Image

DE WET ALS DESIGNOBJECT

06 May 2018 Lietje Bauwens en Alice Haddad

 

 

Architectenbureau Brandlhuber+ uit Berlijn zoekt niet alleen naar gaten in regelgevingen, protocollen en wetsystemen, maar probeert deze via hun ontwerpen effectief te veranderen. Een interview met architecten Arno Brandlhuber en Olaf Grawert over de architect als politicus, kunstenaar en lobbyist.

 

L.n.r. Christopher Roth, Arno Brandhluber, Olaf Grawert
V.l.n.r. Christopher Roth, Arno Brandhluber, Olaf Grawert

 

Jullie beschrijven je praktijk als ‘legislating architecture’, en dit is tevens de titel van de film die jullie samen met filmmaker Christopher Roth maakten als onderdeel van de Venetie Architectuur Biennale in 2016. Moeten we ‘legislating architecture’ begrijpen als ‘het bouwen van (legale) structuren’ in plaats van ‘het bouwen van fysieke objecten’?

 

In deze vraag komen twee dingen samen. Allereerst is architectuur veel meer dan een puur fysiek object. ‘Legislating architecture’ gaat over het aanpassen van een dergelijke mindset door wetgeving ook als een architecturale parameter te zien. We gebruiken het woord parameter om te onderstrepen dat wetgeving iets is dat we omarmen, waar we mee willen werken en wat we proberen te veranderen door het op verschillende manieren te interpreteren. Je kunt het ook wel de zoektocht naar ‘loopholes’ noemen. Zoals we zeggen in de film Legislating Architecture, vieren wij de wet als een designobject.

 

Ten tweede is een dergelijke “of/of” vraag, waarin het bouwen van structuren en het bouwen van fysieke objecten tegenover elkaar wordt geplaatst, misschien wat kort door de bocht. We behandelen onze, wat wij noemen “dialogische aanpak” in ons boek ‘Dialogic Cities’ – Berlin wird Berlin’ (2015) en de bijhorende expositie in de Berlinische Galerie. Het boek is gestructureerd aan de hand van verschillende woordparen, zoals: Stad/Natuur, Fictie/Realiteit, Gemeenschap/Individualiteit, Participatie/Overheid en Grond/Eigendom. Het idee hierachter is dat juist in een dialoog tussen op het eerste gezicht tegengestelde argumenten en opvattingen inclusieve mogelijkheden liggen.  

 

Kun je aan de hand van een voorbeeld uit je praktijk laten zien hoe wetten architecturale mogelijkheden bepalen en hoe architecten, anderzijds, wetten kunnen vormgeven?

 

In de Berlijnse discussie rondom woningtekort, de zogenaamde ‘Wohnungsfrage’, kwamen wij met het voorstel huizen bovenop bestaande huizen te bouwen. Om dit te kunnen doen moesten we eerst een wet vormgeven die de bestaande situatie omhelst, maar deze tegelijkertijd op productieve wijze verder ontwikkelt. Ons voorstel kwam erop neer dat elke huiseigenaar de mogelijkheid zou krijgen om twee extra verdiepingen bij te bouwen als, en dit zou dan verplicht worden, hij in datzelfde huis eenzelfde aantal vierkante meter verhuurt voor 7,50 per m2. Iemand kan zo dus zijn of haar penthouse uitbreiden met 200m2, en creëert daarmee 200m2 aan betaalbare woonplek. Ook hier zochten we naar een productieve ruimte tussen ‘duur’ en ‘goedkoop’, die bovendien ook nog eens erg inclusief was omdat het betekent dat mensen van verschillende sociaaleconomische achtergronden onder hetzelfde dak komen te wonen.

 

Eigenlijk rekken jullie het begrip van ‘de architect’ uit, en wordt deze, in dit voorbeeld in elk geval, meer en meer een lobbyist of zelfs politicus...

 

Voor onze tweede film The Property Drama ontmoetten we de Brusselse architect Oana Bogdan met wie we een hele interessante discussie hadden over de politieke en economische dimensie van ons beroep. Ze sprak over de druk die lokale architecten voelen nu de huisprijzen laag worden gehouden terwijl de landprijzen stijgen en stijgen – wat er heel concreet op neerkomt dat architecten elk gat en elke vierkante meter moeten uitbuiten. Ons voorstel om boven op bestaande huizen te bouwen is dus zowel een reactie op het gebrek aan land in onze steden waardoor de prijzen steeds hoger worden als een uiting van ons sterke geloof in een inclusieve en open stad. Lobbyen en je verdiepen en bemoeien met de politiek is naar ons idee dus inderdaad een noodzakelijk onderdeel van de rol van architect.

 

Jullie staan bekend om het herformuleren van voorgestelde vragen en het creëren van eigen opdrachten, maar tegelijkertijd zijn jullie interventies altijd een specifieke reactie op een lokale situatie of wet. Zoals ook in jullie Berlijnse voorbeeld naar voren komt, is er een sterke interesse voor het aanpassen en reconstrueren van bestaande gebouwen, en hier nieuwe, onverwachte, invullingen aan te geven, in plaats van met een schone lei te beginnen. Zou je zelfs kunnen stellen dat jullie de beperking van bestaande fysieke gebouwen en concrete wetten nodig hebben voor, hoe paradoxaal het ook klinkt, meer vrijheid?

 

In 2014 werden de autoriteiten gedwongen hun plannen rondom het bebouwen van Tempelhofer Feld in Berlijn stop te zetten. De publieke stem – NEE – was een duidelijk signaal tegen de focus van publieke en private sectoren op de bouwpotenties van het lege veld, maar tegelijkertijd werd ook niet serieus nagedacht over hoe het veld dan wél verder te ontwikkelen: wederom een of/of tegenstelling. Na de stemming kwamen wij met een voorstel dat we Bikini Berlin noemden. Het was een onderdeel van wat ik eerder vertelde over ‘bouwen op elkaar’ en bestond eigenlijk slechts uit één beeld, of eigenlijk een collage, waarin we het bestaande Bikini gebouw bovenop het voormalige vliegveld plakten. We wilden uitdragen dat

je niet óf het lege veld hoeft vol te bouwen, óf deze leeg hoeft te houden om toch de 30.000 appartementen te kunnen creëren die Berlijn nodig heeft.

 

Dat wij vaak onze eigen cliënt zijn geeft de vrijheid om het bestaande in onverwachte richtingen uit te denken. Door te werken met gegeven parameters word je uitgedaagd door de realiteit; de context en de content, wetten maar ook economische factoren.

 

Op wat voor manier zijn jullie bezig met de (juridische) invloed die een dergelijke constructie of ingreep kan hebben op een grotere schaal?

 

Je kunt een bouwproject interpreteren als een ‘case study’, of als ‘een argument’. Maar wij gaan nog verder en zien het samenstellen van publicaties, exposities en discussies als een inherent onderdeel van onze praktijk. Architectuur is in staat een momentum creëren, een discussie aan te wakkeren en daarmee verandering teweeg te brengen – maar nooit wanneer het wordt gezien als een geïsoleerd object. In 2011, vlak voor de Berlijnse verkiezingen, lanceerden we een campagne tegen de politieke onverdeeldheid betreffende de stedelijke planning. We namen de identiteitskleuren van de deelnemende partijen en mixte deze tot een soort bruine kleur —RGB 165/96/36, CMYK 14/40/80/20— ontstond waarmee we de politieke onverschilligheid wilden laten zien. We maakten posters, de kleur werd al snel opgepikt door verschillende kranten en websites en bestaande campagneadvertenties werden ermee overschilderd. Dit project was een oproep tot duidelijkere stelling-inname over onze bebouwde omgeving.

 

RGB 165/96/36, CMYK 14/40/80/20
RGB 165/96/36, CMYK 14/40/80/20

 

Jullie positie als architect staat in sterk contrast met de ‘starchitect’ die er vooral op gericht is herkenbare iconische gebouwen te ontwerpen volgens herhaalbare esthetische formules. ‘Legislating architecture’ richt zich daarentegen eerder op een kennisveld en probeert deze op creatieve wijze te interpreteren en (re)produceren. Hoe beïnvloedt dit jullie esthetische keuzes?

 

Onze aanpak om te werken met gegeven parameters – of dit nu wetten, reguleringen of bestaande gebouwen zijn – volgt een simpel idee: Denken macht schön; denken maakt mooi. We hebben geen vooringenomen idee over hoe iets eruit moet komen te zien, welk materiaal gebruikt moet worden etc. – dit ontwikkelt zich steeds in onverwachte richtingen doordat we per project met verschillende architecten, kunstenaars, muzikanten, filosofen en schrijvers nadenken. Deze talloze samenwerkingen komen samen in de ‘+’ van onze naam en relativeren het idee van een esthetische formule.

 

Wetten worden meestal gezien als een serie regels afkomstig uit het verleden. Het biedt echter ook de mogelijkheid van herinterpretaties en toe-eigening, anders gezegd; een plek waarin een imaginaire toekomst kan worden voorgesteld. Is ‘legislating architecture’ een speculatieve praktijk? 

 

Ja, in de positieve lezing van het bijstellen van heersende opvattingen; het is een hermeneutische praktijk die radicaal het bestaande accepteert en het vervolgens in nog onbekende richtingen verder ontwikkelt. Maar het woord ‘speculatie’ is gevaarlijk, omdat het op zoveel vooronderstellingen is gebaseerd.

 

Bedoel je hiermee dat ‘speculatie’ een verdachte term is in het architectuurveld, door de manier waarop het verbonden is aan vastgoedpraktijken en gentrificatieprocessen waarin architectuur en stedenplanning worden geïnstrumentaliseerd voor meer winst, vaak ten koste van kwetsbare sociale groepen?


We hebben recentelijk een editie van ARCH+ (een Duits architectuurtijdschrift, red.) mee samengesteld; The Property Issue – tevens de naam van onze laatste film waarin precies dit speculatieve moment binnen architectuur wordt besproken, en de manier waarop de logica van het globale kapitaal wordt gevolgd en de verbinding tot mensen en plekken kapotmaakt. De zogenaamde shift van ‘woningbouw’ naar ‘vastgoed’. Door vragen te stellen als ‘Who owns the ground? And why? probeert de film een discussie op te wekken over de systemen die ten grondslag liggen aan deze neoliberale shift. Daarnaast zoekt The Property Issue naar nieuwe concrete modellen die verandering teweeg kunnen brengen, zoals het concept van de commons (het gedeeld goed), als een alternatief voor speculatie en privé-eigendom, maar ook meer juridische benaderingen zoals bijvoorbeeld eigendomsrechten en belastingen voor alleenstaanden.

 

Als we het hebben over stedelijke planning, dan is het ongelofelijk belangrijk dat we de beschikbaarheid van land tot een bespreekbaar onderwerp maken tussen architecten We hebben systematische verandering nodig omdat we anders, om architect Raquel Rolnik aan te halen, niet in staat zullen zijn te wedijveren met grote investeerders en buitenlands kapitaal. Architecten kunnen onderdeel uitmaken van deze verandering – maar we merken dat er nog steeds niet graag wordt gepraat over de toekomstige rol van de architect in relatie tot maatschappelijke en technologische veranderingen.

 

Credits: Brandlhuber+ and Christopher Roth
Credits: Brandlhuber+ and Christopher Roth

 

In samenwerking met Christopher Roth hebben jullie een serie films gemaakt, het eerder gehaalde Legislating Architecture, de film waar je zojuist naar verwijst The Property Drama en een aankomende film die focust op de mogelijkheid van architecten om politiek geëngageerd te zijn. Hoe verhoudt het medium film zich tot jullie opvatting van wat architectuur is, of kan zijn?

 

Gedurende de jaren zijn onze projecten steeds meer maatschappelijk geëngageerd geworden, maar we realiseren ons ook dat je bepaalde onderwerpen gewoonweg niet met alleen een gebouw bespreekbaar maakt. Je kunt een mentaliteit niet veranderen met een architectuur object.

Daarom werken we, als onderdeel van onze leerstoel aan de ETH in Zurich, aan een online tv-station; station+. Samen met Christopher Roth gebruiken wij televisie als een nieuw architecturaal medium, voorbij het singuliere object. Momenteel wordt architectuur namelijk nog vooral bediscussieerd en gecommuniceerd aan de hand van plannen, modellen en afbeeldingen terwijl de maatschappelijke veranderingen waarmee we vandaag te maken hebben –zoals de shift van de nucleaire familie naar nieuwe vormen van leven en wonen—allang niet meer op die manier gevat kunnen worden. Televisie is daarmee een goed format omdat het zowel tijd als plaatsgebonden is,maar het in een tv-programma ook niet mogelijk is om het object gescheiden van de content en context te denken. Het is heel simpel: je kunt geen aflevering over een gebouw maken zonder na te denken over de wie en de hoe – anders wordt het volledig irrelevant en oninteressant. TV vereist een narratief en een karakter – het vertellen van goede verhalen is een veel universelere manier om onze (architecturale) voorstellen mee te communiceren.