Mister Motley heeft een boek gemaakt. Koop hier 'Dit is een vertaling'.

Image

‘Kinderen zijn kunstenaars en kunstenaars willen kinderen zijn’

17-05-2019 Gerda van de Glind

Francesco Stocchi over de nieuwe generatie museumbezoekers 

Francesco Stocchi (1975) is curator, schrijver, publicist en Conservator Moderne en Hedendaagse Kunst bij Museum Boijmans van Beuningen. Daar stelde hij voor kinderen de collectiepresentatie ‘Alles Kids’ samen. Stocchi was ook verantwoordelijk voor de tentoonstelling ‘Vorm-Follows-Attitude’ van kunstenaarsviertal Gelatin, waarover hij zei dat je nog steeds het kind in de werken van de kunstenaars kunt zien. Ik sprak hem over de rol van kinderen in de kunstwereld en waarom het zo belangrijk is hen uit te nodigen. Wat kan een kind leren van kunstenaars en vice versa?
 

Wat is jouw meest vroege herinnering of ervaring op het gebied van kunst?

Mijn moeder is kunstenaar en mijn vader is erg gepassioneerd over kunst. Mijn meest vroege herinnering is daarom niet een specifiek kunstwerk, maar meer een gevoel over mijn relatie met kunst. Bij ons thuis was kunst iets heiligs. Voor mijn familie was het namelijk niet alleen een manier om jezelf te uiten, maar iets essentieels voor de mensheid in het algemeen. Tegelijkertijd had ik een hele fysieke relatie met kunst. Omdat ze onderdeel waren van mijn leefomgeving kon ik kunstwerken aanraken. Kunst was daarom voor mij zowel iets spiritueels als iets fysieks en aards.

Dat klinkt als een mooie ‘eerste’ ervaring met kunst. De kunstwereld is de afgelopen jaren ook steeds meer ruimte aan het creëren om de allerjongsten kunst te laten ervaren. Bij Boijmans hebben jullie dan ook een kinderraad, onlangs konden kinderen hun eigen kunstwerk aanschaffen en ik las dat er nu zelfs een robothond is die hen door het museum leidt. Waarom is het zo belangrijk is om kinderen als serieuze bezoekers van het museum te zien?

Er zijn twee manieren om in het museum met kinderen naar kunst te kijken. Allereerst is er de afdeling educatie, die schoolkinderen naar het museum brengt. Dan leidt iemand hen rond en vertelt over de kunstwerken: wie het heeft gemaakt, hoe het is gemaakt, wat er wordt verbeeld, etcetera. De andere manier waarop kinderen bij ons binnen komen is wanneer families naar het museum komen om met hun kinderen naar kunst te kijken, zonder begeleiding vanuit het museum. Beide manieren vullen elkaar aan, maar zelf houd ik meer van de tweede manier, waar kinderen zelf kunnen kijken, zonder kaders.

Ik denk dat het heel natuurlijk is voor kinderen om naar kunst te kijken, omdat ze zelf een constante artistieke praktijk hebben. Ze tekenen elke dag. Dat is iets wat je verliest als volwassene. Slechts 0,1 of 0,2 procent van de samenleving wordt een kunstenaar die constant bezig is met dingen creëren en maken.

Kinderen drukken zich anders uit. Zij tekenen zelfs voordat ze kunnen praten. Het is hun eerste vorm van communicatie. Daarom is een museumbezoek voor hen met hun ouders totaal anders dan voor ons: de afstand tussen hen en de kunstwerken en kunstenaars is veel korter en directer dan bij volwassenen. Volwassenen hebben allemaal intellectuele referenties en verwachtingen, maar kinderen hebben een instinct en verbinden zich directer met een kunstwerk. Dat gebeurt op een meer intuïtief level. Het is niet zozeer een beter of een slechter niveau, maar een ander level dat meer visueel en op emotie gericht is. Daarnaast hebben kunstenaars een honger en drang om dingen te maken, en ik denk dat kinderen dat begrijpen. Dit maakt hun reactie op een kunstwerk meer spontaan en emotioneel.

Denk je dat musea hun educatie en tentoonstellingen met kinderen ook meer naar de voorgrond brengen omdat daar geld en subsidies zit?

Het museum besluit hoeveel geld er voor is, maar ik denk dat het voor het museum erg belangrijk is om de verantwoordelijkheid te dragen voor de besteding van publiekelijk geld. Bij Boijmans worden we voor zo’n veertig procent gefinancierd door publiek geld en voor zestig procent door privégeld. Ik geloof dat de beste manier om dit geld in het museum te besteden aan kinderen is. Omdat wanneer je tegen kinderen praat, je ook via het kind tegen hun ouders praat. Ik geloof ook dat het over inclusiviteit gaat. Het is essentieel voor het museum om jonge mensen binnen te halen. En natuurlijk is het ook een manier om naar de toekomst te kijken. Zij zijn de nieuwe generaties en het is belangrijk dat zij kunst kunnen ervaren en zich op hun gemak voelen in een museum.

Je was verantwoordelijk voor de collectiepresentatie voor kinderen – 'Alles Kids'en ik las dat je met kinderen hebt gepraat om te horen of de selectie die je maakte resoneerde met hen. Was je verrast door hun reacties?

Ik was niet erg verrast, maar vooral heel blij om te ontdekken dat wanneer kinderen naar een kunstwerk kijken, zij zichzelf zien, door hun eigen filter en eigen ervaring. Ze maken het zich eigen. Daardoor bestaat er geen afstand tussen hen en het kunstwerk. Daarnaast is er voor kinderen weinig verschil tussen het echte leven, dromen en projecties. Fantasie en het echte leven zijn veel meer met elkaar verweven dan bij volwassenen. Daarnaast omarmen kinderen echt de keuzes van de kunstenaars. Ik heb er ook van genoten dat kinderen meestal naar hun eigen leven en ervaringen refereren. Ze maken de werken op een bepaalde manier eigen. Tot slot waren ze ook niet bang om op de werken te reageren. Een van de werken in de tentoonstelling was bijvoorbeeld Dance or Exercise on the Perimeter of a Square van Bruce Nauman. In deze video loopt hij over de randen van een wit vierkant terwijl hij danst. De kinderen waren hem direct aan het imiteren, daarmee transformeerden ze een dramatisch stuk in een dans.

Dance or Exercise on the Perimeter of a Square, Bruce Nauman.
 

Wat voor soort tentoonstellingen geven jou een jeugdig gevoel, of een kinderlijke energie?

Wanneer ik het zelf niet begrijp. Als er iets is om te leren, maar dat niet direct gebeurt. Als er iets in me gaat resoneren en bij me blijft. Wanneer ik als een kind naar mijn eigen tentoonstelling kijk. Bij de show van Gelatin genoot ik er bijvoorbeeld enorm van dat mensen heel actief participeerden. Mensen waren echt aan het spelen in de tentoonstelling. Het succes van de show kwam ook door de bezoekers. Ze reageerden op een geweldige manier. Dat was erg gaaf en ontroerend.

Wat is volgens jou de grootste misconceptie over kinderen en kunst?

Dat er kunst is voor kinderen. En dat er regels zijn wanneer je hen zelf iets laat maken, zoals een tekening bijvoorbeeld. Je moet kinderen lekker het gras blauw laten kleuren, de zon paars en alles wat ze maar willen. Ik denk dat als ouders vertellen dat er bepaalde regels zijn, zoals dat het gras groen moet zijn en het water blauw, dat je het punt mist. Dat kunnen kinderen van kunst leren. Dat kunst gaat over de regels breken en het spel veranderen.

Wat kan de kunstwereld van kinderen leren?

De kunstwereld kan van kinderen leren te zoeken naar meer spontane en directe manieren om naar dingen te kijken, zonder te veel filters. Gewoon genieten en leren. Zonder aan bepaalde regels te denken. Dit maakt iedereen veel creatiever.

Eigenlijk zeg je dus dat kinderen en kunstenaars van elkaar kunnen leren.

Absoluut. Kunstenaars hebben ook meestal een verlangen om terug te gaan naar hun kindertijd. Ze hebben het gevoel dat kunst een manier is om deze intellectuele vrijheid opnieuw te ervaren, ongecorrigeerd en vol spontaniteit. Kinderen zijn kunstenaars en kunstenaars willen kinderen zijn. Zelfs Picasso zei dat hij er een paar jaar over had gedaan om te tekenen als Michelangelo en een leven lang om te tekenen als een kind, omdat kinderen een absolute en directe manier hebben om met kunst te communiceren en de kunst van het creëren bezitten. Ik denk dat het iets natuurlijks is wat we verliezen als we opgroeien, wanneer ons intellect onze impulsen gaat dicteren.

Het intellect wordt op scholen ook meer gestimuleerd. De uren dat kinderen creatieve vaardigheden op scholen leren worden bijvoorbeeld steeds minder. Ze worden steeds meer vervangen door vakken met meer ‘meetbare’ doelen. Maak je je zorgen over deze verandering?

Ja, ik denk dat creativiteit een goede vaardigheid is voor een kind. Zelfs wanneer ze er helemaal niet goed in zijn. Net zoals sport je kan leren omgaan met falen en de kracht van de groep, kan kunst kinderen leren zichzelf nooit te begrenzen. Ik begrijp dat wanneer kinderen ouder worden de focus meer op pragmatische vakken komt te liggen, maar ik geloof dat het in de eerste negen jaar meer in balans zou moeten zijn. Maar daarnaast: als veel mensen dezelfde vaardigheden leren dan zitten ze straks nog steeds zonder werk. We hebben diversiteit nodig, en daar kan kunst een grote rol in spelen.

Daarbij wil ik graag onderstrepen dat ik geloof dat het belangrijk is voor kinderen om naar kunst te kijken, maar dat niet is om hen kunstenaars te maken. Daar gaat het niet om. Het gaat om de manier waarop je je brein gebruikt, een bepaalde mindset. Je kunt wiskunde leren om een wiskundige worden, maar met kunst gaat het hele een andere richting op. Het maakt je meer open en laat je op creatieve manieren denken. Dus als we kinderen geïnteresseerd willen maken in kunst is dat niet om kunstenaars van ze te maken, maar om ze in een open persoon te veranderen die inclusieve gedachten heeft. En daarmee om een beter mens te zijn.

 

omslag: Mike Kelley, Ahh… Youth!, 1991

Ook adverteren op mistermotley.nl? Stuur dan een mail naar maurits@mistermotley.nl