Mister Motley heeft een boek gemaakt. Koop hier 'Dit is een vertaling'.

Image

Dank u Jezus

16-04-2014 Klaas Burger

‘Jij was twee keer bij Brunsie, dat heb ik gezien. Dat moet je niet doen, dat is gevaarlijk.’ De man komt naar me toe tijdens een optreden na afloop van de Pink Ribbon Walk Moengo.
‘Hoe bedoel je?’ vraag ik.
Zijn antwoord in een mix van Engels en Nederlands begrijp ik niet.
Hij houdt zijn hand voor zijn gezicht. Zijn ogen priemen tussen zijn vingers door: ‘Not so.’
Bedoelt hij dat de dingen open moeten gebeuren? Ik zeg dat ik inderdaad bij Brunswijk was. Daarna zeg ik dat hij me ook uitnodigde om naar zijn verjaardagsfeest in het stadion te gaan.
Hij kijkt me aan en wijst naar zijn eigen ogen en daarna naar de mijne: ‘I didn’t see you.’
Dat klopt, ik was daar niet.
Ik stel me aan hem voor, we schudden de hand.
Hij heet Robbie.
Ik leg hem uit wat ik doe in Moengo, dat ik daarbij in iedereen geïnteresseerd ben, en daarom ook in Brunswijk.
Hij lacht en wijst om zich heen: ‘You are here for everybody.’

Ik zeg Robbie dat ik het waardeer, zoals hij zomaar op me afstapt. Ik wil hem graag spreken op een rustiger plek. We maken de afspraak dat ik de volgende dag naar hem toe zal komen bij de carwash verderop in het dorp, daar is hij te vinden.
Daarna zegt hij dat hij dingen weet. ‘Ik was junglefighter.’ Dan valt opeens het woord Afghanistan. Hij zegt ook iets over geld, wat ik niet goed begrijp. En hij zegt dat hij veranderd is, dat hij nu naar de kerk gaat.

We praten even, ik haal een kleine fles Parbo voor hem. We maken wat gein, lopen naar voren en bekijken samen het optreden van de vrouwengroep op het podium. 

Na een tijdje, hij is even weg geweest om te plassen, zegt hij tegen mij dat hij eten wil. En opeens gaat het over geld. Dat hij geld wil. 
Ik zeg dat ik hem dat niet kan geven, dat ik dat niet doe, dat er in de afgelopen dagen veel mensen zijn geweest die me om geld hebben gevraagd, maar dat ik daar niet aan kan beginnen.
Hij dringt aan.
Ik zeg dat zijn aandringen me niet bevalt. 
Hij knoopt een gesprek aan met de dames van de groep die zo-even op het podium stonden en ik zeg tegen hem dat ik naar de andere kant van het veld ga. 

De komende dag doe ik bij de carwash navraag naar Robbie. Ze kennen geen Robbie. Maar ja, wat wil je. Om de hoek zit nog een carwash en dan verderop nog een en achterop het dorp zijn er nog een stuk of wat. 
Bij de derde is het raak. Robbie laat me het terrein zien waar hij woont met zijn familie en laat me proeven uit de peulvrucht die hij plukt van een van de bomen: ‘Switi boontjie.’ De witte draden die rondom de harde zwarte bonen zitten zijn inderdaad verrassend zoet. 
Omdat het door mijn zoektocht wat later is dan gepland maken we een afspraak voor een avond enkele dagen later.


                                       -----------------------------


‘Als je bij Brunswijk gaat en voor die poort zit, dan klopt dat niet. Sommige mensen houden niet van zulke dingen. Brunswijk is een oorlogsveteraan. Hij moet beschermd worden. Er worden negatieve dingen van die man verteld. De mensen gaan dan denken dat je met een verkeerd idee bij Brunswijk komt, dat je van de FBI bent.’ 
Robbie heeft me op de afgesproken avond meegenomen naar zuster Marta, een vriendin uit zijn kerk. We zitten voor haar huis, een mooi stevig klein huisje, tweede in een rij speciaal gebouwd voor de plaatselijke onderwijzers. 
Marta gaat verder de woorden van Robbie te vertalen: ‘Het volk moet Ronnie beschermen. Want de mensen weten niet wie je bent en met welke ideeen je komt. Dat komt uit de oorlog en dat zit nog in de mensen. De echte vrede moet nog komen.’
Dan doet Marta een ontdekking. Ze vraagt Robbie: ‘Was jij junglecommando?’
Robbie bevestigt en vertelt me naar Moiwana te willen brengen, waar toen de massamoord plaatsvond, waar nu het monument is. Daarna is hij lang aan het woord. 
‘Klaas is mijn beste vriend,’ vang ik op tussen zijn Aukaans. 

Marta vertelt dat Robbie na het bloedbad in Moiwana de lijken heeft opgeruimd. Ze vertaalt: ‘De bewoners van Moiwana moesten weg van de militairen. Maar waar moesten ze heen? Toen het nationale leger terug kwam gooide een soldaat een handgranaat naar een vrouw in Moiwana. Die vrouw was bezig met natuurlijke krachten, die was heel sterk. Zij pakte de handgranaat en gooide die terug naar het leger. Die vrouw leeft nog, in Frans Guyana.’ 
Als Robbie een vaste baan had, zou hij me overal naartoe brengen om me de plekken waar alles is gebeurd te laten zien, bijvoorbeeld naar waar een helicopter ligt die door het Junglecommando is neergeschoten, zegt Marta.
Robbie vertelt dat hij als straatjongen is opgegroeid. ‘Hij is een velder,’ vertaalt Marta. ‘Mensen vertellen negatieve dingen over hem.’ En: ‘Hij was in het bos en heeft een ongeluk gehad met een bijl. Maar de Heer heeft hem geholpen dat de wond niet is gaan ontsteken.’ 
Marta raakt in vuur: ‘Hij was misschien een rover, maar we gaan nu naar de kerk. We doen niet de dingen van man en vrouw, maar Robbie is een goede vriend. De Heer helpt om te veranderen.’
Robbie gaat verder en Marta moet lachen om zijn woorden. ‘Robbie!’ zegt ze tegen hem. En dan tegen mij: ‘Hij zegt dat hij als je naar Nederland terug gaat een telefoon koopt om contact te houden.’
Vervolgens vertelt Marta mij dat Robbie me ook wil brengen naar een plek waar aan natuurgodsdienst wordt gedaan, zoals door die vrouw die de granaat teruggooide. ‘Hij zegt dat hij wel een rijbewijs heeft, maar nog moet oefenen, omdat hij niet goed kan rijden.’ 

Ik vraag Robbie wat hij tijdens onze eerste ontmoeting bedoelde met de woorden over Afghanistan. Marta vertaalt zijn woorden: ‘Wat hìj allemaal mee heeft gemaakt!?! Al sturen ze hem naar Afghanistan, hij is bereid om te gaan.’ 
Robbie vertelt over een ongeluk met een zelfgemaakte bom waarbij een dode viel. En over een groep mensen die zich hebben gebaad in water met een afgehakt hoofd. ‘Ik heb zelf niet gebaad. Van al die mensen die er toen bij waren, ben ik de enige die nog in leven is.’

Dan heeft Robbie honger. Hij haalt komoe met kwak en vraagt of ik ook wil. ‘Hou je van kwak?’ 
Ik knik, ik at het eerder met podosirie. 
De komoe met kwak proeft als zoete yoghurt met een lichte vruchtensmaak. Maar de structuur is als harde couscous met tomatensaus op mijn tong.
Marta zegt: ‘Dank u Jezus dat hij jou op Brunswijks pad heeft gebracht. Anders was het niet zo gelopen.’

Op uitnodiging van Marcel Pinas en het Mondriaanfonds werkt beeldend kunstenaar Klaas Burger (1977) in Moengo (Suriname) aan een ingreep in de publieke ruimte. In zijn artistieke praktijk ligt de focus op context- en locatiegebonden ingrepen. Het hele spectrum van beeldvorming, zowel in artistieke als in sociaal-maatschappelijke zin, heeft daarbij zijn aandacht. 

Ook adverteren op mistermotley.nl? Stuur dan een mail naar maurits@mistermotley.nl