Vertalingen worden vaak als transparant gezien, als een middel om de lezer (rechtstreeks) toegang te bieden tot een tekst die geschreven is in een taal die hij of zij niet spreekt. In haar recent verschenen publicatie This Little Art, bevraagt Kate Briggs’ deze notie constant door te focussen op de materiele condities, relaties en de lichamelijke ervaringen die komen kijken bij de overdracht van een tekst van de ene taal naar de andere. Kunstenaar Henry Andersen ging met haar in gesprek over geforceerde creativiteit binnen de limieten, het privilege om tijd door te mogen brengen met een tekst en de onderhandeling tussen lezen en schrijven.

Vertaald door: Lietje Bauwens

 

Kate Briggs - credits Seecum Cheung.
Kate Briggs - credits Seecum Cheung.

 

Dit interview vindt plaats in de context van ‘transparantie’, het lijkt me goed om daar dan ook mee te beginnen. Wat denk jij dat de verwachting van transparantie is voor een vertaler, en hoe sta jij hiertegenover?

 

“Als je naar de geschiedenis van het gebruik van metaforen voor vertalingen kijkt, dan zijn er een aantal die over transparantie spreken; er is een hele beroemde in Walter Benjamin’s essay The Task of the Translator, dat ik in het Engels heb gelezen. ‘A real translation is transparent; it does not cover the original, does not block its light, but allows the pure language … to shine upon the original all the more fully.’ Maar zoals altijd met Benjamin, is het beeld heel gecompliceerd: wat bedoelt hij met ‘pure taal’? Later vergelijkt hij de vertaling met een arcade, waardoorheen licht kan schijnen op het origineel. Maar waar komt dit licht precies vandaan? Belangrijk, en zelfs essentieel wanneer we het over vertalingen hebben, aan het beeld van de arcade is dat het voor Benjamin ook een handelsplek is. De vertaling mag dan wel licht schijnen op het origineel, maar het is ook een opnieuw verpakt en ontworpen product. Ik ben geen voorstander van de transparantie metafoor, ik denk dat de suggestie dat een vertaling transparant kan zijn als glas, of als een raam, fundamenteel verkeerd is.”

 

In jouw boek spreek jij ook over het idee dat vertalingen een soort surrogaat intimiteit met het origineel bieden – zoals wanneer je aanhaalt dat je Thomas Mann hebt ‘gelezen’ in plaats van te zeggen “Ik heb Thomas Mann gelezen in de vertaling van Helen Lowe-Porter’s”. Wat is voor jou de betekenis van de verklaring dat “dit een vertaling is”? Leidt dit ons misschien naar een andere manier van denken over transparantie?

 

“Ja, ik denk het. Ik zou meer geïnteresseerd zijn in denken over vertaling als een scherm dan als een raam. Een van de problemen met het ‘glazen ruitje’ als metafoor is voor mij dat het voorbij gaat aan de materiële aanwezigheid van een nieuw boek. Een boek dat je eigenlijk naast het originele kunt plaatsen. Je legt nooit de vertaling bovenop het origineel. Wat me interesseert in hele concrete termen is … [gebaart naar een boek op tafel] … dat als ik nu bijvoorbeeld dit boek zou vertalen, ik er een ander boek naast zou maken, en dit zou dan genetwerkt zijn in zijn eigen context en een eigen nieuwe set van relaties produceren.''

 

''Maar misschien moeten we eens kijken naar de eis van transparantie, wat weer iets heel anders kan betekenen. Zoals wanneer we zeggen ‘Ik wil dat jij transparant bent, over je motieven, over je positie.’ Ik wil namelijk wel transparant zijn over de sociaaleconomische omstandigheden waarin vertalingen worden gemaakt en dus spreek ik in mijn boek over mijn eigen ervaringen en die van collega’s. Ik wijs bijvoorbeeld op het privilege om jaren met een tekst door te kunnen brengen, maar stip tegelijkertijd aan hoe gecompliceerd dit kan zijn doordat vertalingen historisch gezien zo onderbetaald zijn en zo weinig erkenning krijgen.”

 

Er is een heel mooi gedeelte in een boek van George Perec, Life a User’s Manual, waarin een langdurige vriendschap wordt beschreven tussen een puzzelmaker en iemand die puzzels oplost. Je kent het waarschijnlijk wel. Het beslaat decennialange gesprekken aan de hand van puzzels, waarin elke zet die de puzzelaar maakt op een manier al gedirigeerd en besloten is door de puzzelmaker.

 

“Dat is grappig, ik had het gister nog over dit boek met een student; ik wilde het hem lenen maar kon het niet vinden. Wist je dat Perec gefascineerd was door vertalingen? Ik denk dat het goed past bij zijn opvattingen over geforceerde creativiteit en het oplossen van problemen. Een vertaling probeert iets uit te vinden binnen bepaalde limieten, omdat de zin natuurlijk al geschreven is.”

 

“Dit is natuurlijk weer gerelateerd aan transparantie. De vertaalpraktijk is heel open over bronnen, stelt heel duidelijk dat het om een nieuwe tekst gaat die afstamt van iets anders. Ik ben, zoals jij eerder ook al aangaf, inderdaad geïnteresseerd in wat er gebeurt wanneer we zeggen ‘dit is een vertaling’. Wat dat doet, wat het opent of juist afsluit – want de relatie of de aandacht die wordt gegenereerd tot de tekst is dan heel anders dan wanneer je zegt ‘dit is een herschrijving’, of ‘dit is een transcriptie’.”

 

We moeten waarschijnlijk benoemen dat dit een vertaling is. Engels is onze moedertaal, en we spreken nu Engels met elkaar, maar ons gesprek zal in het Nederlands verschijnen in een vertaling van Lietje. Zij zal moeten proberen de Nederlandse lezers ervan te overtuigen dat jij en ik nu vloeiend Nederlands spreken. Idealiter kan iemand die dit nu leest, het zich voorstellen dat wij met elkaar praten, zonder zich bezig te hoeven houden met de werkelijke gesproken taal.

 

“Kennelijk is er nu op sociale media een hashtag #namethetranslator. Ik denk dat het fantastisch is dat het werk van vertalers steeds meer wordt erkend. Maar er is ook iets heel aparts aan de belofte van een vertaling; dat Kate uit Somerset en Henry uit Australië nu met elkaar praten, en dit in Lietje’s vertaling vol warmte en herkenning in het Nederlands doen. Door het een vertaling te noemen wordt de lezer uitgenodigd dit te registreren, maar het tegelijk niet te serieus te nemen. Een vertaling voegt een fictielaag toe – namelijk dat wij nu gemakkelijk in het Nederlands communiceren - en vraagt de lezer dit te accepteren en erin mee te gaan. Zoals in films uit de jaren ’80 of ’90, waarin de dorpeling met zijn Franse vrienden Engels spreekt met een Frans accent, in plaats van gewoon Frans, en de kijkers om de een of andere reden gewoon doen alsof dat normaal is om maar in het verhaal te kunnen blijven.”

 

Ik heb dit idee van een soort contract altijd leuk gevonden, waarin ik word opgenomen door mijn ongeloof als het ware op te schorten – doordat ik het feit van de vertaling even opzijschuif – en daarmee het plezier krijg van iets te lezen in de originele taal. Op elk moment kan ik deze illusie doorprikken, maar daarmee verdwijnt dan ook een deel van het leesplezier.

 

“Precies – het is als het injecteren van fictie. Want natuurlijk spreken wij nu geen Nederlands, en het grappige is dat Lietje ook dit moet vertalen. Wanneer ze de zin ‘wij spreken nu geen Nederlands’ omzet naar het Nederlands, dan gebeurt er iets met de waarheidswaarde van de bewering.”

 

This Little Art by Kate Briggs (Fitzcarraldo Editions, Oct. 2017)
This Little Art by Kate Briggs (Fitzcarraldo Editions, Oct. 2017)

 

Ik ben benieuwd hoe het eigenlijk voor Lietje is om zo aangesproken te worden. Het is eigenlijk heel abnormaal voor een vertaler om in de tekst zelf genoemd te worden, maar dat is in dit geval ook mogelijk door deze situatie; de vertaling was al gepland, Lietje is een vriendin, etc.

 

[Lacht] “Hoe ga je met dit gedeelte om, Lietje?”

 

“Door het ongeloof op te schorten creëren we speculatieve scenario’s waarin Roland Barthes Engels spreekt in het College de France, of Kate en Henry Nederlands praten met elkaar. Een groot gedeelte van mijn boek gaat precies over zulke specifieke gevallen.”

 

Vind jij dat wat Google Translate doet een vertaling mag heten?

 

“Zover ik weet onderzoekt Google in een nanoseconde alle materie die op een of andere manier is gerelateerd aan de ingevoerde tekst – dus ook gescande boeken et cetera. Het is een ongelofelijk snelle speurtocht naar de meest gebruikte vertalingen van een zin. De Google-vertaling is daarmee eigenlijk gebaseerd op het onzichtbare werk van al die andere vertalers die hiervoor gewerkt hebben aan online toegankelijke teksten. Maar ik ben meer geïnteresseerd in de menselijke agency in relatie tot specifieke vertalingen. Het idee van deze vrouw die deze tekst vertaalt. Waarom zij? Waarom deze tekst?  De totale contingentie van dat net ik aan dit boek werk, of dat iemand anders dit doet. En hoe de onverwachte combinaties van schrijver en vertaler een ongelooflijk bepalende kracht kunnen hebben voor de literatuurgeschiedenis. Ik hou van deze relatie tussen willekeurigheid en determinatie; hoe iemand vanuit zijn of haar mens-zijn vertaalt, met eigen voorwaarden, hechtingen, een onderbewustzijn en voorkeuren.

Als je kijkt naar de geschiedenis van wie wie heeft vertaald, dan is dat bijna altijd volkomen ongepast. Het idee dat er een soort perfecte vertaler bestaat voor een bepaald werk, maakt voor mij juist kapot wat er zo opwindend is aan lezen. Soms gaat lezen juist over een ervaring of gevoel dat niet overeenkomt, niet hetzelfde is, maar dat je je ondanks dat toch geraakt en aangesproken voelt.”

 

Persoonlijk ben ik ook minder geïnteresseerd in de, al dan niet transparante, verhouding tussen de vertaling en het origineel, en meer in wat een vertaling doet - in het bijzonder met de vertaler.

 

“Absoluut. Ik denk dat vertalingen dingen doen en veranderen: in de wereld, in het boek dat je vertaalt, en in de persoonlijkheid van de vertaler. Het opent je, alleen al doordat er van je gevraagd wordt veel aandacht te besteden aan een tekst. Vertalen vraagt om ‘tijd met’, en dat werk is onmogelijk te versnellen. Ik zou willen zeggen het vertaalproject een plek creëert om in te leren, op een hele materiele en langzame manier. Een leesrelatie die wordt vormgegeven en beïnvloedt door het feit dat je nog zelf gaat schrijven ook. Het opnieuw schrijven van een werk, in een andere taal, roept vragen op en je moet tijd nemen en een ruimte creëren om hierover, of hiermee, na te denken. Je komt altijd voor verassingen te staan, want het gaat niet alleen over vragen die inherent zijn aan de tekst, maar ook over vragen die gaan over jouw relatie tot het materiaal.”

 

Is dit wat jij bedoelt wanneer je spreekt over vertaling als een onderhandeling tussen lezen en schrijven? Ik las laatst een interview met Moyra Davey waarin ze praat over haar fantasie van een 1:1 relatie tussen lezen en schrijven “with no waste or excess”. Dat alles wat ze leest direct bruikbaar wordt voor haar werk.

 

“Misschien is vertalen inderdaad wel lezen en schrijven op een ratio van 1:1. Dat is prachtig!”