Mister Motley heeft een boek gemaakt. Koop hier 'Dit is een vertaling'.

Image

De enige gay in het dorp

20-08-2020 Maurits de Bruijn

Ik ben geboren in een dorp zonder stoplichten. Het telt twee cafés, twee kerken, één supermarkt, een museum, snackbar en drogist. Langs de weilanden die het dorp omzomen, groeten niet alleen de wandelaars maar ook de fietsers elkaar. Het geluid gedraagt zich er anders dan in de stad, omdat er minder bakstenen en minder lichamen zijn om tegen te kaatsen, om in te verdwijnen. Verdwijnen is in de smalle straten sowieso geen optie, alles is zichtbaar, bevindt zich aan de oppervlakte. Op mijn achttiende verliet ik het dorp, al kan ik niet met zekerheid zeggen dat ik er ooit echt ben weggegaan.
 

Inmiddels woon ik in Amsterdam, en wanneer mijn geboortedorp ter sprake komt, krijg ik van mijn in de stad geboren gesprekpartners een meelijwekkende blik toegeworpen. In hun ogen staat dorp gelijk aan: bekrompen, waarschijnlijk gelovig, conservatief, eenkennig.

‘Kunstgeschiedenis’
In het dorp bevond zich weliswaar een museum maar geen kunst. Althans, kunst, dat waren de dingen die in het Mauritshuis te vinden waren of bij mensen boven de bank hingen, en dat waren veelal reproducties van Herman Brood. De vrouw van de tandarts maakte aquarellen van koeien in het gras, die het niet verder dan de wachtkamer van haar man schopten. Malende koeien, met de suggestie van bewegende staarten en wuivende grassprieten.
In het dorp werd niet over kunst gesproken, laat staan over kunstacademies. Het zou na mijn overtocht naar de stad dan ook nog vijf jaar duren voordat ik me aanmeldde voor de Gerrit Rietveld Academie. Er was een transitieperiode nodig, er was groei nodig. Nadat ik was toegelaten, zei een oom van me dat het kunstenaarschap niet valt aan te leren, dat het iets is waarmee je geboren wordt, of niet. Ik kreeg sterk de indruk dat hij me tot de laatste categorie rekende.

Op de kunstacademie leerde ik de klassiekers kennen waarmee ik tot dusver nauwelijks kennis had gemaakt, de canon die telkens weer wordt bestendigd. Ik had zo sterk het gevoel dat ik mijn gebrekkige kennis moest compenseren en mijn dorpse onwetendheid moest afschudden dat ik me vol overgave op het lesmateriaal ‘Kunstgeschiedenis’ stortte en per ongeluk de hoogste score van het gehele eerste jaar behaalde. 
Mijn eigen smaak begon zich ook te vormen. Ik werd fan van het werk van Ryan Trecartin, dat ver af stond van die onwrikbare canon. In zijn duizelingwekkende, buitenissige videowerk schept hij een wereld waarin iedereen onnavolgbare, fluorescerende make-up en slechte pruiken draagt terwijl ze in bizarre oneliners spreken die met iedere herhaling aan kracht winnen. Zijn werk draait om taal en de manier waarop we die inzetten om onszelf te representeren, zegt Trecartin. Het script is dan ook zonder uitzonder het domein waar hij ieder werk begint. Een beschrijving van de teksten zou onmiddellijk afbreuk doen aan hun charme en hun onbegrijpelijkheid. Dit is een stuk monoloog uit K-CoreaINC.K (section a) 

 

Less 
than 
Prop?

 Tell 
me 
about
 that 
one 
JESSICA?
Are 
You
 stuck 
in 
NTSC? I 
hate
 Budget
 Platforms Double, Max, Bubbles
Where’s 
my
 Magnetic 
Trains
 and
 my
electric­ness
I 
hate
 the 
Car 
Industry 
I 
Hope 
it 
Fails!








 DONE








 OVER
I
 want 
to 
Be 
Mexico 
City 
to 
Be
 Chicago 
as
 10 min
 FLATs
GOT
 THAT?!
I
 want 
to 
GO 
from
 Mexico 
City 
to 
Chicago 
in 
10 
Mins. 
FLAT!
Actually
 this 
is 
my
 House 
and 
You
 Shut 
Up,
 I 
am 
IN
Actually 
Shut
 UP!

 SHUT 
UP! 


I’m
in
 HOUSE!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!
Contemporary
 Slut!
 Every bodies 
got 
th e
Agenda!
Contemporary
 Slut! 
Every Body’s’
Got 
the
Agenda!
CONTEMPORARY
 SLUT!
 EVERY
BODY!
 S!
 GOT!
 THE!
 AGENDA!
‐‐‐
CONTEMPORARY
 SLUT!
 EVERY
BODY!
 S! 
GOT!
 THE!
 AGENDA!

CONTEMPORARY
 SLUT!
 SLUT!
 SLUT!
 SLUT! SLUT!!!





EveryONE’ S’ 
GOT
 the 
AGENDA!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!
Contemporary
 Slut Every
Ones
 Got 
The

Agenda.


Still uit K-CoreaINC. K (section a), Ryan Trecartin, 2009
Still uit K-CoreaINC. K (section a), Ryan Trecartin, 2009

 

Om dat vroege werk verfrissend te noemen zou het tekort doen, maar ik ga het toch doen. Zijn jargon lijkt op een willekeurige greep uit een afvoerputje van het toentertijd nog jonge, naïeve internet en het ook nog redelijk beperkte, zich ontwikkelende archief van reality-televisie. Alsof David Lynch besluit Temptation Island te bingewatchen en Twitter tot grote inspiratiebron bombardeert. Ieder volgeschminkt karakter is druk bezig met hun soms ongemakkelijke, en veelal hilarische zelfrepresentatie. Ze zijn stuk voor stuk producten in een wereld die tot eindeloze supermarkt is verworden.

Ja, internet-art bestond reeds, maar die stroming vertaalde de digitale revolutie voornamelijk in cleane, spitsvondige websites. Trecartin slaagde erin de vunzige pubertijd van het internet tentoon te spreiden.

Het bijzondere aan werken als A family finds entertainment (2004) en I Be-Area (2007) is dat er simpelweg nog niemand was die de verrassende, soms beangstigende anything goes-realiteit van het internet binnen de grenzen van kunstwereld bracht. Ja, internet-art bestond reeds, maar die stroming vertaalde de digitale revolutie voornamelijk in cleane, spitsvondige websites. Trecartin slaagde erin de vunzige pubertijd van het internet tentoon te spreiden.
Zijn films zaten al vol filters en beeldeffecten voordat Instagram was uitgevonden. En hij is nu, zo’n zestien jaar na zijn eerste grote werk
 A family finds entertainment verscheen, wat mij betreft nog steeds de enige hedendaagse kunstenaar die erin slaagt de verwarring, redeloosheid, humor en verontrustendheid die onze tijdsgeest markeert te vangen. De kunstcanon was dan ook nooit de geijkte bron van inspiratie voor Trecartin. In 2012 zei hij hier zelf over: "Contemporary art or artists alone have never been a main catalyst for me to want to make art. I've been more inspired by how language is used—in culture generally, whether in casual conversation or various forms of media—or by music, TV, dance, and movies…I never think about disentangling moments from my cumulative experience of culture that may have influenced me the most… it means more in its blended entirety than it does a series of key experiences or authors."

Geen van zijn personages lijken naar elkaar te luisteren, ieder van hen zit opgesloten in hun eigen bubbel waarvanuit ze oreren. Veel van de taal die ze bezigen is corporate, alsof ze allemaal proberen toegang te krijgen tot hoogste regionen van het kapitalistische systeem. Identiteit en gender van deze karakters zijn vaak even moeilijk te duiden als hun dialogen. Hun luid tentoongespreide emoties zijn uitvergroot en draaiden niet zelden 180 graden binnen één en dezelfde monoloog. De teksten die ze in rap tempo uitkramen zijn vaak bijdehand en zelffeliciterend, wat de personages echt bedoelen blijft vaak verhuld achter dikke lagen feestwinkelschmink en een vet aangezette schaterlach. En toch is er bij mij altijd het verlangen om verder te kijken, te lachen, te zoeken naar ankerpunten in het koortsdroomachtige doolhof dat Trecartin schiep.


Still uit K-CoreaINC. K (section a), Ryan Trecartin, 2009
Still uit K-CoreaINC. K (section a), Ryan Trecartin, 2009

Mijn favoriet is het bijna twee uur durende I Be-Area. Doodenge kinderen prijzen zichzelf aan, en worden verkocht nadat ze hun kunsten vertonen. Er is een jongetje dat tapdanst terwijl het scherm maar blijft draaien en dubbelen. De kijker maakt kennis met een adoptiebureau slash weeshuis waar alleen de meest getalenteerde kans maken op een plek in een echt gezin. Halverwege de anderhalf uur durende film staan twee volwassenen twee kinderen bij in het updaten en rebranden van hun website en online/offline identiteit. In de drukke kamer scharrelt een blonde truffelhond rond, en dat is de meest waarachtige figuur die in beeld verschijnt. De zelfhulpindustrie wordt te kijk gezet, denk ik. Amerika wordt belachelijk gemaakt, denk ik. Ons taalgebruik wordt geridiculiseerd, denk ik. Onze bereidwilligheid om onze tijd en aandacht volledig te laten kapen door de drang te voldoen aan wat anderen van ons verwachten (of dat nu onze vrienden, social media-volgers of bedrijven zijn) wordt bevraagd, denk ik. Maar bij Ryan Trecartin kan de kijker nergens zeker van zijn.

Dertien hectare
I believe that somewhere there is something worth dying for and I think that’s amazing, is een quote uit I Be-Area, die zoals het Trecartin betaamt een flink aantal keer wordt herhaald terwijl het personage dat door hem wordt gespeeld indringend in de camera kijkt. En het is zo ongeveer wat ik dacht toen ik in 2002 naar Amsterdam verhuisde. Nu, in 2020, hebben we het vooral over de digitale ruimtes waar we onze levens slijten, wordt de suggestie gewekt dat het niet zoveel meer uitmaakt waar we wonen. De stad/het dorp/het appartement/de boerderij/de straat/het gras, die fysieke aanduidingen betekent niet zoveel meer nu onze aandacht in de eerste plaats op onze inboxen, Whatsapp en social media-accounts is gericht. Maar als we die digitale ruimtes moeten vergelijken met een vleesgeworden locatie, dan zijn de tijdlijnen van onze social media-accounts drukke winkelstraten, is Whatsapp een populair café waar luid wordt gekletst en laten onze mailboxen zich het beste vergelijken met plekken als de Amsterdamse Zuidas. Precies, de stad en onze stedelijke levens zijn de norm geworden voor zo’n beetje alles. Het is waar onze cultuur wordt gemaakt, waar het geld wordt verdiend en waar de politiek beslist. Het platteland dient als ademruimte, plek waar we kunnen ontkomen aan in de metropool opgebouwde stress en waar we die inruilen voor bezinning en bedachtzaamheid. Zoals die app waar je beloond wordt met groeiende bomen zolang je je telefoon niet gebruikt.

De stad en onze stedelijke levens zijn de norm geworden voor zo’n beetje alles. Het is waar onze cultuur wordt gemaakt, waar het geld wordt verdiend en waar de politiek beslist.

De verstedelijking gebeurt ook in letterlijke zin, wereldwijd wonen er steeds meer mensen in de stad. Dat geldt overigens niet voor Nederland, publiceerde het Planbureau voor de Leefomgeving vorig jaar, hier is de trek uit de stad groter dan de trek naar de stad. Voor de toekomst ziet het er anders uit, en volgt Nederland op de rest van de wereld. Volgens prognoses van het CBS zal bijna driekwart van de miljoen extra inwoners die ons land in 2035 zal tellen, zich hebben genesteld in de grote stad. De 20% van de gemeentes die de komende 15 jaar zullen krimpen, bevinden zich stuk voor stuk aan de randen van Nederland.

Ryan Trecartin past niet binnen die mondiale trend van verstedelijking. Hij woont sinds november 2016 samen met zijn reguliere werkpartner Lizzy Fitch in Athens, Ohio. En niet langer in Californië, de plek waar traditioneel veel kunstenaars en LHBTI’ers wonen.

De twee wonen (met hun af en aan komende collaborators) in een bijzonder landelijke omgeving, omringd door Amerikaanse farms. Middenin de velden hebben ze een waterparkattractie gebouwd die als decor voor hun films dient. Fitch en Trecartin kochten bijna dertien hectare land in de staat waar ze beiden opgroeiden. Door hun buren wordt het collectief omschreven als “trash from California who make evil gay movies.”

Op dit moment lees ik In cold blood van Truman Capote, de schrijver die bekend stond om zijn hoge, meisjesachtige stem. Hij mocht graag met zijn ogen rollen, likte aan zijn lippen, kleedde zich flamboyant en maakte bijzonder veel handgebaren. Een man die zich op een onmiskenbaar queer manier presenteerde aan de wereld. Ik vraag me af hoe de mensen in het plattelandsdorpje Holcomb, Kansas (2000 inwoners) in 1966 op Capote reageerde. Hij moet voor hen een buitenaards wezen zijn geweest dat een boek kwam schrijven over de viervoudige moord die het slaapstadje had wakker geschud. Ik wil weten of hij serieus werd genomen, werd uitgescholden, of juist werd genegeerd, maar als ik die vragen hardop aan een vriendin stel, antwoordt ze dat Truman toentertijd al ruimschoots beroemd was en beroemde mensen hoe dan ook respect afdwingen, ook al is hun voorkomen nog zo buitenissig.

Misschien dat dat mechanisme ook in het voordeel van Gerard Reve werkte. De schrijver woonde van 1964 tot 1971 in het Friese Greonterp, met zijn partner Teigetje, en gedurende de laatste jaren voegde 'Woelrat' zich bij hen. Hij kocht het huis voor 2500 gulden om de drukte van Amsterdam te ontvluchten. In de brieven die hij vanuit daar schreef, was te lezen hoezeer hij de afzondering die het platteland bood hem beviel: 'De herfst is nog ontroerender dan de zomer. En geen geluid, geen mens, alleen maar eindeloos uitzicht. Dit heb ik altijd gewild. Ik heb nog nergens zoon landschap gezien, ik bedoel zo ontroerend. Ik denk dat de nieuwe hemel en de nieuwe aarde er zo uit zullen zien, bij de wederkomst van hem die alle dingen nieuw zal maken, althans dat heeft hij gezegd.'
Het dorp bestond uit 7 huizen en telde 27 inwoners. Ik heb in een of andere tv-documentaire ooit gezien dat Reve en het huis dat hij bewoonde in de wijde omgeving enorm populair waren. Iedereen kwam graag langs bij de schrijver, die er dus ondanks zijn homoseksuele, polyamoreuze relatie, talloze kennissen op nahield.

Brokeback Mountain
Als we kijken naar films, televisieseries en boeken over queerness, dan vormt de stad vrijwel altijd het decor. In de zeldzame gevallen dat we naar LHBTI-personages kijken die wel in een rurale omgeving wonen, dan wordt die omgeving gebruikt als de factor die het queer verhaal van drama voorziet, zie Brokeback Mountain (2005) en God’s Own Country (2017). In een stad hadden Heath Ledger en Jake Gyllenhaal niet zo lang om elkaar heen hoeven draaien, waren ze waarschijnlijk niet met vrouwen getrouwd geweest en had de film dus geen kloppend hart gehad. Hun liefdesverhaal was aangrijpend omdat ze cowboys waren, omdat hun liefde werd omlijst door de Amerikaanse outback. Het is alsof de bergen, weilanden en beekjes de plaats innemen van personages, en de rol spelen van een afkeurende maatschappij, van verboden terrein. Datzelfde mechanisme wordt in God’s Own Country ingezet. Dit keer zijn het schapenherders die voor elkaar vallen.

In een stad hadden Heath Ledger en Jake Gyllenhaal niet zo lang om elkaar heen hoeven draaien, waren ze waarschijnlijk niet met vrouwen getrouwd geweest en had de film dus geen kloppend hart gehad.

Wat ook geen toeval is, is dat de seks in beide films ruw en onbeholpen is. Want plattelandgays behandelen hun bedpartners net als hun vee. En natuurlijk moet hun geïnternaliseerde homofobie tot uiting komen in de manier waarop ze elkaar te lijf gaan. Nee, verfijnd, gevoelig en voorzichtig zijn deze homomannen niet, die wonen namelijk ver weg, in de stad. En als die stedelijke gays niet in de stad geboren zijn, dan zijn ze ernaartoe ‘gevlucht’.
Misschien heeft deze beeldvorming eraan bijgedragen dat ik op mijn achttiende, zonder de stad echt te kennen, naar Amsterdam verhuisde, omdat me daar impliciet gouden bergen waren beloofd. En het waren niet alleen de films. Homocafés, clubs, homoboekhandels, alles waar ‘homo-voor stond bevond zich in de stad, wist ik.
En toch wringt de metronormatieve definitie van homoseksualiteit en queerness in het algemeen. Die suggereert namelijk dat er op het platteland en in het dorp geen LHBTI’ers wonen of dat zij die er wonen niet zichtbaar kunnen zijn, met andere woorden in de kast zitten. The only gay in the village is niet voor niets een gevleugelde uitspraak geworden, gedestilleerd uit één van de terugkerende sketches uit Little Britain.
De eerste keer dat Daffyd Thomas wordt geïntroduceerd vinden we hem in de plaatselijke, Britse pub waar iedereen zijn normale levens leidt in hun normale outfits en Daffyd aan de toog zit in een semitransparant hemd, een minishort, met getekende wenkbrauwen en een blonde kuif op zijn hoofd. Alleen zijn voorkomen wekt al op de lachspieren van het publiek. Hij doet zijn beklag over het feit dat hij de enige homo in het dorp is, en zegt dat hij graag eens een andere homo zou ontmoeten om te praten over hun gemeenschappelijke ervaringen. En daar komt prompt een man de kroeg binnen die laat weten net zo gay te zijn als hij, maar Daffyd blijkt geen homoman naast hem te dulden. Hij moet en zal de enige gay in het dorp blijven.
Ik denk niet dat het de bedoeling is dat de kijker de sketch al te letterlijk neemt, maar ik kan het niet helpen, iets in mij (niet iets waar ik trots op ben) herkent de reactie van Daffyd, die zoals het een echte sketch betaamt in allerlei soortgelijke scenario’s opnieuw wordt geuit: hij is en blijft wat hem betreft de enige homo in het dorp, hoe vaak het tegendeel ook wordt bewezen. Ik begrijp hem omdat een deel van me zich ook bedreigd voelt wanneer ik in het bijzijn van een andere homoman ben. Eén die net zo slim, goed gekleed en grappig is als ik.
Nogmaals: ik ben zeker niet trots op dit gevoel, maar ik kan proberen het te verklaren. In het dorp waar ik opgroeide was er geen enkele context voor mijn seksualiteit. En dat is eenzaam, op zijn minst karig, maar het schept ook mogelijkheden. Het gaf me de kans kleurrijk af te steken tegen de grijze achtergrond, ik was uitzonderlijk, werd niet alleen raar aangekeken als ik afwijkend gedrag vertoonde, maar net zo goed gevierd omdat niemand ooit iets had gezien dat leek op mijn gouden gympen. Mijn spijkerbroeken werden geprezen, mijn kapsels uitvoerig bekeken. Daarmee werd ik geothered, maar er werd tegelijkertijd gezegd: jij laat ons dingen zien die we niet kennen, en alleen al daarom ben je waardevol.

Still uit K-CoreaINC. K (section a), Ryan Trecartin, 2009
Still uit K-CoreaINC. K (section a), Ryan Trecartin, 2009

 

In Amsterdam was ik niet langer de enige man die homoseksueel was, maar ik was ook niet langer de enige man met gouden gympen.
De identiteit die ik gedurende de voorafgaande achttien jaar voor mezelf had geconstrueerd dan wel uitgehouwen, de identiteit die ik had gekozen of die me was overkomen, was niet langer alleen voor mij, het was een ruimte, een stukje van het landschap dat plotseling door vele anderen werd bewoond.
Ik denk dat die heimelijkheid die ik vroeger ervoer verslavend werkt. Altijd de uitzondering zijn wakkert het verlangen aan naar herkenning, maar roept net zo goed de wens op om telkens weer terug te keren naar die vroegere vereenzaming. Zeker omdat die solitude op latere leeftijd niet per se voorkomt uit sociale afkeuring, maar een keuze is.

De identiteit die ik gedurende de voorafgaande achttien jaar voor mezelf had geconstrueerd dan wel uitgehouwen, de identiteit die ik had gekozen of die me was overkomen, was niet langer alleen voor mij, het was een ruimte, een stukje van het landschap dat plotseling door vele anderen werd bewoond.

Een nieuwe omgeving
Heaven be praised for solitude that has removed the pressure of the eye, the solicitation of the body, and all need of lies and phrases, schreef Virginia Woolf in The Waves. Ook zij verhuisde, van de stad naar het platteland, van Londen naar Sussex, in de hoop dat haar gedeprimeerde geest tot rust zou komen. Zoveel is niet meer nodig als je alleen of afgezonderd bent. De druk die de nabijheid van anderen oplegt verdwijnt, bevrijd je van het vertonen van gewenst gedrag, van de plicht aardig, behoorlijk, gedoucht of goed gekleed te zijn.
Misschien was Ryan wel gewoon moe geworden van het oog van de toeschouwer, de voorbijganger, de andere gays. Al zal zijn verhuizing hem toch ook niet geheel hebben genezen van de vloek van de ander. Want de contradictie van het dorp is dat het als geheel is afgezonderd van andere dorpen, steden, van provincie en buitenlanden, maar op individueel niveau, op sociaal niveau is de ander juist enorm nabij. Het zijn misschien minder ogen die je in het dorp bereiken, maar hun blikken zijn vele malen priemender dan in de stad. 

De liefde tussen Greonterp en Gerard Reve hield geen stand. Reve kreeg last van woedeaanvallen en begon zich te storen aan rammelende melkbussen en de radio van de buurjongens. Hij schreef zijn huisarts: 'Hoe U het in Friesland volhoudt is mij een raadsel. U moet wel iets van vroomheid of overgave in U hebben. Ik houd het niet goed meer vol.' De schrijver vertrok met zijn twee mannen, het platteland was hem gaan tegenstaan: 'Je kunt nooit eens een eind lopen zonder je ontelbare mensen van heinde en verre al ziet aankomen & moet groeten. Ik ben nog niemand in Friesland tegengekomen die ik iets persoonlijks, iets oorspronkelijks of iets eigens heb horen zeggen. Zij stoten klanken uit, maar ik voer konversaatsie, totdat ik ademloos ben.' 

“A new ­environment inserts itself into wherever your brain is at the time and challenges the architecture of your thinking,” zei Trecartin over zijn verhuizing, in een interview met W Magazine. Volgens hem is de plek waarnaartoe of waarvandaan niet eens zo belangrijk. Hij is dan ook iemand die binair of categorisch denken afwijst, en alles tot fluïde bombardeert. Hartstikke queer van hem. 

Ik denk, net als Trecartin, dat we de dichotomie tussen stad en platteland veel te belangrijk maken. We nemen de stad voor lief als de maatstaf voor alles en iedereen. We overwaarderen het urbane tempo en de glamour van de stad, omdat ze voortvloeien uit en zo goed aansluiten op de kapitalistische ratrace waar onze planeet in verzeild is geraakt. We ondermijnen en romantiseren het platteland, omdat ze een nagenoeg onzichtbare en ondergewaardeerde rol is gaan spelen binnen het spel van geld en bezit.

Trecartin stelt dat we voorbij de tegenstelling tussen het rurale en stedelijke moeten kijken, dat het vooral belangrijk is om in beweging te blijven, nieuwe horizonnen te blijven opzoeken. Ook dat is een manier om aan de blik van de ander te ontkomen, wat anonimiteit en vrijheid te bewaren in een wereld die altijd wakker is, altijd kijkt, constant onze blik op ons heeft gericht. Verhuis, neem een nieuwe naam aan, een nieuw gender wellicht, of op zijn minst een nieuwe pruik. Verstop je, het maakt niet zoveel uit of je dat in een weiland of op een druk plein doet. Wees nutteloos, wordt een vreemde voor jezelf, zodat niets of niemand vat op je krijgt.

Ook adverteren op mistermotley.nl? Stuur dan een mail naar maurits@mistermotley.nl