Steun hier het nieuwe seizoen van de radiopodcast Kunst is Lang.

Image

Vergane glorie vangen — in gesprek met Clémence de La Tour du Pin

02-10-2020 Puck Kroon

Het werk van de Franse Clémence de La Tour du Pin (1986) laat zich niet direct duiden: grote doeken textiel met gerafelde scheuren hangend aan het plafond, installaties van vintage objecten en opgespannen stof rond een frame van bamboe. Haar esthetisch-zintuiglijke praktijk neemt vaak het menselijk lichaam als uitgangspunt en toont hoe de relatie met de omgeving invloed heeft op de cognitieve ervaring.
Ik spreek Clémence niet rechtstreeks, maar in overleg hebben we het interview via e-mail gehouden: in geluidsopnames beantwoordde La Tour du Pin mijn vragen. De kunstenaar studeerde Toegepaste Kunst in Lyon, Parijs en Londen. Hierna bracht ze een periode door in Berlijn, waar ze van 2013 tot 2016 mededirecteur was van het Art Space Center. Meest recentelijk was La Tour du Pin resident bij De Ateliers in Amsterdam, in dezelfde periode als Anders Dickson, Leo Arnold en Gabrielė Adomaitytė. 

 

Hoe zou je jezelf als kunstenaar definiëren?
‘Mijn praktijk bestaat uit schilderijen, assemblages en sculpturen die vaak een geurig of tactiel aspect bevatten. Mijn werk is het resultaat van experimenten in mijn atelier met diverse materialen zoals stof, karton, metaal, hout, latex, bamboe en verf. Vaak worden de materialen samengevoegd op een manier die put uit bepaalde aspecten van ambacht en volkskunst. Door gelaagde texturen van stoffen en kleuren te implementeren, worden mijn werken vaak abstracte composities die architectonische vormen en lichamelijke elementen aan het licht brengen. ‘

Clémence de La Tour du Pin, Green Mummy, 2020, 
Stof, bamboe, pigment, draden 80 x 42 x 12 cm
Clémence de La Tour du Pin, Green Mummy, 2020, 
Stof, bamboe, pigment, draden 80 x 42 x 12 cm

 

‘Parallel aan mijn atelierpraktijk werk ik ook met professionele parfumeurs en adviseurs op het gebied van geur. Dit is een uiterst rijk onderzoeksgebied waarin ik het palet en de texturen van geur ben gaan (h)erkennen als instrumenten in mijn artistieke oeuvre. Door met geur te werken, ontdekte ik dat het mogelijk was om figuren, omgevingen en werelden te beschouwen die vertaalbaar zijn in een niet-visuele praktijk. De afgelopen tien onderzoeksjaren waren ongelooflijk interessant en ik heb veel geleerd over de manier waarop ik geuren kan combineren met andere materialen. Verder is het werken met het reukveld voor mij een poging om een alternatief te opperen tegenover de dominantie van visuele representatie in de beeldende kunst.’ 

Welke overeenkomsten of verschillen liggen er in je opleiding, je tijd bij De Ateliers en hoe je nu te werk gaat?
‘In de beginjaren van mijn artistieke praktijk had ik verschillende ervaringen en ontmoetingen. Toen ik in Berlijn woonde heb ik veel samengewerkt met andere kunstenaars, maar de periode bij De Ateliers wilde ik inzetten om me te concentreren op mijn atelierpraktijk. Ik was al geïnteresseerd in schilderen en die interesse groeide tijdens de werkperiode; de grote studio's waren een voedingsbodem voor experimenten en daarnaast kreeg ik de mogelijkheid om inspirerende schilders als Amy Sillman, Rezi van Lankveld en Jessica Stockholder te ontmoeten. Momenteel zet ik al schilderend een ontwikkeling voort van mijn eerdere pogingen om door middel van sculpturale materialen na te denken over barrières en lichamen. Dit uit zich in het werk Marais (2019) waarin ik antieke sluiers gebruik die doen denken aan een vrouwelijk lichaam.’

Je werken hebben vaak een non-traditionele vorm. Hoe zou je je werken omschrijven, als schilderijen of zijn het sculpturen?
‘Dat is afhankelijk van wat de toeschouwer wil zien en van de context waarin de werken worden gepresenteerd, omdat beide elementen de perceptie zullen beïnvloeden. Persoonlijk geniet ik van een bepaalde complexiteit en onzekerheid binnen een werk. Mijn werk beperkt zich niet tot een vernauwde vorm. Zo hoop ik ruimte te creëren en meerdere dimensies mogelijk te maken waarin het werk begrepen en ervaren kan worden.’

De canvassen die je gebruikt zijn vaak hol. Haal je het canvas expres weg zodat je basis geen plat vlak is?
‘Soms, ik heb niet één manier van werken. Voor de serie grootformaat stukken stof die ik exposeerde tijdens Offspring in De Ateliers, gebruikte ik rollen jute als canvas. Ik heb het materiaal gescheurd op een manier die vergelijkbaar met de techniek die wordt gebruikt om jeans te scheuren. De huidige trend om gaten in kleding te maken, is interessant voor mij omdat het een verwezenlijking is van ons verlangen om het effect van tijd op kleding na te bootsen. Het is vreemd om de productie van nieuwe items te zien die een proces van verzwakking ondergaan, waarmee de waarde van het kledingstuk toeneemt.’

‘Na dit beschadigingsproces laat ik het materiaal weken in een mengsel van mijn eigen samenstelling van kleurstoffen, hydrolaat en latex. Het is geïnspireerd op traditionele medicinale technieken waarbij het lichaam wordt gereinigd in een bloemenbad. De rol van dit bad is om een grens naar de omgeving te creëren, zodat men zichzelf intiemer kan benaderen. De laatste handeling is het ophangen van de werken in de ruimte zodat ze kunnen drogen. Ik bouwde een katrolsysteem in mijn studio waar ik op bijna vijf meter afstand van het plafond de stoffen op kon hangen. Ik werkte vanaf een steiger om de laatste details te kunnen combineren, te verplaatsen en te naaien.’

Clémence de La Tour du Pin Window Study (Brooklyn), 2020, Olieverf op canvas, gemonteerd op hout
 85 x 42 cm
Clémence de La Tour du Pin Window Study (Brooklyn), 2020, Olieverf op canvas, gemonteerd op hout
 85 x 42 cm

 

Waar gaat je werk over? Zijn er thema’s of onderwerpen waar je je specifiek op richt?
‘Er zijn veel terugkerende thema's waarmee ik werk, zoals rituelen, de magische eigenschappen van planten, tijdelijkheid en de confrontatie van de ouderwetse Europese geesten met het heden. Tijdens mijn verblijf bij De Ateliers heb ik de marginaliteit binnen de sociale sfeer onderzocht, met name de alternatieve levensstijlen van atypische vrouwen, aan de hand van drie belangrijke referenties. De Amerikaanse documentaire Gray Gardens uit 1975 waarin een moeder en dochter uit de hogere klasse – die in armoede leefden in een vervallen herenhuis – worden gevolgd, en de Franse tekenfilm Les Triplettes de Belleville uit 2003 met een drietal oudere zussen die improvisatiemuzikanten zijn geworden. De laatste verwijzing die ik in mijn werk heb gebruikt, is de toegang die ik had tot een verlaten Frans achttiende-eeuws hotel, Vic de Pontgibaud. Deze bijzondere ruimte heeft betrekking op mijn persoonlijke familiegeschiedenis en werd voor het laatst bewoond door twee onconventionele zusters. Daar heb ik stoffragmenten en archiefmateriaal kunnen verzamelen dat ik in mijn doeken verwerk.’ 

‘Vorig jaar gaf ik een lezing in het textielmuseum in Tilburg getiteld Entropy, Grotesquery and the Weird Divine. Daarin besprak ik hoe ik deze verwijzingen vermeng met mijn interesses in conservatisme, hamsteren en vrouwelijke relaties zoals moeder-dochter, tweelingen en zussen. Deze relaties komen vaak voor in mijn werk en zijn een spiegel voor de personages, doordat ze de dualiteit bloot leggen.’

----
Dit interview is geschreven in opdracht van de Buning Brongers Prijzen, zonder redactionele inspraak. De Buning Brongers Prijs is een tweejaarlijkse Nederlandse kunstprijs voor jonge beeldend kunstenaars. De prijzen worden uitgereikt door de Buning Brongers Stichting uit de nalatenschap van Johan Buning, zijn vrouw Titia Brongers en zijn schoonzus Jeanette Brongers. De Buning Brongers Prijs is de grootste particuliere kunstprijs van Nederland en is sinds 1966 uitgereikt aan 150 kunstenaars. De kandidaten voor de prijs worden door kunstopleidingen uit het hele land voorgedragen. Aan de prijs is een geldbedrag verbonden van € 4.500.

Voor de winnaars wordt van 2 tm 18 oktober een tentoonstelling georganiseerd in Arti et Amicitiae en een catalogus uitgegeven in samenwerking met ontwerper Sido Dekkers en Mister Motley. De prijzen worden op 2 oktober uitgereikt in Arti et Amicitiae. U bent van harte welkom! U kunt zich hier aanmelden.

De prijswinnaars van 2020 zijn Cas van Deurssen, Anders Dickson, Clémence de La Tour du Pin, Gabriele Adomaityte, Leo Arnold en Vera Gulikers. Tot de prijsuitreiking zal Mister Motley elke week een interview met een winnaar publiceren.

Klik hier voor meer werk van Clémence de La Tour du Pin

Ook adverteren op mistermotley.nl? Stuur dan een mail naar maurits@mistermotley.nl