Mister Motley heeft een boek gemaakt. Koop hier 'Dit is een vertaling'.

Image

Vader worden is een gunst

07-09-2020 Rashid Novaire

Als je vandaag zou sterven en één generatie later terugkeert, in welke wereld zou je dan geboren willen worden, ongeacht waar of wie je bent? Vanuit dit gedachtenexperiment is het boek Wat Niet Is Maar Kan Zijn afgelopen vrijdag gepubliceerd en samengesteld door curator Manon Braat, Kunstruimte Nest, Uitgeverij Jurgen Maas en online kunstmagazine Mister Motley. De redactie heeft tien schrijvers en negen kunstenaars uitgenodigd een bijdrage te ontwikkelen waarin ze de mogelijkheid verkennen hun eigen belangen opzij te zetten voor een betere wereld. Ze speculeren over een onbekende toekomst waar zijzelf onderdeel van uitmaken. Ook schrijver Rashid Novaire kreeg deze vraag voorgeschoteld en schreef een essay over het vaderschap, het jaar 2071 en overbevolking.

Wanneer ik als kind naar de foto keek waarop mijn Duitse overgrootmoeder een lintje kreeg uit naam van Hitler, viel mij vooral op dat ze de enige vrouw op de ceremonie was die een bloemetjesjurk droeg. Ik zat bij het open raam. Het fotoalbum lag op mijn schoot. Mijn blik viel op haar glimlach die ik kon aanraken met mijn vingertop. Ik kende de geschiedenis nog niet. De foto toonde me een personage zonder verhaal. Tot ik een jaar of acht was en oma me trots bij de hand nam en zei: ‘Ze kreeg het Moederkruis. Kijk maar, ze had tien zonen. En vier meisjes. Dat vond de Führer prachtig.’ 

Ik viel stil. Het album ging dicht. We spraken er maar niet meer over. Het enige wat overbleef was dat laatste zinnetje en de kinderlijke fantasie hoe ik, als gekleurde nazaat van deze mensen, groot gevaar had gelopen als ik naar het verleden had kunnen reizen. En, andersom, als zij, die oudooms, veelal ongeletterde mannen, een blik op de toekomst hadden kunnen werpen. Kijk maar, soldaten, dacht ik later, toen ik een jaar of zestien was, hoe deze familie twee generaties later jullie ideologie van zuiveren heeft laten doorstromen in een cultuur van vermengen. Wij, dochters en zonen van Polen, Marokkanen en Surinamers. Ik, die mijn kinderen zal opvoeden in een stad met 180 nationaliteiten.

Ik zat in die dagen vaak alleen bij het open raam. Het was soms alsof ik in een Citadel woonde en luisterde naar stemmen van ver weg. Mijn kamer vulde zich met muziek, met liefde. Een stem van herinnering en teder vergeten, Leonard Cohen. Dance me to the children who are asking to be born and dance me to the end of love.’ De wetenschap dat mijn eigen familie door de nazi’s werd gevierd om hun voortplanting wekte mijn interesse in hoe wereldleiders in latere decennia omgingen met al dan niet ongeboren kinderen. Ik kwam erachter dat dictators overal, zeker in oorlogstijd, graag vrouwen met veel kinderen eren. Ook leerde ik over wetenschapper Paul Ehrlich die in zijn boek The Population Bomb in 1967 ecologische rampen en hongersnoden voorspelde vanwege overbevolking. Het debat naar aanleiding van zijn werk effende de weg voor een land als China om over te gaan op de eenkindpolitiek. 

Overbevolking bleek het codewoord voor hardhandig optreden. 

Waarom had niemand me op mijn school verteld toen we les kregen over India dat in 1975 in een jaar tijd onder toenmalig premier Indira Gandhi dorpen werden afgesloten om zes miljoen mannen gedwongen te steriliseren? Een school waar ik graag naartoe ging, maar waar helaas weinig werd gesproken over de wereldgodsdiensten. Met als gevolg dat ik zelf in de late uren in gedachten uit wandelen ging met nieuwe oude stemmen; met Jabir, een van de trouwe metgezellen van de profeet die mij en andere jonge mannen uit een islamitisch gezin op het hart drukte dat het geen schande was te wachten met het vaderschap: ‘Wij pasten Al-azl (coïtus interruptustoe in de tijd van de Profeet. (Vrede zij met hem) De Profeet kwam dit te weten en Hij heeft ons nimmer verboden het te doen.’ Of met Rachel Ladani, een charedi die vele eeuwen later op hetzelfde werelddeel in Israël het debat over overbevolking bagatelliseerde met haar stem: ‘God brengt kinderen ter wereld. Hij zal een plaats voor ze vinden.’ 

Ik zat daar best lang bij het open raam. Het laatste licht verdween en ik bleef achter in het donker met mijn eenmanswals. Een dans van jaren waarin af en toe iemand mij vroeg of ik vader wilde worden en ik antwoordde: ‘Het zou mijn leven niet minder compleet maken als ik geen vader werd’, of toch zei: ‘Ja.’ Een dans waarin ‘verlangen een goed verdriet was’. Een dans rond boeken en geliefden, van in- en uitzichten, maar voorlopig nog zonder nageslacht. 

Ik sla het album met familieherinneringen in mijn schoot dicht. Of toch, nog één laatste flits uit mijn geheugen. Mijn moeder die ooit aan mijn vader een tegeltje gaf. ‘Vader worden is een gunst, vader zijn een hele kunst.’ Zou het kunnen dat ik geen vader word? Dat het vaderschap in de familiegeschiedenis ophoudt bij de spijker waarmee mijn vader dat tegeltje aan de wand hing? Dat ik kies voor een leven zonder kinderen omdat er al te veel stemmen in de wereld zijn die mijn aandacht vragen? Moet ik me gaan voorstellen dat ik die kinderen pas krijg in een ander leven, op een ander continent? Maar wat zou ik dan te zien krijgen? Hoe gaan leiders om met liefde in tijden vanoverbevolking?

***

Koers verder, keer terug, land voor je uitgestrekt is land achter de rug. 

***

Volgens de laatste berekeningen van de Verenigde Naties telt de aarde in 2100 elf miljard zielen. In Afrikaanse landen als Burundi of Angola is het aantal mensen vervijfvoudigd. Nigeria zal het derde land van de wereld zijn, met naar schatting 794 miljoen inwoners. 

Als ik met het hoofd koel en het hart warm op deze toekomst af probeer te lopen verlang ik naar de literatuur om me een beeld te gunnen, een anker, in deze mogelijke duisternis van ongelijkheid. In deze wereld vol droogte en stadsjungle. In het korte verhaal ‘Bijna groene ogen’ van Gabriel Inzaurralde, schetst de schrijver het terugtrekken van de rijken in de samenleving in een Citadel, ‘met hekken en bewakers afgeschermd van de periferie waar degenen wonen die hun geboorte danken aan toevallig lichaamscontact’. Binnen de muren van de Citadel heeft de welvaart zich gemanifesteerd in de vorm van verregaande technologie die mensen op het perfecte af programmeert, erbuiten is men overgeleverd aan de grillen van imperfectie (bíjna groene ogen), van het lot. Een metafoor voor de haves en de have-nots.

De kans is het grootst dat ik zal terugkeren op aarde als iemand die geen tijd heeft om zijn jongenskamer te ervaren als een Citadel met fluisterstemmen. Ik zal een gezin opvoeden op een plek zonder hekken of bewakers. Maar niet in de periferie. Als we het eurocentrische denken weten te doorbreken en kiezen voor mondiaal verbeterd onderwijs en economische groei. 

Mijzelf doordringen van dit lot is me verbinden aan de Nigeriaanse filosoof Orunmila, die rond het jaar 500 voor Christus zei: ‘Voor het vaststellen van deugdelijke wijsheid moeten we eerst op serieuze wijze nadenken over de zaden van onze verwarring.’ 

Want het was best wel verwarrend dat het in mijn land nog tot 2071 duurde voor Europese melk, speciaal voor ons aangelengd met natuurlijke vetten als palmolie, niet meer onze markt overspoelde en onze eigen melk doodconcurreerde. Zoals het ook verwarde dat het katoen dat ik verbouwde op mijn stuk land tegen een torenhoge douane in Europa op bleef lopen waardoor ik als boer haast genoodzaakt was een reis op zee te maken. En dat het evangelicals waren, mensen van een ander continent, die rond 2079 agressief lobbyden tegen het anticonceptieprogramma dat de regering van mijn land had ontworpen. Volgens sommigen was de verspreiding van deze voorbehoedsmiddelen en de beweging van het vrijwillig steriliseren van mannen in onze streek toen al te laat op gang gebracht. Want de oorlog in mijn land zingt vaak over de wereld als een burgeroorlog, maar betreft in feite een inval van omringende landen, eropuit om het laatste coltan te roven dat naar de Citadel kan worden verhandeld. Een oorlog die raast over de streek waar ik woon en vader geworden ben en me herinnert aan eerdere conflicten, aan verleden en geleden tijd. 

Wat wel een lichtpunt is, is dat we, in mijn land en op mijn school na, honderden jaren niet slechts over Socrates leren, maar ook over de filosoof Orunmila die in dezelfde tijd leefde. Zijn uitspraken bestaan bij de gratie van overlevering. Vandaar dat ik er ook goed de tijd voor neem als ik met hem in gedachten blader door het fotoalbum van ons land. Zodat ik zeker weet dat mijn kinderen geen personages zonder geschiedenis meekrijgen. We houden de ramen dicht om onverwacht harde geluiden te vermijden. Ze zitten om me heen in de kleine kamer: vier, imperfecte, prachtige meisjes. 

Eigenlijk twee kinderen te veel, vonden mijn vrouw en ik, maar er stond wat tegenover; we werden ervoor gelauwerd.
------------- 

Via deze link is het boek Wat Niet Is Maar Kan Zijn te bestellen. 
De bundel is ontwikkeld ter gelegenheid van de tentoonstelling A Fair Share of Utopia, gecureerd door Manon Braat en te zien in Nest en CBK Zuidoost van 3 september tot  en met 22 november 2020.
Overige bijdragen in de bundel zijn van: 

Michelle Alexander, René ten Bos, Dean Bowen, Sander Donkers, Clarice Gargard, Sisonke Msimang, Rashid Novaire, Vamba Sherif, Jan van de Venis, Louwrien Wijers, Brook Andrew, Raul Balai, Ghana ThinkTank, Claudia Martínez Garay, Femke Herregraven, Nástio Mosquito, Simphiwe Ndzube, Marianne Nicolson en Müge Yilmaz.

 

Ook adverteren op mistermotley.nl? Stuur dan een mail naar maurits@mistermotley.nl