Steun hier het nieuwe seizoen van de radiopodcast Kunst is Lang.

Image

Werelden die kunnen zijn - Over propaganda(kunst) in Nederland

08-07-2021 Jonas Staal
  1. Democratie en propaganda, een korte geschiedenis

In 2009 schreef ik het essay Post-Propaganda, voor het toenmalige Fonds voor Beeldende Kunsten, Vormgeving en Bouwkunst, Amsterdam – heden ten dage het Mondriaan Fonds. Daarin beargumenteerde ik dat het begrip propaganda niet exclusief toebehoord aan de zogeheten “totalitaire” regimes van de 20ste eeuw, maar dat er altijd een relatie bestaat tussen kunst en macht, ook in vermeende liberale democratieën zoals de Nederlandse. 

De vorm waarin propaganda zich manifesteert, en haar impact op het veld van kunst en cultuur, is alleen anders, omdat Nederlandse staatsfinanciering zich niet opzichtig richt op het afdwingen van een specifiek esthetisch regime van heroïsche soldaten en vaderlijke leiders, maar juist ten doel heeft bewijslast te genereren voor democratische vrijheid. Kunstenaars zouden “autonoom” zijn, en staatsfinanciering heeft het doel de “vrijheid” van de kunsten te garanderen, ook al wordt deze retoriek steeds meer ingebed in de doctrine van de zogeheten “creatieve industrie.”  Met andere woorden, worden kunstenaars betaald om vrij te zijn: zij moeten vrij zijn. Want zij vormen de belichaming van het idee van een vrije samenleving, in contrast met de opzichtige dwang waarin kunstenaars in dictaturen opereren. De paradox van democratische propaganda is dan ook dat zij niet zichtbaar mag zijn als propaganda.

Historisch gezien, is er geen enkele tegenstelling tussen democratie en propaganda. Het eerste moderne propagandabureau was Wellington House, gesticht in de imperialistische democratie van het Verenigd Koninkrijk aan het begin van de Eerste Wereldoorlog. Wellington House maakte onder meer gebruik van het internationale kabelnetwerk dat de Britten hadden aangelegd om hun koloniën te surveilleren, die zij nu gebruikten om boodschappen van de Duitsers te onderscheppen en de toegang tot informatie van de bevolking van haar empire te controleren. Een soort National Security Agency (NSA) avant-la-lettre zou je kunnen zeggen, waarvan zelfs de meeste gekozen parlementariërs niet op de hoogte waren. 

Deze vorm van “covert propaganda” (heimelijke propaganda), ten opzichte van “overt propaganda” (openlijke propaganda) die we meestal associëren met dictaturen, is karakteristiek voor democratische propaganda: zij beoogt controle, op een dusdanige manier dat de illusie van een open en vrije samenleving niet ondermijnd wordt. Democratische propaganda werkt alleen wanneer de bevolking op basis waarvan een systeem haar legitimiteit ontleent niet weet dat het propaganda is. Adolf Hitler was overtuigd dat Duitsland de Eerste Wereldoorlog had verloren door wat hij beschouwde als de “superieure” propaganda operatie van de Britten, en zou zijn eigen propagandaministerie naar hun voorbeeld modelleren. Dat betekent natuurlijk niet dat propaganda in de imperialistische democratie hetzelfde is als die in de Nazidictatuur. Het betekent alleen dat propaganda een actieve rol speelt binnen elke machtsvorm en we daarom beter kunnen spreken van propagandas in meervoud.

The All Red Line – The Annals and Aims of the Pacific Cable Project (door George Johnson, 1903) geeft het onderzeese kabelnetwerk van de Britten weer.

 

Maar indien propaganda evenwel kan opereren in democratie als dictatuur, wat is het dan precies? Uit mijn eigen propagandaonderzoek, dat ik gedurende vijf jaar voerde aan het PhDArts programma van de Universiteit Leiden, en dat ik in 2019 publiceerde als Propaganda Art in the 21st Century bij The MIT Press, concludeerde ik dat propaganda niet gereduceerd kan worden tot een enkele boodschap. Eén poster of eén film is geen propaganda. Propaganda opereert via zoveel mogelijk platforms tegelijkertijd om een nieuw normatief wereldbeeld te scheppen, veelal gemodelleerd naar het financiële en politieke belang van heersende elites. Propaganda heeft, in andere woorden, als doel nieuwe realiteiten te scheppen. 

Drie aspecten zijn hierin van belang: infrastructuur, narratief en verbeelding. Infrastructuur gaat over controle van, bijvoorbeeld, communicatienetwerken, maar ook bestuurlijke en economische systemen. Denk aan de Britten en hun koloniale kabelnetwerk: omdat zij controle hadden over communicatie-infrastructuur, konden zij bepalen wie daar gebruik van kon maken, welke boodschappen onderschept of gemanipuleerd dienden te worden, en welke informatie toegankelijk was in het publieke domein. Dit informatiemonopolie is essentieel in het scheppen van een nieuwe normatieve realiteit. 
De tweede component is narratief, het oorsprongsverhaal dat met propaganda wordt uitgedragen, over waar wij vandaan komen, wie wij zijn en waar wij heengaan. Het narratief van de imperialistische Britse democratie is er een van politieke en culturele superioriteit en beschaving, ook al is deze gebaseerd op barbaarse koloniale genocide en uitsluiting van enorme delen van haar eigen bevolking als kiesgerechtigden. 
De verbeelding, de derde component, richt zich op de realiteit die propaganda voort moet brengen, in dit geval die van Britse globale politieke, economische en culturele hegemonie, die recent opnieuw tot uitdrukking kwam in de Brexit campagne.

Christian Ovesen and Emma Astner, Ceci n’est pas une watermelon (2021), Brandtrap Piet Zwart Instituut, Rotterdam, 2021. Fotograaf: Christian Ovseen

 

  1. De Nederlandse mythe van neutraliteit

Hoe verhoudt een dergelijk model van democratische propaganda zich tot de huidige Nederlandse situatie? En wat is de rol van kunst en cultuur in dat proces? Kunstinstituten in Nederland leggen nog altijd nadruk op het uitdragen van een specifiek liberaal vrijheidsideaal. Kunst moet kritische vragen stellen, de werkelijkheid op gelaagde wijze weergeven, en kritische spiegels voorhouden. Maar nemen kunstenaars een politieke stelling in, dan wordt dit snel neergesabeld als “activisme” of, ja, als “propaganda.” Dan zou kunst eendimensionaal en dogmatisch worden en haar vermeende vrijheid en autonomie opgeven, en dus in essentie geen kunst meer zijn. Wij mogen, in andere woorden, kritische vragen stellen en spiegels voorhouden, maar niet deelnemen aan het proces de wereld te veranderen. De begrippen kunst, autonomie en vrijheid behoren alleen hen toe die zich committeren de status quo intact te laten.

Holding Palestine (2021), collectieve performance geïnitieerd door Diana Basyouni, Al-Halabi, Brandtrap voor het Piet Zwart Instituut, Rotterdam. Foto: Steven Maybury

 

Van kunstenaars wordt zo een vorm van zogenaamde “neutraliteit” geëist. Dit werd duidelijk zichtbaar tijdens de demonstraties op kunstacademies in Nederland tijdens de moordzuchtige aanvallen van de Israëlische bezetting op Palestina in mei 2021. Bij de Willem de Kooning Academie en het Piet Zwart Instituut – beiden deel van de Hogeschool Rotterdam – werden spandoeken en demonstratieborden die studenten in solidariteit met de Palestijnse vrijheidsbeweging ophingen verwijderd door de schoolleiding. Een inventief spandoek van een meloen (de kleuren van de Palestijnse vlag) met de tekst “Ceci n’est pas un watermelon” (want eigenlijk een Palestijnse vlag) die hierop volgden, werden eveneens in beslag genomen. Historisch pijnlijk, gezien het symbool van de meloen gepopulariseerd werd in protesten in Gaza waarin demonstranten met stukken watermeloen scandeerden nadat het vertonen van de Palestijnse vlag door de bezetting werd verboden. Toen het werk van kunstenaars Sliman Mansour, Nabil Anani en Issam Badr in 1980 verwijderd werd uit 79 Gallery in de Westelijke Jordaanoever omdat het in vorm refereerde naar de Palestijnse vlag, vroeg Badr de officier in kwestie: “Wat als ik een bloem zou maken in rood, groen, zwart en wit zou schilderen?” De officier antwoordde: “Dan wordt die in beslag genomen. Zelfs als je een watermeloen zou schilderen wordt die in beslag genomen.” Het was deze geschiedenis die Khaled Hourani zou inspireren voor het maken van zijn Watermelon Flag (2007), die nu ook in de Nederlandse solidariteitsprotesten resoneerde. 
Toen de Libanese kunstenaar Diana Basyouni Al-Halabi vervolgens in haar eigen werkruimte bij het Piet Zwart Instituut posters op haar ramen bevestigde, werden die opnieuw verwijderd en werd gedreigd dat zij van de schoolterrein verwijderd zou worden. Al-Halabi en haar medekunstenaars in het programma, besloten daarop tot een collectieve performatieve actie: Holding Palestine (2021), waarbij studenten, solidaire docenten en publiek op de brandtrap voor de school afwisselend een protestdoek vasthielden. Ditmaal werd de banier niet verwijderd. De school had namelijk gesteld dat spandoeken niet mochten worden opgehangen, maar er was geen verbod op het vasthouden ervan. 

Khaled Hourani, Watermelon Flag (2007), Disarming Design for Palestine

 

Bij navraag van studenten en docenten was überhaupt niet duidelijk of er een formele restrictie bestond op politieke uitingen. Had de Willem de Kooning Academie in 2015 niet zelf een campagne geïnitieerd met de slogan “Je Suis Charlie” die op de kolommen voor het schoolgebouw waren geplaats, in reactie op de moord op cartoonisten in Parijs? En hadden de Willem de Kooning Academie en het Piet Zwart Instituut op hun sociale media-accounts geen  solidariteit betoond met de Black Lives Matter beweging? Willem de Kooning-directeur Jeroen Chabot, die was gevraagd namens het instituut een statement te ondertekenen die het geweld van de bezetting afwijst, maar vervolgens had toegestaan dat de banieren van de studenten verwijderd werden, reageerde in een bizarre email die er alles aan deed de Israëlische bezetters en de bezetting van de Palestijnen met elkaar gelijk te trekken, om vervolgens te benadrukken dat het instituut één recht boven alles verdedigd: “the right to say what you want.” 
Hier zien we in volle glorie wat schrijver en curator Laura Raicovich beschrijft als de “mythe van de neutraliteit,” in dit geval in de context van Nederlandse democratische propaganda: alle meningen doen ertoe, en daarom verwijderen we jullie spandoeken zolang niet elke andere mening is weergegeven. En je mag zeggen wat je wilt, maar zeg het niet op zo’n manier dat de status quo ondermijnd wordt en er wezenlijk iets zou kunnen veranderen.

Grijpen we terug op mijn eerdere definitie van propaganda in termen van infrastructuur, narratief en verbeelding, dan zien we hier dat de infrastructuur gevormd wordt door Nederlandse kunstinstellingen die kunnen controleren welke verhalen en uitingen wel of niet onder kunst worden verstaan en tot uitdrukking mogen komen. Het narratief is gericht op een mythe van neutraliteit en tolerantie: alle meningen zijn welkom zolang geen enkele mening specifiek is of tot actie wordt omgezet die bestaande machtsverhoudingen wezenlijk zou kunnen veranderen. De verbeelding die hier centraal staat is die van de “witte onschuld,” in de woorden van antropoloog Gloria Wekker. Het stelt Nederland voor als neutrale arbiter, ook al is zij gezeten op een berg lijken waaruit dit land haar (culturele) kapitaal heeft onttrokken en idealiter wenst te blijven onttrekken in de hedendaagse neokoloniale kapitalistische wereldorde.

Holding Palestine (2021), collective performance initiated by Diana Basyouni Al-Halabi Brandtrap voor het Piet Zwart Instituut, Rotterdam. Foto: Steven Maybury

 

  1. Collectieve vrijheid, principiële democratie

Gelukkig is propaganda niet alleen een instrument van de heersende macht. Het is eveneens een instrument van opkomende populaire machten die zich manifesteren in de vorm van emancipatorische politieke partijen, pan-Europese platforms, nieuwe planetaire solidariteitsstructuren en sociale bewegingen. Tot dusver heb ik vooral gesproken over onderdrukkende vormen van propaganda, maar er is een lange geschiedenis van emancipatorische propaganda in antikoloniale, socialistische, zwarte bevrijding, feministische, lgbtqia+, en ecologische bewegingen. Onderdrukkende propaganda wil een wereld scheppen op basis van het belang van heersende elites. Emancipatorische propaganda wil een wereld scheppen op basis van gemeenschappelijk belang en collectief eigendom. En progressieve kunst en cultuur spelen een essentiële rol in het propageren van alternatieve toekomsten waarin herverdeling, koloniale reparaties en ecologisch herstel centraal staan.

Holding Palestine is een goed voorbeeld, want het werk van Al-Halabi en haar medekunstenaars in de opleiding, is veel meer dan een spandoek alleen. Het gemeenschappelijk, roterend vasthouden van de banier transformeerde de brandtrap voor de academie in een nieuwe school. Elke dag zaten daar studenten, docenten en publiek dat de actie steunde te discussiëren over de relatie tussen kunst en politiek, over de bezetting van Palestina, over het verschil tussen dekolonisatie en antikolonialisme. Elke dag vormde het performatieve project niet alleen een protest maar ook een propositie, een verbeelding: dit is de school die zou kunnen zijn, dit zijn de gesprekken die gevoerd zouden kunnen worden, dit zijn de beeldvormen die zouden kunnen bestaan. Mits we de koloniale, kapitalistische, racistische en patriarchale structuren van onze bestaande systemen ontmantelen. 

Mohamed Gaber, Free Palestine (2021), deel van de cyber protests door Typelab.Sandberg

 

En zij waren niet alleen. Kunststudenten van het KABK in Den Haag tot het Sandberg Instituut in Amsterdam liepen mee met demonstraties, maakten open source platforms met protest handboeken en uitingen, en testten verschillende vormen van pre-technologisch non-diakritisch Arabisch script in combinatie met Unicode voor protestbeelden die de Facebook censors konden weerstaan, zoals in het werk van de Egyptische ontwerper Mohamed Gaber. Het Palestine Solidarity Statement van het Gender Studies departement van de Universiteit Utrecht is door veel kunst- en educatieve instellingen getekend, en dat was mede het resultaat van de druk van progressieve studenten en docenten, en van bondgenoten die een voet tussen de deur van deze instituten hebben afgedwongen. Hoezo zou emancipatorische kunst geen verschil kunnen maken?

Emancipatorische propagandakunst creëert haar eigen infrastructuren, in de vorm van solidariteitsnetwerken, die zich in Rotterdam manifesteerden in de Alternative Working Assembly van studenten en docenten van verschillende academies. Emancipatorische propagandakunst creëert eigen narratieven, die zichtbaar maken wie de onderdrukker is en wie de onderdrukten zijn, en die eisen dat publieke instellingen hier ondubbelzinnig stelling in nemen. En emancipatorische propagandakunst draagt een verbeelding uit van een sociale, de-koloniale, feministische en ecologische toekomst, waarin fundamentele gelijkheid en solidariteit centraal staan. En in de strijd om de instituties boeken zij succes. En dat moet ook, gezien de structurele beweging naar extreemrechts in Nederland, op dit moment door drie partijen vertegenwoordigd in het Nederlandse parlement – PVV, FvD, JA21 – aangevuld met de voormalige “middenpartijen” zoals VVD en CDA die nauwelijks van het extreemrechts van twintig jaar geleden te onderscheiden zijn. 

Tegenover het succes dat bewegingen als Black Lives Matter hebben geboekt in het dekoloniseren van culturele instellingen, publieke instanties en bedrijven, staat het structurele racisme bij de politie, op de arbeidsmarkt, in educatie en het overheidsapparaat. Voor extreemrechts is de mythe van neutraliteit allang verleden tijd: hun democratie, hun vrijheid, behoort exclusief toe aan de witte klasse, en recente verkiezingsprogramma’s als die van de PVV waarin Nederlanders met een dubbel paspoort hun stemrecht ontnomen zou worden roepen de vraag op waarom dergelijke partijen op basis van Artikel 1 van de Grondwet überhaupt nog toegang tot het parlement wordt verschaft. Het antwoord ligt in het succes van hun propaganda: extreemrechtse stokpaardjes zijn al zo lang gemeengoed dat uitsluiting tot democratische norm is verheven. Een nieuw “democratisch fascisme” is feit.

Ook wij, kunstenaars en cultuurwerkers, moeten deze mythe van de neutraliteit bevechten, ter verdediging van een fundamenteel ander wereldbeeld, zoals de solidariteitsbeweging met de Palestina tijdens het meest recente hoofdstuk van de doorlopende massamoord duidelijk maakte. Er is niets neutraals aan het Nederlandse vrijheidsidee, en er is geen individuele autonomie zonder collectieve autonomie. De mening van de onderdrukker is niet gelijk aan die van de onderdrukte. Als het woord “democratie” iets betekent, dan is dat om  het principe van gelijke toegang, van gedeeld bezit en collectieve representatie in praktijk te brengen. Dat is geen kwestie van meningen, maar gaat om het structureel werkelijk maken van feitelijke materiele gelijkheid op alle vlakken van ons sociale, politieke, economische en culturele leven. 

Diana Basyouni Al-Halabi, The Official Apology of the Hogeschool Rotterdam (2021) Afstudeertentoonstelling Piet Zwart Instituut, Rotterdam. Foto: Diana Basyouni Al-Halabi

 

Al-Halabi’s nieuwste werk, The Official Apology of the Hogeschool Rotterdam (2021), dat sinds 1 juli in de afstudeertentoonstelling van het Piet Zwart Instituut in het voormalig stadsarchief van Rotterdam te zien is, vormt een krachtig voorbeeld van de wijze waarop emancipatorische propagandakunst zowel nieuwe werelden kan verbeelden als in praktijk kan brengen. Het werk sluit aan op de geschiedenis van de institutionele kritiek, en neemt de vorm aan van een alternatieve tentoonstellingstekst waarin de directie excuses aanbiedt voor hun ondermijning van de solidariteitsprotesten van studenten en docenten: “we were in fact practicing surveillance as we acted blind.” En de directie gaat in de tekst een stap verder: 

(..) we announce the endorsement of the “Palestine Solidarity Statement” written by the Graduate Gender Programme at Utrecht University. We commit from this day forth, to be anti-colonial in practice and management as much as in theory, and to push higher authorities to endorse a BDS [Boycott, Divestment, Sanctions movement, JS] policy. We wish our students a graduation full of pride, and a future full of change.

Het werk toont een parallelle realiteit van de academie die zou kunnen zijn, wanneer de directies van de Willem de Kooning Academie en het Piet Zwart Instituut het dekolonisatiewerk van haar studenten en docenten zou omarmen als deel van een proces van noodzakelijke politieke en culturele transformatie. Kunstenaars en cultuurwerkers zoals Al-Halabi laten zo zien wat collectieve vrijheid en principiële democratie vereist, tegen extreemrechtse krachten en tegen de mythe van neutraliteit in. Voor de propagering van de werelden die wij ons collectief verbeelden, en die wij collectief werkelijkheid kunnen maken.

Klik hier voor meer informatie over het werk van Diana Basyouni Al-Halabi.

Ook adverteren op mistermotley.nl? Stuur dan een mail naar maurits@mistermotley.nl