Mister Motley heeft een boek gemaakt. Koop hier 'Dit is een vertaling'.

Image

Atelierbezoek: Irma Witte - Haar werk valt samen met hoe ze leeft

12-06-2019 Alex de Vries

Een terugkerend idee in de kunst is om haar te integreren in het leven, zodat zij in elkaar opgaan. Het probleem is dat dat streven als idee niet werkt. Je moet het daadwerkelijk doen, anders blijf je geïsoleerd werk in neutrale ruimtes presenteren, die buiten het leven van alledag staan. Je moet in feite het gekende kunstenaarschap opgeven als je die gedachte werkelijk serieus neemt. Irma Witte is iemand die, zonder dat bewust te willen, als kunstenaar haar werk samen laat vallen met hoe ze leeft. Ze maakt geen deel meer uit van de kunstpraktijk met galerie- en museumtentoonstellingen, maar leeft haar leven om in directe relatie tot haar omgeving het bestaan te verbeelden.
 

Je moet in feite het gekende kunstenaarschap opgeven als je die gedachte werkelijk serieus neemt.

Irma Witte werd in 1966 geboren op Texel, als een van de drie dochters van een Texelse bollenboer. Als gevolg van het gebruik van bestrijdingsmiddelen in de bollenteelt overleed haar vader al vroeg aan kanker. Een jaar later - ze was zeventien - ging ze het huis uit om in Arnhem te gaan wonen. Dat was een stad waar ze al regelmatig kwam bij vrienden van haar ouders. Na verloop van tijd wilde ze er naar de kunstacademie om modevormgeving te studeren, want ze had altijd al gewerkt met stoffen en lapjes en kleding. Ze kon pas een half jaar later toelatingsexamen doen en bereidde zich daarop voor door in het cultureel centrum de Mariënburg allerlei creatieve cursussen te gaan volgen. Tot haar verbazing werd ze in 1986 inderdaad op de toen al zeer hoog aangeschreven opleiding Modevormgeving van de Hogeschool voor de Kunsten Arnhem (nu ArtEZ) aangenomen. Voor de net ingevoerde vierjarige opleiding was het voormalige algemene basisjaar gehalveerd en in dat halve jaar kwam ze erachter dat de mode voor haar niet was weggelegd. Ze stapte over naar de opleiding Vrije Kunst waarvoor ze opnieuw met succes toelatingsexamen deed. In februari 1991 studeerde ze af met fotografie. Ze koos voor foto’s als beeldend middel, omdat ze vond dat ze voor tekenen en schilderen onvoldoende technische aanleg had om te maken wat ze voor ogen had. Haar foto’s uit die tijd zijn vooral zelfportretten uit praktische overwegingen. Het fotograferen van anderen bracht altijd een hoop organisatie met zich mee – wie kan waar en wanneer – en vergde een hoop uitleg vooraf. Ze wilde fotograferen om tijdens het werken dingen uit te zoeken en te veranderen. De foto’s uit die tijd zijn in feite neutraal geregistreerde observaties en juist daardoor leggen ze zo de nadruk op het uitdrukkingsvermogen van het gezicht dat ze als hedendaagse iconen een archetypisch voorkomen hebben.


Zelfportret (1991), Irma Witte

De foto’s uit die tijd zijn in feite neutraal geregistreerde observaties en juist daardoor leggen ze zo de nadruk op het uitdrukkingsvermogen van het gezicht dat ze als hedendaagse iconen een archetypisch voorkomen hebben.

Na haar eindexamen werd Irma Witte opgenomen in Galerie van den Crommenacker aan de Utrechtsestraat in Arnhem, vlakbij het museum. Daar presenteerde ze steeds haar nieuwe werk en Mieke van den Crommenacker stelde groot vertrouwen in haar. Inmiddels paste Irma Witte de fotografie ook in allerlei grafische toepassingen toe, via zeefdruk, boekkunst uitgaven, keramische objecten, samenwerkingen met andere kunstenaars, getuft tapijt, gordijnen, tafellakens en dergelijke. Voor het Zutphens Museum Henriëtte Polak maakte ze tapijt op de maat van de tegels van de museumhal met zelfportretten en afbeeldingen van spinnen. Ze installeerde de tegels zo dat bezoekers er niet op wilden stappen, wat van haar wel mocht, waardoor er een speelse, springerige omgang mee ontstond.


Dessert, Irma Witte

Vijf weken lang zat het er vol. Na afloop maakte ze het receptenboek ‘Kooktoestanden’.

In die jaren was Irma Witte zijdelings betrokken bij het opmerkelijke kunstenaarsinitiatief Oceaan van Hester Oerlemans, Niek de Jong, Christa van Kolfschoten, en haar latere echtgenoot Henk van der Krabben. Ook was ze al in haar academietijd scout geweest in België voor het Arnhemse AVE-Festival, een meerdaagse manifestatie waar de nieuwste audiovisuele producties van jonge kunstenaars uit de hele wereld werden getoond. Ze hield van koken, daar had ze altijd al veel plezier in gehad en die belangstelling groeide uit tot een meer kunstzinnige praktijk toen Galerie van den Crommenacker haar vroeg voor het maken van een openingstentoonstelling van het nieuwe culturele seizoen waarvoor ze nog helemaal geen werk beschikbaar had, omdat ze tegelijkertijd twee tentoonstellingen in Spanje had. Haar kookexperimenten had ze ontwikkeld toen ze tijdens haar academiejaren met zeven mensen in een huis in de Betuwestraat woonde die overdag werkten en waarvoor zij dan dagelijks de maaltijden maakte. Ze liep de speciaalzaken in Arnhem af om ingrediënten te kopen, maakte vrijwel nooit eenzelfde maaltijd en bouwde er bij een steeds grotere kring van mensen een reputatie mee op. Als opening van het culturele seizoen 1995-1996 maakte ze daarom in Galerie van den Crommenacker de kooktentoonstelling Witte & Company met een grote speciaal ontworpen tafel. De galerie was ‘s avonds als een restaurant open voor eters en overdag voor kijkpubliek, waarbij Irma Witte ook werk van elf andere kunstenaars in de presentatie opnam. Die kunstwerken vormden dan weer onderwerp van gesprek voor de mensen die kwamen eten en elkaar vaak niet kenden. Ze nodigde ook andere mensen uit om met haar te koken. Vijf weken lang zat het er vol. Na afloop maakte ze het receptenboek ‘Kooktoestanden’.


Cloches, Irma Witte

Haar beeldende praktijk begon meer en meer uit het bereiden van maaltijden te bestaan, het maken van receptenboeken en het verzinnen van nieuwe gerechten.

In diezelfde periode begon ze te twijfelen aan de zin van het reguliere kunstenaarsbestaan. Ze had in de Betuwestraat wel haar eigen doka, maar deze was een beetje gammel en niet helemaal lichtdicht waardoor ze eigenlijk alleen ‘s nachts goed kon afdrukken en als er dan op het nabijgelegen spoor een goederentrein voorbijreed was de foto bewogen. Bij tentoonstellingen was het wel druk op de openingen, maar inhoudelijke reacties waren zeldzaam en ze vond het vooral een eenzaam bestaan. Bij alles wat ze kookte, reageerden mensen onmiddellijk, je at met elkaar en je voerde gesprekken. Die band met het publiek vond ze bevredigender, vooral ook door mensen die elkaar niet kennen bij elkaar aan tafel te brengen. Haar beeldende praktijk begon meer en meer uit het bereiden van maaltijden te bestaan, het maken van receptenboeken en het verzinnen van nieuwe gerechten. Ze verwierf daarmee een bekendheid zodat ze uiteindelijk ook werd gevraagd maaltijden te verzorgen voor bruiloften en feesten en - hoewel financieel aantrekkelijk – dat was toch niet echt de bedoeling.

Haar beeldende praktijk begon meer en meer uit het bereiden van maaltijden te bestaan, het maken van receptenboeken en het verzinnen van nieuwe gerechten.

Inmiddels had ze zich met Henk van der Krabben gestort op een aantal (ver)bouwprojecten, eerst in Arnhem en later in Dieren, waarbij ze woonruimtes en ateliers bouwden, niet alleen voor zichzelf maar ook voor en met anderen. In dat handwerk kon ze veel van haar ruimtelijke, beeldende ideeën kwijt, maar net als het koken behoorde dit construeren van ruimtes niet tot een normale kunstenaarspraktijk. Door regelmatige reizen naar Frankrijk te ondernemen, waar ze vaak op bezoek gingen bij sieradenontwerper Bernard Laméris in Franchesse in de Allier, liepen ze daar in de omgeving in de gemeente Agonges tegen een samenstel van twee boerderijwoningen met schuren aan waar ze mogelijkheden zagen om hun leven anders in te richten.

Vanaf 2000 hebben ze aan deze locatie gewerkt en er, wat in kunstenaarstermen heet, een ‘Gesammtkunstwerk’ van gemaakt. Alles wat ze daar ondernemen – het houden van Herdwick schapen, varkens, kippen, het verhuren van gîtes die ze zelf hebben gebouwd of verbouwd, staat in het teken van het beeldend vermogen van Irma Witte dat constructief door Henk van der Krabben wordt uitgewerkt, tegenwoordig samen met hun inmiddels 17-jarige zoon Jean. De invulling ervan is het werk van Irma Witte zelf. De kookkunst blijft een rode draad in haar bestaan. Haar maaltijden zijn nog altijd elke dag anders, ook als het de pizza’s betreft, die ze in de zelfgebouwde oven van het uitzonderlijk mooi op hun erf gelegen buitenrestaurant klaar maakt. Per seizoen verschillen de ingrediënten en alles wordt voor je neus bereid aan een mooie gedekte tafel met bedienend personeel – Henk en Jean – die speciale schorten dragen.



Sans Titre, Irma Witte

In 2009 leverden ze een nieuw huis op dat ze op hun erf eigenhandig hebben gebouwd: de toren - la tour. Het is een in de stijl van de streek opgetrokken torenhuisje van drie verdiepingen met een indrukwekkende cederhouten kap. Op de eerste verdieping is een balkenplafond dat in een vrijwel nergens geziene kleur rood is geschilderd. Hoe nauw het luistert dat zo’n ruimte er als beeld perfect uitziet, valt op te maken uit de conclusie van Irma Witte na weken van prepareren en schilderen dat de uiteindelijke kleur niet het beeld opleverde wat haar voor ogen stond. Ze schuurde alles af en schilderde het plafond opnieuw, in de kleur rood die het moest zijn.



Kerkmuziek, Irma Witte

In de dorpskern van de gemeente Agonges verbouwden ze een aantal gebouwen rond een binnenplaats tot vakantiewoningen die zorgvuldig werden ingericht. De Middeleeuwse muur in de tuin erachter hebben ze zelf gerestaureerd. Zo’n voorziening is voor een dorp als Agonges van grote betekenis omdat er leven in wordt geblazen, leven met een bepaalde kwaliteit. Er kwam vervolgens een door de gemeente gesteund Depôt-de-pain met ook andere levensmiddelen en de Auberge d’Agonges. Irma Witte werd in de gemeenteraad gekozen en is nu bijna klaar met haar tweede en wat haar betreft laatste termijn van zes jaar. Ze neemt actief deel aan het verenigingsleven, de gymclub en de vereniging ‘Ronde des Châteaux’. Voor het afscheid van de oud-burgemeester maakte ze een fotoboek waarin ze alle bewoners van Agonges portretteerde in de periode 2010-2014, wat een scherp tijdsbeeld opleverde. Voor haar verenigingen maakte ze speciale kookschriften, waarvoor ook andere verenigingsleden recepten leverden. Deze kleine publicaties zijn onder meer voorzien van gestempelde illustraties. De stempels ervoor vindt ze op scholen die gaan sluiten en ze ondergaan onder haar handen een vrije bewerking door combinaties en inkleuringen.



Vases, Irma Witte

Irma Witte zit met haar werk middenin haar bestaan. Het leven is de kunst. De kunst is het leven.

Sinds twee jaar heeft Irma Witte weer een atelierruimte waar ze vooral ‘s winters werkt, door de wol van haar eigen schapen te vilten en daar voorwerpen van te maken of door de lappen te gebruiken als ondergrond voor grafisch werk. In feite is het heel klassiek: een boerenbestaan waarbij het in de zomer te druk is om aan creatief handwerken toe te komen, waarvoor dan de wintermaanden worden benut. Irma Witte zit met haar werk middenin haar bestaan. Het leven is de kunst. De kunst is het leven.


Allez vous faire foutre, Irma Witte

De lappen die ze vilt, hebben als maximale maat de grootte van haar werktafel en ze gebruikt haar eigen wol, omdat wolfabrieken alleen witte wol afnemen en het zeldzame Herdwick schaap nu eenmaal meestal een gemêleerde vacht heeft. Ze heeft daarom big bags vol met onverkoopbare wol waar ze nu een nieuwe bestemming aan geeft. Het is uiterst arbeidsintensief werk: schapen fokken, scheren, wol schoonmaken, wassen, kaarden, vilten. Met dit werk keert ze terug naar haar fascinatie voor stof die ze als kind op Texel al had, natuurlijk een schapeneiland bij uitstek. 


www.lalue.eu

Ook adverteren op mistermotley.nl? Stuur dan een mail naar maurits@mistermotley.nl