Mister Motley heeft een boek gemaakt. Koop hier 'Dit is een vertaling'.

Image

De meest onbevangen schilderstreek – een interview met Vera Gulikers

04-09-2020 Persis Bekkering

Vera Gulikers is een van de zes winnaars van de Buning Brongers Prijs 2020. Mister Motley interviewt dit jaar alle kunstenaars en fotograaf Kevin Osepa legt ze vast voor de lens. Schrijver Persis Bekkering sprak Vera Gulikers via Skype.

Het eerste wat opvalt als Vera Gulikers in beeld verschijnt zijn de kikkergroene keukenkastjes achter haar rug. Ze knallen het beeldscherm in, geflankeerd door een felrode fluitketel op het fornuis. ‘Ik werk en leef in dezelfde ruimte’, lacht Gulikers verontschuldigend. De achtergrond trekt je meteen haar artistiek universum in. In haar prijswinnende Poetsdoeken (2017-2018) verdwijnt het onderscheid tussen kunst en het huishoudelijke domein: voor deze ‘schilderijen’ gebruikte ze onder andere Vanish Oxi Action en andere simpele schoonmaakmiddelen om een eerder aangebrachte laag eitempera weg te poetsen, en liet daarmee zien hoe schoonmaken en schilderen dezelfde bewegingen zijn. 

Vera Gulikers
Testdoek 1 - Egg-tempera on canvas, 140 x 170 cm, 2017


‘Vorig jaar heb ik een sculptuur gemaakt van een stofzuiger’, vult ze aan, ‘met lange krullen van de stofzuigerbuis in de lucht. Ik gebruik de stofzuiger veel in mijn atelier, en zo kwam daar een sculptuur uit voort.’ 
Ook de knallende kleuren van Gulikers keuken lijken een verwijzing naar haar oeuvre: felle kleuren zijn haar handelsmerk geworden. 

De laatste jaren heb je vooral schilderijen geëxposeerd. Wat trekt je aan in de schilderkunst? 
‘De concentratie van het doek. Een installatie is een optelsom, je kunt ermee blijven schuiven. Bij een schilderij vind ik het interessant dat ik tot een bepaalde conclusie moet komen in één beeld.’

‘Maar ik ben ook geïnteresseerd in de geschiedenis van de schilderkunst. Mijn onderwerpen zijn altijd verbonden met vrouwelijke tradities en gewoontes, en hoe die zich verhouden tot de schilderkunstige handeling. In mijn nieuwste serie gebruik ik fragmenten van onderbelichte en vergeten vrouwelijke kunstenaars, en breng die in relatie tot mijn eigen kunstenaarschap. Steeds vraag ik me af: hoe passen die werken van mijn voorgangers in mijn leven, in mijn werk?’

Vera Gulikers, foto: Kevin Osepa in opdracht voor Mister Motley & Buning Brongers prijzen
Vera Gulikers, foto: Kevin Osepa in opdracht voor Mister Motley en Buning Brongers prijzen

Mijn onderwerpen zijn altijd verbonden met vrouwelijke tradities en gewoontes, en hoe die zich verhouden tot de schilderkunstige handeling.

Wat vind je interessant aan het werk van vrouwelijke kunstenaars? 
‘Het dominante verhaal van de kunstgeschiedenis is vooral mannelijk. Maar het werk van vrouwelijke kunstenaars is vaak anders, en het is vooral die andere benadering van vorm en inhoud die ik onderzoek. Neem Sofonisba Anguissola (Italiaanse Renaissance-schilder, red.): zij mocht als vrouw geen anatomielessen volgen, en daarom schilderde ze alleen mensen die in haar huis leefden, zoals haar personeel. Daardoor stond een nieuw type portret van mensen in huiselijke omgeving.’

De Poetsdoeken lijken ook iets te zeggen over traditionele rolpatronen, omdat het huishouden eeuwenlang het domein van de vrouw is geweest. In die werken is er geen hiërarchie meer tussen het huishouden en de kunst.
‘Die serie ontstond toen ik net op de Jan van Eyck Academie zat. Ik schilderde in de kelder en stootte per ongeluk een emmer eitempera om. Toen ik de verf haastig opveegde met een doekje, viel me op dat ik een schilderstreek op de vloer had gezet, de meest onbevangen schilderstreek die ik als schilder kon maken. Zo kwam ik op het idee om een plas op een doek te maken en die weg te poetsen. Het ging me daar meer om schilderen als medium te onderzoeken.’

‘De meest onbevangen schilderstreek’, dat lijkt dan weer te gaan over het maken van werk zónder de bagage van de geschiedenis.   
‘Ik zie het meer als de rand van de schilderkunst opzoeken, of het meest vrije gebaar. Mijn methode komt altijd vanuit het werken zelf, vanuit het experimenteren. Ik lees van alles, probeer wat en dan valt er iets om, zo komen de dingen op een gekke manier samen. Vaak komt het resultaat niet voort uit een vooropgesteld plan. Zo zijn ook de Testdoeken ontstaan, die ik gelijktijdig met de Poetsdoeken heb gemaakt. Toen ik de eitempera voor het eerst mengde maakte ik gauw een paar kleurentestjes, en hing de vellen naast de poetsvlek. Zo zag ik de gelijkenis. Men noemt dat dan toeval, maar ik zie dat als een werkmethode waarin ik open sta.’

Mijn methode komt altijd vanuit het werken zelf, vanuit het experimenteren.

Je aandacht voor vrouwelijke tradities is geworteld in het feminisme. Zie jij jezelf als een politiek kunstenaar?
‘Bij “politiek” denk ik aan kunst waarvan de betekenis van tevoren vaststaat, en ik werk dus andersom. Vanuit een persoonlijke en professionele interesse in het feminisme, maar het schilderen staat voorop. Het doek functioneert op zichzelf en heeft geen boodschap die ik wil overbrengen. Ik probeer in mijn werkproces de balans te vinden tussen die twee uitgangspunten, waardoor er een zekere spanning zit in het resultaat. Dat vind ik fijn.’

In de recente serie Threadingdoeken zien we eenvoudige figuren voor een geometrisch gemarkeerde achtergrond. De figuren ontleen je aan het werk van vrouwelijke voorgangers. Ergens las ik dat het grid verwijst naar het ‘mannelijke’ modernisme, en de figuren naar ‘vrouwelijk’ expressionisme.
‘Het grid is een verwijzing naar borduurpatronen. De lijntekening lijkt op een droedel, zo’n tekening die je maakt als je aan de telefoon bent en gedachteloos girly tekeningetjes maakt. Ik zie die reeks als de ironische tegenhanger van de merchandise die van de grote mannelijke kunstenaars wordt gemaakt: het Rembrandt-koekblik, de Van Gogh-koelkastmagneet. Het borduurpatroon zou je kunnen overnemen voor een figuur op je jasje, bijvoorbeeld. Maar ik maak niet écht een borduurpatroon, ik vind het belangrijk dat ik de figuren zelf schilder, dat het geen reproductie is – dat ik zelf deelneem aan de kunstwereld. Ik heb lang gezocht naar de juiste vorm waarin de lijntekening zichtbaar is maar tegelijkertijd ook als het ware wegzinkt in het grid.’

hreadingdoek: Die träume, Helen Funke, Threadingdoek: In the studio, Marie Bashkirtseff - Puff-ink and flock on canvas, 190 x 200 cm, (right) ING Collection, Tegenboschvanvreden Amsterdam, 2020
hreadingdoek: Die träume, Helen Funke, Threadingdoek: In the studio, Marie Bashkirtseff - Puff-ink and flock on canvas, 190 x 200 cm, (right) ING Collection, Tegenboschvanvreden Amsterdam, 2020

Ik zie die reeks als de ironische tegenhanger van de merchandise die van de grote mannelijke kunstenaars wordt gemaakt: het Rembrandt-koekblik, de Van Gogh-koelkastmagneet.

Het is spannend hoe je speelt met auteurschap. Enerzijds ben je zelf altijd de maker van het werk – je eigen menselijke hand is zichtbaar in het schilderwerk. Maar door de patronen bij andere kunstenaars te halen of aan het toeval te onttrekken, ben je minder nadrukkelijk eigenaar van het werk. Daarin zou je een statement tegen de mannelijke grote ego’s kunnen zien. 
‘Dat zou je zo kunnen zien. Ik voel me embedded in het medium en de kunstgeschiedenis. Het valt me de laatste tijd inderdaad op dat je steeds minder duidelijk mijn hand in het werk ziet.’

Waar loop je zelf tegenaan, als vrouwelijke kunstenaar?
‘Ik weet niet of ik dat wil zeggen. Soms denk ik dat ik anders word benaderd, maar het is een gevoel dat ik niet kan bewijzen. Ik vind het ook te gevoelig om dat bespreekbaar te maken. ‘

‘Als je kijkt naar het percentage vrouwelijke kunstenaars in collecties is dat nog altijd teleurstellend. Er zijn veel meer vrouwelijke kunstenaars dan vroeger, maar ze hebben nog altijd minder aanzien. Als ik de tandarts vertel dat ik kunstenaar ben, begint hij over Picasso, Caravaggio en nog een rits mannen. Er is een gat in representatie, ik zie mezelf minder terug in de kunstgeschiedenis. Als vrouw ben je daardoor, onbewust, minder snel overtuigd van jezelf.’

‘In mijn afstudeerjaar waren vrouwen in de meerderheid, en in de daaropvolgende afstudeerlichtingen was het percentage vrouwen vaak ook groter dan mannen. Terwijl het grootste deel van deze vrouwen uiteindelijk niet is doorgestroomd naar het professionele werkveld. Ik vraag mij dan af waar dat aan ligt.’ 

Detail atelier Vera Gulikers, foto: Kevin Osepa
Detail atelier Vera Gulikers, foto: Kevin Osepa

Als ik de tandarts vertel dat ik kunstenaar ben, begint hij over Picasso, Caravaggio en nog een rits mannen.

Met jouw carrière gaat het nu heel goed.
‘Ja, zeker, echt heel fijn. Ik heb een hele goede tijd gehad aan de Jan van Eyck Academie, waar ik anderhalf jaar resident was. Daar heb ik de grootste stappen gezet, ik ben toen pas echt op doek gaan schilderen. Ik won dat jaar ook de Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst, waardoor mijn carrière in een stroomversnelling terecht kwam. ‘

‘Ik heb veel verkocht de afgelopen paar jaar. Daar ben ik blij om, maar het brengt ook productiedruk met zich mee. Ik vond de coronacrisis wat dat betreft een bevrijding, het bracht ademruimte. Ik kon eindelijk weer vrij schilderen, niet voor een specifieke tentoonstelling.’

Nog even over die zoete kleuren. Pastel, roze, dat associëren we met schattig en lief, met ongevaarlijk. Is jouw kleurgebruik een toe-eigening van die waarden? 
‘Ja, een toe-eigening, of een ironisch commentaar. Ik wil dat girly cliché op de hak nemen, stereotyperingen doorbreken. Maar ik houd ook echt van de kleuren. Is dat een sociaal construct, iets waarmee ik ben opgegroeid? Is dat omdat ik vrouw ben? Dat onderzoek ik.’

‘Een mannelijke docent op de academie werd er helemaal onpasselijk van. Hij zei, ik krijg er een vieze smaak van in mijn mond, kun je er niet mee ophouden? Zo’n extreme reactie vond ik interessant, ik werd me bewust dat die kleuren een vorm van protest konden zijn. Maar ik experimenteer nu met schilderen op onbewerkt linnen. Nu mag het weer even grauwer zijn.’

 

Dit interview is geschreven in opdracht van de Buning Brongers Prijzen, zonder redactionele inspraak. De Buning Brongers Prijs is een tweejaarlijkse Nederlandse kunstprijs voor jonge beeldend kunstenaars. De prijzen worden uitgereikt door de Buning Brongers Stichting uit de nalatenschap van Johan Buning, zijn vrouw Titia Brongers en zijn schoonzus Jeanette Brongers. De Buning Brongers Prijs is de grootste particuliere kunstprijs van Nederland en is sinds 1966 uitgereikt aan 150 kunstenaars. De kandidaten voor de prijs worden door kunstopleidingen uit het hele land voorgedragen. Aan de prijs is een geldbedrag verbonden van € 4.500.

Voor de winnaars wordt van 2 tm 18 oktober een tentoonstelling georganiseerd in Arti et Amicitiae en een catalogus uitgegeven in samenwerking met ontwerper Sido Dekkers en Mister Motley. De prijzen worden op 2 oktober uitgereikt in Arti et Amicitiae. U bent van harte welkom! U kunt zich hier aanmelden.

De prijswinnaars van 2020 zijn Cas van Deurssen, Anders Dickson, Clémence de La Tour du Pin, Gabriele Adomaityte, Leo Arnold en Vera Gulikers. Tot de prijsuitreiking zal Mister Motley elke week een interview met een winnaar publiceren.

Klik hier voor meer werk van Vera Gulikers

Ook adverteren op mistermotley.nl? Stuur dan een mail naar maurits@mistermotley.nl