“Van alle woorden die in de aanloop naar de Nederlandse verkiezingen worden aangewend, blinkt er waarschijnlijk eentje uit in zijn hedendaagsheid: populisme. Van Geert Wilders tot Emiel Roemer, van Lodewijk Asscher tot Jesse Klaver – er lijkt geen politicus te zijn die niet aan de classificatie ontsnapt.”

Op eindelijk weer eens een lichtere ochtend dan na Brexit en Trump, zitten we in het café van het Van Abbemuseum te praten over angst voor populisme; de tendens van deze maand. Een belever (Jasper Krabbé) vertelde over populariteit in de kunst en een beschouwer (Anton Jaeger) scheen zijn licht over de historie van (het denken over) politiek populisme. Een echte brug tussen beiden werd niet geslagen. Deze derde –missende- tekst, een analyse van de overeenkomsten tussen populair en populistisch, tussen politiek en kunst, schrijven we daarom tijdens de van Abbesessie.

Meer dan de helft van de aanwezigen is niet in het bezit van een Nederlands paspoort en heeft de voorgaande dag dus geen stem kunnen uitbrengen, allemaal zijn ze echter volledig op de hoogte van de verschillende partijen en zijn ze begaan met de uitslag. Moeten we nu opgelucht zijn, of ons toch erge zorgen maken over het rechtse Nederland waarin we vanochtend allemaal zijn opgestaan?  Voordat we de discussie beginnen valt het op dat we, hoe graag we ook divers willen zijn, weer met een groep gelijkgestemden zitten; allemaal GroenLinks - deze verkiezingen de stem van de jeugd gebleken. Een links antwoord op het rechts-populisme?  

Het is makkelijk om vol enthousiasme in het politieke debat te vervallen, het doel van de avond is echter om een connectie te maken met de kunst. Bestaat er zoiets als populistische kunst, wat betekent dit en kan de definiëring hiervan misschien een nieuw licht schijnen op misschien wel het meest gebruikte woord van de afgelopen weken, maanden, jaren? Al snel komt er een ander woord voor populair, eentje die misschien ook de angst hiervoor uitlegt; ‘mainstream’. Linguïstisch gezien betekent populisme de vox populi; de stem van het volk. Dat wat de gewone mens (mooi) vindt. Met deze mini-inleiding, zonder te veel richtlijnen, sturen we de groep het museum in: ‘wat is het meest populistische kunstwerk in met museum?’

Vijftien minuten later laten de deelnemers op hun mobieltjes foto’s zien van de werken die volgens hen het meest in de algemene smaak vallen. Mondriaan wordt genoemd, omdat “je die zelfs herkent wanneer je niks van kunst weet.” Het werk zit in ons collectieve geheugen gegrift, het is een manier van praten die iedereen begrijpt en waar iedereen deel van uitmaakt. Herkenbaarheid is een van de belangrijkste aspecten van populariteit en populisme. 
Iets niet-weten is pijnlijk en brengt de kijker in een stille afhankelijkheidspositie. Voor (kunst)experts is het nieuwe interessant, bestaat de uitdaging in het onbekende omdat alleen daar nog echt iets te leren valt terwijl de nieuwkomer of amateur zich juist het liefst bevestigd voelt in een letterlijk feest van herkenning, “Het geeft je een gevoel van ‘erbij horen’, onderdeel te zijn van mass consciousness”. Wanneer je iets herkent voel je je aangesproken – en dat is precies waar Wilders op inspeelt, hij verwoordt een breed gevoelde angst en zorgt er op die manier voor dat men zich in zijn woorden herkent. Een Mondriaan herkennen maakt van de kunstnoob voor even een kunstkenner, je verwant voelen met de woorden van een politicus geeft het gevoel eindelijk ook een politiek subject te zijn. Men wil niet voor dom worden aangezien, buiten de beslissingen worden gehouden; je doet pas mee wanneer je een mening hebt. Dat is een van de redenen dat iemand anders voor het werk: 'The estrogen bomb update', 2012  van de Guerilla girls koos; er wordt een toegankelijk statement gemaakt waartoe je je als toeschouwer kunt verhouden. Populisme moet het namelijk helemaal niet alleen hebben van zijn fans, maar vooral ook van de haters. De linkse elitaire media mag dan wel fel tegen Wilders/Trump zijn, door elke dag over ze te berichten voeden ze hun populariteit enkel meer. Niet alleen door het bereik dat ze geven maar vooral ook doordat ze het gevoel van extreem-rechts bevestigen; kijk eens hoe denigrerend er door de establishment over ons wordt gepraat! De angst voor het populaire zit bij de kenners, die het gevoel van ‘weten’ voor zichzelf willen houden. “De kunstwereld ziet kunst als iets hoogs en heiligs, ‘ze’ zijn bang dat de boel naar beneden dondert door een tentoonstelling van DWDD.” Stelt BN’er Jasper Krabbé in het interview ‘Die jongen van TV’. “Zoals ook de hipsters bang zijn voor de mainstream” merkt iemand op, “omdat ze bang zijn hun authenticiteit kwijt te raken.” Door mensen zich ergens niet in te laten (h(er)kennen sluiten zowel de politieke als de kunst elite het volk buiten en wakkeren hiermee het verlangen naar herkenning enkel verder aan. Dat haat en liefde twee kanten van dezelfde populistische medaille zijn, is ook zichtbaar in popmuziek: “Justin Biebier heeft zowel de meest bekeken als meest gehate Youtube-video aller tijden.”

'The estrogen bomb update', 2012  van de Guerilla girls
'The estrogen bomb update', 2012 van de Guerilla girls

Een ander werk dat twee keer als ‘meest populaire werk van het van Abbemuseum’ wordt aangedragen is Naked Machine van Surasi Kusolwong, een kever die op z’n kop bungelt. De een argumenteerde zijn keuze door de makkelijke communiceerbaarheid van het werk - “je hoeft er niet eens een foto van te hebben, twee woorden zijn genoeg om het werk uit te leggen.” – waar de ander het entertainende aspect van de participatie naar voren schoof; “Zelf wil ik dat kunst me raakt, gecompliceerd is en zelfs onprettig aanvoelt. Maar de meeste mensen willen vermaakt worden, een snelle emotie oproepen.” Deze makkelijke vertaalbaarheid en de entertainment als tegenhanger van ‘minder leuke’ complexiteit hangen sterk samen wanneer je kijkt naar het politieke veld. Waar rechts een simpelere boodschap heeft probeert links meer genuanceerd te zijn, diep te gaan. “Populisme speelt in op het gevoel, en de speerpunten van links – milieu, gelijkheid, racisme – zijn meer rationele kwesties, en dus moeilijker aan de man te brengen.” Daarnaast is bijvoorbeeld het klimaat een lange-termijn probleem, of in elk geval abstracter en verder weg dan ‘de vluchteling die morgen onze banen inpikt’. Over de korte termijn kun je schreeuwen, de lange termijn ligt wat lastiger. Zijn complexiteit en populisme noodzakelijke tegenhangers, of kunnen ze samen worden gebracht? Soms kun je met een jasjes-verandering al veel, zoals ook de kiezer van 'The estrogen bomb update’ aangaf dat er misschien wel veel tekst op de poster stond, maar dat hij deze door de aantrekkelijkheid van alle graphic design toch echt helemaal gelezen had. Is het misschien om complexe topics in een optisch aantrekkelijk jasje te steken, lastige lange termijn ideeën op die manier de mainstream in te fietsen? Zoals ook Anton Jaeger in zijn tekst aangeeft, is niet alleen rechts deze verkiezing ‘beticht’ van populisme, maar hebben aan de linkerkant ook Asscher, Roemer en vooral Jesse Klaver ervan langs gekregen. Klaver deed een poging complexe problematiek op een gemakkelijk verteerbare manier te presenteren, maar vooral het feit dat hij zijn al charme in de strijd gooide maakte van hem plots een soort idool. Onze Bernie, Justin en Barack in één. Hij gaf zijn vrouw een hollywoodzoen en Nederland een kijkje achter de schermen. Dit creëert sympathie bij de kijker en kiezer; “Een jonge verliefde man in de bloei van zijn leven, wie valt daar niet voor? Net zoals dat we ook bijna niet kritisch meer naar Obama kunnen kijken, met zijn prachtige familie en hartverscheurende speeches.” Toch heeft ook deze succesformule geen honderd procent slagingskans; “Toen Hilary Clinton ineens Bernie begon na te doen voelde dit volledig onauthentiek”. Ook in de kunstwereld hebben we veel met persoonlijkheden te maken. “Pollock, van Gogh, Mondriaan – alleemaal excentrieke figuren.” Er hangt echter, vanuit weer diezelfde angst voor populisme, ook een stigma op de kunstenaar die zichzelf aan de buitenwereld presenteert. Dit beleeft Jasper Krabbé: “Het is voorgekomen dat iemand geïnteresseerd was in mijn werk, tot diegene erachter kwam dat ik die jongen van TV was. Veel kunstenaars komen om die reden liever niet in beeld.” Dit is typisch Nederlands, geeft hij aan, “iemand als Jeff Koons treedt naar buiten en maakt dit onderdeel van zijn kunstenaarschap.”

Die communiceerbaarheid komt vaker naar voren tijdens dit gesprek, het aan de man brengen van je eigen werk. “Hoe goed je werk, of dit nou in de kunst is of bijvoorbeeld op de universiteit, ook is – als je niet de goede toon kunt aanslaan naar buiten dan loop je een heleboel kansen mis”. Krabbé noemt deze publieke zichtbaarheid ‘verantwoordelijkheid nemen voor je eigen creatie’, en vindt het ‘aanmatigend’ om te denken dat een kunstwerk helemaal op zichzelf kan staan, zonder context. Deze druk op zelfpromotie van de kunstenaar was aanleiding voor de eerste Tendens; “verdwenen introversie”. “Kunstenaars worden uit hun schulp gesleurd, op de hielen gezeten door de vraag naar meer zichtbaarheid. Is deze innerlijke beweging uitwaarts wel te maken voor mensen die het nodig hebben om in zichzelf gekeerd te kunnen zijn?” vroegen we ons af. “Wie zichzelf niet aan de man brengt bestaat een beetje minder” schreef een kunstenaar onder pseudoniem, wetenschapsfilosofe Trudy Dehue wijt dit taboe op introversie aan de neoliberale logica waarin alles tot verkoopwaar wordt gemaakt. Tijdens deze van Abbe-sessie, een dag nadat het populisme toch niet het allerpopulairste bleek te zijn, staat men minder sceptisch tegenover communicatie-druk. “Kunstenaars moeten accepteren dat ze in een tijd leven waarin het niet langer voldoet om simpelweg goed werk te maken. Er wordt continue gecommuniceerd, over alles en via talloze wegen. Facebook, Twitter, Instagram – er is geen ontkomen meer aan: you have to be in it to win it!” Zoals Jesse Klaver zijn persoonlijke charme gebruikte om een grootse groene overwinning mogelijk te maken mogen ook kunstenaars zichzelf en hun werk best aantrekkelijk presenteren. De angst voor populisme zit dus eerder in de extreem-rechtse ideeën die worden verkondigd dan in het aanspreken van het volk an sich. Want, wat is er eigenlijk mis met mensen zich ergens in te laten herkennen, zich minder dom te laten voelen door ze uit te dagen een mening te vormen? Door de selling points van de meest populistische kunstwerken te analyseren en deze te relateren aan de politieke situatie komen we uit op de vraag waarmee ook Anton Jaeger zijn essay afsluit: hoe zou een ‘positief populisme’ er vandaag de dag uit kunnen zien? 

Iedere maand opent het van Abbemuseum haar deuren voor alle Eindhovenaren – kunstkenner of niet – om samen na te denken over de nieuwe Tendens. Meer dan een tekstanalyse of leesgroep zijn de sessies een manier om de onderwerpen zowel te onderwerpen aan de maatschappelijke realiteit van de deelnemers als te relateren aan de collectie van het Van Abbemuseum. Bestaat populistische kunst en hoe verhoudt dit zich tot de politiek? Welk werk is eigenlijk een (zelfhulp)advies en hoe kwetsbaar zijn de portretten van Dumas? mister Motley doet iedere maan verslag.