Mister Motley heeft een boek gemaakt. Koop hier 'Dit is een vertaling'.

Image

Kijk dan! Het landschap moet een tekening zijn

16-05-2020 Alex de Vries

Met de aankoop van vijf van haar tekeningen door het Rijksmuseum in 2019 kreeg het werk van Jacobien de Rooij (Rotterdam, 1947) voor haar gevoel in Nederland de ultieme erkenning voor haar bijdrage aan de landschapskunst. Ze heeft in die traditie een positie verworven die uitzonderlijk genoemd mag worden.


Doordat de landschappen die Jacobien de Rooij tekent van binnenuit door haar worden gepresenteerd, kijken de tekeningen naar buiten. Het landschap ziet jou. Het gaat er dus om dat het landschap jou ziet zoals je bent en niet dat je het landschap bekijkt. Dat neemt niet weg dat iedere tekening roept: ‘Kijk dan!’ Zoals de mens gezien wil worden, zo wil ook dit getekende landschap worden gezien.

Jacobien de Rooij - Wat is interessant om te zien?
Jacobien de Rooij - Wat is interessant om te zien

In 1994 maakte Jacobien de Rooij de tekening met de titel ‘Wat is interessant om te zien?’, in feite een atmosfeer die terugkijkt naar de ‘Wandelaar boven de nevelen’ het beroemde landschap van Kaspar David Friedrich. De tekening is onbarmhartig. In tekeningen als ‘Goud’ (1994) en ‘Flou’ (1995) is die ongenadige natuur nog confronterender. Je bent erdoor omringd en er lijkt geen ontsnappen mogelijk. De enige oplossing is dat je je eraan overgeeft en er deel van uitmaakt. Dat kan alleen als je jezelf er niet superieur aan waant, wat meteen een antwoord is op de beestachtige tekening ‘Pourquoi être vache?’ uit 1996 waarin een aantal koeien deel uitmaakt van een op het oog rommelige begroeiing.

Jacobien de Rooij - Misschien zal het vannacht gaan regenen
Jacobien de Rooij - Misschien zal het vannacht gaan regenen

In de jaren daarna, tot 2000, maakte ze veel tekeningen waarin eerder dieren, met name paarden, het onderwerp lijken te zijn dan het landschap waarin ze vertoeven. Ze bezocht regelmatig Stichting de Paardenkamp, het nationaal rusthuis en kenniscentrum voor oudere paarden in Soest om de dieren te observeren. Toch is het juist vaak het landschap dat door de met zoveel toewijding getekende paarden inzichtelijk wordt gemaakt als een bestaansvoorwaarde. De tekening ‘Misschien zal het vannacht gaan regenen’ uit 1997 waarin een groot paard ten voeten uit tegen een nachtelijke hemel is getekend, geeft met de titel aan waar het om draait: de atmosferische gesteldheid van de situatie.
Ze gaat daarin zover dat ze zelfs de paardenvacht als zodanig een landschappelijk aanzien geeft. Die uitgegroeide vachten legitimeren dat het landschap onverschillig verzet pleegt tegen welke vorm van cultivatie dan ook. Haar visie op het landschap is dat het verbeeld kan worden als iets wat tegelijkertijd vanzelfsprekend en onbegrijpelijk van gedaante is. Vaak is het een van deze uitersten die de tekening bepaalt, maar regelmatig maakt ook de tegenstelling tussen natuurlijk en onverklaarbaar de dienst uit. Het laatste is bijvoorbeeld het geval in haar strandtekeningen zoals ‘Rise in the wind’s eye’ uit 1996 waar opstuivend zand bijna als een hallucinatie in beeld is gebracht, terwijl een strandwandeling in de stormwind concreet voelbaar is.
Het vanzelfsprekende aspect doet zich onder meer voor in ‘
En de nachtwolken drijven het vergeten mee’, dat zes meter breed en drie meter hoog is. Jacobien de Rooij overtuigt ons dat zelfs het meest onooglijke met prikkeldraad omgorde landje aan een stadsrand een vrijheid van verbeelding veroorzaakt die geen enkele menselijke bebouwing zou toelaten. Hoe ingeperkt die vrijheid ook is, ze kent geen maat wat wordt bevestigd door de ongehoorde afmeting van het werk.

Jacobien de Rooij - The Undertow
Jacobien de Rooij - The Undertow

Een tekening die als natuurverschijnsel vrijwel onbegrijpelijk is, ‘The undertow’ uit 1997, laat een grote golf in de branding zien waarin de opschuimende waterkoppen in tegenstelde stromen over elkaar heen tuimelen. Het is een werk dat onmiddellijk de gestileerde houtsnede ‘Onder de golf voor de kust van Kanagawa’ van Hokusai uit 1830-31 in herinnering roept, maar ook het realistische schilderij ‘De golf’ van Courbet uit 1869. Met dergelijke voorbeelden is het een waagstuk om het onderwerp te hernemen. Jacobien de Rooij slaagt erin stilering en realisme samen te laten vallen in een zeegezicht dat iedereen herkent, maar gestold in de door haar getekende beweging ongezien was gebleven.
 
Jacobien de Rooij - Zonder titel (Naar Geertgen tot Sint Jans)
Jacobien de Rooij - Zonder titel (Naar Geertgen tot Sint Jans)


In 1999 veranderen haar tekeningen drastisch van toon. Grote landschappelijkheid en dieren maken rigoureus plaats voor bijna euforische, in overstraalde kleuren getekende dahlia’s, de boerenbloemen van haar jeugd en haar zomers in Brabant. ‘Que sera’ (2000) heet de eerste omvangrijke serie die voor een groot deel wordt aangekocht door, hoe kan het anders, het Noordbrabants Museum. De tekenlust is overweldigend. Jacobien de Rooij laat ermee zien dat de eigen vooringenomenheid kan worden bestreden door onder ogen te zien dat schoonheid geen argwaan verdient. Ze gaat daarin later nog een paar stappen verder als ze dieren uit de kinderboerderij, opgezette beesten in diorama’s, volkstuinen en composthopen in haar tekeningen de dienst uit laat maken. De verbeelding ligt aan je voeten, je hoeft het alleen maar te onderkennen, zeggen deze tekeningen. Nu ze geen anekdotisch decorum gebruikt, krijgen de tekeningen een zelfstandig waarde, los van particulier sentiment en vol van persoonlijke ontroering. Aan al dit soort overwegingen gaat ze voorbij in een van de hoogtepunten uit haar oeuvre, de tekening ‘Zonder titel (naar Geertgen tot Sint Jans)’ 2009 waarin ze een lammetje dat je al te menselijk, om niet te zeggen goddelijk aankijkt, in een onschuldig landschap plaatst, als tegenhanger van het zo beladen ‘schuldig landschap’ van Armando.
In de jaren tussen 2003 en 2010 tekende ze opnieuw grotere landschappelijke onderwerpen waarin ze door terugkerende verblijven in Portugal en Ierland allerlei vormen van vergroeiingen en verwilderingen de vrije loop liet. Het zijn natuurverschijnselen die zichzelf als het ware smoren in een te uitbundige ontbolstering van de natuur die zichzelf regenereert, zoals de tekening ‘Èvora’ uit 2003 laat zien. Overweldigend in die zin zijn de bijna vier meter brede tekening ‘Dood noch levend’ uit 2007 en ‘Going Home’ uit 2008 waarin opnieuw de tegenstelling tussen een panoramisch in beeld gebracht gebied in de ene tekening en een uitzichtloze begroeiing in de andere een gelijksoortige sensatie veroorzaakt. Nog drastischer zijn haar grottekening ‘Showcave’ (2010) en de raadselachtige waterpartij in ‘Dans le vrai’, ook uit 2010.

In 2012 mondde dit soort bijna onleesbare natuurverschijnselen uit in een serie, ‘Talhadia’, van gekapt hout waarin de schijnbare abstrahering in haar werk een hoogtepunt kent in de gloeiende kleuren van gestapelde gezaagde en gekloofde boomstammen.

Ze vond ruimte en tijd om haar vrienden Carolien van der Laan en Ludger van der Eerden te helpen met het vinden van een locatie voor het opzetten van een artist-in-residence voorziening in Èvoramonte in de Alentejo in Portugal. Van der Laan en Van der Eerder begonnen daar de kunstwerkplaats Obras. Met enige regelmaat verblijft Jacobien de Rooij daar en het landschap van kurkeiken en de marmergroeve met waterpoel in het nabijgelegen Estremoz leiden tot nieuw grootschalig werk en solotentoonstellingen in de universiteitsstad Èvora en in Estremoz. In de marmergroevetekeningen ‘Marmerzee’ en ‘Quarry’ uit 2011 kreeg de landschappelijke benadering een bijna architectonische uitwerking. In de weerspiegelingen die ze ontwaarde in de diepe waterpoel ontdekte ze mogelijkheden om een bijna abstracte vormentaal te ontwikkelen. Er deed zich in die waterige diepten iets ondoordringbaars voor dat in sliertige kleuren reliëf kreeg. De aard van dit werk kwam later meer tastbaar terug toen ze tekeningen maakte geïnspireerd  op waarnemingen in de Amsterdamse Waterleidingduinen en Ierse estuaria.

Jacobien de Rooij - New Forest
Jacobien de Rooij - New Forest


Vanaf 2000 professionaliseerde haar beroepspraktijk verder en in hoog tempo. In 2002 publiceerde ze een omvangrijke retrospectieve publicatie die verscheen bij een grote solotentoonstelling in het Singer Museum in Laren. Ze maakte in 2006 een opmerkelijke solotentoonstelling in het tijdelijke onderkomen van W139 in de kelder van het Post CS gebouw in Amsterdam, waar ze experimenteerde met de presentatievorm van haar tekeningen die ze deels liggend liet zien, zoals het werk ‘New Forest’ (1997) van een op de grond liggend paard. De daarbij verschenen kunstenaarspublicatie, ontworpen door Bas Oudt (1956-2014), gaf blijk van grote speelsheid om de ernst van haar werk op originele wijze te onderbouwen.

Met solo’s in onder meer de Vishal in Haarlem (2004), Pictura in Dordrecht (2011) en het Biesboschmuseum in Werkendam (2016) koos ze voor compromisloze presentaties van haar werk, vaak met daarvoor speciaal gemaakte nieuwe tekeningen. Een hoogtepunt wat dat betreft was de duotentoonstelling ‘Van Binnen en van buiten’ in het LUMC in Leiden (2015) met collega en goede vriend Erik Mattijssen (1957) waarin hun beider zeer uiteenlopende werk in een vrijwel perfecte harmonische verbinding indruk maakte.
Mattijssen is voor het interieur wat De Rooij voor het landschap is. De geloofwaardigheid van het werk is in beide gevallen volkomen afhankelijk van de overtuigingskracht van de verbeelding en niet van de overeenkomst met de werkelijkheid.
Als duo lieten ze ook nog eens zien dat er aan hun werk enorm veel plezier te beleven valt en dat hun tekeningen een feest zijn om naar te kijken dankzij de radicaliteit ervan in kleur, compositie en schaalgrootte.
Een kleinere, maar minstens zo inzichtelijke presentatie was haar afsluitende tentoonstelling in 2015 na een verblijf van een maand als artist-in-residence in het Van Goghatelier in het Brabantse Zundert. Daar liet ze zich inspireren door de tuin bij de kosterswoning naast het Nederlands Hervormde kerkje waar de vader van Van Gogh predikant was. Ze liet in de tuin klassieke dahliasoorten planten uit de tijd van Van Gogh. Die bloemen waren het onderwerp van kleine tekeningen met zacht gloeiende kleuren. Tijdens haar verblijf waren de voorbereidingen voor het jaarlijkse bloemencorso in Zundert, - het grootste dahliacorso ter wereld – in volle gang, waaraan ze ook als vrijwilliger haar bijdrage leverde. Het resultaat van die werkperiode was een vorm van thuiskomen in een herinnering die ze sinds haar jeugd heeft gekoesterd.

Voortdurend stelt Jacobien de Rooij zichzelf op de proef wat soms ook leidt tot tekeningen die ze bij nadere beschouwing als onvolwaardige probeersels kenschetst, maar ook tot hoogtepunten zoals enkele grote tekeningen uit 2013 en 2014 die ze maakte naar aanleiding van een verblijf op het eiland Sant’Erasmo in de Venetiaanse lagune. ‘Isola’, ‘Broccato’ en ‘Tamarisk’ zijn onvoorstelbare landschappelijke vista’s die niet de aard hebben van open zichtlijnen, maar van een wirwar aan begroeiing waarin je je visueel kruip- en sluipdoor een weg baant. De uitbundigheid van de vegetatie is imposant en verleidelijk en veroorzaakt een beleving alsof je bij het bramenplukken je te ver in de struiken hebt gewaagd en de bevrijding daaruit alleen maar kleerscheuren en schrammen op kan leveren.

Jacobien de Rooij - Armada
Jacobien de Rooij - Armada

Na haar pensionering als academiedocent in 2015 heeft het werk van Jacobien de Rooij opnieuw een vlucht genomen, nu geïnspireerd door haar verblijven in Ierland waar ze soms als artist-in-residence te gast is en ook veel van haar vakanties doorbrengt. De afgelopen jaren hebben die Ierse reizen geleid tot tekeningen van begroeiing, rotspartijen, steenformaties en poelen die door getijdestromen worden beheerst. Haar ‘Tidepools’ en ‘Rockpools’ zijn verbeeldingen van atmosferische botsingen tussen zout en zoetwater, stenen en schelpen, grassen en waterplanten. Er is geen horizon in te ontdekken. De landschappelijkheid wordt getroffen in een ruimtelijkheid zonder verschiet. Met haar beproefde werkwijze om vanuit de tekening als zodanig te denken, kijk je niet in die holtes in het landschap, maar word je zelf geobserveerd alsof je er met een camera boven hangt om erachter te komen dat het onfotografeerbare alleen kan worden getekend. Haar tekening ‘Armada’ van 240 x 358 centimeter uit 2019 bewijst haar beheersing van het inzichtelijk maken van een overstelpend aantal indrukken. Ze zijn in haar tekeningen iets volkomen natuurlijks, terwijl je niet weet wat je ziet. Jacobien de Rooij: “Mijn hart gaat open als ik in Ierland ben. Je denkt dat alles er somber en grijs is, maar er is zoveel kleur. Als je goed kijkt, is het spectaculair. Het probleem is dat het spectaculaire in een tekening uitdraait op effectbejag. Het gaat erom de blik van de kijker te openen, maar dat moet je wel met overtuiging doen, om mensen over de streep te trekken. Ik probeer in iedere tekening de blik waarachtig te maken met mezelf als maatstaf.”

In een tekening van Jacobien de Rooij zie je iets voor het eerst. Ze zet iets voor ons neer wat anders tot de periferie van de waarneming zou zijn veroordeeld. Als tekenaar is ze een regisseur van het kijken, vanuit de opvatting dat als je de werkelijkheid te veel recht doet deze ongeloofwaardig wordt. Het landschap moet wel een tekening zijn.

www.jacobienderooij.nl

Alex de Vries

Ook adverteren op mistermotley.nl? Stuur dan een mail naar maurits@mistermotley.nl