Mister Motley heeft een boek gemaakt. Koop hier 'Dit is een vertaling'.

Image

Lijstjes als toverformules

15-10-2013 Hanne Hagenaars

Zonder agenda’s en andere manieren van registreren zou het leven al snel in het honderd lopen. Ze zijn het beetje orde dat iedereen nodig heeft om de chaos op afstand te houden. In de kunst hebben de lijstjes een ander rol. Hoe droog en karig ze ook zijn, ze prikkelen de verbeelding. Soms lijken er zelfs levens achter schuil te gaan.

 

Lijstje 'Wat vinden mieren lekker'
Lijstje 'Wat vinden mieren lekker'

Lijstje 'Wat vind ik lekker'
Lijstje 'Wat vind ik lekker'

Honderden tabellen en grafieken bepalen het beleid van politici. Getallen lijken levens te weerspiegelen. Maar hoe wordt geluk, eenzaamheid of verdriet gemeten? Ordeningen, lijstjes en opsommingen lijken droog materiaal. Toch worden ze in de kunst gebruikt om verslag te doen van het persoonlijke leven. Sterker nog: ze ontroeren. Mijn fascinatie voor lijstjes begon met mijn zoon. Acht jaar oud had hij maar een hobby: het maken van lijstjes. Elk onderwerp leek geschikt. Zo herinner ik me de volgende categorieën: slechte karakters, mensen met leuk haar, wat vinden mieren lekker en wat vind ik lekker. Schrift na schrift vulde zich. Het was meer dan een schrijfoefening. Maar wat betekent deze fascinatie, waaruit bestaat de magie? Mijn zoektocht begon.

Observeren, opsommen en droog beschrijven
Classificaties vormen de basis van de wetenschap maar worden ook veel gebruikt in het dagelijks leven. Een boodschappenlijstje dient om niets te vergeten, het heefteen praktisch doel. In het lijstje ontstaat een ordening van de boodschappen: groepjes artikelen die je bij de slager kunt krijgen, de groenten bij de groenteman en het afwasborsteltje bij Blokker. Dit voorkomt dat je heen en weer blijft lopen van de slager naar de groenteman en weer terug.

George Perec, Ruimten Rondom
George Perec, Ruimten Rondom

De eerste schrijver bij wie ik eenzelfde fascinatie voor lijstjes herkende was George Perec. Perec schreef een sublieme notitie met de titel denken/classificeren (penser/classer). Hij geeft daarin het voorbeeld van het alfabet: een op zich volstrekt willekeurig volgorde van letters. Toch wordt een A als superieure aanduiding gebruikt boven een B. Een B-film is een slechte film en een product van B-kwaliteit is een product met foutjes. Het observeren, opsommen en droog beschrijven vormt de kern van Perecs schrijfmethode. Het wonderlijke is dat deze teruggetrokken, droge manier van weergeven ongekend emotioneel kan uitwerken en tegelijkertijd bescherm is tegen vals sentiment.
In het boek Ruimten Rondom (Espaces d’espaces) bevat het stukje ‘Verhuizen’ in het hoofdstuk ‘Appartement‘ enkel de werkwoorden van de handelingen. De laatste woorden zijn vegen, afsluiten, weggaan. De tekst beschrijft geen gevoel, hij roept een gevoel op. Andere voorbeelden: Perec geeft een precieze omschrijving van de voorwerpen op zijn schrijftafel. Hij geeft de teksten van 243 ansichtkaarten (opgedragen aan Italo Calvino), hij noteert een uitgebreide en exacte observatie van de aanblik van de huizen in de rue Vilin, de straat waar hij als kind woonde, en hij maakt een lijst met de dingen die hij absoluut moet doen voor hij doodgaat.
Wat is nu de kwaliteit van de opsommingen? Waarom ontroeren ze? Bij Perec hebben (bijna) alle lijstjes betrekking op zijn eigen leven. Opruimen en ordenen zijn voor hem activiteiten om je in terug te trekken. Ze helpen de chaos in je hoofd te bestrijden. Het observerende schrijven dient hem als schuilplaats. Als kind van Poolsjoodse ouders bleef hij na de oorlog alleen achter. Vervreemding en eenzaamheid hebben hem niet meer verlaten. Om te overleven is hij een beetje naast het leven gaan staan. Hij keek meer naar het leven dan dat hij eraan deel nam. De emotie van dit drama duwt tegen de woorden zonder zich direct te laten zien. En dat voel je. Het werk is stil, ijzig stil. Maar de opgeroepen beelden klinken helder in je hoofd.
Het werk van Perec biedt daarnaast vooral een prachtige sociologie van het alledaagse. De sensibele relatie tussen jouw leven en dat van een ander wordt blootgelegd. Juist het beschrijven van het gewone leven, in zijn herhaling, maakt duidelijk dat je niet uniek bent – iedereen eet, slaapt, wordt wakker, staat op, enzovoorts. Tegelijkertijd plaatst de toevoeging van specifieke observaties je als persoon weer buiten de regels van ieders leven. De prachtige, overvloedige details maken de opsommingen van Perec uiterst persoonlijk. En soms een beetje absurdistisch.

Christoph Fink
Christoph Fink

Ook beeldend kunstenaars maken lijstjes op basis van observaties. Christoph Fink maakt aantekeningen van zijn reizen. Als tegenpool van Jules Verne tracht hij zijn verbeelding juist uit te bannen. De verbeelding laat hij aan de beschouwer. Fink noteert zijn observaties en verdiept daarmee het reizen. Een wonderlijke notitie als een toverformule is het resultaat, veel barokker in zijn weergave dan wat eerder in de conceptuele kunst aan lijstjes is gemaakt. Ook Fink noemt zijn aantekeningen een manier om de chaos de baas te blijven en om de wereld intenser te beleven. ‘Pas toen ik door de stad ging wandelen en alles begon op te schrijven kwam ik tot rust.’1 Het ‘kijken naar’ trekt een lijn tussen hem en de wereld. De kunst (het noteren) dient hem als schuilplaats voor het hier en nu en niet zoals bij Perec als bescherming tegen het verleden. De dreiging van de wereld schemert door de obsessie van de getallen heen en dat geeft de lijstjes hun magie. Hier wordt een verbond gesloten tussen Le Voyage l’extra-ordinaire van Jules Verne en l’infraordinatrie van Perec. 

Conceptuele kunst
Het basisprocedé van meten, noteren en ordenen is als methode nauw verwant aan de wetenschap. In de wetenschap streeft men naar het type kennis dat objectief heet te zijn. Door onze chaotische manier van waarnemen te reduceren, probeert met dit doel te bereiken. Rijtjes worden tot classificaties: logische ordeningen waarin groepen worden gevormd op basis van overeenkomst. De classificaties gebruikt men om te kunnen vergelijken en zo te voorspellen. In de wetenschap draait alles om het beheersen van de materie.
Veel kunstenaars hebben geprobeerd de essentie van het leven te vangen door hun persoonlijke ervaringen te vertalen in systemen. De kunstenaar maakt gebruik van de methode van de wetenschap, maar introduceert een subjectieve ordening, gebaseerd op een eigen logica. Hij profiteert van het effect van een rij (een opsomming). Hij geeft namelijk de suggestie van samenhang en van degelijk onderzoek. Elk rijtje krijgt daarmee al snel een serieuze lading. Maar het rijtje van de kunstenaar heeft een ander, eigen doel. Stuart Morgan heeft eens omschreven wat het werk van On Kawara onderscheidt van wetenschap: ‘the concentration on his own life, his own choice of measurement and his personal grasp of time.’2 Kawara’s manier van werken lijkt op die van een wetenschapper maar is essentieel anders door de methode van onderzoek en de persoonlijk neerslag ervan in de kunst. Zijn werken zijn als het ware broertjes van de boeken van Perec. Evenals Perec is het noemen en opsommen de basis van zijn oeuvre. 

On Kawara, I Met
On Kawara, I Met

I Met van Kawara bestaat uit een lijst met namen van de mensen die hij op een dag ontmoet. I read is een lijst van per dag gelezen artikelen en I went documenteert op een plattegrond de weg die hij heeft afgelegd. De biografie wordt zo gereduceerd tot objectieve gegevens en cijfers. Het verbond tussen specifiek en algemeen wordt hier op een andere wijze gesloten dan bij Perec. Bij Perec zorgen de details voor de connectie met het persoonlijke en intieme. Kawara werkt met reductie als methode; het schrappen tot het aller-noodzakelijkste overblijft. In deze reductie wordt de essentie van ieder leven onthuld; de ontmoeting met andere mensen, de beweging door de ruimte, het verloop van de tijd. `Een dag uit het leven van Kawara bestaat uit een ritueel van steeds terugkerende handelingen: het systematisch invullen van lijsten en reeksen. Het ogenschijnlijk avontuurlijk kunstenaarbestaan verwordt tot een bijna ambtelijk bestaan met een onverwachte poëzie. Het resultaat is bloedserieus en ontroerend, suggestief en veelomvattend. 
In het project one million years werkt Kawara via een schier eindeloze reeks getallen aan het zichtbaar maken van de tijd. Tijd en ruimte kunnen worden opgevat als de ultieme ordening. ‘What order type is universally present whenever there is any order in the world? The answer is serial order. What is a series? Any row, array rank, order or precendence, numerical or quantitative set of values, any straight line, any geometrical figure employing stright lines, and yes, all space and time‘ (Josiah Royce)3. Tijd en ruimte worden zo het meest zuivere voorbeeld van ‘serial order’, het rijtje van het leven zelf. 

Stanley Brouwn, This way Brouwn
Stanley Brouwn, This way Brouwn

De meester van dit universum is Stanley Brouwn. Zijn tentoonstelling in het Van Abbemuseum te Eindhoven in 1976 bestond uit een zaal met archiefkasten. Hierin zijn de notities omtrent de individuele maat (a step) en de universele maat (1 meter) opgeborgen. De expositie oogt behoorlijk hermetisch, maar roept beelden op van de wereld als een groot doolhof, waarin je maar in een klein stukje de weg weet. De tentoonstelling Door kosmische stralen lopen (monchengladbach, 1970) lijkt de sleutel te bieden tot het werk van Stanley Brouwn. Lopend door de lege zalen van de tentoonstelling leidt de titel je tot het besef: ‘door kosmische stralen te lopen, dat is wat ik doe, wat ieder mens doet.’
Het systeem van Brouwn stelt de individuele maat tegenover de objectieve maat. Het ondervraagt het principe van de ordeningen op een directe wijze. Elke voetstap is deel van de kosmos, de meter is een door mensen daaroverheen gelegde maat. De menselijk maar, de voetstap, staat daarmee als natuurlijke maat tegenover het keurslijf van het systeem. Brouwn gebruikt de methode van de wetenschap om juist de mystiek van het leven op te roepen. Als een echte onderzoeker gaat hij zelfs experimenten aan. Op straat vraagt hij willekeurige voorbijgangers de weg en laat hen die uittekenen op papier. Onder de titel This way Brouwn (vanaf 1968) wordt deze persoonlijke visualisatie van afstand en ruimte onderdeel van het universum van de kunstenaar. 
Het werk van de kunstenaars uit de jaren zeventig lijkt misschien droog, maar is eerder romantisch dan wetenschappelijk en doet je beseffen dat de mens slechts een stipje in het universum is. Zo stelt het zich teweer tegen het rationele denken dat zo verbonden is met de wetenschappelijke methode. 

Claude Closky
Claude Closky

Ongerijmde handelingen
Veel jonge kunstenaars grijpen terug op de erfenis van de conceptuele kunst en maken gebruik van ordeningen. Evenals de generatie uit de jaren zeventig staan zij kritischer tegenover de wetenschap en haar rationele inslag. De schijnbaar objectieve methode wordt door de kunstenaars voor eigen, persoonlijke doeleinden ingezet. In het geval van deze jonge generatie staan vragen over onze realiteit centraal. Het effect van de opsomming krijgt bij hen een irrationele, absurde kant. Het begrip waarheid uit de wetenschap wordt uitgeschud en omgekeerd. Het leven wordt gezien als een reeks ongerijmde handelingen. Het systeem wordt door hen zo consequent doorgevoerd dat het absurde zich vanzelf toont. 
Een van die kunstenaars is de Fransman Claude Closky. Zijn werk is niet denkbaar zonder de historische conceptuele kunst. ‘I am not criticizing anything. I arrange things in groups. It ends up being absurd and that enables me to maintain a critical distance.’4 In de eerste plaats haalt hij het ordenen zelf onderuit in zijn boekje The first thousand numbers classified in alphabetical order (1992). Eight, eighthundred, eighthundred and eight, eighthundred and eighteen, enozvoort: met het door elkaar gooien van twee ordeningsprincipes (getallen en alfabet) tot een zinloos geheel knipoogt hij naar de wetenschap en neemt hij het vermeende strenge karakter van de conceptuele kunst op de korrel.
Vervolgens maakt Closky het boekje Three thousand four hundred and fifteen Friday the 13th (1992). In dit boekje telt hij terug van ‘Friday December 13th 1991’ naar Friday January 13th 1’. Zoveel ongeluksdagen bij elkaar maakt de ordening tot een absurde verzameling. Het concept passeert de realiteit want in de Middeleeuwen werd een andere jaartelling ingevoerd. Via de opsomming van dagen wordt de spanning tussen jet kunstmatige en de ervaring ontrafeld en voelbaar gemaakt. 
In het project Singles (1995) combineert Closky zinnen uit contactadvertenties. De geënsceneerde ‘ontmoetingen’ bieden een opsomming van enkel goede eigenschappen. ‘I have golden hair and deep blue eyes. I’m a well-defined smooth swimmer, with good looks and a billing sense of humour, all in one package.’ Closky ordent de gegevens in twee kolommen, een voor hem en een voor haar. Het is komisch om te zien. Wat een fantastische mensen, denk je, als je begint te lezen. Pas als je door gaat herken je de strekking van de zinnen. De clichés onthullen de mediawereld als een lachspiegel van ons dagelijks bestaan. Je doorziet opeens de kunstmatigheid van deze wereld, waarin het verlangen de werkelijkheid vals inkleurt. Ieder voor eeuwig in zijn eigen kolom van woorden. Net als in het echte leven zal de gedroomde ontmoeting nooit plaatsvinden. 
Niet elk rijtje spreekt tot de verbeelding. Twee jaar geleden zag ik in het Van Abbemuseum in Eindhoven een werk van Douglas Gordon: List with names (1996). Ook dit werk brengt de ontmoeting in beeld. Lange rijden namen van personen waren aan weerszijden van een gang op de muren aangebracht. Het werk onderzoekt ons systeem van kennis en herinnering, of zoals in de catalogus staat geschreven: ‘the ambiguities of psychological space’. 5 Deze lijst ontstond vanuit een poging zich de mensen te herinneren die hij had ontmoet. Namen van goede vrienden ontbreken echter, het geheugen blijkt als een kapotte zeef te werken. En hoezeer ik het werk van Gordon ook waardeer dit werk is voor een buitenstaander nogal ontoegankelijk, het werk zelf biedt geen aanknopingspunt voor een betekenis. Het thema, het falen van het geheugen, is voor de toeschouwer niet te traceren uit de reeks namen, Zelfs al ken je het thema dan blijf je als toeschouwer buitensgesloten. Wat rest is de esthetiek van de ordening of het spelletje ‘wie is wie’?
Ook ‘I met’ van On Kawara bestaat uit een rij namen gebaseerd op ontmoetingen van de kunstenaar. Maar hier toont de betekenis zich via het werk zelf, kamara presenteert het werk intiem in een boek, de titel verwijst naar de ontmoeting als wezenlijk moment in iemands bestaan. De namen zelf zijn niet zo van belang, al lezend en kijkend komt dit besef omtrent de betekenis naar boven. 

Emma Kay
Emma Kay

Emma Kay
Emma Kay

In 1967 schreef Georges Perec de roman De Dingen. Perec beschrijft het leven van twee mensen aan de hand van opsommingen van dingen die ze al hebben of willen hebben. 
De objecten worden reflectie van wat mensen graag willen zijn. Persoonlijkheid en bezit vallen samen: het interieur en de jurk die je draagt laten zien wie je bent. Het verhaal werpt, net als veel beeldende kunst uit die tijd, een kritische blik op de verworvenheden van de welvaart. de herinnering aan dit boek kwam bij me boven bij het zien van een werk van Emma Kay, onlangs in de tentoonstelling Reconstructions in SMART Project Space in Amsterdam. Kay analyseert een aantal literaire werken door alle daarin voorkomende voorwerpen te isoleren en in volgorde van verschijnen in een lijst onder te brengen. De typografie is steeds aangepast zodat elke lijst, of hij nu kort is of lang, op eenzelfde formaat papier past. Het werk van Kay doet een direct beroep op de verbeelding: de toeschouwer zou aan de hand van de lijsten zijn eigen verhaal kunnen bouwen. Maar de gegevens zijn ook op te vatten als een sociologisch onderzoek. Dit aspect van Kays werk komt heel dicht in de buurt van Perecs roman, alleen gaat Perecs boek over de dingen en Kay over de representatie daarvan in een boek. 
Bij de hedendaagse kunstenaars die zich bezighouden met lijstjes en ordeningen lijkt het begrip waarheid centraal te staan. Zij inventariseren wat ze om zich heen zien. Zowel de wereld zelf, als haar representatie. En als vanzelf toont zich het ongerijmde van ons bestaan. Het werk stelt niet gerust. Het geeft geen houvast. Zo goochelen ze met de vele gezichten van de realiteit. Steeds toont een en dezelfde realiteit zich anders. De hedendaagse kunstenaar is als een petomaan die de realiteit van een nader luchtje voorziet. Misschien zitten de dingen wel op een andere manier in elkaar dan als vanzelfsprekend word aangenomen. Deze houding verbindt de kunst van nu met de kunst van de jaren zeventig. Een nieuw paar ogen is wat de kunstenaar biedt.
Mijn fascinatie voor lijstjes komt voort uit een verlangen naar beheersing en ordelijkheid. Mijn leven lijkt een voortdurende strijd om de chaos te beheersen. Een lijstje is altijd een ordening en heeft op mij een voorbeeldige aantrekkingskracht. Maar mijn verlangen naar orde wordt gesaboteerd. De rijtjes in de kunst zien er weliswaar even geordend uit als mijn boodschappenlijstjes, maar de kunstenaar heeft een geheime missie. Hij brengt in zijn rijtje een ontwrichtende ordening aan. In plaats van de geruststelling van het beheersen, haalt de kunstenaar onze op de wereld aangebrachte orde onderuit. Dat is het doel van elk kunstenaarsrijtje. 

1. Rutger Pontzen, ‘ De wereld in een doosje’, Vrij Nederland 14 februari 1998
2. Stuart Morgan, ‘On Kawara: the recoding angel’. Frieze nr 33, 1997
3. Josiah Royce, ‘World and the individual: Nature, Man and the moral Order, Kessinger 1998 (eerste druk 1904)
4.Pascaline Cuvelier, He left a message on my answering machine, Galerie Jennifer Flay, Parijs 1998
5. Stephanie Moisdon, ‘Douglas Gordon, Attraction – Repulsion’, catalogus ID, Stedelijk Van Abbemuseum Eindhoven, 1996

Ook adverteren op mistermotley.nl? Stuur dan een mail naar maurits@mistermotley.nl