Mister Motley heeft een boek gemaakt. Koop hier 'Dit is een vertaling'.

Image

Proberen te verdwalen in een bloemkoolwijk

04-08-2020 Robin Barry

Tijdens de middelbare school volgde ik bijles wiskunde in een bloemkoolwijk in Zevenaar. Dat is allemaal op zichzelf al erg genoeg, maar na de eerste of tweede bijles raakte ik onderweg naar huis verdwaald. Google Maps was toen nog niet zo wijdverspreid als nu, en aan mijn klaptelefoon had ik niks. Na twintig minuten rondjes fietsen kwam ik een aardige vrouw tegen die me de weg wees. Ze dacht dat ik huilde omdat ik net van een begrafenis kwam - er was blijkbaar in de buurt een begrafenis aan de gang - maar het kwam door het eindeloze rondjes fietsen door de straten van de bloemkoolwijk. Ik heb de vrouw niet verbeterd en gezegd waarom ik écht overstuur was.
 

In Wander often, wonder always zie je videobeelden van kunstenaar Josje Hattink in de wijk waarin ze is opgegroeid, een bloemkoolwijk in een niet nader genoemde stad. Welke stad het is, maakt eigenlijk ook niet uit. Een bloemkoolwijk is een bloemkoolwijk, en is een wereld op zich. Als je er één hebt gezien, weet je ongeveer wel hoe ze er allemaal uitzien: autoluwe woonerven met gezinswoningen van vaal baksteen, gebouwd in de jaren zeventig, als kneuterig antwoord op de naoorlogse flatwijken die zakelijkheid en geometrie ademen. Bloemkoolwijken staan ook wel bekend als ‘verdwaalwijken’. Dat geldt vooral als je er zelf niet woont of nooit hebt gewoond.

Josje Hattink, Wander often, wonder always (still), 2019
Josje Hattink, Wander often, wonder always (still), 2019


Als ik naar het werk van Hattink kijk, vraag ik me af in hoeverre het opgroeien in een bloemkoolwijk haar heeft gevormd tot de persoon die ze is geworden. Hebben de dimensies van je ouderlijk huis of de wijk waarin je bent opgegroeid, al is het maar een beetje, invloed op hoe je later in het leven staat? Misschien hebben mensen die groot zijn geworden met Knorr Wereldgerechten, in de beschutting van een bloemkoolwijk, later in hun leven gemiddeld een groter verlangen om te kunnen ronddolen.

Hebben de dimensies van je ouderlijk huis of de wijk waarin je bent opgegroeid, al is het maar een beetje, invloed op hoe je later in het leven staat?

Vóór het zien van Wander often, wonder always was mijn beeld van de bloemkoolwijk een combinatie van eigen (niet al te beste) herinneringen van lang geleden, en clichés uit het collectief geheugen. Ik besluit er een beetje in te duiken, en kom er achter dat verreweg de meeste plaatjes op Google van bloemkoolwijken luchtfoto’s zijn, van een grote afstand genomen, waardoor je de plattegrond met de typische boomstructuur goed kunt zien. Vanuit dit perspectief voelt het alsof je naar een mierenhoop kijkt. De ‘organische’ (maar volledig uitgedachte) vorm van het stratenplan versterkt bij mij het idee dat de bloemkoolwijk vergelijkbaar is met een dierentuin, maar dan een mensentuin die speciaal voor gezinnen is gebouwd. Een groeibodem waar het gezinsleven optimaal kan aarden.


Vergelijk het met de naoorlogse flatwijk. Die staan bekend om hun monotone bouwstijl, maar er heerst tenminste nog een zekere hiërarchie. Er is midden- hoog- en laagbouw, afwisselend flats en rijen eengezinswoningen die over een groot gebied zijn gestempeld, met brede stroken groen en vierbaans-autowegen ertussen. De woningen zijn dan misschien klein, maar je kunt bijna overal ver van je af kijken. In een bloemkoolwijk kijk je al gauw tegen het identieke huis of de schutting van de buren aan. Er is letterlijk minder perspectief.
De probleemwijk krijgt zijn naam door zijn hoedanigheid, namelijk dat er problemen zijn, Vinexwijken zijn vernoemd naar een beleidsplan, de Vierde Nota Ruimtelijke Ordening Extra. Bij de bloemkoolwijk is de vorm leidend: je woont in een bloemkoolvormige omgeving, de wijk is er zelfs naar vernoemd. Als inwoner ben je hier niet voortdurend mee bezig, maar toch. Hoe is het het om op te groeien in een buurt die de vorm van een bloemkoolroosje heeft, waar alles er op is gericht om begrensd, voorspelbaar en veilig te zijn, en waar alle huizen er van buiten min of meer hetzelfde uitzien? Wil je jezelf dan vroeg of laat niet opkloppen, aandikken, uit je voegen barsten?

In sommige van de beelden wordt Hattink op de schouders van haar broer door de straten ‘geparadeerd’, bedekt met een enorme trenchcoat waar alleen het hoofd van de kunstenaar bovenuit steekt. Zij, of zij en haar broer samen, veranderen hierdoor in een wezen dat veel te groot en veel te raar is, dat niet in proportie tot de omgeving staat. Door zichzelf zo groot en zo onevenwichtig te maken lijkt het alsof ze vorm wil geven aan een gevoel niet op haar plek te zijn, of los te willen breken. In de fragmenten waarop ze haar moeder op dezelfde manier afbeeldt, op iemands schouders en bekleed met een oversized jas, maakt de grootheid van de gestalte een andere indruk. Het lijkt wel een eerbetoon aan haar moeder, of in ieder geval een daad van liefde. Alsof ze haar moeder op een voetstuk wilt plaatsen, midden in haar habitat, de bloemkoolwijk. De wind wappert door haar haren, ze lijkt bijna strijdbaar.
Het grootste deel van de video is de wijk uitgestorven, maar zo nu en dan kijkt een voorbijganger nieuwsgierig omhoog naar het drie meter hoge schepsel. In mijn herinnering is die voorbijganger altijd een vrouw van eind 60 met een degelijk kapsel en dito fiets, maar pin me hier niet op vast.

Hoe voelt het als je van oorsprong uit een bloemkoolwijk komt? Voor mij is dat lastig voor te stellen. Ik groeide op in een overgangsgebied tussen treinstation en stadshart; geen wijk waar alle huizen er hetzelfde uitzien en waar alleen wordt gewoond. Geen enkel huis in ‘mijn’ straat ziet er precies hetzelfde uit, en in tegenstelling tot de bloemkoolwijk is de straat waarin ik opgroeide vooral het domein van de passant, niet van de omwonenden. Mijn nostalgische gevoelens beperken zich tot mijn ouderlijk huis; in de straat en het omliggende gebied houdt dat gevoel van geborgenheid op, voel ik me een voorbijganger, niet vogelvrij, maar ook niet bijzonder beschut of beschermd.

In de straat en het omliggende gebied houdt dat gevoel van geborgenheid op, voel ik me een voorbijganger, niet vogelvrij, maar ook niet bijzonder beschut of beschermd.

Ik ben niet het type dat opzettelijk probeert te verdwalen. In een bloemkoolwijk blijft het gevoel dat ik op de verkeerde weg ben me achtervolgen; alles ziet eruit alsof het de achterkant is van iets. De huizen zijn ondoordringbaar, de ramen klein, als bastions van het gezinsleven. Rondlopen in een bloemkoolwijk (en vroeg of laat verdwalen) is voor mij te vergelijken met een bepaald type droom waarin ik steeds op het verkeerde perron terecht kom. Geef mij maar het overzicht van de flatwijk.


Het videowerk Wander often wonder always komt niet over als een hommage aan de wijk van haar jeugd, maar het is ook geen uitgemolken kritiek op de bloemkoolwijk (saai, burgerlijk, etc.). Voor Hattink kleven er herinneringen aan iedere straathoek of speeltoestel. Ze adresseert in het interview met haar moeder, die een prominente plek in Wander often, wonder always heeft, de pogingen die ze als kind deed om te verdwalen. Verdwalen in een bloemkoolwijk, het is blijkbaar nogal lastig als je er zelf bent opgegroeid. Ze praten over de keer dat ze als kind wél ‘kwijt’ was, en driehonderd meter van haar ouderlijk huis werd teruggevonden. Driehonderd meter is ongeveer de afstand van mijn voordeur naar de restvuilcontainer, maar in de bloemkoolwereld van een gezin zijn het lichtjaren.

Het is grappig dat je mensen hebt die er van houden om te dwalen, en mensen die het vreselijk vinden. Misschien word je door op te groeien in een bloemkoolwijk extra bevattelijk voor het verlangen rond te dolen, verlang je door de voorspelbaarheid van de bloemkoolwijk juist naar het onvoorziene. Of ontwikkel je zoals de moeder van Josje Hattink een voorliefde voor koelkastmagneten uit verre landen - een verinnerlijkte vorm van wanderlust die niet vervuld hoeft te worden, maar waar je van een afstand bij kunt wegdromen. Een beetje zoals een schaal potpourri zich verhoudt tot een wandeling in het bos. Wander often, wonder always wordt een inspirerende quote die goed op een koelkastmagneet zou passen.

Ook adverteren op mistermotley.nl? Stuur dan een mail naar maurits@mistermotley.nl