Mister Motley heeft een boek gemaakt. Koop hier 'Dit is een vertaling'.

Image

De paradox van ‘het niets’

10 Dec 2018 Mirthe de Leeuw

Denken over het ondenkbare verschuilt zich in de onkunde. Het is immers een onmogelijke taak vorm te geven aan dát wat niet te verbeelden valt. Spreken over het klankloze vervalt binnen eenzelfde, heldere, tegenstrijdigheid. Evenals het verbeelden van een leegte, het niets. Niets plaatst zich ongevormd binnen onze woordenschat en is daarmee een dubbelzinnig begrip. Het woord duidt een absolute afwezigheid, zonder zelf absent te zijn. Het introduceert zichzelf binnen een eigen gevormde tegenstelling. De hevigheid waarmee het niets afwijkt van alles wat wij kennen, vormt hierdoor een paradox. Een tegenstelling die door zichzelf in stand wordt gehouden, omdat de behoefte het onmogelijke te duiden en de afwezigheid een betekenis op te leggen groter blijkt, dan de erkenning dat het fenomeen vergeten moet worden om te voldoen aan de eigen gestelde eisen.


Absolute afwezigheid begint en eindigt in het verste zwart van het heelal – vóór de Big Bang, toen ruimte-tijd er nog niet was – en echoot tussen de uitdijende materie, wat wij sterren, planeten en onze maan noemen. De natuurkunde wijst ons op de start van alles, maakt het verstaanbaar. Zij begeleidt ons door de van elkaar af bewegende sterren, planeten en gruis en toont de geschiedenis van het bestaan. De wetenschap laat ons echter los op het moment dat tijd en ruimte verdwijnen en we in een niets belanden – waarbinnen alles leeg is, ondoordringbaar compact en de tijd verdwijnt. Nadenken over alles vóór het begin legt ons het zwijgen op. Er was niets, meer niet.

Nadenken over alles vóór het begin legt ons het zwijgen op. Er was niets, meer niet.

Het denken houdt op wanneer men niet langer instaat is een beeld te vormen. Het niets is groot, oneindig en leeg, waardoor blijkt dat de zich daartoe verhoudende maatstaf niet buiten, maar binnen het fenomeen wordt gevonden. “Het is een grootte die slechts aan zichzelf gelijk is.”[1] Enkel het niets verstaat zichzelf.

In 2013 plaatst Marinus Boezem twee spiegels in de Vleeshal in Middelburg. Hij probeert hiermee het beeld op te sluiten in het geheugen van de spiegels, zodat het daarbuiten vergeten kan worden. Er ontstaat iets wat geen context (nodig) heeft. Met uiterste precisie regisseert Boezem het omhoogkomen van de reflecterende oppervlakten – die eerder zorgvuldig op twee uitgerolde touwen zijn gelegd. Op video is te zien hoe vier mannen de spiegels bij de rand vastpakken en kalm omhoogtillen.[2] Vlak voor de spiegels elkaar raken en het beeld verdwijnt, vraagt Boezem de mannen langzaamaan te doen. Het is een korte periode, voordat de spiegels elkaar raken, dat het beeld en de maker elkaar nog begrijpen. Daarna zit het in het hoofd, wetende dat twee spiegels tegen elkaar iets oneindigs is – maar wat dat oneindige precies is, dat weet alleen de sculptuur.

De door Boezem opgesloten afwezigheid vormt een heldere illustratie bij de door de Duitse filosoof Friedrich Hegel geschreven woorden in de ‘Wetenschap van de logica’. Hij spreekt over de begrippen zijn en niets als alles in het hier en nu. Het zijn wordt geïntroduceerd als een begrip dat alles wat bestaat belicht. Het is de meest algemene aanduiding voor de dingen om ons heen. De keerzijde is dat het begrip vervalt in een alomvattendheid. Het is niet langer te onderscheiden van al het andere. Het vormt het geheel. “Het begrip zijn slaat daardoor vanuit zichzelf om in zijn tegendeel: het niets.” Andersom is het niets dat ons dichter bij het zijn brengt. Denken over niets, maakt niets immers iets. “Aangezien dat niets iets is, blijft het zuivere denken in haar poging om het zijn te denken heen en weer gaan tussen zijn en niets. Telkens verdwijnt het zijn in het niets en het niets in het zijn.”[3] Een ongrijpbare tegenstelling dat zich binnen het denken manifesteert, om vervolgens door deze gedachten geëlimineerd te worden. De opgesloten oneindigheid, in de sculptuur van Boezem, speelt met dit idee. De reflecterende oppervlakten weerspiegelen een oneindige leegte, die in het denken brutaal wordt gevuld wanneer men deze leegte verbeeldt.

De reflecterende oppervlakten weerspiegelen een oneindige leegte, die in het denken brutaal wordt gevuld wanneer men deze leegte verbeeldt.

De behoefte grenzen te geven aan het grenzeloze, het oneindige te reduceren tot een verstaanbaar begrip en het onmogelijke te vertalen naar woorden die jij en ik verstaan, is herkenbaar, maar volkomen zinloos. Men zou namelijk het evenbeeld van het verhevene moeten aannemen, om het hogere te kunnen verstaan. Aardse praktijken voldoen simpelweg niet aan het gereedschap dat men nodig heeft om het overweldigende te begrijpen. Mocht men, letterlijk, boven zichzelf uitstijgen, dan betwijfel ik of een terugkeer op aarde mogelijk is. Toch liet Jan Fabre een man de wolken meten (1998), waarmee hij de onkunde negeert en de schreeuw naar hét willen verstaan kracht bijzet. Op een fragiel ogend trapje plaatst Fabre een vier meter hoog bronzen beeld, die met de handen boven het hoofd het onmogelijke poogt te doen. Joost Zwagerman beschrijft de pogingen van de man om de wolken te reduceren tot cijfers, in ‘De stilte van het licht’, als dromen.[4] De droom om alles te weten. Het veroveren van de werkelijkheid, om zo de veelheid daarvan te verstaan. De man die de wolken meet, omarmt het zijn om zo zijdelings naar de daarin liggende afwezigheid te turen. Anders gezegd: het beeld accepteert de voorbijvliegende plukken alles, maar kijkt vol hunkering naar de daaromheen zwevende leegten. Het beeld zegt niets, verstaat alles, waarna het opnieuw niets communiceert.

De man die de wolken meet - Jan Fabre
De man die de wolken meet - Jan Fabre

 

In 2017 valt er een wolkvormige schaduw op het mulle zand van de Atacama woestijn in Chili. Kunstenaar Oscar Santillan wandelt met de vergrijsde vlek mee, en houdt de zwevende wolk verantwoordelijk voor het verloop van de tocht. De wolk waarborgt een onvoorspelbaarheid – waar Santillan zich als mens enkel nederig naar kan opstellen. ‘Walking Under a Cloud’ lijkt te begrijpen wat het niets behelst. Door niet te weten waar de wandeling van Santillan zal eindigen, predikt het werk een gelijktijdige vorming als de verwerping van een definitie. Het brengt ons terug bij nul. 

Walking Under a Cloud - Oscar Santillan
Walking Under a Cloud - Oscar Santillan

[1] Immanuel Kant, Kritiek van het oordeelsvermogen (Amsterdam: Boom, 2009), 142.

[3] Arthur d’Ansembourg, Er zit iets achter. Over filosofie en de kunst (Leusden: ISVW Uitgevers, 2017), 285.

[4] Joost Zwagerman, De stilte van het licht (Amsterdam: Uitgeverij De Arbeidersplein, 2015), 149.

Ook adverteren op mistermotley.nl? Stuur dan een mail naar maurits@mistermotley.nl