Steun hier het nieuwe seizoen van de radiopodcast Kunst is Lang.

Image

Een poëtische blik op het onvermijdelijke - drie kunstwerken en de gedichten van Lieke Marsman

12-04-2021 Roos van Zoelen

De volgende ochtend word ik weer gewoon wakker
met in mijn hoofd een ritmisch
fuck fuck fuck / ik wil niet dood. Gelukkig maar,
want ik wil niet dood.” – Lieke Marsman

Dood, ziekte, toekomst, onzekerheid, vergankelijkheid, machteloosheid en de bijkomende (morele) vraagstukken. Nee ik ga niet in op de huidige corona situatie, daar wil ik niet over schrijven en het lijkt me dat ook niemand daarover wil lezen. Wie wil er weer op dezelfde feiten gedrukt worden?

Maar wat als je leven door dit soort thema’s gekleurd wordt, ook al voor deze rotpandemie, als je in een permanente staat van onmacht verkeerd?
Dit onvermogen, deze onzekerheden komen aan het licht in de dichtbundel ‘in mijn mand’ van onze nieuwe Dichter des Vaderlands; Lieke Marsman. Buiten haar eigen persoonlijke problematiek stelt ze in de bundel menig maatschappelijk probleem aan te kaart. Klinkt in eerste instantie misschien zwaarmoedig, maar Marsman weet het met lichthartige humor en bravoure te brengen, waarbij ze niet alleen haar situatie maar ook haar wisselvallige blik op het leven onder de loep én op de hak neemt.


“Het is ook nooit goed met die pathetische dichters”

Al lezend komen er beelden bij me op, ik zie schilderijen en taferelen, ik zie voor me hoe de beschreven situaties plaats zouden vinden, eruit zouden zien. Marsman weet heel figuratief te schrijven. Ze prikkelt me met speelse zinnen en ze neemt me mee, net zoals een schilderij je mee kan nemen en kan roeren. Ik besluit om kunstwerken te gaan zoeken bij de zinnen die ik met een vulpotloodje voorzichtig onderstreept heb, of bij de pagina’s die stiekem als favoriet bestempeld zijn in de vorm van een knullig post-itje.

Een onvermijdelijk onderdeel van het leven is het wachten. Van het wachten op de bus tot het wachten op de dood. En in deze tijd; het wachten op het nieuws dat we weer mogen en kunnen. Persoonlijk ben ik geen grote fan van wachten, maar Lieke beschrijft de schoonheid die schuilt in deze machteloosheid.

“We wachten op je. We kunnen het niet langer aanzien:
hoe je op de bank zit, in je hoofd zit, een been
al in het graf. We zijn vrij
maar machteloos – en dat is onze grootste vrijheid.
Kijk wat we, gespeend van verantwoordelijkheid,
bereikt hebben. Niets! En dat is een zegen.”

Dit dadeloze wachten weet kunstenaar Erik Suidman te vangen in zijn serie ‘de wachters’ (van een passende titel moet je het hebben). Aan dit werk moet ik denken als ik het gedicht van Marsman lees. Mannen en vrouwen, soms alleen, soms in groepen, zijn te zien, ze doen niets, ze wachten, waarop weet ik niet, misschien weten ze dat zelf ook wel niet. Sommigen schreeuwen, die kunnen het wachten niet aan, sommigen staren wat of hopen iets interessants te zien in hun nagelriemen. De zegen en de vrijheid die Marsman eraan toeschrijft is misschien niet terug te zien, maar de kérn, de daad- en doelloosheid, worden door Suidman gevangen in de gezichtsuitdrukkingen van de wachtenden, die de eerder beschreven vrijheid nog niet ondervonden hebben.

Erik Suidman, de wachters serie
Erik Suidman, de wachters serie

 

Het wachten gaat hand-in-hand met het vergaan van tijd, net zoals het vergaan van tijd hand-in-hand staat met het ouder worden. Er hangt een stigma omheen, niemand wil ouder worden, maar níét ouder worden is ook onwenselijk. Dan zouden we jong moeten sterven. Zo beredeneerd is ouder worden dus zowel een vloek als een wens; maar erg veel zeggenschap hebben we er niet over.
Marsman weet het anders te beschrijven;

“Ik dacht O, wat ik ervoor zou geven
om ooit aan de tafel met oude dichters te zitten.
In een lifestylemagazine zullen ze me vragen
zoals ze vrouwen die een bepaalde leeftijd bereiken vragen
vind je het erg om oud te worden?
En ik zal zeggen ben je gek
verval is voor mij vooruitgang.”

Dat plaatje van die oude dichters spookt door mijn hoofd, ik denk terug aan de vele verjaardagen van mijn oma, hoe ik als jong meisje keek naar de ouderen die zich tegoed deden aan nóg een glaasje muffige bowl, in zo’n glazen kopje met bloemetjes die daar speciaal voor waren bedoeld. Heel officieel voelde het aan, elitair bijna. Alsof het voor maar een klein clubje was weggelegd.

Het plaatje blijft spoken en het brengt me terug bij een expositie van Pyke Koch in het Centraal Museum Utrecht, bij het werk waar ik het langst naar heb staan staren: ‘vrouwen in de straat’.
Ik zie drie vrouwen die in een groepje bij elkaar staan, twee van hen lijken ergens commentaar op te leveren of iets te roepen. De vrouwen vormen een soort eenheid, ze lijken van dezelfde plek te komen. Alledrie gekleed in sjieke avondkleding, maar echte elegantie stralen ze niet uit, de doorleefdheid in hun gezichten wordt tevergeefs gemaskeerd met een dikke laag harde make-up.

Het beeld past voor mij bij het gedicht omdat het dezelfde sfeer beademd. Wanneer ik las over de dichters zag ik een groepje oude, ietwat doorleefde, stoffige mannen en vrouwen voor me die zo uit een Godfather-film kunnen stappen. De mannen met sigaren en de vrouwen met een glaasje sherry, zittend aan een ronde houten tafel. Ze vormen samen een geheel, samen vertegenwoordigen ze hun verkregen stand en de eer van ervaring die erbij komt kijken. Compleet geromantiseerd natuurlijk. Dezelfde sfeer herken ik in de drie vrouwen, samen vertegenwoordigen ze een groep, een gevoel, een manier van leven, waarin leeftijd en ervaring samenkomen tot een nostalgisch, bijna cartoonesk straatbeeld.

Pyke Koch, vrouwen in de straat
Pyke Koch, vrouwen in de straat
       

 Alledrie gekleed in sjieke avondkleding, maar echte elegantie stralen ze niet uit, de doorleefdheid in hun gezichten wordt tevergeefs gemaskeerd met een dikke laag harde make-up.

Niet alles in Marsmans bundel gaat over de dood en machteloosheid, het gaat ook over strijd en woede, voornamelijk gericht op de Nederlandse maatschappij. Het kan niemand zijn ontgaan dat Nederland met problemen kampt binnen onze maatschappij en politiek. Ik kijk met afkeer naar de uitslag van de verkiezingen en ik snap niet hoe openlijk racisme, homofobie en zelfs fascisme redenen zijn om op iemand te stemmen.
Ook Marsman voelt een urgentie om deze problematieken aan te kaarten, verspreidt over verschillende gedichten houdt ze de maatschappij een spiegel voor waar we allemaal in moeten kijken.

“het is meer
de ongefundeerde zelfverzekerdheid
die je vaak aantreft in regeringsleiders
aan het begin van een mislukt termijn. Dun melkvel
van arrogantie op een pap met klonten.
Naar de maan met jullie leugens,
Steek die bureaucratie maar in je hol!”
(fragment uit gedicht ‘3.’)

Gedicht ‘3.’ is een soort voorafje voor de komende hoofdgerechten. Zo geeft het gedicht ‘verlate kamervragen’ ons drie pagina’s aan opgesomde woorden, problematieken, die één lang verhaal vormen. Waarin de crisis in kamp Moria overgaat naar de mondkapjesplicht die vervolgens weer overstapt naar de kwestie van het langzaam omvallen van alle culturele instellingen en zo nog wel even doorgaat.
Het gedicht vol kwesties eindigt met de woorden:

“is de minister bekend
met deze berichten
en bereid
om ze te bevestigen
in woord
dan wel decreet?”


De spiegel wordt voorgehouden.

Deze thematiek brengt me bij de installatie van Matthijs Hannink, die hij tentoonstelde bij UtrechtDownUnder; 'een begraafplaats van uitgeleefde ideologieën'. Een ruimte verlicht door een banner met nieuwsfeed, waarvan je in het flauwe licht de contouren van betonnen symbolen op de grond ziet liggen. Het zijn symbolen van ‘ideologieën’, van de hamer en sikkel van het communisme tot de prominente ‘F’ van Facebook (ideologie is een breed begrip). Ze zijn allemaal tentoongesteld als grafstenen, op een hoop gegooid als een directe verdoeming, ze hebben gefaald.

Matthijs Hannink, een begraafplaats van uitgeleefde ideologieën
Matthijs Hannink, een begraafplaats van uitgeleefde ideologieën

Zien we straks ook symbolen van de verzorggingsstaat of van het klimaatakkoord van Parijs tussen deze berg grafstenen liggen?

Allemaal leuk en aardig, maar waarom dit werk? Omdat dit werk mij doet afvragen of de ideologieën die we nu hebben, waar we nu in geloven, ook binnenkort op deze begraafplaats zullen liggen. Zien we straks ook symbolen van de verzorggingsstaat of van het klimaatakkoord van Parijs tussen deze berg grafstenen liggen? Misschien wordt er al een hint gegeven in het gedicht: ‘de zelfverzekerdheid is ongefundeerd, het termijn is gedoemd te mislukken; een allegorie voor de maatschappelijke systemen?‘

Of valt het allemaal wel mee?
Ja, tijden zijn aan het veranderen, ja, veel mensen verliezen hun vertrouwen in maatschappelijke systemen, ja,  we gaan de boeken in als de eeuw van de verandering en de protesten, ja, ook kunst wordt steeds meer geëngageerd, maar ik kan niet voorspellen of we snel een logo van de verzorgingsstaat zullen zien op Hanniks begraafplaats, maar voor een logo van een mislukt klimaatakkoord ben ik misschien nog wel banger.

Kunst en poëzie brengen je veel, ze laten je dwalen en laten je nieuwe dingen ontdekken, er worden je nieuwe perspectieven geboden. Tijdens het schrijven van dit artikel ontdekte ik pas echt hoe goed kunst en poëzie elkaar kunnen aanvullen en versterken. Het koppelen van een gedicht aan een beeldend werk creëert een extra (beschouwings)laag. Daar waar ik bij sommige behandelde werken er in eerste instantie niet helemaal in kon komen, bood de dichtbundel me een ingang tot de wereld achter het werk en het zette me aan tot denken. Het liet me vragen stellen en associëren; waar wachten Suidmans personages eigenlijk op? En ik? Waarom wil ik de dichters en de 3 dames verromantiseren? En welk symbool zal een aanvulling worden voor Hanninks’ begraafplaats?

De antwoorden weet ik eigenlijk niet, maar dat hoeft ook niet, het afvragen zelf is al genoeg, genoeg om een dichtbundel over te schrijven of je te storten op een nieuw schilderij.

Ook adverteren op mistermotley.nl? Stuur dan een mail naar maurits@mistermotley.nl