Steun hier het nieuwe seizoen van de radiopodcast Kunst is Lang.

Image

Hoe kan ik het me veroorloven een kunstenaar te zijn?

04-04-2021 Rosa Maria Zangenberg

*English version below

In het kader van @all_inn_graduates publiceert Mister Motley de komende weken een aantal artikelen van afgestudeerde kunstenaars uit heel Nederland, de delegatie van 2020. Zij studeerden af in het befaamde Covid-19 jaar en stapten bedeesd, maar vol goede moed een vertraagde kunstwereld binnen. Ieder artikel vertrekt vanuit een vraag gesteld door deze kunstenaars en beschrijft de persoonlijke ervaringen van hun jonge praktijk. Deze acht stukken vormen uiteindelijk een uitnodiging om de tentoonstelling ALL INN - tot twee keer toe verschoven - in een ander licht te zien. We publiceren vandaag een essay van de pas afgestudeerde kunstenaar Rosa Maria Zangenberg die zichzelf de vraag stelt: Hoe kan ik het me veroorloven een kunstenaar te zijn?

Vertaling door Jesse Lemmens

 

In de jaren dat ik studeerde had ik het voorrecht om een financieel vangnet te hebben. Een royale hoeveelheid geld - deels bestaand uit studiebeurzen en studentenleningen - verscheen vier jaar lang iedere maand op mijn bankrekening, alsof het de meest vanzelfsprekende zaak ooit was. Dit stabiele inkomen stelde mij in staat om een veilige en solide scheiding te maken tussen mijn studie en mijn financiële zaken. Ik heb mijn kunstwerken nagenoeg nooit als handelswaar beschouwd, omdat ze zelden het schoolterrein verlieten. Als ik een kunstwerk verkocht of (misschien vaker) aan iemand anders gaf, beïnvloedde deze actie niet of ik mijn huur wel of niet kon betalen. Ik was, belangrijker nog, nooit verplicht om mijn kunstwerken los te laten.

Deze onbewust comfortabele omstandigheden veranderde tijdens de eindexamententoonstelling toen een bezoeker me voor mijn werk benaderde, met zijn vinger naar een schilderij wees dat ik exposeerde en me vroeg hoeveel? Ik ervoer onmiddellijk een enorm gevoel van opwinding. Deze opwinding werd echter vermengd met een intense kwetsbaarheid, omdat de geruststellende, onbepaalde toekomst van de schilderijen plotseling in gevaar kwam. Het risico bestond dat het schilderij een handelsobject zou worden, terwijl ik niet eens aandacht had geschonken aan het getal dat de economische waarde ervan zou bepalen. Deze vraag voelde niet als een suggestie maar eerder als een bevel, dus mijn eerste reactie was een sterk gevoel van bescherming van dit specifieke schilderij. Het was niet te koop. De reden? Ik legde aan mijn potentiële koper uit dat mijn schilderij en ik nog steeds té verbonden waren met elkaar. Dit schilderij staat nu in mijn atelier en ik geef het af en toe een veroordelende blik; ik ben er vrij zeker dat dit oordeel weerkaatst wordt, terug naar mij.

Rosa Maria Zangenberg
Rosa Maria Zangenberg

 Ik legde aan mijn potentiële koper uit dat mijn schilderij en ik nog steeds té verbonden waren met elkaar. 

Het feit dat mijn studententoelagen en -leningen uiteindelijk zouden stoppen kwam niet als een schok. Al een paar maanden voor mijn afstuderen had ik verschillende manieren overwogen om van een professionele artistieke carrière te genieten, zonder volledig afhankelijk te zijn van de verkoop van mijn kunst. Daarom was het vooruitzicht op een parttimebaan aantrekkelijk en noodzakelijk. Ik putte uit mijn ervaring, opgedaan bij het doen van een gecombineerde studie in de autonome kunst en kunstgeschiedenis. Hierdoor leerde ik dat ik zowel theoretisch als creatief werd gestimuleerd, door mijn studiopraktijk meerdere keren per week te verlaten om me van de kunstenaarspositie te distantiëren en me in het academische veld te verdiepen. Als de rationeel ingestelde persoon die ik ben, formuleerde ik een aantal redelijke doelen en kort na het einde van de eindexamententoonstelling was ik fysiek klaar voor een professionele kunstenaarscarrière met een deeltijdbaan, een KVK-nummer en een studio. Dit lijkt inderdaad op het duidelijke rationele antwoord, waar de titel van dit essay naar vraagt, maar het lijkt volkomen onbevredigend om de zoektocht hier te beëindigen. Ik vind het noodzakelijk om een stroom aan cruciale bijvoeglijke naamwoorden aan het gouden woord van deze titel, namelijk de ‘kunstenaar’, te koppelen. Er zijn enkele onderliggende voorwaarden die ik moet toevoegen om de volledige veronderstelling over te brengen van wat ik in dit woord lees. Dus om dit essay voort te zetten, stel ik een uitbreiding voor van deze toch al ietwat onaantrekkelijke titel:

Hoe kan ik het me veroorloven een (ambitieus, succesvol, gemotiveerd, zelfverzekerd, gedisciplineerd, gelukkige, sociaal actieve en gezonde) kunstenaar te zijn? 
Ik vind het woord ‘veroorloven’ interessant in de constellatie van deze toegevoegde bijvoeglijke naamwoorden, omdat de betekenis direct een breder begrip belichaamt. ‘Veroorloven’ is niet alleen een op geld gebaseerd concept, maar ook een op tijd gebaseerd concept. Ik beschouw deze twee criteria van het ‘zich veroorloven’ een nogal onsexy en tot op zekere hoogte zelfs onbespreekbaar aspect van mijn verwachte kunstcarrière. Desondanks vormen ze toch een bijna onvermijdelijke tweedeling, die bovendien enorm verweven is. Het gaat over een dilemma, waar ik me de laatste tijd mee bezig heb gehouden en ik baseer dat op het feit dat mijn aanvankelijk uitgewerkte plan hóe me te veroorloven een kunstenaar te zijn niet zo goed functioneerde als ik gehoopt had.
Mijn drang om mijn beroepsleven als kunstenaar te beginnen, niet afhankelijk van de verkoop van mijn kunstwerken, was gebaseerd op de veronderstelling dat ik me vrijer zou voelen en daardoor creatief zou floreren in mijn artistieke proces.Maar wat deze onafhankelijke artistieke benadering met zich meebracht, was de onverwachte afwezigheid van een motiverende kracht. Het is zeker handig dat mijn productiviteit altijd voortkomt uit een drang om mezelf uit te drukken.Het schept de basis voor een continue artistieke productiviteit en gelukkig is deze drang er ook als niemand mij daartoe verplicht. Toch heeft deze gematerialiseerde uitdrukking uiteindelijk enige vorm van reactie van een publiek nodig, afgezien van mijzelf. Kort nadat ik mezelf als professional had gevestigd heb ik een existentieel besef ervaren, dat geloof ik vrij veelvoorkomend is onder recent afgestudeerde kunstenaars. Er was niet langer een hogere instelling die mijn artistieke productie en proces evalueerde en, dus, niet langer een natuurlijk terugkerend, betrouwbaar en kritisch publiek.Hoewel veel recent afgestudeerden dit misschien ervaren als een van de grootste opluchtingen van het afronden van de academie, betekent dit dat een publiek dat je kritisch zal stimuleren en je zal aanmoedigen om door te gaan van elders zou moeten komen.

Rosa Maria Zangenberg
Rosa Maria Zangenberg

‘Veroorloven’ is niet alleen een op geld gebaseerd concept, maar ook een op tijd gebaseerd concept.

Ik kreeg wat ik het hardst nodig had van mijn kunstacademie, omdat het me leerde mezelf als een kunstenaar te identificeren. Hoe ik mijn beroepsleven als kunstenaar in termen van tijd en geld kon leiden was daarentegen een onderwerp dat vaak elegant werd genegeerd tijdens mijn (soms bijna geïdealiseerde) curriculum als kunststudent. Ik wil niet het kleinste beklag doen over een gebrek aan efficiënte voorbereiding op de beroepspraktijk aan kunstacademies. Ik ben ervan overtuigd dat zakelijk kunstonderwijs corruptie van de artistieke vooruitgang van kunststudenten zou kunnen veroorzaken. De veilige ruimte die de kunstacademie biedt is van cruciaal belang voor een student om zich vrij te voelen en te kunnen falen. Hoe dan ook, het moet haast onmogelijk zijn om jezelf volledig schrap te zetten voor de professionele wereld, terwijl je studeert binnen een onderwijsinstelling, ondanks de ontelbare keren dat je hoort dat “het leven na het afstuderen moeilijk zal zijn”.
In mijn korte levenservaring na het afstuderen merkte ik dat ik begeleiding zocht in het omgaan met dit dilemma bij mensen die ik als rolmodellen in de kunstsector beschouw.
Ik blijf stilstaan bij een advies dat kort na mijn afstuderen aan mijn collega-afgestudeerden en mij is gegeven en dat mij diep heeft getroffen door de zeer anti-kunstacademische aard: de grootste fout die een recent afgestudeerde kunststudent kan maken is te geloven dat ze werk moet blijven maken. Zelfs als dit advies zo prominent in mijn geheugen aanwezig is, val ik constant in de denkrichting waar ik voor werd gewaarschuwd. Ik begin te begrijpen waarom deze denkrichting toxisch kan zijn voor een kunstenaar als ik, die onlangs het veilige en stimulerende schoolgebouw heeft verlaten. Het voelt soms als een recht om kunstenaar te zijn en je zou kunnen ondervinden dat de meest natuurlijke manier om dit recht na te leven is om te blijven werken om je te evolueren. Het is niet verrassend dat dit ons terugbrengt bij het idee van ‘veroorloven’. Zoals ik al eerder heb uitgelegd, heb ik de neiging om verschillende onderliggende bijvoeglijke naamwoorden te koppelen aan mijn idee van wat het betekent om kunstenaar te zijn. Helaas bemoeilijk ik daarmee slechts mijn ambities om dit ideaal verder te verwezenlijken.

Eerlijk gezegd kan ik verlangen naar de eenvoud van het zitten op een kunstacademie. Daar had ik altijd het financiële vangnet, dat mij in staat stelde onafhankelijk te zijn van het verkopen van mijn werk, maar hielden de constante externe verwachtingen van mijn ontwikkeling de overtuiging op dat mijn artistieke proces het enige belangrijke was.Ongetwijfeld ben ik nog steeds aan het leren hoe ik kunstenaar moet zijn. Op de een of andere manier schrikt het me niet af om te denken dat ik mijn hele leven zal leren. Hoewel het lastig is, ben ik enkel in staat dit te doen door te leven met de ervaringen, die ik tegenkom tijdens dit leven. Gelukkig sta ik mezelf nog steeds toe te falen, zelfs als de daad van falen een beetje is uitgebreid en nu ook manieren bevat om mijn dagelijkse professionele artistieke carrière te leiden. Ik zal mijzelf waarschijnlijk blijven pushen om te produceren en daarmee mijzelf teleur te stellen, omdat ik voor nu speel als mijn strengste leraar.

Rosa Maria Zangenberg
Rosa Maria Zangenberg

Hoe dan ook, het moet haast onmogelijk zijn om jezelf volledig schrap te zetten voor de professionele wereld, terwijl je studeert binnen een onderwijsinstelling, ondanks de ontelbare keren dat je hoort dat “het leven na het afstuderen moeilijk zal zijn”

Ik ben echter aan het leren te erkennen dat er eindeloos veel manieren zijn om kunstenaar te zijn. Voor mij is het nu duidelijk dat de zin ‘zich veroorloven om kunstenaar te zijn’ het laat klinken alsof het een voorrecht is om kunstenaar te zijn. Dat is een idee waar ik van af wil. Mijn beroep is geen recht waar ik voortdurend aan moet voldoen. De manieren waarop ik als kunstenaar presteer, omvatten veel meer aspecten dan de daden van het produceren, presenteren en het profiteren van kunstwerken die typisch de uitgelichte activiteiten in een kunstenaarscarrière zijn. Misschien is dit de eerste stap in het proces van het beseffen dat ‘het me veroorloven om kunstenaar te zijn’ niet zo moeilijk is als ik denk.

 

-----------------------

How can I afford to be an artist?
Rosa Maria Zangenberg

During the years I studied, I was privileged to have a financial safety net. A generous amount of money, partly consisting out of student grants and student loans, entered my bank account for four years, every month like it was the most natural thing. This stable income allowed me to establish a safe and solid separation between my studies and my financial matters. I hardly ever considered my artworks as commodities because they hardly ever left the school premises. If I sold an artwork or, perhaps more often, gifted it to someone else, this act did not influence whether or not I could pay my rent. I was, more importantly, never obliged to let go of my artworks. 


These unknowingly comforting circumstances were interrupted during the Graduation Show when a visitor approached me in front of my work, pointed their finger at a painting I presented, and asked me how much? I instantly experienced a rush of excitement. This excitement, however, was mixed with an intense vulnerability because the somehow comforting indeterminacy of the paintings’ future was suddenly at risk. The risk of the painting turning into a commodified object while I hadn’t even given the slightest consideration to the certain number that would define its economical value. This question did not feel like a suggestion but rather an order, so my immediate reaction was a strong sense of protection towards this specific painting. It was not for sale. The reason? I explained to my potential buyer that my painting and I were still too close. This painting is now sitting in my studio, and I occasionally give it a judgmental look, quite sure that this judgment reflects back towards myself. 

The fact that my student grants and loans would eventually end did not come as a shock. Already a couple of months before my graduation, I had considered various ways in which I could enjoy a professional artistic career without being completely dependent on selling my art. Therefore, the prospect of a part-time job was appealing and necessary. I drew from my experience of doing a combined study of fine arts and art history. Through this, I learned that I was stimulated theoretically as well as creatively by leaving my studio practice several times every week to distance myself from the artist position and absorb myself into the academic field. Being the rationally minded person I am, I formulated some reasonable goals, and shortly after the end of the Graduation Show, I found myself physically ready for a professional artist career with a part-time job, a KVK-number, and a studio. Indeed, this could seem like the straightforward rational answer to what the title of this essay seeks but it seems utterly unsatisfying to end the search here. I find it necessary to attach a stream of crucial adjectives to the golden word of this title, namely the ’artist’. There are simply some underlying conditions that I need to add to convey the complete assumption of what I read into this word. So, to continue this essay, I suggest an expansion of this already slightly unappealing title: 

How can I afford to be an (ambitious, successful, motivated, self-confident, disciplined, as well as happy, socially active, and healthy) artist? I find the word ‘afford' interesting in the constellation of these added adjectives because the meaning instantly embodies a broader understanding. ‘To afford’ is not a only money-based but also a time-based concept. I consider these two criteria of affording to be a rather unsexy and, to some extent, even tabooed aspect of my prospected art career but they, nonetheless, form an almost inevitable dilemma that furthermore happens to be immensely intertwined. It is related to a quandary that I have been concerned with lately, and I base it on the fact that my initially laid out plan to afford to be an artist did not happen to be as well functioning as I hoped. 

My urge to begin my professional life as an artist, not dependent on selling my artworks, was based on the assumption that I would feel freer and, would thereby, creatively flourish in my artistic process. However, what came along with this independent artistic approach was the unexpected absence of a motivating force. Surely, it is convenient that my productivity always stems from an urge to express myself. It creates the basis for continuous artistic productivity, and luckily, this urge also presents itself when no one requires me to do so. Still, this materialized expression may eventually need some form of reaction from some form of audience, apart from myself. Soon after establishing myself as a professional, I experienced an existential realization, which I believe is quite common amongst recently graduated artists. There was no longer a higher institution evaluating my artistic production and process and, thus, no longer a naturally reoccurring, reliable, and critical audience. While many recently graduated artists may experience this to be one of the greatest reliefs of finishing art school, it means that an audience that will critically stimulate you and encourage you to continue should come from elsewhere. 

I got what I most needed from my art academy because it taught me to identify myself as an artist. How I could manage my professional life as an artist in terms of time and money was, on the other hand, a subject often elegantly bypassed during my, at times almost idealized, art student curriculum. I do not wish to include the slightest complain about the lack of efficient professional practice preparation in art academies. I am convinced that a business-minded art teaching might cause corruption of the artistic progress of art students. The safe space that the art academy provides is pivotal for a student to feel free to and be able to fail. Regardless, it must be next to impossible to brace yourself entirely for the professional world while studying within a learning institution despite the endless times you hear that “life after graduation is going to be hard”. 

In my short post-graduation life experience, I have found myself seeking guidance about how to manage this dilemma from people I regard as role models within the arts sector. 
I keep dwelling on a piece of advice that was given to my fellow graduates and me shortly after graduating which impacted me deeply due to its very anti-art school nature: the biggest mistake a recently graduated art student can make is to believe they have to continue making work. Even if this advice is so prominent in my memory, I consistently fall back into this mindset I was warned for. I am beginning to understand why this mindset can be toxic for an artist like me who recently left the safe and stimulating school premises. It sometimes feels like an entitlement to be an artist, and one may find that the most natural way of living up to this entitlement is to keep working in order to evolve. Unsurprisingly, this draws back to the notion of affording. As I explained earlier, I tend to imply several underlying adjectives inside my idea of what it means to be an artist. Unfortunately, I only complicate my ambitions of living up to this ideal further.

Frankly, I might be yearning for the simplicity of being in an art academy. There, I always had the financial safety net that allowed me to be independent of selling my work but the constant external expectations of my development held up the belief that my artistic process was the only thing that mattered. Undoubtedly, I am still learning how to be an artist, and somehow it does not scare me to think that I will be learning my whole life. Although it is inconvenient, I am only able to do this by living through the experiences that I encounter while handling this life. Luckily, I am still allowing myself to fail, even if the act of failing has expanded a bit and now also includes ways to manage my everyday professional artistic career. I will probably keep pushing myself to produce and, with that, keep disappointing myself because, for now, I act as my own strictest teacher. 

I am, however, learning to acknowledge that there are endless ways to be an artist. To me, it is now clear that the sentence ‘affording to be an artist’ makes it sound like it is a privilege to be an artist. That is a notion I want to move away from. My profession is not an entitlement that I constantly have to live up to. The ways in which I perform as an artist include many more aspects than the acts of producing, presenting, as well as profiting from works of art which typically are the high-lighted activities in an artist career. Maybe this is the first step in the process of realizing that affording to be an artist is not as hard as I think.  

 

Ook adverteren op mistermotley.nl? Stuur dan een mail naar maurits@mistermotley.nl