Steun hier het nieuwe seizoen van de radiopodcast Kunst is Lang.

Image

Monika Dahlberg zit bovenop de wereld

07-07-2016 Alex de Vries

Monika Dahlberg (1975) is in vrijwel alle opzichten een onwaarschijnlijke kunstenaar. Ze is zo echt als maar zijn kan, maar maakt met haar werk en persoonlijkheid een onbestaanbare indruk. Juist daardoor heeft ze iets onontkoombaars. Haar zelfbewuste aanwezigheid in het leven en de kunst is in alle bescheidenheid nadrukkelijk en weloverwogen. 

Wat ze aan de orde stelt, benadert ze vanuit haar lichamelijke, zintuigelijke verhouding met de wereld waarin ze zich begeeft. Die fysieke wisselwerking tussen haarzelf en het leven brengt alles dichtbij en roept sensorische, sensuele, erotische en seksuele gewaarwordingen op. In haar werk is steeds sprake van een directe wisselwerking tussen wie zij is, waar zich bevindt en wat ze ondergaat. De verbindingen daartussen toont ze concreet aan in een beeldtaal die zo dicht op de waarneming zit dat ieder aspect ervan over nabijheid gaat. Ze zit er gewoon bovenop. Dat heeft ook iets beangstigends en roept de associatie op van de slotscène in de film ‘White Heat’ van Raoul Walsh uit 1949 als acteur James Cagney in zijn rol van de gangster Cody Jarrret bovenop een exploderende gastank uitroept: "Made it, Ma! Top of the world!" 

Sinds ongeveer twee jaar maakt Monika Dahlberg iedere maand zes beeldboekjes als unica met steeds 18 fotopagina’s in een formaat van 10 x 10 centimeter. De foto’s laten een fragmentarische caleidoscoop zien van wat ze in bepaalde situaties ondergaat. Het gaat er daarbij steeds om welke positie ze inneemt en hoe zich tot de dingen verhoudt. Ze maakt die foto’s met haar telefoon en alles is zodanig in beeld gebracht, dat lijnen zich ontwikkelen tot patronen waardoor er tussen de opeenvolgende foto’s verspringingen ontstaan en een vervreemdende abstractie van oppervlaktespanning in het reliëf van haar waarneming. Alles wat ze laat zien, wordt navoelbaar, zonder dat het ooit letterlijk wordt – het is altijd een vorm van verbeelding. Haar aanwezigheid in het werk – ook al zie je haar vaak niet - maakt het toegankelijk, wat wordt benadrukt door anekdotische gegevens die zich in de fotografie nu eenmaal voordoen.  Vrijwel nooit zijn haar beelden geruststellend. Altijd is er iets waardoor een bepaalde ongemakkelijkheid en verontrusting moet worden overwonnen. Je moet er doorheen kijken om te ontdekken hoe scherp en helder de beelden in feite zijn, in welke zin ze politiek en maatschappelijk kritisch is over onderwerpen die dagelijks in het nieuws zijn en die ze deels aan den lijve ondervindt. In haar werk is ze nietsontziend ten aanzien van haar eigen fysieke verschijning en toont ze zonder scrupules haar lichamelijkheid, ook als ze er niet zo fris en fruitig uitziet. Ze verzet zich daarmee  tegen cosmetische idealiseringen die vanuit dubieuze en commerciële motieven aan mensen worden opgedrongen. Ze gaat daarmee een relativerende en humoristische verhouding aan die ze met name in collages uitwerkt. Je ontdekt dat haar beelden nooit willekeurig zijn, dat ze zorgvuldig zijn gekozen, dat in ieder beeld de compositie weloverwogen is.

Monika Dahlberg ging na een opleiding in maatschappelijk werk op haar 22ste naar de Academie Minerva in Groningen waar ze als kunstenaar werd op geleid door mensen als Frank Lisse, Sef Peeters, Hans van der Pennen, Allie van Altena, Kinke Kooi, Roland Schimmel en Martijn Schuppers. Van jongs af aan al had ze in haar manier van ervaren, beschrijven, lezen, waarnemen, tekenen en dergelijke belangstelling gehad voor het hanteren van een eigen beeldtaal. Ze ontwikkelde met scherp gekozen uitsnedes van de werkelijkheid opmerkelijke beeldcombinaties die een kritische verstandhouding met de mediacultuur aangaan. Op de academie kwam ze tot het inzicht dat ze haar verbeelding niet vanuit één medium tot stand wilde brengen, hoewel toen het onderwijskundige verwachtingspatroon nog was dat ze een keuze zou maken voor de schilderkunst. 

Zoals Monika Dahlberg een vanzelfsprekendheid heeft gevonden in het lichamelijk deel uitmaken van de beelden die ze tot stand brengt, zo zet ze ook haar totale persoonlijkheid in om die beelden inhoud en betekenis te geven, zonder daarmee te koop te lopen. Ze groeide vanaf 1978 op als Keniaans adoptief kind van een Groningse moeder en een Friese vader die haar en andere geadopteerde broers en zussen – ze waren met zes – een gereformeerde opvoeding gaven in Appingedam. Er was de mogelijkheid om contact te onderhouden met haar biologische, nomadische Keniaanse ouders en verdere familie. Ze gaat met enige regelmaat op bezoek in Kenia en onderhoudt ook contact met haar biologische broers. Doordat ze vrij werd gelaten in haar eigen keuzes en haar niets dwingend werd opgelegd – ook niet in religieus opzicht - kon ze haar weg redelijk makkelijk vinden. Als zwart kind in Appingedam had ze samen met haar broers en zussen een zo vanzelfsprekende aanwezigheid in de plaatselijke gemeenschap dat het pas op latere leeftijd tot haar doordrong dat ze er anders uitzag dan de meeste van haar stadsgenoten. Dat er wat dat betreft nu een andere verstandhouding is, ervaart ze doordat haar kinderen van 6 en 13 met discriminerende vooroordelen door de buitenwereld worden benaderd waarvan ze zelf als kind grotendeels gevrijwaard is gebleven. Alle facetten van haar leven incorporeert ze in haar werk als beeldend kunstenaar. Dat doet ze zelfbewust en kritisch. Ze verhoudt zich weloverwogen tot collega kunstenaars en kunsthistorische referenties waarbij ze een inspirerende verstandhouding heeft met de opvattingen van de kunst van de NUL-beweging en de Informelen en kunstenaars als Jan Henderikse (1937) voor wie ze grote bewondering heeft. Enerzijds speelt het onooglijke daarin een belangrijke rol, en anderzijds kiest ze voor confronterende beelden. Afvalputjes, grendels op achterdeuren, opmerkelijk straatafval kunnen in haar beeldcombinaties net zo veelzeggend zijn als details van kwetsbare lichamelijkheid. Wat zich ‘in her face’ voordoet presenteert ze dan ‘in your face’ en ‘up close and personal’. 

De uitzonderlijke intimiteit van haar werk, en de innemende schaamteloosheid die ze daarin heeft verworven, is voor haarzelf een vanzelfsprekend gegeven waar ze niet onderuit kan. Ze moet zich er rekenschap van geven. Tegelijkertijd is dat voor een buitenstaander regelmatig ongemakkelijk en confronterend, waarbij de vraag zich voordoet of je wel wil dat er op die manier naar het leven wordt gekeken. Het is niet per se de keuze van de kijker om het leven zo te benaderen. Tegelijkertijd is het onmogelijk om dat Monika Dahlberg te verwijten, want zij is simpelweg wie ze is in omstandigheden die ze maar voor een beperkt deel zelf beheerst. 

Als je Monika Dahlberg aan het werk ziet, is duidelijk dat ze van terloopsheid een tweede natuur heeft gemaakt. Ze hanteert een vorm van concentratie die buiten haar om lijkt te gaan. In feite kijkt ze rechtstreeks vanuit haar lichamelijke aanwezigheid naar waar ze zich bevindt. Het is een fysiek versneden kijk op haar leven. Ieder beeld maakt duidelijk: het is haar nooit om het even.

Monika Dahlberg heeft geen eigen website, maar is met haar werk actief op sociale media:
Facebook
Instagram

Ook adverteren op mistermotley.nl? Stuur dan een mail naar maurits@mistermotley.nl