Image

Een binnen dat buiten wordt

04 Oct 2018 Caroline Ruijgrok

Het werk van Ana María Gómez López ontwikkelt zich als een vorm van ‘embodied research’; onderzoek waarin een theoretische benadering verweven is met praktische experimenten. Haar eigen lichaam dient daarbij als instrument. Ze maakt gebruik van onder meer botanische implantaten, medische instrumenten en micro-protheses, en werkt met verschillende media zoals fotografie, video en geluid, om te onderzoeken hoe we onze eigen levenscyclus verstaan. In het inmiddels afgeronde project Inoculate (2013-2014), plaatste ze het zaadje van een begonia in haar ooghoek om het daar te laten ontkiemen. Met Punctum v.1-v.5 (2017-heden) onderzoekt zij hoe ze haar bloedsomloop buiten haar lichaam om kan bewegen. Momenteel werkt zij aan een poging  een onderdeel van haar lichaam buiten zichzelf te laten ontbinden. Schrijver Caroline Ruijgrok ging met Gómez López in gesprek. (Deze tekst is vertaald uit het Engels.)  

Ik las dat je met je werk onder andere grenzen van levenscycli wil bevragen. Wat betekent dit voor jou?

“Laat ik beginnen te zeggen dat ik mijn praktijk zie als een ‘work in progress’, een doorlopend onderzoek. Het eerste project dat echt met levenscycli te maken had was Inoculate, waarbij ik een zaadje liet ontkiemen in het traanbuisje van mijn rechteroog. Het groeien van zaden met gebruik van hydroponiek[1] is op zichzelf niet nieuw. Maar in dit geval was de materiele substantie die de groei mogelijk maakte afkomstig van een ander levend organisme; mijn tranen, mijn traanbuis.”

 

Ana María Gómez López, Punctum (v.5), 2018
Ana María Gómez López, Punctum (v.5), 2018

 

Zou je kunnen zeggen dat de plant hiermee een soort parasiet werd of dat jij je aan de levenscyclus van de plant onderwierp?
“Nou, nee – ik heb het zaadje zelf, vrijwillig, in mijn traanbuisje geplaatst. Parasitair zou betekenen dat het zaadje van mij profiteert, dat het groeit ten koste van mij. Het voelde meer symbiotisch – vooral omdat het ontkiemde zaadje het niet heeft overleefd, toen ik het na twaalf dagen uit mijn traanbuis verwijderde. Hoe voorzichtig ik ook was, het was nog te klein, minder dan een halve millimeter, en te kwetsbaar om die handeling te overleven. Toch heeft het zaadje wel zodanig van mijn traanvocht kunnen profiteren dat het ontkiemen ervan gelukt is.”

 

Was het belangrijk dat het lukte? 
“Dit project was een vervolg van twee eerdere werken uit 2013: Nail Spore and Vein Seed. Op deze foto’s lijkt een schimmel of een spruit van een plant uit mijn hand te groeien. In werkelijkheid waren deze specimen er op gelegd, maar de suggestie die van het beeld uitging verankerde zich in mijn gedachten en werd een idee waarvan ik hoopte dat het uit kon groeien tot realiteit – dat een plant kon groeien, puur van mijn oppervlakkige vloeistoffen. Ik wist van te voren niet of het mogelijk was, maar met Inoculate is het uiteindelijk geslaagd.”

“Het project Punctum, waarin ik mijn bloedsomloop probeer te externaliseren, kent eveneens verschillende stadia. Punctum, v.4 (2017) was een documentatie-foto van de vierde versie; je ziet mijn handen die door een netwerk van slangetjes en injectienaalden met elkaar verbonden zijn. Het beeld wekt de suggestie dat het bloed buiten mijn lichaam om, van de ene naar de andere hand, kan stromen, en dat is ook precies wat ik probeer te realiseren. Ik ben nog aan het onderzoeken hoe dit verwezenlijkt kan worden.”

 

Ana María Gómez López, Vein Seed, 2013
Ana María Gómez López, Vein Seed, 2013

 

Wat wil je ermee laten zien?
“Ik wil de grens van het lichaam buiten het lichaam brengen; exterioriseren. Wanneer we naar levenscycli kijken, zien we sub-individuele, biologische circuits meestal over het hoofd. We zijn gewend om over leven te denken als iets van een organimse, en over ons eigen leven in termen van bewustzijn, identiteit, van geboorte en dood. Maar biologisch gezien kan je doorleven; je lichaam stopt na je dood niet te bestaan. Het organische materiaal waaruit je bestaat overstijgt je identiteit. Er kunnen planten uit je lichaam groeien en bloed of andere lichaamselementen kunnen los van jou voortleven. Er zijn veel verschillende manieren waarop de eenheid ‘levencyclus’ kan worden verstaan.”

Punctum gaat om het idee dat je je bloedsomloop kan uitbreiden, projecteren, of spiegelen buiten jezelf. Gedurende het onderzoek is dit een heel interessant visueel gegeven voor mij geworden. Een binnen dat buiten wordt. Er zijn natuurlijk andere kunstenaars die met dit idee gewerkt hebben, met medische beeldtechnieken en röntgen bijvoorbeeld, maar waarom zouden we dit vraagstuk niet op een materiele manier uitwerken?”

Met Punctum wil ik een extra-corpeolaire architectuur creëren; een bloedsomloop die anders functioneert dan normaal. Het liefst met zo min mogelijk middelen, zodat bij wijze van spreken iedereen met toegang tot injectienaalden, medische plastic buisjes en kleppen het kan doen. Middels een kunstmatige verlenging van je bloedsomloop kan je de verbinding tussen binnen en buiten maken, of de verbinding tussen je linker en je rechterhand afkorten. Het vormt op een bepaalde manier een secundair lichaam.”

 

A man growing as a tree with branches, fruit and roots. From John Case and D.M. Londiensi, Compendium anatomicum nova methodo institutum, 1696. Source: Wellcome Image Collection
A man growing as a tree with branches, fruit and roots. From John Case and D.M. Londiensi, Compendium anatomicum nova methodo institutum, 1696. Source: Wellcome Image Collection

 

Zoek je naar een manier om de verbinding tussen ons lichaam en zijn omgeving te versterken?
Ja, dat is in mijn praktijk een groeiende vraag gebleken. Waarom scheiden we het organisme af van de natuurlijke omgeving wanneer we het over mensen hebben, maar doen we dat niet als het om dieren gaat? Als we aan een bos denken maken de dieren en organismen die in het bos leven daar integraal deel van uit. Wanneer we over mensen denken lijkt het lastiger om onszelf als onderdeel van een groter geheel te zien.”

“Mijn onderzoek is gericht op de concepten die we van levenscycli hanteren en daarmee de grenzen tussen mens en omgeving. Om dat te onderzoeken, put ik ook uit de geschiedenis van de wetenschap. Hoewel ik uitga van de huidige menselijke biologie en plantkunde, vind ik proto-ecologie heel interessant; mensen die, voordat ecologie als wetenschappelijke discipline bestond, onderzoek deden naar fenomenen die we nu als ecosysteem, als geheel begrijpen.”

 

Hoe is die interesse ontstaan?
“Ik begon mij steeds meer te interesseren voor de conceptuele onderbouwing van het menselijk lichaam. Hoe en waarom denk ik over mijn lichaam en mijn leven zoals ik dat doe? Ik wilde de manier waarop ik die dingen zie en begrijp als het ware ontleden. Mijn praktijk is een vorm van ‘embodied research’; belichaamd onderzoek dat voortkomt uit mijn persoonlijke vragen en ervaringen, en mij helpt om mijn eigen conventies te doorbreken. We weten dat planten water nodig hebben om te groeien en dat tranen uit water bestaan, maar toch komt het niet in ons op om planten tranen te geven. Mijn werkwijze bevrijdt me van de intellectuele conventies die mijn blik ongemerkt vernauwen en mijn gedrag beperken.”

 

“Wetenschappers die met zelfexperimenten werken, gebruiken dit meestal om specifieke problemen op te lossen. In mijn geval zijn de experimenten gerelateerd aan reflecties over mijn relatie tot mijn omgeving, reflecties die ook voortkomen uit het bronmateriaal waarin ik me verdiep. Voorafgaand aan Inoculate heb ik bijvoorbeeld onderzoek gedaan naar het Transcendentalisme[2], een literair filosofische stroming die een grotere nabijheid met de natuur bepleit. Een zin van Ralph Waldo Emerson, die met het essay Nature (1836) de beweging min of meer in gang zette, heeft in hoge mate de uiteindelijke vorm van Inoculate bepaald: “The ruin or the blank, that which we see when we look at nature, is in our own eye”.

 

Life-cycle of model organism Acetabularia. From Jean Brachet, The biological role of ribonucleic acids, 1960. Source: Internet Archive.
Life-cycle of model organism Acetabularia. From Jean Brachet, The biological role of ribonucleic acids, 1960. Source: Internet Archive.

 

Is de manier waarop je je eigen lichaam ziet of ervaart veranderd door het onderzoek en de experimenten die je doet?

“Ik kan niet zeggen dat mijn perceptie van mijn lichaam een totale make-over heeft ondergaan, maar indirect of meer incidenteel is er wel veel gebeurd, meer als secundair gegeven. Bij Inoculate bijvoorbeeld lag ik twaalf dagen lang, zonder bril en dus bijna blind, op een soort bedtafel om het risico op een fysieke verstoring van het ontkiemingsproces zoveel mogelijk uit te bannen. Dit impliceerde veel rust en bewegingsloosheid. Hierdoor verschoven mijn prioriteiten en stond ik stil bij handelingen en bewegingen die mijn lichaam normaliter als vanzelfsprekend maakt. Doordat ik niet goed kon zien, werd ik heel sonisch. De gevoeligheid voor geluid die ik ontwikkelde tijdens dit experiment bracht me er destijds ook toe een soundpiece te maken.”

 

Een andere transcendentalist aan wie je in je werk gerefereerd hebt, Henry David Thoreau, becommentarieert met zijn boek Walden, waarin hij zijn leven in de bossen beschrijft, het onderscheid dat we maken tussen mens en natuur. Heeft er door je werk voor jou een verschuiving plaatsgevonden? Voel je je meer deel van de natuur?

“Ik zou graag ja zeggen, maar ik kies er nog altijd voor om een heel stedelijk leven te leiden, in een heel talige omgeving. Mijn directe ervaringen met natuur beperken zich eigenlijk tot het bewateren van mijn kamerplanten en de relatie met mijn vogel Trixie. Dus nee, maar ik denk wel dat de manier waarop ik over mijn omgeving nadenk, ervoor zorgt dat ik mijn gedachten niet te snel tot conclusies breng, dat ik vertraag.”

 

Denk je dat de manier waarop we het onderscheid tussen binnen en buiten definiëren zou moeten veranderen?

“Timothy Morton schrijft in zijn boek Hyperobjects over radicale intimiteit. Wat betekent het om radicaal intiem te zijn met een ‘alien element’; iets of iemand die je ziet als vreemd, als anders dan jouw lichaam? In plaats afstand, is het misschien juist de nabijheid die je daar anders over na doet denken. Hopelijk spreekt er een dergelijke resonantie uit mijn werk. We maken continu ons huis en onszelf schoon, maar bijvoorbeeld bijna nooit onze telefoon, terwijl dat object een bijzonder uitgebreide kolonie van bacteriën is, waarmee we de hele tijd in verbinding staan. Je kan op een andere manier naar de dingen in je omgeving kijken, de dingen een andere plaats geven in je denken.

 

Wat zijn dan de grenzen van ons lichaam?

“In termen van wat zichtbaar is houdt ik vast aan de tactiele, fysieke grens. Maar er gaat veel meer in en uit dan waar we bij stil staan, onze lichamen hebben een veel bredere sfeer van invloed dan wat je kan zien en voelen; we zijn in voortdurende uitwisseling met onze omgeving.”

 

 

Ana María Gómez López (1981 US) creëert tijd-gebonden werk op basis van zelfexperimenten en archiefonderzoek in de geschiedenis van de wetenschap. Ze exposeerde recent in het Fonds d'art contemporain Genève, the Haus der Kulturen der Welt, the deCordova Sculpture Park, and the American University Museum. Ze volgde fellowships bij het Rijksmuseum Boerhaave, het Max Planck Instituut voor Wetenschapsgeschiedenis en de Beinecke Rare Books and Manuscripts Library. Ana María ging naar de Skowhegan School of Painting and Sculpture en voltooide haar MFA aan de Yale University School of Art. Momenteel is zij resident kunstenaar aan de Rijksakademie in Amsterdam en in 2019 begint zij een kunstenaarsbeurs aan het Netherlands Institute for Advanced Study in the Humanities and Social Sciences

 


[1] Hydroponics/hydropniek is een methode om gewassen te kweken in met voedingstoffen verrijkt water in plaats van aarde.

 

[2] Het transcendentalisme is een filosofische en literaire beweging die in de jaren 1830 en 1840 in de New England-regio van de Verenigde Staten tot stand kwam. Centraal in het transcendentalisme is het geloof in de inherente goedheid van zowel de mens als de natuur. Transcendentalisten geloofden dat de maatschappij en haar instellingen, met name georganiseerde religie en politieke partijen, de onschuld van het individu corrumpeerden. De transcendentalisten geloofden dat de mens op zijn best was wanneer hij zelfstandig en zelfvoorzienend leefde.