Nick en Simon in de Fundatie, Klibansky bij Jinek, een audiotour van Halina Reijn in de Oude Kerk, en het pop-up museum van De Wereld Draait Door. Ook mister Motley krijgt steeds vaker de vraag BN’ers te interviewen over hun visie op tentoonstellingen. Hebben we sexy en bekende personen nodig om de kunst aandacht te geven? Doen we hier de kunst en haar experts niet mee te kort? Of is het juist een goed (en broodnodig?) middel voor om mensen van ver buiten de kunst naar het museum te trekken? Hoe staan deze populaire stemmen zelf tegenover de populariteit van hun eigen stem en waar ligt de grens tussen autoriteit en populariteit? Een interview met Jasper Krabbé: 

‘Op 27 januari liet de museumdirecteur van Kunshal KAdE, Robbert Roos, zich expliciet uit op Facebook over de populair genode gast bij talkshows; kunstenaar Joseph Klibansky. Hij schreef: “Waarom. WAAROM zijn de talkshows zo verzot op 'kunstenaars' als Klibansky... Ongelooflijk. Decoratieve, aandachtsgeile poseur. Er zit echt nog geen heel klein beetje artisticiteit in deze commerciële marketing rommel. Pauw (&Witteman) koos ook al voor dit soort parvenu’s. Het zijn flinterdunne laagjes chroom aangebracht op gebakken lucht.” Waar komt deze frustratie vandaan?’

Jasper Krabbé: ‘Je kunt hier twee dingen aantekenen: enerzijds kun je het over Klibansky als kunstenaar hebben, over de kwaliteit van zijn werk, en anderzijds gaat het over de aandacht van kunst op televisie.’ 

‘In de commentaren onder de oproep krijgen vooral de televisie (‘dat soort populaire journalistiek’) en museum de Fundatie/ directeur Ralph Keuning ervan langs…’

‘Wel makkelijk he, om hen als ‘schuldig’ aan te duiden. Ik sta achter het beleid van de Fundatie, Ralph Keuning programmeert altijd op zo’n manier dat hij zowel een groot publiek bereikt als ‘een ingewikkeld kunstenaar’ aan de man brengt. Nu zet hij Klibansky in, die ik persoonlijk verschrikkelijk vind, maar eerder was dat bijvoorbeeld David Bade. Hiertegenover plaatst hij dan bijvoorbeeld een Dadaïstische kunstenaar uit de jaren ’20 waar normaal gesproken geen hond naar zou komen kijken. Populariteit is voor hem eigenlijk een soort tandem, die hij heel bewust inzet om mensen te bereiken. Ik vind het geniaal hoe hij een mix maakt van ‘hoge’ en ‘lage’ kunst, populaire kunstenaars en onbekende zielen. Een museum in deze tijd krijgt minder subsidie en moet het dus plotseling hebben van de kaartverkoop. Hierdoor ben je afhankelijk van de grote massa en moet je die op de een of andere manier naar binnen lokken. Als je daarop tegen bent moet je het landelijk, politiek beleid onder de loep nemen en het niet op de museumdirecteur spelen.’  

‘Is het schadelijk wanneer een museum de massa bedient?’

‘Kijk, je moet deels programmeren wat de mensen willen zien: het Stedelijk Museum zal bijvoorbeeld altijd de vaste collectie openstellen, men rekent erop een Picasso of Appel te kunnen bekijken. Met deze moderne kunstenaars bedien je eigenlijk het volk. Maar een museum moet meer doen dan dat. Zoals het Stedelijk Museum hedendaagse kunst moet ontdekken en signaleren. Ze zijn ook verantwoordelijk voor de Picasso’s van de toekomst. 
    Er zit natuurlijk veel jaloezie en rancune in dergelijke facebookuitspraken over populaire media, dit is niet nieuw. Ik denk dat iemand als Robbert Roos, en andere geïrriteerde directeuren en cultuurmakers, zelf maar wat graag Klibansky’s aandacht zouden krijgen met hun tentoonstellingen. Niet af willen doen aan kwaliteit vind ik een nobel streven maar je komt dan wel in een ingewikkelde spagaat terecht.’

BULL, 2009
BULL, 2009

‘Je bent beeldend kunstenaar, cum laude afgestudeerd aan de Gerrit Rietveld Academie. Ook ben je een graag geziene gast op televisie, in talkshows, de Vogue, Linda, VK Magazine: media van het volk. Waarom zoek je dit zo fanatiek op?’

‘Allereerst; ik heb nog nooit een schilderij meer verkocht doordat ik op televisie vertelde over kunst. Ik kom uit een familie van vier generaties aan kunstenaars, je zou kunnen denken dat dit me helpt, maar het tegengestelde is waar. Volgens mij komt het doordat mijn vader zich profileert als multidisciplinair kunstenaar; schilder, regisseur, acteur. Mijn broer is televisiepresentator en mijn oom schrijft. Dat is verdacht in Nederland; je mag eigenlijk maar één ding doen en daar moet je dan ook nog vooral je mond over houden. Zo zit ik niet in elkaar, ik vind het belangrijk om te staan voor wat ik doe. Voor mij is elk kanaal geheiligd als het gaat om het uitdragen van ideeën over kunst in de breedste zin van het woord. Radio, televisie, de krant, instagram; anything goes. 
     Ik zoek platforms op om mijn liefde voor de kunst te belijden, maar ik praat alleen over kunstenaars die ik echt goed vind. Zo vertel ik bij DWDD over de foto’s van Ed van der Elsken omdat hij voor mij een van de beste fotografen is die ons land ooit heeft gekend. Hij verdient een supergroot publiek.’

‘Stel je zou dan moeten kiezen: over Ed van der Elsken vertellen bij Opium of RTL Latenight?’

‘Ik zit liever bij Opium, simpelweg omdat er meer aandacht, tijd en diepgang is. Ik heb overigens nog nooit bij RTL Latenight gezeten. DWDD is een magazine-achtig programma met een groot bereik dat eigenlijk als enige aandacht besteedt aan beeldende kunst. Ik kan daar met de beste wil van de wereld niet op tegen zijn.’

‘Opvallend aan het publieke (kunst)debat is dat men vindt dat ‘echte kunstenaars’ zelden aan het woord komen op televisie (of in de grote magazines). Tegelijkertijd halen dezelfde mensen dus ook hun neus op voor de kunstenaars die wél ‘aan tafel’ schuiven. Wat ingewikkeld..’

‘Jazeker, daar heb ikzelf ook wel ervaring mee (gehad). Het is voorgekomen dat iemand geïnteresseerd was in mijn werk, tot diegene erachter kwam dat ik die jongen van TV was. Veel kunstenaars komen om die reden liever niet in beeld. Deze angst is heel Nederlands. Kijk bijvoorbeeld naar New York waar iemand als Jeff Koons volledige verantwoordelijkheid neemt voor zijn werk en hier ook mee naar buiten treedt. Het is onderdeel van zijn kunstenaarschap. Ik ben altijd fan geweest van kunstenaars die in staat zijn hun werk te onderbouwen; dat mag via een gedicht zijn, maar ook een video, een stuk dat ze hebben geschreven, een interview of een tv optreden. De vorm maakt niet uit. Als je geen boodschap hebt, of je wilt hem niet delen ben je geen kunstenaar. Als ik een schilderij maak zet ik iets in de wereld en het zou toch wel ongelofelijk aanmatigend zijn om te denken dat mijn kunst helemaal op zichzelf staat, zonder context, zonder verbale onderbouwing. Als je iets maakt moet je er ook verantwoordelijkheid voor nemen, open staan voor dialoog en discussie.
Ik vind dat er maar weinig goede kunstenaars zijn die ook boeiend over hun werk kunnen spreken, en degene die hiertoe in staat zijn willen niet op televisie, dus heb je ambassadeurs nodig die dit doen. Andere kunstenaars, curatoren, kunstcritici. Hans den Hartog Jager vind ik een mooi voorbeeld van zo iemand die zich sterk maakt voor de kunst.’

‘Bij DWDD werd het pop up museum in het leven geroepen. Sceptici konden DWDD-tentoonstellingen moeilijk plaatsen, doordat bijvoorbeeld Carice van Houten een zaal inrichtte en Paul de Leeuw kans kreeg het depot van het Booijmans in te duiken – een droom die voor veel curatoren nooit werkelijkheid zal worden. Hoe kijk jij naar deze scrupule?’

‘De kunstwereld ziet kunst als iets hoogs en heiligs, ‘ze’ zijn bang dat de boel naar beneden dondert door een tentoonstelling van DWDD. Kunst ís ook hoog en heilig, maar dat breekt toch niet wanneer Carice van Houten (een kunstliefhebber, trouwens) zich hierover buigt? Hoe kan een andere visie of nieuwe kijk kunst kapot maken? Mensen houden van Carice en misschien dus ook van haar selectie kunstwerken. Ik vind het ook een moeilijk gebied hoor, stel eveneens mijn vraagtekens bij Nick en Simon als curatoren bij museum de Fundatie. Maar de zonnebloemen van van Gogh staan op koffiemokken, portemonnees en lelijke T-shirts. Toch blijft het schilderij even overdonderend. Er is al zoveel plats gedaan, maar het wezen van kunst verandert niet. 
In een onderonsje tussen curatoren, journalisten, museummensen en kunstenaars is besloten hoe kunst moet worden ervaren. Dit brokkelt langzaam af en dat maakt de mensen in het veld angstig en hard.’

‘Is dit bij deze een oproep om ‘minder bang te zijn’ (voor populaire media, voor ‘hippe kunstenaars’)?’

‘Het populaire televisieprogramma ‘De Maestro’, waarbij bekende Nederlanders dirigent mogen zijn, vroeg in het prille begin of het Concertgebouw met hen in zee wilde. Het antwoord was toen ‘nee’ maar daar hebben ze behoorlijk spijt van gekregen toen het programma een groot succes bleek. Uiteindelijk geldt toch: als er een middel is om meer mensen in aanraking te brengen met bijvoorbeeld (ontoegankelijke) klassieke muziek, kun je daar maar weinig op tegen hebben. 

Er is niet één manier, voor elke kunstenaar is iets anders correct. Als je mij vraagt om een Fort K te beschilderen dan sla ik dat vriendelijk af, terwijl Andy Warhol daar waarschijnlijk enthousiast ‘ja’ op had gezegd. Je hebt commerciële kunstenaars en mensen die zich daar (bewust) ver van houden. Dat mag toch naast elkaar bestaan? Hierin schuilt de rijkdom van kunst; dat er zoveel verschillen zijn. Je moet erop vertrouwen dat alles van waarde uiteindelijk toch wel boven komt drijven.’

Jasper Krabbé - Foto Ilja Keizer
Jasper Krabbé - Foto Ilja Keizer

Jasper Krabbé studeerde cum laude af (schilderkunst en grafiek) aan de Gerrit Rietveld Academie in Amsterdam en aan de Cooper Union New York. Hij is een graag geziene gast bij televisieprogramma's, talkshows en presenteert ARTMEN en Het geheim van de Meester. Krabbé is de middelste zoon van de acteur en beeldend kunstenaar Jeroen Krabbé, kleinzoon van beeldend kunstenaar Maarten Krabbé en achterkleinzoon van beeldend kunstenaar Hendrik Maarten Krabbé.