 op een behoorlijke weegschaal liggen’’
JH: ’’Met modeontwerper Duran Lanting werkte ik samen aan het project Sistaaz of the Castle met transsekswerkers in Kaapstad.  Wij gingen samen met die meisjes nieuwe kleren voor hen maken en Duran en die meisjes werken heel erg op dezelfde manier. Alles wat ze vinden mixen en matchen ze. Duran had toen samen met transwerker Coco op een soort zwarte Gucci tas allemaal gebitjes geplakt. Zij hadden op hun eigen Facebook een foto van die tas geplaatst die een beetje vaag was en opeens konden mensen er een Black Face-tas in zien. We vonden het zelf geen black face-tas, maar we hebben wel de tas uit het project gehaald in deze vorm. Je kan dan wel heel erg blijven vechten dat dit iets anders is, maar dat leidt af van waar het project over gaat: de samenwerking tussen ons en de transsekswerkers in Kaapstad. 

‘’De discussie over de thematieken die ik aansnijd is gewoon veel scherper geworden. Zo maakte ik zeven jaar geleden de serie Sweet Crazies over Ethiopische mannen die ik portretteerde als koningen en keizers. Ik heb altijd een liefde voor outsiders gehad en deze mannen leken door hun positie als outsider een soort vrijheid te hebben die anderen niet hadden. Veel maakten hun eigen kleren en ze zagen er allemaal prachtig, bijna koninklijk uit. Ik kwam hen tegen op straat, leerde ze kennen, dronk koffie met ze en uiteindelijk, als ze dat wilden, gingen we naar een studio om een foto te maken waar ze voor betaald kregen. Voor mij ging die serie over het proberen te kijken naar de mensen waar je misschien anders overheen kijkt. 
Destijds kreeg ik veel lof voor die serie, en verder werd er maar weinig naar ‘gekraaid’. Een half jaar geleden werd de serie opeens massaal gedeeld in Amerika. ‘Another white dude exploiting the poorest of the poorest in the African Country’. Iedereen had aannames dat deze mensen zich niet bewust waren van de context, dat ik ze niet betaalde, dat ik er veel geld aan verdiende, et cetera. Je ziet dan dat mensen er al verontwaardigd in stappen en vergeten nog echt naar het werk te kijken en zich te verdiepen in de context. Je mag natuurlijk altijd kritiek hebben op mijn werk, maar online zie je dat dit zo vaak een heel eigen leven gaat leiden.’’

Jan Hoek, Sweet Crazies
Jan Hoek, Sweet Crazies
LH: ‘’Waarom blijf je naar Afrika gaan gezien de vele kritieken die je krijgt?’’
JH:
’’Ik blijf daar deels wel heen gaan omdat ik deze discussie ook spannend vind. Veel collega’s hebben de neiging: ‘’nou dan ga ik toch lekker niet meer, ik brand mij er wel helemaal niet meer aan.’’ Dat vind ik zwak, dat is een laffe oplossing die eigenlijk geen oplossing is. Uiteindelijk wil je dat steden als Nairobi, Kaapstad of Lagos toch ook een beetje worden als New York, een metropool waar mensen van de hele wereld heen komen omdat het er cool en inspirerend is. Ik zie ook dat het moeilijk is, ik elke keer kritiek krijg, dat ik fouten maak, maar ik probeer te blijven gaan omdat ik denk op die manier ergens te komen. Ik hoop bij te dragen aan een model waarin wordt uitgevonden hoe het wel moet. Tot die tijd blijf ik wel klappen incasseren.’’
 

A.s vrijdag 16 februari opent de tentoonstelling Boda Boda Madness van Jan Hoek en mode ontwerper Bobbin Case in de Melkweg Amsterdam. Klik hier voor meer informatie.
Het Boek My Maasai is via deze link te bestellen.
Klik hier voor de website van Jan Hoek

Jan Hoek en Bobbin Case, Boda Boda Madness, 2018
Jan Hoek en Bobbin Case, Boda Boda Madness, 2018