Steun hier het nieuwe seizoen van de radiopodcast Kunst is Lang.

Image

Power to the Models – Deel 1

05-10-2020 Alma Mathijsen

“Ik geloof dat de fotograaf zijn machtspositie in de fotografiewereld aan het verliezen is en dat dat maar goed is ook.” - Jan Hoek

Dit najaar is in het Stedelijk Museum Breda de tentoonstelling Power to the Models te zien, gecureerd door kunstenaar Jan Hoek. Het is een tentoonstelling waarin een alternatief systeem wordt laten zien waarbij de machtsverhoudingen tussen fotograaf en model radicaal omgedraaid zijn. Hoek vraagt zich sinds een aantal jaar af waarom hij zich eigenlijk de eigenaar van een foto mag noemen, als het zo duidelijk iemand anders is die op de foto pronkt. Met de expositie Power to the Models wil hij die macht verleggen.

Elk ‘model’ in deze expo kreeg een budget van 5000 euro en het eigenaarschap om te bepalen hoe en door wie ze geportretteerd wilden worden. De keuze voor de fotograaf, de locatie, aankleding, visagie en presentatievorm liggen volledig bij het model. Ook stelde Hoek een contract op waarin bepaald werd dat het auteursrecht werd overgedragen aan het ‘model’, en dat door de gekozen fotograaf of kunstenaar getekend moest worden. De mensen in deze expositie zijn allemaal mensen die als individu of als onderdeel van een groep normaal gesproken door anderen in beeld worden gebracht. Schrijver Alma Mathijsen sprak met alle deelnemers van de tentoonstelling en deze interviews zal Mister Motley de komende weken  publiceren. Vandaag zijn dat de gesprekken met Ismail Ilgun, Dick de Koning en Jyoti Weststrate.

Ik geloof dat de fotograaf zijn machtspositie in de fotografiewereld aan het verliezen is en dat dat maar goed is ook.

Ismail Ilgun

Ismail Ilgun, fotograaf: Ikennavisuals
Ismail Ilgun, fotograaf: Ikennavisuals

 

Ik ben een heel simpele jongen met een Turkse afkomst. Bij ons vragen ze altijd wat je leeftijd is, wat je beroep, en in welke stad je bent geboren. Dus laten we daarmee beginnen. Ik ben 23 jaar oud. Ik doe YouTube voor de lol, ik ben er nog niet uit wat ik wil worden, misschien journalist, ik wil verhalen blijven vertellen en ik ben geboren in Aksaray. Ik kende tot mijn negentiende alleen de wijk waar ik ben opgegroeid, Poelenburg. Als je in Rotterdam in de hoogste toren woont, dan zie je de horizon. Ik zag alleen dezelfde dealer steeds met een andere auto, of nieuwe kleren. Dan wil je dat ook. Ieder mens wil ergens bij horen. Ik verspilde mijn tijd door alleen maar te hangen en te blowen. Daarna maakte ik video’s, ik liet van dichtbij zien hoe het eraan toe ging in de achterstandswijken, daar kon geen journalist bij in de buurt komen. Ik zat opgesloten in een doolhof, het enige uitzicht dat ik had waren andere huizen, allemaal dezelfde als die waar ik in zat. We zaten opgesloten in onze wijk, en iedereen probeerde er iets van te maken. Je moet twee keer zo hard werken om op te vallen. Iedereen in Nederland viel over me heen, een jongen van negentien. Al die haat heeft me uiteindelijk wel geholpen. Of het terecht is of niet doet er niet toe, ik ben ze dankbaar omdat het me verder heeft gebracht. 

Ik zat opgesloten in een doolhof, het enige uitzicht dat ik had waren andere huizen, allemaal dezelfde als die waar ik in zat.

Mensen zouden niet gelijk moeten oordelen maar eerst vragen moeten stellen: hoe zijn die kinderen in die situatie beland? Niet de tong uitsteken en ‘treitervlogger’ zeggen. Alles wat nieuw is krijgt veel haat en uiteindelijk komt de gewenning. Eerlijk gezegd denk ik niet na over hoe mensen me nu zouden moeten zien. Om dat te weten moet ik mezelf kennen en daar ben ik nog niet. Ik wil eerst kijken en leren. 

            Ik was altijd op zoek naar iets. Een begeerte die ik niet kon onderdrukken. Op 18 februari om 8 uur in 2018 had ik mijn eerste les in een Islamitisch centrum hier in de buurt. Ik raakte meteen verliefd op kennis en wilde alleen maar meer weten. Daarvoor geloofde ik niet echt. Ik weet niet wat me trok, een gevoel, en dat gevoel had gelijk. De ontvangst was zo warm, dit voelde als een plek waar ik kon groeien. Daarna ben ik stiekem naar Turkije gereisd om vrijwilligerswerk te doen bij het Islamitische centrum van Üstad İsmail Çetin. De eerste dag was heel awkward want ik sprak geen Turks en ze hadden me niet verwacht. Uiteindelijk ben ik dertien dagen gebleven en nog eens vijf keer teruggegaan. Daar hielpen we mensen, kreeg ik les en dronken we lekker veel thee. Ik zou zo weer teruggaan.  

Jyoti Weststrate

Jyoti Weststrate, fotograaf: Dagmar van Weeghel
Jyoti Weststrate, fotograaf: Dagmar van Weeghel


 

Ik heb echt geen Indiase vader en moeder meer nodig, maar toch heb ik het recht om te weten waar ik vandaan kom en wie mijn familie is. Een aantal jaar terug begon ik met zoeken, mijn relatie was net beëindigd en ik wilde meer weten over mijn eigen identiteit. Het lukte steeds niet om mijn dossier op te sporen, instanties vertelde me keer op keer dat het niet te vinden was. Mijn ouders hadden wat papieren van mijn adoptie waarop de naam van een priester vermeld stond: E.C. Sebastian. ‘Wie is die man?’ dacht ik, ‘Hem moet ik opsporen.’ Hij bleek een priester bij de Society of Jesus in India. Nu werkt hij als accountant voor de Jezuïeten in Afghanistan. Ik vond zijn emailadres en mailde hem. Een jaar lang antwoordde hij niet, tot ik plotseling een reactie van hem kreeg. Hij wist nog precies wie ik was, zei dat hij superblij was om van me te horen en nodigde me uit om samen terug te keren naar India. Hij kwam vanuit Kabul en ik vanuit Amsterdam. Eenmaal in Delhi werden er gelijk advocaten bijgehaald, waarom weet ik niet, maar het voelde niet goed. Tegelijkertijd liet hij mij de mooiste kunst van India zien, een Bollywood Wedding en de Taj Mahal en het Gandhi graf. Ondanks dat vertrouwde ik het niet. Bij het weeshuis was helemaal geen informatie over mij, niets. Father Sebastian zegt dat ik een gift aan hem was, en dat hij mij nog vaak heeft opgezocht op zijn weg naar Dussai en dat ik op een dag weg was.

Ik heb echt geen Indiase vader en moeder meer nodig, maar toch heb ik het recht om te weten waar ik vandaan kom en wie mijn familie is.

Terug in Nederland bleef ik doorzoeken als een detective. Een vriendin van me, die uit hetzelfde weeshuis komt als ik, kwam met het idee om een afspraak te maken met een oud-bestuurslid van SBA (Stichting Bemiddeling Adopties). Mijn dossier bleek gewoon bij haar op zolder te liggen. Sinds 1989 had het bij haar thuis gelegen, samen met 125 andere dossiers van geadopteerde kinderen en niemand had er naar omgekeken. Mijn dossier bestond uit een paar blaadjes, op een stond een foto van mij als baby met de tekst:

‘Child brought by the police, on request of Fr. E.C. Sebastian in whose Church Compound the child was found.’ 

Het Ministerie van Justitie en Veiligheid heeft alle 125 dossiers ingenomen en deze zijn nu in een beveiligd archief op te vragen voor geadopteerden.

Tussen de brieven die ik in het dossier in Nederland aantrof was er een waarin wordt gesproken over mijn moeder terwijl ik wees ben verklaard van "onbekende" ouders. In de brief wordt over mij geschreven alsof ik handelswaar ben. Mijn spoor stopt bij Father Sebastian, hij zegt mijn vriend te willen zijn, maar dat gaat niet want ik voel me slecht over de hele situatie. 

In de groepsfoto wil ik de kracht van vrouwen laten zien die ook misstanden in hun adoptie hebben meegemaakt. Met vrouwen uit Bangladesh, Indonesië, Colombia, Sri Lanka en India wilde ik bewustwording creëren daarover. Ik wilde daarnaast als Indian princess worden afgebeeld met mijn dossiers. Ik mocht cuffs dragen van driehonderd jaar oud met een flying horse symbool van 22 karaat goud en robijnen. Het verleden, heden en toekomst komen samen in dit portret.

Dick de Koning

Dick de Koning, fotograaf: Gerhard Nel
Dick de Koning, fotograaf: Gerhard Nel


 

Voor zijn verjaardag heeft mijn zoontje een echte trekker van ons gekregen, en niet zomaar eentje. Het is dé trekker waar mijn vader vanaf zijn tiende mee werkte. Hij had het ding ooit doorverkocht, toen hij geld nodig had, aan een buurman. Die speelde hem weer door aan een ander en die verkocht hem later aan een kennis. De trekker heeft dus een hele omzwerving gemaakt. Maar ik heb hem opgespoord en nu staat hij dus weer hier in de stal en kan mijn zoon eraan klussen. Deze trekker heeft emotionele waarde en hoort bij ons. Mijn vader is nu 75 en kon haast niet geloven dat het echt dezelfde trekker is. 

Mijn ouders en de ouders van mijn vrouw hadden beiden een boerderij. We zijn dus zelf ook opgegroeid tussen de dieren en hadden altijd de wens om zelf ook boer te worden. We houden ervan om op deze manier met ons gezin en onze kalveren en legkippen samen te leven. 

De politiek en de media zien ons boeren als dierenbeulen en milieuvervuilers. Maar we zijn eerlijke voedselproducenten en staan veel dichterbij de natuur dan men denkt. Als je niet goed voor je dieren wilt zorgen dan kan je dit beroep niet eens uitoefenen. De dieren zijn je inkomsten, die wil je dus de best mogelijke zorg geven. 

Mijn vrouw en ik dragen samen de zorg voor de opvoeding van onze vijf kinderen. Ook het bedrijf runnen we samen en onze kinderen helpen mee. We hebben daarmee een echt gezinsbedrijf. 

De politiek en de media zien ons boeren als dierenbeulen en milieuvervuilers.

De kippen leven biologisch, die hebben veel ruimte buiten en gaan ’s nachts op stok. Onze rosékalveren zijn niet biologisch maar gangbaar. Ze kunnen niet naar buiten want daar kunnen ze snel ziek worden. Binnen leven ze in groepen en zijn ze aan elkaar gewend. Als ze naar buiten zouden gaan dan gaan ze vechten met de andere groepen stieren. 

Mensen willen wel een paar euro extra betalen voor een biologisch ei maar hebben dit niet over voor een stukje vlees. Ik zou mijn kalveren graag biologisch houden. Liever hou ik tien kalveren waar ik honderd euro aan verdien dan honderd kalveren waar ik tien euro aan verdien. 

Slechts 11% van het inkomen van de mens wordt besteed aan voedsel. Ze willen een luxe auto en een dure telefoon, maar eerlijk betalen voor de eerste levensbehoefte (goed geproduceerd eten) willen ze niet. De overheid vindt het belangrijker om BV Nederland draaiende te houden. Ze steunen liever Shell en KLM in plaats van dat de Nederlandse boer eerlijk, duurzaam voedsel kan produceren. In de afgelopen jaren heb ik 3,5 ton geïnvesteerd in stikstof-reducerende middelen. En u, wat is uw bijdrage? 

Als het aan de politiek ligt, zou de helft van de boeren zijn werk moeten opgeven. Laatst stond ik over de omheining te praten met mijn buurman, een jonge boer. ‘Het is jij of ik,’ zei ik tegen hem. En dat voelt niet goed! 

De tentoonstelling is nog tot en met 29 november te zien in het Stedelijk Museum Breda. Klik hier voor meer informatie. 

 

Ook adverteren op mistermotley.nl? Stuur dan een mail naar maurits@mistermotley.nl