Mister Motley heeft een boek gemaakt. Koop hier 'Dit is een vertaling'.

Image

Laat leerlingen toch een beetje dromen – Een interview met Madelinde Hageman

10-03-2020 Claire Venema

Mister Motley gaat de komende tijd in gesprek met belangrijke, maar vaak onzichtbare, pleitbezorgers van de beeldende kunst: de kunstdocenten. Van middelbare schoolleraren tot academiebegeleiders en van kunstenaars die ook lesgeven tot avonddocenten. Hoe onderwijs je iets wat eigenlijk niet te leren valt: kunst maken? Vandaag een interview met social designer en ontwikkelaar van programma’s voor onder meer kunsteducatie, Madelinde Hageman.

 

Madelinde Hageman (1973) studeerde in 1997 af aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht aan de opleiding ‘Interaction Design’. Na het afronden van haar Master of Fine Arts in 1999 aan het Sandberg Instituut in Amsterdam is Hageman jarenlang betrokken geweest bij het ontwikkelen van “innovatieve online omgevingen” en het ontwikkelen van educatieve programma’s zoals ‘Herrekijker’. Dat is een lespakket voor binnen- en buitenschools gebruik, waarbij kinderen aan de slag gaan met hun zintuigen en via opdrachten (door te tekenen en te fotograferen) hun ideeën uitwerken. In 2018 rondde Hageman nog een Master kunsteducatie af aan de AHK. We spreken af op haar werkplek in Amsterdam Noord, om in gesprek te gaan over kunsteducatie in het voortgezet en primair onderwijs. 

Claire Venema: “Wat probeer je kinderen mee te geven met de projecten die je ontwikkelt?”
Madelinde Hageman: “Als social designer begin ik altijd bij het concept en geef ik veel aandacht aan nieuwe ideeën bedenken. Ik merk dat veel kunstdocenten op een andere manier werken waarbij het ontwikkelen van een beginidee vergeten wordt. Dat is jammer. De leerlingen maken in dat geval iets direct en geven het fantastisch vorm, maar ontbreekt dan een achterliggend verhaal. Ik kies er dan ook graag voor om vanuit een maatschappelijk vraagstuk te werken, dat begon al bij het project ‘Herrekijker’, waarbij leerlingen via kunst hun omgeving opnieuw leren ontdekken. En dat heb ik nu ook weer gedaan bij middelbare scholieren met de thema’s ‘eenzaamheid’ en ‘twijfel’. Met mijn programma’s wil ik leerlingen echt een stem geven en samen nieuwe ideeën ontwikkelen voor maatschappelijke problemen.” 

CV: “Als kunstenaar in spe op een kunstacademie hoor ik vaak dat de technische en ambachtelijke vaardigheden (zoals het goed kunnen schilderen) in deze tijd minder van belang zijn. Het zou voornamelijk over de manier van denken gaan. Kunst maken met kinderen is misschien heel anders, zij willen niet allemaal kunstenaar worden. Betekent dit ook dat je juist wel technische vaardigheden wil bijbrengen aan deze leerlingen?”
MH: “Ik denk dat materiaalkennis echt heel belangrijk is. Dat maakt ook het verschil tussen een beeldend vak of bijvoorbeeld iets als maatschappijleer. Het materiaal is de uitdrukkingsvorm waarin je een verhaal kan vertellen. Maar het verschil zit erin dat het hier niet gaat om heel goed leren schilderen. Vooral bij het voortgezet onderwijs zie je dat de focus vaak ligt op het leren schilderen of het goed leren portrettekenen. Het conceptuele heeft heel erg in de verdrukking gezeten. En voor mij is het allebei van belang.
Bij het project over eenzaamheid, gingen de leerlingen aan de slag met de vraag: ‘hoe klinkt, ruikt en proeft de eenzaamheid?’ Naderhand ging dit gesprek, het conceptuele, over in het maken. Als ontwerper vind ik belangrijk dat het doel niet het eindproduct is, maar het werkproces. En dat er in het uiteindelijke kunstwerk een interactie tussen het publiek en het kunstwerk door kan blijven werken. ”

Het materiaal is de uitdrukkingsvorm waarin je een verhaal kan vertellen.

CV: “Waarom vind je dat zo van belang?”
MH: “Ik vind het belangrijk dat het bijvoorbeeld geen schilderij is dat je ophangt, waar publiek naar komt kijken en dan is het klaar. Ik probeer leerlingen na te laten denken over hoe je een publiek kan meekrijgen in jouw nieuwe perspectief, in dat vervreemdende. Hoe kun je ervoor zorgen dat er bij het publiek ook iets wordt blootgelegd en zij daarmee onderdeel worden van het kunstwerk zelf. De leerlingen leren dan dat een kunstwerk ook een dialoog kan zijn, zonder woorden, in beeld.”

CV: “Waar moet een ‘goed’ educatief programma dan aan voldoen?”
MH: “Een goed educatie programma is een programma waarin leerlingen gelijk gestimuleerd worden om creatief te zijn en leren dat ze anders mogen kijken en denken. Ik wil ze meenemen in een nieuwe wereld, een denkwereld die een alternatief perspectief biedt dat ze misschien niet eens direct begrijpen. Dat is het mooie aan kunst: dat je het af en toe echt niet begrijpt. Daarbij is het van belang dat ze hun eigen verhalen kunnen uiten in een kunstwerk en dat daarvoor geen absolute waarheid bestaat. 
Ik maak het ze daarmee niet makkelijk omdat ze echt zelf tot ideeën moeten komen. Soms zitten leerlingen wel tien minuten voor zich uit te staren. Dan zie ik de docent al zenuwachtig worden en denken dat een leerling niets gaat doen. Maar ik vind dat leerlingen de tijd mogen nemen om gewoon te staren en een beetje te dromen. Dat gebeurt niet veel meer in het onderwijs. Laatst had ik ook een leerling die tegen mij zei: ‘eindelijk mocht ik doen waar ik zelf zin in had.’ En dan ben ik echt verbaasd. Ik zie ook leerlingen die thuis bijvoorbeeld graag striptekeningen maken, maar dat vervolgens helemaal niet koppelen aan een kunstvak. Zo’n eigen persoonlijke fascinatie hoort ook bij het kunstvak. Leerlingen denken toch vaak: ‘Ik moet iets maken in een bepaalde techniek, dat moet er zo uitzien’. Terwijl het kunstvak naar mijn idee zoveel meer is dan dat.”

CV: “Leerlingen van de middelbare school hebben vaak behoefte aan duidelijkheid. Is die wereld van ‘het niet begrijpen’ niet juist heel lastig voor ze? Hoe ga je daarmee om?” 
MH: “Ja.. Dat heeft natuurlijk ook met de hele cijfercultuur op scholen te maken en de onzekerheid van leerlingen. Veel vragen zich te snel af of ze het allemaal wel goed doen, terwijl ze gewoon iets willen doen. Sommige leerlingen vinden die wereld van ‘het niet begrijpen’ daarom moeilijk.

CV: “In het vorig interview met Jos Houweling verklaarde hij dat een diploma in de kunst onzin is. Hoe kijk jij daartegenaan? En hoe denk jij over cijfers en beoordelen in kunst?
MH: “Nou, daar ben ik het helemaal mee eens. Ik denk dat kunst vaak een afspiegeling is om te laten zien wat er in de samenleving gebeurt. Dus een diploma is eigenlijk al bijna verlopen op het moment dat je afstudeert. Hele hoge cijfers zeggen ook helemaal niets over zijn of haar kunstenaarschap. Dat is het gekke van de kunst. Ik denk dat het geven van cijfers niet de beste manier is om kunst te beoordelen. Werk toelichten op basis van het materiaal, het beeld en het concept lijkt mij het beste, maar dat kost je als docent veel tijd. Daarmee kan je leerlingen waarderen, en ik denk dat die waardering heel belangrijk is in het kunstonderwijs.”

CV: “Heb je er wel eens last van dat vakken als wiskunde en Nederlands veel serieuzer worden genomen dan de kunstvakken op middelbare scholen? Waar denk je dat dat door komt?
MH: “Ja, toevallig hoorde ik laatst over een school waar de kunstvakken als eerste weggestreept worden. Ik snap totaal niet waarom er zo licht over kunstvakken wordt gedacht. Ik denk dat je er dingen mee leert die je niet leert bij andere vakken, zoals het leren ontdekken, experimenten en improviseren. Zo wordt rekenen naar mijn mening heel erg overgewaardeerd. Hoe vaak moeten we nog uit ons hoofd rekenen? Waarom wordt dat zoveel belangrijker geacht? Je moet echt strijden voor de kunstvakken en dat heeft denk ik te maken met de onmeetbaarheid van kunst. Mensen vinden dat lastig. Gelukkig kunnen er op veel middelbare scholen leerlingen wel afstuderen met een kunstvak. Bij de lagere school staat er vaak nog veel ernstiger voor met de kunst. Ik vind het bijvoorbeeld heel raar dat er niet standaard een professioneel kunstvakdocent op elke lagere school aanwezig is. Dan moet de leerkracht dat zelf gaan doen. Er is nog een lange weg te gaan...”

Hoe vaak moeten we nog uit ons hoofd rekenen? Waarom wordt dat zoveel belangrijker geacht?

CV: “Stel, je zou nu een middelbare school mogen oprichten, wat zou dan de belangrijkste kernwaarde zijn?”
MH: “Voor mij is creativiteit en improvisatie het belangrijkste. Daarnaast denk ik dat leerlingen een serieuzere stem mogen krijgen in onze samenleving. Laat kinderen en leerlingen meer nadenken over de vraagstukken van de toekomst, ze komen vaak met hele mooie ideeën en oplossingen. Er zit echt veel wijsheid in en door de kunstvakken komen leerlingen tot ervaringen en inzichten die ze goed kunnen gebruiken bij hun rol in de maatschappij. Daar mag de oudere generatie wel wat serieuzer naar luisteren. Op mijn ideale middelbare school zijn de kernwaarden van de kunstvakken cruciaal voor het begrijpen en kunnen plaatsen van alle andere vakken.” 

Ook adverteren op mistermotley.nl? Stuur dan een mail naar maurits@mistermotley.nl