Steun hier het nieuwe seizoen van de radiopodcast Kunst is Lang.

Image

‘Het is altijd goed als jonge mensen niet luisteren’ – in gesprek met kunstenaar Maarten Bel

14-01-2021 Susanne van Balveren

Kunstenaar Maarten Bel zou deze kerstvakantie een death metal borduurworkshop geven en in 2021 gaat hij als kabouter in het Amsterdamse Vondelpark resideren. Hij verwondert of ergert zich aan dagelijkse dingen, van zijn lievelingseten (gebakken camembert) tot aan lachgaspatronen die hij echt overal tegenkomt. Die opmerkzaamheid verbeeldt hij op speelse wijze in zijn kunst. Bel geeft les aan de docentenopleiding op de Willem de Kooning Academie en werkt vaak samen met kunstinstellingen aan educatieve projecten. Wat maakt deze extraverte duizendpoot zo geliefd bij kind en alleman?
Ik besluit hem te interviewen over hoe hij aan de weg timmert als maker en docent. Gelukkig is Bel net zo gul met zijn zelfspot als met zijn wijsheid. Zijn tips variëren van ‘klets met kinderen van curatoren op expo’s want dan komt de curator vanzelf naar je toe’ tot ‘maak werk dat je ook zou maken als je op vakantie bent en eigenlijk niets hoeft te doen.’
 

Ze zouden eigenlijk een tweejarige kunstplicht in plaats van een dienstplicht moeten invoeren.

Op een herfstige zondagmiddag sta ik bij hem op de stoep met de zelfgebakken koekjes van mijn dochter, dankbaar neemt Bel ze aan en proeft ze met smaak. “Grappig dat je gelijk kan zien dat het van een kind is," zegt hij. "Niet omdat het zo slecht is gemaakt, maar de chaos die erin zit, kan je als volwassene niet namaken.”
Je doet regelmatig projecten voor kinderen en jongeren in samenwerking met bekende kunstinstellingen. Wat leer jij van kinderen? Waarom is het kind als publiek zo interessant voor jouw werk?
“Ik heb niet altijd met kinderen gewerkt. Ik ben in 2011 afgestudeerd en ik kan me herinneren dat ik het heel tof vond als er kinderen kwamen op tentoonstellingen omdat die altijd heel onbevooroordeeld en supereerlijk zijn. Als ze iets stom of lelijk vinden, hoor je dat gelijk. Bij een workshop vertelde een jongen mij dat hij het stom vond omdat hij meer had willen maken en minder had willen praten. Dat neem ik wel serieus. Volwassenen houden zich aan conventies of sociale afspraken. Er zit een soort degelijkheid overheen als je probeert te vissen naar wat volwassenen ergens van vinden.
Als je kijkt naar 60-plussers; zij gaan vaak lekker een dagje museum doen, even een worteltaartje eten en een beetje rondlopen, kunst kijken en verder niet zoveel. Kinderen zijn de toekomst. Op kinderen heb je zoveel meer invloed en zeker als je nadenkt over wat kunst kan betekenen. Dat is voor mij een veel interessanter publiek dan mensen die al een heel leven achter de rug hebben.”

Wat betekent kunst eigenlijk voor jou?
“Het klinkt romantisch, maar voor mij is het doel van kunst om je anders te laten kijken naar de wereld om je heen. Naar de vanzelfsprekendheden, dat kan op heel veel vlakken, dat kan op politiek vlak zijn, maatschappelijk, of op sociaal vlak. Het gaat erom dat wat jij denkt dat als kunstenaar relevant is. Als kunstenaar ben je op zoek naar een beeldtaal die dusdanig tot de verbeelding spreekt dat de urgentie en relevantie van het betreffende onderwerp voelbaar wordt voor een publiek. Zodat er een gesprek op gang kan komen.”

En wat wil jij kinderen meegeven als je met ze werkt?
“Een kunstproject is voor kinderen iets magisch. Die magie moet je koesteren en is zo belangrijk om te kunnen dealen met de complexiteit van het leven dat nog voor hen ligt. Of je nu wel of geen kunstenaar wordt, creatief en fictief kunnen denken is volgens mij superbelangrijk voor je ontwikkeling als mens. Of je nu kunstenaar of econoom wordt. Ze zouden eigenlijk een tweejarige kunstplicht in plaats van een dienstplicht moeten invoeren.” 

Maarten Bel - Volwassenen Aangelijnd, 2020
Maarten Bel - Volwassenen Aangelijnd, 2020

 

Wat is de meerwaarde voor je artistieke praktijk om educatieve projecten te doen? Draagt het iets bij aan je autonome kunstenaarschap?
“Als kunstenaar ken je je praktijk als geen ander. Iemand anders zou die workshops niet op mijn manier geven. Wat mij en mijn praktijk uniek maken laat ik terugkomen in een educatief project. Omgekeerd zie ik educatie als een discipline die ik beoefen, zoals schilderen dat kan zijn. Ik ben de kunsteducatie ingerold, want ik heb autonome kunst gestudeerd. Tent vroeg in 2016 of ik een educatieproject wilde doen. Toen ontstond Bel’s kitchen, waarin ik met kinderen ging koken, nou ja, creëren. Dat is een enorm succes geweest, er kwamen heel veel scholen langs en het balletje is gaan rollen richting musea en andere kunstinstellingen.”

Je geeft ook les op de Willem de Kooning Academie. Wat maakt volgens jou een kunstdocent tot een goede docent? Wat moet hij of zij kunnen of willen leren?
“Wat ik een goede kunstdocent vind? Ik heb wel heel veel voorbeelden van slechte! Een docent werkt altijd vanuit eigen ervaringen, een referentiekader, dat is heel goed. Objectief onderwijzen lukt nooit, maar zodra een docent denkt een monopolie te hebben op de werkelijkheid, vind ik dat heel storend. Bijvoorbeeld verkondigen dat een galerie het hoogst haalbare is. Dat is mij overkomen op de academie, terwijl ik nu denk dat bij een galerie zitten voor mijn praktijk helemaal niet het hoogst haalbare is.
Ik had ook een docent die wilde dat we elke ochtend een zelfportret schilderden. Je kan het wel dwingend opleggen en dat zou ik misschien zelf ook doen, maar je moet erbij zeggen dat de student altijd óók iets anders kan doen. Je moet daarnaast als docent ook kritisch op jezelf blijven. Laatst kreeg ik van mijn vriendin op mijn donder omdat ik een veel te moeilijke opdracht had gegeven aan eerstejaars studenten. Ze moesten een artistieke handleiding maken, zodat een ander hun kunstpraktijk zou kunnen bedrijven. In de daaropvolgende les hebben we over de moeilijkheidsgraad gesproken. Sommige studenten zeiden ‘ik vond het een rotopdracht, dankjewel vriendin van Maarten’. Het leuke is dat ze dan toch met elkaar gaan speculeren over wat er allemaal mogelijk is en ze elkaar gaan helpen.
Een goede kunstacademiedocent moet vooral de ideeën die studenten hebben faciliteren en ze stimuleren om in vier veilige jaren uit te vogelen wat hun voorwaarden en onderwerpen zijn als maker. Als ze oorspronkelijkheid in zichzelf leren vinden en vanuit daar een duurzame praktijk opbouwen, heb je het als docent goed gedaan. Een student moet geen werk maken enkel om de studie te halen. Er is maar éen ding zeker voor een kunstacademiestudent: Je wilt maken!”

Ik zeg vaak tegen studenten: “Stel je even voor dat jij dit niet hebt gemaakt maar jouw buurman of buurvrouw, wat vind je er dan van?”

Sinds de NRC-publicatie afgelopen oktober over de misstanden van Juliaan Andeweg en het feit dat o.a. de kunstacademie waaraan hij studeerde te weinig heeft ondernomen om medestudenten tegen hem te beschermen, is er veel kritische aandacht voor het hedendaagse academieonderwijs. Hoe ga jij om met je eigen machtspositie als docent op een kunstacademie?  Hoe zorg jij ervoor dat je studenten zich veilig voelen? 
“Geborgenheid is voor mij de fundering van goed onderwijs. Zeker op een academie waarbij studenten vaak werken vanuit een persoonlijke motivatie. Als academiedocent moet je je hier bewust van zijn en zorgvuldig mee omgaan. Ikzelf doe dit door goed te luisteren, altijd met studenten te blijven praten en zelfkritisch te zijn.

Daarnaast is voor mij het opbouwen van een professionele band met de student belangrijk. Mijn benadering is vrij informeel omdat ik de student het gevoel wil geven dat ik niet boven, maar naast ze sta in het begeleiden van hun innerlijke ontwikkeling. Daar ligt voor mij de uitdaging omdat ik uiteindelijk wel degene ben die beoordeelt.”

Doe jij in je kunstenaarspraktijk wat je studenten aanbeveelt, do you practice what you preach?
“Ik vind dat als je kunst maakt dat je kritisch moet zijn naar jezelf. Wees ‘zelfreflectief’ in een werk. Het is altijd goed als jonge mensen niet luisteren. Mijn studenten van de Willem Kooning Academie hebben bijvoorbeeld bij een opdracht optie a en optie b. Dan gaan ze bij mij peilen wat ik vind. Dan zeg ik: “Ik zou niet doen wat jij doet, maar ik vind het ook goed als je niet naar me luistert en toch jouw ding doet.” Daar raken ze helemaal van in de war. Die vrijheid vind ik belangrijk. Dat ze geloven in dingen die zij zelf willen doen. Ik zeg vaak tegen studenten: “Stel je even voor dat jij dit niet hebt gemaakt maar jouw buurman of buurvrouw, wat vind je er dan van?” Dan gaan ze nadenken. Dit principe pas ik ook op mijn eigen werk toe. Ik neem mijn eigen kritische, knagende gevoel uiteindelijk erg serieus.”

Wat is de meerwaarde om als kunstenaar met groepen mensen te werken? In jouw buurproject maak je bijvoorbeeld met makers en kunstenaars uit jouw eigen straat een tentoonstelling.
“Iedereen uit de straat met een liefde voor het maken mag meedoen. Ik ga als een soort artistiek conciërge een tentoonstelling organiseren, compleet met afsluitende barbecue. In plaats van te preken voor eigen parochie en enkel te exposeren in tentoonstellingsruimtes, is het verfrissend om iets te doen met mensen die niet in de kunstwereld zitten. Anders raak je vervreemd van de wereld om je heen. Daarom vind ik het leuk om soms óók les te geven op reguliere scholen, daar zitten soms zulke cultuurbarbaren, daar kan ik enorm veel uithalen. Ik haal echt inspiratie uit hoe mensen zijn of wat ze denken en doen. Het project Plan B dat ik vorig jaar heb uitgevoerd is hier een goed voorbeeld van. Studenten van het Zadkine College in Rotterdam hebben met mij het Boijmans van Beuningen advies gegeven over hoe het museum aantrekkelijker zou kunnen worden voor jongeren. Dan krijg je gekke ideeën te horen zoals rondleidingen met hallucinerende middelen of een wekelijkse demonstratie over onderwerpen uit de actualiteit.” 

Maarten Bel - Plan B, 2020 (Boijmans van Beuningen)
Maarten Bel - Plan B, 2020 (Boijmans van Beuningen)

 

Hoe maak jij jongeren eigenlijk enthousiast voor kunst?
“Ik werk vaak met mensen die een bepaald beeld hebben van wat kunst is. Dat is jammer, want het kan zoveel meer zijn. Zelf had ik ook dat vooroordeel. Ik ging naar de academie en ik deed een basisjaar en het kwam niet in me op om autonome kunst te studeren. Ik dacht dat daar van die vage figuren zouden zitten die alleen maar schilderen en alles beter weten. Totdat ik in aanraking kwam met andere kunstenaars zoals Fischli en Weiss. Ik zag hun werk van klei genaamd: Mick Jagger and Brian Jones going home satisfied after composing I cant get no satisfaction. Toen dacht ik; als dit kunst kan zijn, dan wil ik ook kunst maken. Dat heeft te maken met de soort humor, speelsheid en ironie waar ik van hou. En met kunst die communiceert. Niet dat het oppervlakkig is, want ik denk dat er heel veel gelaagdheid zit. Juist zo’n werkje representeert grotere thema’s.”

Ga jij in je werk op zoek naar die gelaagdheid?
“Ik geloof niet in kunst die supergelaagd en complex is en waarin alles zogenaamd samenkomt. Wat mij betreft houdt communicatie op een gegeven moment op. Kunstenaars die in een werk alles proberen te vertellen, vind ik niet zo spannend. Het raken van de essentie vind ik interessanter dan de uitleg. Mijn kunst gaat over opmerkzaamheden in het dagelijks leven. Daar bewust van zijn haalt me even uit mijn dagelijkse routine. Vaak zit er een potentie in gewone voorvallen die ik intuïtief aanvoel. Het representeert dan iets groters dan het in eerst instantie lijkt. Een voorbeeld; ik erger me aan mensen die op de stoep fietsen. Terwijl ik het ook heel irritant kan vinden als ik zelf op de stoep fiets en mensen gaan niet aan de kant. Die inconsequente benadering van mij zegt veel over onze samenleving, waarin mensen vaak oordelen over elkaar en zichzelf geen spiegel voor houden. Zo heb ik tal van voorbeelden, waar ik werk over maak.” 

Maarten Bel - Ik hou niet van mensen die
Maarten Bel - Ik hou niet van mensen die

 

Zijn er ook grote thema’s die je nog in je werk zou willen uitwerken?  
“Mensen zullen bij mijn werk niet snel denken: aha dat gaat over racisme of een groot politiek thema, maar er zit vaak wel een laag in. Bijvoorbeeld mijn werk over de lachgaspatronen. Ik vertel hier over vervuiling en ongelukken die gebeuren. Ik verzamel patronen en plak ze op stenen met de kreet HiHi als een soort van klein meisje dat grote jongens uitlacht. Indirect geef ik kritiek op de mensen die lachgas gebruiken. Maar mijn werk wordt nooit belerend. Ik dacht niet van: Ik ga nu drugs en vervuiling aanpakken en daarom ga ik met lachgaspatronen werken.
Ik experimenteer wel constant met nieuwe vormen, maar aan sommige thema’s wil ik mijn vingers niet branden, omdat ze zo complex zijn en zoveel mensen zeggen daar al goede dingen over. Wat moet ik er dan nog aan toevoegen? Ik geloof niet in de belerende vinger die ik steeds vaker zie in het huidige activisme, maar meer in het verbeeldende of het goede voorbeeld. Ik geloof meer in ludieke acties dan jezelf vastbinden aan een boom of in een zendmast klimmen. Maar ik vind het wel belangrijk om met activisme bezig te zijn op mijn manier en ik ga het komend jaar dan ook een aantal projecten doen met een activistische inslag.
Zo ga ik een tv-serie maken voor Open Rotterdam, een lokale Rotterdamse zender. Hierin ga ik de ‘gewone Rotterdammer’ helpen door op een verbeeldende manier in opstand te komen rondom irritaties in hun dagelijks leven. Voor Art at the Schinkel in 2021 doe ik een participatie-installatie in het Vondelpark waarbij ik een aantal weken opereer vanuit een hele grote puntmuts, verkleed als kabouter. Voor mij is een kabouter een soort eerste herinnering van verbeelding. Mensen hebben een idee bij wat een kabouter is. Dat voelt voor hen vertrouwd. Zo lok ik het publiek in een ‘val’ omdat de drempel laag is. Dan kom ik en gebeuren er ineens andere dingen. Ik zaag onverwacht hun benen onder hun lijf vandaan, natuurlijk op een sympathieke manier. Met een scherpe zaag. Dat is voor mij het kader waar ik binnen werk en ideeën filter.” 

Maarten Bel - HIHI
Maarten Bel - HIHI, 2020.

 

 

Ook adverteren op mistermotley.nl? Stuur dan een mail naar maurits@mistermotley.nl