Steun hier het nieuwe seizoen van de radiopodcast Kunst is Lang.

Image

Het stof onder de bank – afstuderen met Florélie Rogier

09-07-2020 Milo Vermeire

Wie dit jaar afstudeert heeft een turbulente afsluiting van vier jaar aan de academie. Ateliers sloten, eindexamen exposities werden uitgesteld of afgelast, en stages werden vroegtijdig gestopt. Voor veel studenten autonome kunst is het examen of de afstudeertentoonstelling uitgesteld tot na de zomer, maar de jonge kunstdocenten van de docentenopleidingen door heel Nederland studeren wel nu af. Het zijn studenten met frisse ideeën over kunstonderwijs, over hoe de overdracht van kunst eruit moet zien en over welke rol kunst kan spelen in de samenleving anno 2020. Daarom interviewt Mister Motley de komende drie weken deze studenten over hoe de afgelopen periode voor hen was, hun afstudeerproject en hun toekomst. We bellen met studenten uit Leeuwarden, Zwolle, Amsterdam, Groningen, Maastricht, Tilburg, Arnhem, Utrecht en Rotterdam. Opdat hun afstuderen niet onopgemerkt voorbij gaat. Vandaag Florélie Rogier van Academie Minerva.
 

Florélie Rogier gebruikt in haar afstudeerwerk de instrumentele fragiliteit van de biologie om esthetisch sporenonderzoek te verrichten. Daarnaast heeft ze onderzoek gedaan naar het gebruik van E-labs in het middelbaaronderwijs. In beide projecten spreekt een enthousiasme voor meer verbinding tussen het kunstonderwijs en andere vakgebieden. Dit jaar studeert ze af als docent beeldende kunst en vormgeving aan de Academie Minerva. Net als de anderen studenten moest Rogier haar afstudeerwerk thuis maken vanwege corona. Wel had ze het geluk dat ze apparatuur van de academie mee naar huis mocht nemen. Hierdoor kon ze thuis een doka bouwen om voor haar eindwerk haar eigen foto’s te ontwikkelen.

Florélie Rogier
Florélie Rogier

Wat is je afstudeerwerk?
FR: Ik ben altijd al gefascineerd geweest door structuren en vormen en heb op de academie geleerd dat ik ook juist vanuit het materiaal zelf kan vertrekken. Ik was oorspronkelijk bezig met een onderzoek naar fragiliteit waarbij ik glas wilde laten trillen. Terwijl ik hiermee bezig was kwam ik erachter dat ik de esthetische kwaliteit van puur materiaal op glas zelf veel interessanter vond. Ik heb verschillende glasplaatjes, die gebruikt worden in de microscopie, onderzocht en uiteindelijk mijn materiaal in specifiek de dekglaasjes gevonden. Dat zijn vierkantje plaatjes van 2,2 bij 2,2 cm die heel dun zijn. Vervolgens ben ik daar gevonden materialen uit mijn huis en lijm op gaan aanbrengen. Dat gaf hele mooie en interessante structuren en vormen.

Die kleine glasplaatjes ben ik gaan uitvergroten in doka. Door ze direct te belichten kreeg ik uitvergrootte zwart-wit beelden die vooral de vorm en structuur benadrukken. De gevonden materialen zelf zijn dan niet meer zichtbaar, maar wel de omlijning.

Je richt je dus op de dingen waar je normaal gesproken, letterlijk, overheen loopt?
FR: Ja. Wat ik onder de bank vind. Stofjes, allemaal spul uit mijn huis. Ik vind het fascinerend hoe al die kleine materialen die ik iedere dag zie eigenlijk nog veel waardevoller zijn dan ik dacht. Ik zie het ook als een heel persoonlijk werk.

Naast je beeldend werk heb je ook onderzoek gedaan naar het gebruik van E-labs in het middelbaaronderwijs. Kun je daar iets over vetellen?
FR: E-labs, ook wel makerspaces, zijn educatieve ruimtes waar allemaal apparaten in staan waarmee ‘gemaakt’ kan worden. Daar staan bijvoorbeeld 3d-printers, lasersnijders, robotica tools en je kan er programmeren.  Allerlei maakmiddelen die vooral op het digitale gericht zijn. Ik heb onderzocht hoe in een dergelijk ruimte kunstonderwijs eruit kan zien. 

Wat waren je bevindingen?
FR: Dat het lastig is. De grootse uitdaging ligt in de balans tussen hoeveel instructie geef je leerlingen zodat ze nieuwe technische vaardigheden opdoen en in hoeverre kunnen ze ook echt een artistiek proces hebben. Leerlingen leren een hele nieuwe techniek, maar je wilt niet dat dat je hele les in beslag neemt. Daarbij moet ik wel zeggen dat het nu vanwege de nieuwheid nog lastig is, maar dat het wel steeds beter wordt. Het werken met digitale technieken wordt op dit moment namelijk geïntegreerd in het basisonderwijs. Daardoor kan het in de toekomst in het vervolgonderwijs makkelijker worden gebruikt.

Als inspiratiebronnen noem je herman de vries en Annie Catrell, beide kunstenaars die met de ordening van natuur werken. Catrell is naast kunstenaar ook als docent aan de Royal College of Art verbonden. Hoe ligt de balans tussen doceren en kunst maken bij jou?
FR: Ik maak graag, maar ik vind kennis overdragen ook heel belangrijk. Om mensen de kans te geven zich te ontwikkelen. In de praktijk blijkt het echter lastig om bij beide velden te starten dus het overdragen van kennis heeft wel mijn voorkeur. Het liefst zou ik dan in het middelbaar onderwijs werken in de bovenbouw aangezien je daar meer diepgang in de kunstgeschiedenis kan zoeken.

Wat was jouw ervaring in het middelbaar kunstonderwijs?
FR: Ik had zelf een docent die met name uit het boek voorlas. Ik vind dat een voorbeeld van hoe het niet zou moeten. Ik denk dat afwisseling van onderwijsvormen heel belangrijk is en niet alleen maar college geven.

Ook mis ik in het kunstonderwijs dat er verbinding gelegd wordt met andere vakgebieden. Er hoeft niet overal vak-integratie te zijn waarbij alles één groot project wordt, maar het zou al heel wat zijn als overeenkomsten tussen de vakgebieden beter benoemd worden. Ik denk dat de waardering voor kunstonderwijs onder leerlingen ook beter zou zijn als ze begrijpen wat die verbindingen zijn. Als je het bijvoorbeeld hebt over kinetische kunst, dan heb je het eigenlijk vaak ook over natuurkunde.

Florélie Rogier
Florélie Rogier

Ook adverteren op mistermotley.nl? Stuur dan een mail naar maurits@mistermotley.nl