Mister Motley heeft een boek gemaakt. Koop hier 'Dit is een vertaling'.

Image

Opgesloten, totdat je bewijst dat je gewenst bent

30-03-2020 Persis Bekkering

Persis Bekkering schrijft maandelijks een column over de kunstwerken die haar blik op de wereld doen kantelen. 

Iemand vroeg me of ik notities wilde bijhouden over het leven in tijden van coronacrisis, vanuit mijn huidige schuilplaats in Berlijn. Hij verzamelt teksten om het dagelijks bestaan te documenteren, geïnspireerd op de dagboeken van eerdere historische momenten, oorlogen, rampen, die hij zo belangrijk vindt. Af en toe krabbel ik wat in mijn opschrijfboekje. Over het spandoek dat aan de overkant van de straat aan een balkon wappert, met ‘<3-lichen Dank allen’, hartelijk dank allen, en een hele lijst beroepen eronder, van artsen tot supermarktmedewerkers en trambestuurders, iedereen die in deze gevaarlijke situatie moet doorwerken. Over hoe ik me enkele dagen geleden voor het eerst angstig voelde bij het boodschappen doen, omdat ik tussen de schappen niet genoeg afstand van de mensen kon houden. Over hoe snel er solidariteitsnetwerken worden opgezet om kwetsbaren te helpen, zoals – veel Berlijnser wordt het niet – de precaire werkers van het nachtleven. 


Ik haakte aan bij een live discussie op YouTube van internationale academici, ‘Sheltering Places: Thinking the Covid 19 Pandemic’. Het begon met een rondvraag langs verschillende sprekers over hun situatie, en terwijl een professor met opwinding in haar stem vertelde over het verstilde leven in Napels bedacht ik hoe weinig het eigenlijk toevoegt, een correspondent ter plaatse. We dobberen als een boei op het water, ogenschijnlijk heftig bewegend, maar verankerd aan de bodem van ons huis. Bijna iedereen zit thuis, op de mensen na die op het spandoek worden bedankt, en de zwaarst getroffen patiënten. De bewegingsvrijheid verschilt per land, maar dat zijn slechts gradaties. Wat zie ik nu van Berlijn behalve de binnenmuren van het huis en mijn dagelijkse rondje door het Mauerpark? Wat maakt het nog uit in welke stad ik ben? Een derde van de wereld staat op pauze. Dobberend op anderhalve meter afstand van elkaar delen we het heden.

En ik wil het weten, ik wil van iedereen horen hoe ze nu leven, hoe ze zich voelen, en of ze gezond zijn. Nooit eerder leek het heden een meer radicale breuk met het verleden. Zo praten we erover, mijn vrienden en ik, we voeren lange Skype-gesprekken, snaaiend en drinkend, waarin we proberen te begrijpen wat er gebeurt, heroïsch en overmoedig proberen we met actieplannen te komen om dit moment aan te grijpen voor verandering, voor revolutie, voor ‘een nieuwe wereld’. We zijn in verhoogde staat van alertheid. Verslinden de kranten, de voorbarige intellectuele duidingen van filosofen in livestreams. Ik slinger tussen wanhoop en hoop – wordt het universeel basisinkomen vanaf nu genormaliseerd, keert er een vorm van socialisme terug? Of is deze crisis de start van een nieuw politiek klimaat waarin de privacy van de burgers onder het mom van hygiëne zonder verzet kan worden ingeperkt?
Wat er was lijkt verouderd. De stukjes die ik vòòr de pandemie schreef en die nog moeten worden gepubliceerd: doodgeboren. De boeken die ik aan het lezen was: niet relevant, niet om door te komen. De ideeën die op de plank lagen om ooit uit te werken: incompatibel. Maar het heden is te glibberig, veel verder dan quarantainenotities kom ik niet. De straten zijn rustig, de winkels dicht, de vroege lentelucht intens blauw, geheeld van de littekens van kerosinesporen.

Ergens vind ik het beschamend, het gevoel van urgentie, van het getuige willen zijn van een historisch ‘event’, de opgewonden online debatten met modellen, plannen en analyses. Ik vraag me af wat maakt dat deze situatie zo nieuw voelt.
Ik denk aan Ogutu Muraya, wiens performance On Thin Ice vorige week in mijn woonplaats Brussel te zien zou zijn, ik had er naar uitgekeken. De Keniaanse kunstenaar kwam in de zomer van 2014 naar Nederland voor een master aan een kunstopleiding. In Amsterdam moest hij wennen aan de nieuwe, voor hem vreemde en soms onbegrijpelijke wereld. Hij gaf zichzelf de opdracht elke dag tweehonderd woorden te schrijven, korte observaties, notities. Ik denk dat hij op zoek was naar een zelf, een contour tussen de woorden, in een wereld die instabiel voelde. Net zoals we nu doen met onze coronanotities. Vijf jaar lang hield hij een dagboek bij, inmiddels is het een groot archief geworden. On Thin Ice is een bewerking van deze verzameling.

Een eerdere selectie werd vorig jaar al in het Vlaamse tijdschrift Etcetera gepubliceerd, waarvoor Muraya het dagboek indikte en bewerkte tot een fictionele cyclus van één jaar.

‘Day 3 of 365. As part of my application for a residence permit I have to be tested for tuberculosis. At the municipal health service, I am informed that since I come from a high-risk country I have to be tested for tuberculosis every six months for my entire stay as a student. Failure to do so means I will lose my residency.’

‘Day 5 of 365. I never grasped freedom of mobility until I came to Amsterdam. Despite my many doubts about the city, I am falling in love with the absolute freedom to move from one place to another without worrying about traffic, delays, congestion, potholes, and irregular fares.

Muraya beschrijft zijn worstelingen met de bureaucratie, een vermoeiende dagelijkse strijd die hem dwingt te kiezen tussen zijn menselijke waardigheid en zijn wens in Nederland te blijven. Hij voelt zich vaak gevangen in het systeem, en in de taal van de administratie die hem reduceert tot wel of niet gewenst. Hij wil zich verzetten, maar dat gaat enkel ten koste van hemzelf. Hoewel er ook vreugde is en verwondering – hij leert fietsen in het Oosterpark, een geweldige scene - , zijn de aantekeningen vaak grimmig. ‘I am incapacitated until I prove myself likable and desirable, i.e. wealthy, healthy and intelligent. It is retribution for being born in a developing nation.’ ‘I am starting to realize each time I narrate my experiences of moving to Amsterdam the words ‘drowning’ and ‘prison’ find their way into the narration without effort.’ 
Tegenwoordig woont Muraya weer in Kenia. De afgelopen jaren heeft hij herhaaldelijk performances in Europa moeten afzeggen vanwege visa-problemen. Onlangs heeft hij zich publiekelijk en voorgoed tegen het Schengensysteem gekeerd, wat voor een kunstenaar met een internationaal publiek een ongelooflijk moeilijke en wellicht onomkeerbare beslissing is. On Thin Ice zou dan ook niet door hemzelf, maar door performer en kunstenaar Quincy Gario worden voorgedragen, met een online nagesprek met Muraya zelf na afloop.
Skype-discussies en interviews, voor hem zijn ze al jaren een vast bestanddeel van werk. Net als het geïsoleerd moeten leven in een vrij land, het moeten cancelen van performances vanwege gesloten grenzen.
Ik denk dat hij zou zeggen dat dit glibberige heden geen breuk is met het verleden, dat alle ingrediënten al aanwezig waren.

Ook adverteren op mistermotley.nl? Stuur dan een mail naar maurits@mistermotley.nl