Het is elf uur in Brussel, België, het is een zonnige dag. Gauthier Richard, Daniel Tinson, Jean Henrickx en Jean-Yves Gilisquet zitten rondom een tafel en praten met elkaar……

D: ik vond het leuk om het aan te raken, de vorm te voelen. Een fantasiefiguur, ik wist niet wat ik wilde doen, ik had geen ideeën maar ik wilde zelfverzekerd zijn. 

G: Ik hou er niet zo van om met mijn handen te werken dus eerst vond ik het moeilijk, ik had niet zoveel inspiratie. Later, eh… omdat ik wel van science fiction hou, wilde ik een personage maken, een soort alien. Voilà, zo is het gegaan. Ik wilde iets Star Trek-achtigs doen. 
Ik vond de maskers moeilijker, Ik denk dat ik niet zo goed ben in me dingen voorstellen. Maar goed, ik deed wat ik kon. 

De groep mompelt

JY: Voor mij was het fantastisch om te ervaren, ehm, ik voelde me echt super goed. Eh, ik zat zo diep in mijn verbeelding om de dingen te doen… eh.. op een manier was het goed om het aan te raken, de verschillende delen van het lichaam te voelen. Mijn lichaam, en die dan proberen na te maken. Een totempaal. Om een soort van tweede versie van mezelf te maken. 

Er is een kleine stilte

J: Ik vond het leuk, het deed me denken aan mijn bouw, ja mijn bouw. Het deed me denken aan een… een standbeeld. Dat is wat ik heb gedaan.. ik heb het hoofd gemaakt, het hele lichaam (pauzeert) en het hele lichaam heb ik ook gemaakt. Ik was geïnspireerd door mijn eigen lichaam. Ik bedoel… naja… toen ik jonger was, was ik dun en een paar jaar later werd ik.. naja...dik. En nu, hier in de residentie, ben ik weer afgevallen. (zucht) Ik wild een dikke Jean maken, dik. Ik stel het me voor in iemands huis, ja iemands huis. Ja.

Gautier draait in z’n stoel

J (gaat door): Eerst (pauze) eerst was ik altijd in de huizen van andere mensen aan het zitten, terwijl ik in mijn eigen huis altijd stond, ja ik stond altijd. Het voelde zoals toen ik dik was. 

Gautier mompelt iets in zichzelf

Toen we op de plek kwamen, de galerie, toen voelde ik.. naja, ik voelde wat ik had gedaan. (pauzeert) Ik herkende het, ik herkende dat, ik herkende de sculptuur. Ik herkende dat het… ik herkende het brons en dus herkende ik dat het de sculptuur was die ik had gemaakt. Omdat ik het was die het had gemaakt. Ik had het gemaakt he.

G: Herkende je het toen je het aanraakte?

J: Ik herkende het gevoel.. zijn hele lichaam.. ik herkende alles, het gevoel, zijn benen, zijn rug, alles, zijn hele lichaam. Alles. Ik herinnerde me al zijn ledematen. Ja, ik herinnerde me het. Het was mooi metaal, he.

De groep lacht

J: Het was brons! Het was brons wat ik voelde!

G: Ja het was een mooie ervaring.

J: Ik, omdat ik niet kan zien, voelde ik het met mijn vingers. Ik heb een herinnering van de sculptuur in mijn vingers terwijl ik over de vormen ga, de ledematen. Ik was het, ik herkende mezelf in het beeld.. ja. Dat is het precies, absoluut!! Ik voelde, ik voelde, zonder het te zien voelde ik dat het best groot was he.

G: (mompelt): jaja..

J: het waren de grote armen, ja de grote armen. Het was voor het eerst dat ik dat had gedaan. 

G: Voor mij was het de eerste keer.

JY: Ook voor mij de eerste keer.

D: Het deed me denken aan pottenbakken, ik zou het zo weer doen.

JY: Het is een best wel gek gevoel.. om je voor te stellen dat ze in de stad of in een treinstation staan ofzo. Dat ik of wij het waren die ze hebben gemaakt is gestoord! Voilà, ik, gewoon een normale jongen.. eh.. dat mensen kunnen zien wat ik heb gemaakt, geëxposeerd, dat het over duizend jaar (lacht) of naja honderd, of misschien wel meer, dat ik altijd deel van de geschiedenis zal zijn, alsof ik iets heb achtergelaten. 

Beeldend kunstenaar Douglas Eynon (1989) is geboren in Engeland en leeft en werkt in Brussel. Samen met een aantal (aangeboren) blinde en slechtziende jongens maakte hij beelden Total Reel. Speciaal voor mister Motley blikt hij samen met Gauthier Richard, Daniel Tinson, Jean Henrickx en Jean-Yves Gilisquet terug op het maakproces en het eindresultaat.