Steun hier het nieuwe seizoen van de radiopodcast Kunst is Lang.

Image

‘Alles is onzeker en alles is een cadeau’ – Op bezoek bij RUIS

23-12-2019 Puck Kroon

Mister Motley spreekt komend najaar met initiatiefnemers van alternatieve tentoonstellingsruimtes door heel Nederland. Vaak wonen zij in hetzelfde pand, leveren veel vrije tijd in en verdienen niet of nauwelijks aan een dergelijke plek. Waarom vinden ze het dan toch belangrijk om een kunstinitiatief draaiende te houden? Wat maakt dat zij de hedendaagse kunstenaar zoveel van hun eigen tijd, ruimte en energie geven en wat dragen deze plekken bij aan het Nederlandse kunstklimaat? Vandaag deel 3: een bezoek aan Fenne Saedt van RUIS in Nijmegen.
 

Fenne Saedt is een energieke duizendpoot. Ze werkt als freelance curator, redacteur en moderator. In 2017 richtte ze de stichting RUIS op, een kunstruimte voor hedendaagse kunst die zich richt op experiment en de ontwikkeling van jonge kunstenaars. Sindsdien is ze eigenaar van deze tentoonstellingsruimte in Nijmegen waar ze in samenwerking met jonge kunstenaars tentoonstellingen maakt. Daarnaast is ze curator van Expoplu in Nijmegen, scout en moderator voor Studio Omstand in Arnhem en redacteur bij Mister Motley. Dat laatste is de reden waarom de redactie lang twijfelde of ik haar wel kon interviewen voor deze reeks. Haar geen aandacht geven in deze interviewserie omdat Mister Motley haar goed kent, zou echter juist oneerlijk zijn. Want als er iemand is die in de afgelopen jaren ervaring heeft opgedaan bij het runnen en opzetten van een jong kunstinitiatief buiten de Randstad, is het Saedt wel. Ik ging langs bij RUIS om met haar in gesprek te gaan over het kunstklimaat, het belang van experiment en hoe onafscheidelijk leven en werk zijn. 


Puck Kroon: Wat is de doelstelling van RUIS?
Fenne Saedt: ‘Na mijn afstuderen (docentenopleiding aan ArtEZ, red.) voelde ik me een beetje bedrogen. De utopie waarin ik vier jaar leefde binnen de hermetisch hoge muren van zo’n instituut, viel weg. De vrolijkheid, de onverwachte vriendschappen en het alles kunnen en mogen doen bleek een waanbeeld. Ik voelde een angst om het warme contact te verliezen en besloot dat RUIS een ontmoetingsplek zou worden waar kunstenaars samen konden komen om te praten over hun praktijk, het leven of wat dan ook. De kleine oppervlakte zorgt ervoor dat er tijdens openingen geen feestje ontstaat maar het eerder een salon wordt waar mensen in gesprek gaan over waar ze mee bezig zijn. Het creëren van een toegankelijke en transparante ruimte waar gesprekken over kunst gevoerd kunnen worden, was een van mijn doelen. Door in samenwerking met de kunstenaar tot een tentoonstelling als Gesammtkunstwerk te komen, smelten ruimte en werk samen.’

Het creëren van een toegankelijke en transparante ruimte waar gesprekken over kunst gevoerd kunnen worden, was een van mijn doelen.

PK: Hoe ga je te werk wanneer je bij RUIS een tentoonstelling maakt?
FS: ‘Ik ben curator op verschillende plekken. Bij Expoplu gaat het maken van een tentoonstelling vrij klassiek en doe ik veel zelf zoals de inhoud bepalen en de teksten schrijven. Hier wilde ik het tegenovergestelde doen. Bij RUIS nodig ik een kunstenaar uit waarvan ik denk dat hij of zij ruimte nodig heeft om te experimenteren of om nieuwe dingen te proberen. Een tentoonstelling start met een dialoog waar een vraagstuk uit voortkomt. Momenteel is het werk van Liedeke Taen te zien. Haar werk is heel gelaagd: ze vindt een object en neemt dat mee naar haar atelier. Daar kleit ze het object, bakt het af waarna ze het keramieken object fotografeert. Bij deze tentoonstelling was de vraag: hoe kunnen we de gelaagdheid die in het werk schuilt ook visualiseren binnen deze ruimte? Vanuit de opdracht die we onszelf meegeven begint een werkperiode van ongeveer een week. Tijdens die week zijn de kunstenaar en ik hier aan het werk. Het formaat van de ruimte maakt het haalbaar op die manier te werk te gaan. Het is hier vanzelfsprekend in gesprek te gaan letterlijk over deze ruimte, over de positionering van dingen en de afstand. Het geeft het gevoel dat je in een atelier rondloopt waarin de mogelijkheden van de ruimte worden benut. De kleinschaligheid doet wat met de ervaring van de ruimte. Ook bij een opening, als je zo dicht op elkaar staat, kom je er niet onderuit met elkaar te praten, al is het over het ongemak dat je ervaart. Wanneer je eenmaal binnen bent is het contact niet meer te voorkomen.’ 


PK: Hoe kies je kunstenaars? Hoe pak je dat aan?
FS: ‘Mijn eerste regel is dat de kunstenaars ergens een band hebben met deze regio. Het lef dat zij hebben om zich hier te vestigen, vind ik bewonderenswaardig. Toen ik afstudeerde zag ik al mijn collega-kunstenaars richting Randstad verdwijnen en zelf werd ik er ook naartoe getrokken. Ik kom hier vandaan en zag het als een uitdaging de ruimte die er in steden als Breda, Nijmegen en Arnhem is, te benutten. Kunstenaarsduo Frank & Michiel, gevestigd in Arnhem, was voor mij een bevestiging dat als je goede dingen doet, het niet uit maakt waar je gelokaliseerd bent. Mensen weten je dan toch wel te vinden. Een andere voorwaarde komt voort uit het scouten wat ik voor verschillende instellingen ieder jaar tijdens de eindexposities doe. Kunstenaars die ik interessant vind, blijf ik volgen. Als ik zie dat er een experimentele ontwikkeling plaatsvindt, geef ik de kunstenaar bij RUIS de ruimte om het werk aan publiek te laten zien om te kijken hoe het communiceert.’ 

Als je goede dingen doet, het niet uit maakt waar je gelokaliseerd bent.

PK: Wat is de geschiedenis van deze ruimte?
FS: ‘Er heeft hier ongeveer honderd jaar een kapsalon gezeten. Het pand werd verkocht aan een vastgoedeigenaar nadat de dochter van de eerste kapper met pensioen ging. De gemeente heeft mij, na een tijd lang gelobby aan die vastgoedeigenaar gekoppeld en we zagen daar allebei kansen in. Voor RUIS had ik tientallen ideeën over het functioneren en bestaan van zo’n plek. Ik wilde een centraal gelegen, fysieke ruimte in het centrum waar niet alleen kunstliefhebbers de weg naartoe zouden weten te vinden maar waar ook de toevallige voorbijganger naar binnen zou stappen. De gemeente heeft uiteindelijk ingestemd en de hele ruimte is daarna verbouwd. Waar nu de glazen vensterbank zit, zat voor de verbouwing een kruipruimte waar een vuilnisbak stond zodat het afgeknipte haar zo kon worden weggeveegd. Het is uniek dat deze ruimte is omgetoverd en ik had gehoopt dat het een langdurige samenwerking zou worden, maar de eigenaar van het pand heeft plannen de huur te verhogen tot een onbetaalbaar niveau, waardoor we vanaf oktober 2020 naar een ander pand moeten verhuizen.’ 

PK: Grijpt de gemeente in of sta je er alleen voor?
FS: ‘De gemeente ziet het belang van de plek in en de hoop is er dat we samen een nieuw pand kunnen vinden. Afgelopen jaren is Nijmegen op kunstgebied flink in ontwikkeling geweest: naast RUIS kwamen er ook een nieuwe galerie aan de Waalkade en een kunstbar in de Tweede Walstraat. De gemeente heeft een hoop (kleine) kunstinstellingen subsidie gegeven. Het is lastig dat kunst en cultuur de dupe lijken te zijn van een economische belang. Kunst en cultuur worden ingezet om een gebied aantrekkelijker te maken, denk aan festivalisering van de kunst en gentrificatie. Het plan om de Hertogstraat door te ontwikkelen is afgerond en nu kunnen wij weer ophoepelen. Het is de minder leuke kant van het hebben van zo’n ruimte, maar ik zie er ook toekomst in. Aangezien de ruimte een bepalende factor is kan RUIS zichzelf ergens anders doorontwikkelen. Er liggen plannen en er is tijd om daarover na te denken. Het is in ieder geval fijn dat we voor het komende jaar de subsidie binnen hebben en een mooi programma kunnen maken.’


PK: Het opzetten van een kunstruimte klinkt romantisch maar is het echt zo romantisch als het lijkt? Wat is de realiteit? Is het eenzaam en saai of juist een rijke toevoeging aan je leven?
FS: ‘Alles is onzeker en soms is het best eenzaam. Het is fijn om plek te kunnen bieden aan kunstenaars, maar financieel gezien is het een onzeker bestaan. Dat gezegd hebbende, brengt het vooral veel energie. De kunstenaars laten me iedere keer anders naar de wereld kijken. Het lijkt alsof je continu dingen aan het ontdekken bent en ik mag getuige zijn van de ontdekkingen die de kunstenaars zelf doen, dat is echt een cadeautje.’

PK: Hoe ervaar je het wonen en werken in dezelfde ruimte?
FS: ‘In de cultuursector is het lastig om onderscheid te maken tussen hobby en werk. Als ik een opening bezoek, vind ik het én leuk én het is werk. Je bent honderd procent van je tijd met werk bezig en ik woon dus ook nog eens achter RUIS. Wanneer ik hier aan het werk ben met een kunstenaar kan ik niet zeggen: “Ik ga naar huis,” want dat ben ik al. Ik kan geen afstand nemen van RUIS en tegelijkertijd voelt het heel goed om een band op te bouwen met de kunstwerken. Werk en leven gaan hand in hand met elkaar. Soms voelt het tijdens openingen ook wel alsof je mensen op bezoek hebt tijdens je eigen verjaardag. Er zit alleen glas tussen, maar dat is ook bijzonder toch?’

Er zit alleen glas tussen, maar dat is ook bijzonder toch?

PK: Hoe kijk je naar de opkomst van kunstruimtes in steden als Rotterdam en Amsterdam die als paddenstoelen uit de grond schieten?
FS: ‘Het lijkt alsof de waarde van steden buiten de Randstad nog niet helemaal is gezien. Bij Expoplu verblijven de kunstenaars tien dagen in Nijmegen zoals bij een artist-in-residence. Een kunstenaar uit Den Haag is in die tien dagen verliefd geworden op deze stad. Het maakt het een uitdaging om hier te zijn terwijl Amsterdam heel anders is: daar omarm je de chaos en is er altijd iets te doen. Het feit dat er altijd iets te doen is in de Randstad maakt dat het je op een gegeven moment kan blokkeren, dan sta je misschien ook niet meer open voor dingen daarbuiten. Ik denk dat het noodzakelijk is om in de kleinere steden iets in beweging te zetten.’


PK: Stel dat er meer financiële vrijheid komt, welke dromen heb je voor RUIS?
FS: ‘Wanneer er meer toekomstperspectief is zou ik meer energie willen steken in de verbinding zoeken tussen wat er bij RUIS gebeurt en het alledaagse leven. Er zou van alles kunnen plaatsvinden binnen een tentoonstelling. Of het nou een workshop ballondieren maken is of een sjoeltoernooi. Daarnaast zou ik meer samenwerkingen met de straat aan willen gaan. Hoe vet zou het zijn als bij Tapijt zonder spijt een kunstenaar tussen de tapijtrollen over kunst kan praten?’

PK: Welk advies geef je de nieuwe directeur van Museum Het Valkhof?
FS: ‘Het lijkt me leuk als ze hier een keer langskomt! Nijmegen is een complexe stad waar in 2020 een nieuwe cultuurvisie komt. Ik denk dat het goed is als Het Valkhof een sprintje gaat trekken door wellicht met andere kleine kunstinitiatieven in de stad samenwerkingen aan te gaan. De deuren van RUIS staan er voor open!’

Zie https://www.ruisnijmegen.nl en @ruisnijmegen op Instagram voor meer informatie en tentoonstellingen of bezoek RUIS, Hertogstraat 119, 6511 RX Nijmegen (geopend donderdag tot en met zondag, 12-17u). 

Ook adverteren op mistermotley.nl? Stuur dan een mail naar maurits@mistermotley.nl