Twee projecten over natuur en technologie als media

“We can see the Internet as a means of existence, in some ways close to water, air, earth fire, and ether, in its basic shaping of environments.”

– John Durham Peters in The Marvelous Clouds, p. 59

 

De discussie over de relatie tussen physis (‘natuur’) en technê (‘kunst’, ‘technieken’, ‘technologie’), of de opheffing van die relatie, gaat terug tot de oude Griekse filosofie, en leeft vandaag nog steeds[1]. Liever dan in te pikken op dit eeuwenoude debat, werkte ik de afgelopen jaren aan twee tentoonstellingen, Third Nature en Natural Capital, in samenwerking met kunstenaars die natuur en technologie beiden als ‘medium’ benaderden. Zoals mediatheoreticus John Durham Peters stelt in The Marvelous Clouds (2015), kennen we de natuur slechts door de dingen die we maken – met ons lichaam, en middels technologie. Het woord ‘medium’ verwijst naar (informatie)drager, zowel stoffelijk als immaterieel, en is van oudsher verbonden aan de betekenis van ‘milieu’ en ‘plaats in het midden’. Pas vanaf de negentiende eeuw begon de term ‘medium’ te gelden voor zowel de overdracht van signalen (fysiek) als van betekenis (semiotisch). Peters beargumenteert dat hoewel we media vandaag begrijpen als omgevingen – ruimtes waarbinnen informatie circuleert, bestaande uit gegevens die net zo goed onderdrukkend als emanciperend kunnen werken –, we omgevingen evengoed als media kunnen bekijken. Media vertellen als betekenisdragers niet alleen iets over de wereld, ze zijn ook de wereld: de infrastructuren waarbinnen natuur en cultuur met elkaar versmelten, en die de condities scheppen voor het leven. Als we natuur en technologie zien als een met elkaar vergroeid medium, hoe kunnen we dan deze eenheid aangrijpen om misleidende, vaak tot destructie leidende voorstellingen (zoals trademarks, satellietfoto’s, maar ook visualiseringen op basis van data-capture technologieën die voornamelijk worden ontwikkeld voor militaire doeleinden en gefinancierd door multinationals) ervan te ondermijnen richting een meer eerlijke, constructieve en bevrijdende voorstellingswijze? En wat is hierbinnen de rol van kunst?

 

De interesse voor technologie en natuur als eenzelfde medium ontstond al tijdens de voorbereidingen van de tentoonstelling Third Nature (2016, Hessel Museum, New York). De vraag hoe kunstenaars het gangbare (ideologische) discours rond technologische infrastructuur, de zogenaamde ‘derde natuur’, aan de kaak kunnen stellen, vormde het uitgangspunt. Waar de ‘eerste natuur’ begrepen kan worden als de ruwe grondstoffen van onze planeet, verwijst de ‘tweede natuur’ naar de industriële productie-en distributiesystemen (silo’s, mijnen, spoorinfrastructuur) die deze eerste natuur tot bruikbaar materiaal verwerkt. De ‘derde natuur’ voegt daar een nieuwe, meer onzichtbare, laag aan toe. In tegenstelling tot de tweede natuur, verschijnt de derde natuur niet als een uitdrukkelijk fysieke architectuur, maar ze is ook verre van immaterieel. De derde natuur ontwikkelt zich als een telecommunicatie-infrastructuur die bestaat uit de flitsen en stromen van menselijke activiteit en contact. Ze geleidt, vervoert, navigeert. Ze is alomtegenwoordig en ze drijft op een enorme toevoer van grondstoffen voor koeling en energie. De kunstenaars van Third Nature – Nina Canell, Marjolijn Dijkman, Femke Herregraven, Basim Magdy en Suzanne Treister – waren echter niet zozeer geïnteresseerd in de technische aspecten van deze derde natuur, als wel in haar rol als medium: de mythen, roddels, geruchten en vertelsels die zij verwekt of aan haar vastkleven, en waarmee zij een optimistisch, maar vertekend beeld van moderniteit en vooruitgang geeft. Zo verhult ze bijvoorbeeld de manier waarop ‘voordelen’ (communicatie en toegang tot informatie) en ‘nadelen’ (vervuiling en exploitatie) van infrastructuur sociaalruimtelijk ongelijk verdeeld worden. Zoals antropoloog Brian Larkin in The Politics and Poetics of Infrastructure betoogt, kun je infrastructuren op jakobsoniaanse[2] wijze analyseren als iets wat verschillende uitingen kent, en dus ook verschillende functies. Waar infrastructuren over een onmiskenbare technische functie beschikken, zijn ze ook betekenisdragers die zich richten tot een ontvanger: “they emerge out of and store within them forms of desire and fantasy and can take on fetish-like aspects that sometimes can be wholly autonomous from their technical function.”[3] Vanuit dit perspectief worden infrastructuren autonome media die liever de aandacht op zichzelf vestigen, dan op de diensten die ze verondersteld worden uit te voeren. Hierdoor beschikken ze over een onmiskenbaar politiek potentieel, met zowel nefaste als meer gunstige ontwikkelingen tot gevolg.

Installation views from Third Nature, Hessel Museum of Art, Center for Curatorial Studies, Bard College, Annandale-on-Hudson, NY, May 8 – 29, 2016. Photo: Chris Kendall 2016.
Installation views from Third Nature, Hessel Museum of Art, Center for Curatorial Studies, Bard College, Annandale-on-Hudson, NY, May 8 – 29, 2016. Photo: Chris Kendall 2016.
Installation views from Third Nature, Hessel Museum of Art, Center for Curatorial Studies, Bard College, Annandale-on-Hudson, NY, May 8 – 29, 2016. Photo: Chris Kendall 2016.
Installation views from Third Nature, Hessel Museum of Art, Center for Curatorial Studies, Bard College, Annandale-on-Hudson, NY, May 8 – 29, 2016. Photo: Chris Kendall 2016.
Installation views from Third Nature, Hessel Museum of Art, Center for Curatorial Studies, Bard College, Annandale-on-Hudson, NY, May 8 – 29, 2016. Photo: Chris Kendall 2016.
Installation views from Third Nature, Hessel Museum of Art, Center for Curatorial Studies, Bard College, Annandale-on-Hudson, NY, May 8 – 29, 2016. Photo: Chris Kendall 2016.
 

Een voorbeeld van deze ‘poëtische’, meer autonome functie van informatie- en communicatie infrastructuur kwam tot uiting in Malleable Regress (2016), een werk van Femke Herregraven bestaande uit vlakke, rechthoekige voorwerpen gemaakt uit doorschijnend materiaal. Het zijn archeologische overblijfselen in een fictief scenario waarin micro-platforms strategisch in de oceaan zijn geplaatst als deel van een globaal handelsnetwerk met razendsnel dataverkeer. Waar het werk een speculatieve, maar plausibele blik op de toekomst leek te werpen, droegen de objecten als afgietsels van honderd jaar oude Indonesische guttapercha-tegels ook het beeld van een oude wereldwijde infrastructuur. Aan het begin van de negentiende eeuw werd rubber uit koloniale plantages als isolatie gebruikt voor het wereldwijd netwerk van onderzeese telegraaflijnen van het Britse Rijk. Het gepredikte, maar valse, idee van globale verbondenheid dat uit deze infrastructuur leek te spreken – zoals onder meer beschreven in de gedichten van de Indisch-Britse schrijver Rudyard Kipling, en zichtbaar is in bijvoorbeeld het icoontje van Internet Explorer –, staat haaks op de ongelijkheid en exploitatie die hier eigenlijk aan de basis van ligt. Infrastructuren dicteren een soort mentaliteit en toekomstperspectief, die zowaar van hun materiële, functionele realiteit losgekoppeld kunnen worden. Ze kunnen, met andere woorden, een eigen, ‘autonoom’ leven gaan leiden aan de hand van wat omschreven kan worden als een ‘alsof-politiek’: “infrastructures are the means by which a state proffers these representations to its citizens the deepest and oldest questions of society and ecology: how to manage the relations people have with themselves, others, and the natural world. It creates a politics of ‘as if’.”[4]

Still installation Sprawling Swamps featuring a tile from Malleable Regress by Femke Herregraven, on view in Third Nature, Hessel Museum of Art, Center for Curatorial Studies, Bard College, Annandale-on-Hudson, NY, May 8 – 29, 2016, courtesy of the artist
Still installation Sprawling Swamps featuring a tile from Malleable Regress by Femke Herregraven, on view in Third Nature, Hessel Museum of Art, Center for Curatorial Studies, Bard College, Annandale-on-Hudson, NY, May 8 – 29, 2016, courtesy of the artist
 Still installation Malleable Regress, image still, interactive digital environment by Femke Herregraven, on view in Third Nature, Hessel Museum of Art, Center for Curatorial Studies, Bard College, Annandale-on-Hudson, NY, May 8 – 29, 2016, courtesy of th
Still installation Malleable Regress, image still, interactive digital environment by Femke Herregraven, on view in Third Nature, Hessel Museum of Art, Center for Curatorial Studies, Bard College, Annandale-on-Hudson, NY, May 8 – 29, 2016, courtesy of th
Larkin definieert de ‘alsof-politiek’ als iets waarmee machtsstructuren een gemanipuleerd wereldbeeld aan de gebruikers van infrastructuren opdringen, maar wat zou er gebeuren als deze gebruikers hun eigen ‘alsof-politiek’ zouden inzetten? Als ons begrip van het medium natuur-technologie wordt opgeladen met esthetisch-semiotische tekens die leiden tot specifieke aannames en ervaringen – of zoals Larkin het stelt, “aesthetics not as a representation but an embodied experience governed by the ways infrastructures produce the ambient conditions of everyday life” – hoe kunnen we deze dan zelf creatief invullen in functie van meer verbindende en emancipatorische doeleinden? Waar Third Nature een onderzoekende blik wierp op de discoursen van telecommunicatie-infrastructuren, of de ‘derde natuur’, ging de tentoonstelling en online publicatie Natural Capital (Modal Alam)[5] dieper in op de manipulatieve, vaak vervormende manier waarop de natuur door allerlei instanties – van lobbygroepen en de mainstreammedia tot bedrijven, overheden en natuur-en milieuorganisaties – wordt geabstraheerd. Meer specifiek trachtte Natural Capital (Modal Alam) alternatieven te tonen op de economische en wetenschappelijke voorstellingen van de natuur in de Indonesische archipel, een land dat de op één na de grootste biodiversiteit ter wereld heeft. Zo wordt deze biodiversiteit vaak omschreven als ‘natuurlijk kapitaal’, een economisch concept dat de logica van een groei-economie wil verzoenen met het behoud van de wereldwijde natuurlijke rijkdommen als een onuitputtelijke voorraad diensten en goederen. Maar die benadering toont hoezeer mensen vervreemd geraakt zijn van de natuur, en legt bovendien de nadruk op een onmiskenbaar mens-gecentreerd standpunt. Het uitgangspunt van Natural Capitall (Modal Alam) was dan ook om een ruimte te creëren waarbinnen kunstenaars en denkers zich konden distantiëren van naïeve natuurbeelden of afstandelijke abstracties van biodiversiteit. Of zoals Christophe Bonneuil and Jean-Baptiste Fressoz het zo mooi stellen in The Shock of the Anthropocene (2016), waarin zij het dominante narratief van een “awakening of awareness” ontmantelen: “to strive for decent lives means freeing ourselves from repressive institutions, from alienating dominations and imaginaries. It can be an extraordinary emancipatory experience.”[6]
Natural Capital (Modal Alam), Europalia Indonesia Festival, BOZAR, Brussels, December 21, 2017 – January 21, 2018, photo: Mono Visual
Natural Capital (Modal Alam), Europalia Indonesia Festival, BOZAR, Brussels, December 21, 2017 – January 21, 2018, photo: Mono Visual
Waar het in theoretische kringen bon ton is om het te hebben over het ontwikkelen van ‘nieuwe talen’, richtte Natural Capital (Modal Alam) zich niet zozeer op de creatie van nieuwe vocabularia, neologismen of prefixen, maar wel op het verspreiden van andersoortige voorstellingen, verhaalbogen-en strategieën. De inzet was minder geconstrueerd, meer intuïtief en sensorieel, waarbij veel waarde werd gehecht aan de onmiddellijke ervaring, de geleefde realiteit. Zo behandelde het Indonesisch collectief Bakudapan Food Study Group met hun etnobotanisch project Cooking in Pressure de omgang met eetbaar onkruid door de vrouwelijke, voormalige politieke gevangenen onder het Soeharto-regime (1965-66) als een politiek alternatief op het geïmplementeerde voedsel- en landbouwbeleid. In een tekst van curator Mira Asriningtyas vertelde zij over de terugkeer naar Kaliurang, haar geboortedorp aan de voet van de Merapi-vulkaan, waar ze zich met bevriende kunstenaars laat onderdompelen in de eeuwenoude verhalen die uit deze gepersonifieerde, levende ‘berg van vuur’ voortvloeiden. In de film Pulau Yang Nyasar volgde Alexis Gautier een zelfgemaakt eiland dat drijft langs het toeristische Komodo National Park – een poging om het ontstaan van de archipel te begrijpen vanuit geopolitiek, geografisch en mythologisch oogpunt. Middels een ‘onwetenschappelijke’ conservatietechniek die ontwikkeld werd door vrouwen in de Victoriaanse tijd om zeewier te inventariseren, liet Filip Van Dingenen dan weer de geest van de zeewierkolonies – die vandaag op zeer agressieve wijze geoogst worden –  aan het woord. Ook Syaiful Garibaldi liet de natuur opnieuw voor zichzelf spreken: hij ontwikkelde een alfabet op basis van cellen die hij in petrischalen kweekte om zo te kunnen schrijven over natuur met natuur. En in Everything, het grenzeloos spel en universum van David OReilly, is alles wat je ziet een ding dat je kan zijn, van dieren en planten tot sterrenstelsels en daarbuiten.

 

Het zijn maar enkele voorbeelden van kunstenaars, curatoren, theoretici en activisten die hun media inzetten in functie van alternatieven op de dominante, vaak verwoestende en homogeniserende, discoursen en beeldcultuur van onder meer de technowetenschappen en de grote multinationals.[7] Door hun media op te laden met een meer persoonlijke, geleefde ‘alsof-politiek’ laten ze andere – meer eerlijke, constructieve en bevrijdende – verhoudingen zien tot technologie en natuur. De vraag die met Third Nature werd opgeroepen – hoe kunnen we de materiële realiteit (arbeid, grondstoffen, energie, klimaat) van de ons omringende infrastructuren (h)erkennen in de wolk van valse verhalen die hen omringen –, werd dan ook deels beantwoord door de praktijken in Natural Capital (Modal Alam). Toch lieten beide tentoonstellingen ook veel vragen onbeantwoord: is het mogelijk deze praktijken, verhalen en media te verspreiden op de schaal van de gevestigde machtsstructuren en hun alsof-politiek? En hoe kunnen we op een meer kritische manier omgaan met de recuperatie en appropriatie van deze praktijken, niet alleen in de kunsten, maar ook in mainstreammedia en via andere infrastructuren?

Still from Everthing, an interactive game by David O Reilly, on view in Natural Capital (Modal Alam), 21 december 2017 tot 21 januari 2018, BOZAR, Brussel.
Still from Everthing, an interactive game by David O Reilly, on view in Natural Capital (Modal Alam), 21 december 2017 tot 21 januari 2018, BOZAR, Brussel.

 


[1] Zie het werk van onder meer Martin Heidegger, Michel Serres en Donna Haraway.

[2] Roman Jacobson is een van de grondleggers van de moderne taalwetenschap. Een van zijn belangrijkste bijdragen was het onderscheid dat hij maakte tussen zes functies van taal: referentieel, poëtisch, emotief, conatief, fatisch, metatalig.

[3] Brian Larkin, The Politics and Poetics of Infrastructure, Annual Review of Anthropology, Vol. 42, p. 327-343 (Volume publication date October 2013), p. 329.

[4] Ibid., p. 335.

[5] In het kader van Europalia Curator’s Award ontwikkelden curatoren Charlotte Dumoncel d'Argence en Laura Herman het project Natural Capital (Modal Alam) dat plaatsvond in BOZAR, Brussel van 17 December 2017 tot 21 januari 2018.

[6] Bonneuil, Christophe, and Jean-Baptiste Fressoz. The Shock of the Anthropocene: The Earth, History, and Us. London; Brooklyn, NY: Verso, 2016, p. 291.

[7] Christophe Bonneuil and Jean-Baptiste Fressoz hebben het meer specifiek over fenomenen van de ‘alsof-politiek’ zoals ‘ lobbying, storytelling, rebound effect, technological coup, greenwashing, recuperation of criticism, complexification, banalisation or a simulated taking into account.’