Politieke correctheid is dood maar nog niet begraven. Wat overblijft is een lege huls waaraan steeds een andere invulling gegeven wordt en die ieder naar believen gebruikt. P.C. als een containerbegrip; om het gevoel van onbehagen over ‘overgevoelige minderheden’ en de multiculturele samenleving te uiten, als verzet tegen de elite die te druk met zichzelf is, als een manier om eigen gevoel van welbehagen te vervullen. Anno 2018 is de fragmentatie van politieke correctheid een feit waarmee de term haar oorspronkelijke functie verloren heeft: dat van een maatschappelijk bindmiddel in een heterogene samenleving.  

‘Politieke correctheid maakt Nederland kapot’, citeerde de NRC begin dit jaar een ontevreden man uit Noordwijk. Anno 2018 wordt politieke correctheid steevast gebruikt als stok om de ‘elite’ en ‘links’ mee te slaan. Want die durven het niet om dingen te benoemen zoals ze zijn, vervallen in oeverloze nuances en dempen daarmee de grachten. En dat om de ‘overgevoelige’ moslims, feministen, Zwarte-Pietactivisten, vluchtelingen, en andere minderheden te ontzien of niet af te vallen. ‘Het mag toch niet zo zijn dat er in een democratie meer naar de minderheden wordt geluisterd?’

De taal is een handschoen die strak om de huid van de inhoud getrokken is. Politieke correctheid gaat over taalgebruik - over vorm - maar kan niet los worden gezien van de inhoud. Hoe dingen ‘benoemd’ worden, bepaalt ook  sterk de houding tot datgene dat benoemd wordt.

In werkelijkheid maakt politieke correctheid Nederland niet kapot maar heeft Nederland politieke correctheid de nek om gedraaid. Nederland kende in de jaren tachtig en negentig een eenduidige invulling van de term politieke correctheid als een maatschappelijk bindmiddel. Dat was nodig, zeker na de periode van ontzuiling. Daarvoor leefde ieder binnen eigen levensbeschouwelijke zuil met eigen politieke correctheden. Dat de invulling van de term niet meer eenduidig is, valt zowel de voor-als tegenstanders aan te rekenen. Een huls blijft over, en een inhoudelijke dialoog over de herdefinitie van politieke correctheid blijft uit. Gevolg is een nieuwe verzuiling met steeds een andere opvatting van wat nou precies politiek correct is..

Steeds vaker moeten ‘links’ en de ‘elite’ het met hun politieke correctheid ontgelden. Voorstanders van vrijheid van meningsuiting, neoliberalen, de boze witte man en ja, zelfs de Russische trollen hebben inmiddels ‘dingen benoemd’ over problemen die minderheden in de samenleving al dan niet veroorzaken. De aandacht is vooral gericht op de vorm - ‘minder, minder, minder’ minderheden - en niet op de inhoud - problemen die in eerste instantie benoemd en opgelost moesten worden. Dat het ‘benoemen’ steeds vaker ongenuanceerd is, geen recht doet aan de complexe werkelijkheid of inhoudelijk amper onderbouwd is, doet er minder toe dan het aantal views en likes op Facebook of Twitter. De tegenstanders hebben van politieke correctheid een containerbegrip gemaakt. Om zich te profileren als redder van het eigen volk, om een gevoel van frustratie over de steeds veranderende samenleving te uiten en ruimte te geven aan eigen conservatieve ideeën over minderheden.

De opvatting dat minderheden profiteren van politieke correctheid en dat de ‘linkse elite’ zich liever niet uitspreekt over sociale problemen maar ze met de mantel der liefde bedekt, is pertinent onjuist. Campagnes zoals #metoo laten zien dat minderheden niks liever willen dan dat hun dagelijkse problemen ‘benoemd’ en aangepakt worden. Ook als hulp of bescherming van buitenaf uitblijft. Bijvoorbeeld als het om discriminatie van moslimvrouwen, antikolonialisme-activisten of ongelijke kansen binnen het onderwijs en op de werkvloer gaat, is de ‘elite’ of ‘links’ in geen mijlen en wegen te bekennen.

De realiteit is dat de samenleving na bijna dertig jaar ‘benoemen’ veranderd is. Sindsdien zijn conservatieve standpunten en taalgebruik steeds meer sociaal acceptabel geworden. Twee decennia geleden boden democraten of de elite nog enige mate van verzet tegen verrechtsing en verharding van de samenleving. Vandaag de dag is dat anders en is een harde houding en ongenuanceerd taalgebruik jegens bijvoorbeeld feministen en hun agenda eerder regel dan uitzondering. In een post-Trump samenleving telt iemand met een beetje electorale ambities pas echt mee als diegene luidkeels scherpe en ongenuanceerde rechts-conservatieve standpunten verkondigt.

Zonder tegendruk uit andere hoeken en lagen van de samenleving wint de conservatief georiënteerde moraal en taalgebruik aan terrein. Daarmee verschuiven ook de maatschappelijke en sociale accenten van politieke correctheid. Of zoals columnist Özkan Akyol het beschrijft: ‘De nieuwe deugmensen herken je juist aan andere zaken: ze vinden álle moslims verknipt en willen altijd, bijna dwangmatig, de gekke uitspattingen van Donald Trump verdedigen… … Kortom: rechts is het nieuwe politieke correct.’

Niet alleen de tegenstanders, ook de fakkeldragers van linkse politieke correctheid hebben het begrip inhoudelijk helpen uithollen. Door onderling politiek correct te zijn en zich af te sluiten voor correctie van buitenaf. Daarmee is de elite en hun cultureel kapitaal voor anderen ontoegankelijk wat voor meer onbehagen jegens deze elite zorgt. Omdat de neoconservatieve standpunten wel voor een grote groep toegankelijk zijn, neigen de leden van andere maatschappelijke lagen richting deze rechtse politieke correctheid.

De hypocrisie van de streefklasse is onderzocht door de Amerikaanse hoogleraar Elizabeth Currid-Halket, zelf lid van deze elite. Volgens haar onderzoek heeft de laag van de bovenste 20% - en niet de bovenste 1% - het meest geprofiteerd van de meritocratische samenleving. Deze nieuwe streefklasse of bovenlaag is weliswaar hoger opgeleid, maar wordt niet zozeer bepaald door inkomen. Om met de streefklasse mee te kunnen doen moet je hun politiek correcte taal kunnen spreken; weten hoe ze over het nieuws en andere mensen praten. Ze delen een cultureel kapitaal, dat door niet-leden niet wordt begrepen of gewaardeerd.

Volgens Currid-Halkett - en met haar de oerconservatieve politicoloog Charles Murray - legt de streefklasse haar keuzes en taalgebruik langs een moreel meetlat. Politiek correct zijn ter vervulling van een gevoel van voldoening: ik hoor bij een groep die goed is voor de wereld en de ander. Daarmee is politiek correct-zijn verworden tot een levensstijl, een manier waarop je jezelf moreel juist kunt voelen. Evenals de tegenstanders, gebruikt de establishment P.C. als een lege huls om zich te profileren.

Het komt niet bij deze groep op om met mensen buiten hun klasse contact te zoeken. Je ziet dat de P.C.-streefklasse zich terugtrekt binnen de eigen politiek correcte bubbel en zich laat verleiden tot conservatieve standpunten om zich een ‘rechtser smoel’ aan te meten. Vaak ten behoeve van eigen politieke ambities. De bovenlaag - als profiteur van het systeem - is immers de winnaar van het meritocratische systeem, een systeem dat steeds meer aristocratische trekjes begint te krijgen. De kinderen van de establishment gaat er namelijk altijd op vooruit omdat zij het nodige culturele kapitaal meekrijgen van hun ouders. Zolang deze klasse generaties lang blijft profiteren van het systeem, ontbreekt de motivatie om het systeem daadwerkelijk te veranderen.

Kort na de landelijke verkiezingen van 2010 verschenen artikelen van Josse de Voogd over haar onderzoek naar de ‘kloof’ tussen groepen mensen. ‘De bakfietsende GroenLinkser kent wel een arme allochtoon, maar geen PVV-stemmer’, was haar conclusie.

Volgens de analyse van Currid-Halkett kijkt de nieuwe bovenlaag neer op de politiek incorrecte keuzes van de rest: de rest is de rood-vleesetende, niet politiek correcte lomperik. De Marokkaanse slager om de hoek met een baard en vier kinderen. De rest is Henk de bouwvakker, supporter van ADO Den Haag en de vaste reageerder bij GeenStijl.

Als gevolg kan de establishment zich geen voorstelling meer maken van de alleenstaande moeder of de werkloze vijftigplusser die wel willen maar het niet kunnen veroorloven om politiek correct te zijn. ‘Politiek correcte schijnheiligheid,’ zou de boze witte man kunnen zeggen. En terecht; de bovenlaag kijkt liever weg, maar niet voor de problemen die de minderheden al dan niet veroorzaken. Eerder om eigen gevoel van welbehagen en onbekommerdheid over de problemen van de samenleving - waar deze bovenlaag ook verantwoordelijk voor is - te vervullen en te behouden.

Daarmee draagt deze klasse direct bij aan polarisatie, en uiteindelijk aan de opkomst van populisten zoals Trump. De leiders begrijpen namelijk de kracht die politiek incorrect zijn heeft om een ​​andere klasse van kiezers te mobiliseren. Een grotendeels blanke klasse die niet weet te profiteren van het systeem, geen lid is van de bovenlaag en wrokkige is over de verschuiving van culturele en sociale normen.

Politieke correctheid gaat over vorm én inhoud; taal en betekenis. Volgens Murray ontstaat er onbegrip en wrijving wanneer elke bubbel eigen invulling geeft aan wat politiek correct is en tegelijkertijd een moreel oordeel velt over de keuzes en het taalgebruik van anderen.

Is er dan geen redden meer aan? Moeten we accepteren dat in een heterogene geïndividualiseerde samenleving anno 2018 politieke correctheid nimmer de functie van maatschappelijk bindmiddel kan vervullen? Niet helemaal, want hoe diep de hakken ook in het zand steken, er zijn wel degelijk manieren om toe te werken naar een gezamenlijk cultureel en maatschappelijk kapitaal en een inclusief en genuanceerd taalgebruik.

Neem de ‘grijze massa’ die een uitermate belangrijke rol kan spelen in het creëren van een breed gedragen cultureel kapitaal – lees inhoud. Onlangs is de actiegroep #Dare to be Grey opgericht, één van meerdere gelijksoortige initiatieven die op zoek gaat naar verbinding via nuance. Zij verzetten zich tegen het zwart-wit denken: de uitvergroting en verharding van tegenstellingen. Dit pleitdooi voor ‘vergrijzing’ is niet bij voorbaat kansloos te noemen.

De leden van deze grijze massa zijn divers en behoren niet tot een van de uiterste politieke correctheden. Volledig volgens de Nederlandse geest zijn de leden van de grijze massa genoodzaakt te onderhandelen om dingen gedaan te krijgen. Ze hebben niet de luxe dat iedereen in hun omgeving dezelfde standpunten en moraliteit uitdraagt en in een onderhandeling is extreem of ongenuanceerd zijn niet de beste tactiek.

Volgens een van de ‘grijze’ initiatieven – Het Grijze Manifest – moet zowel het publiek, de politiek en de media durven om verder te denken dan electorale winst of de sensatie van de dag. De focus moet liggen in het eigen onderzoek en kritisch denkvermogen. ‘Durf om uit je bubbel te stappen, maar spreek jezelf ook uit.’ Dat laatste past naadloos bij de analyse van Murray en Currid-Halkett. Verbinding maken kan als je een andere bubbel opzoekt, open staat voor een afwijkende mening en tegelijkertijd je eigen standpunt daartegenover durft te zetten. Niet om toe te werken naar je eigen vastgestelde conclusies, maar om dit te toetsen en te spiegelen aan levens van anderen.

Politieke correctheid wordt ingezet als een retorische truc, een morele kwalificatie op de persoon en een dooddoener voor de inhoud van de argumentatie. Het mag misschien door velen worden weggezet als een politiek correcte oplossing pur sang, maar: de dialoog blijven opzoeken, en je niet de mond laten snoeren, is de ultieme daad van het vrije woord.