Mister Motley heeft een boek gemaakt. Koop hier 'Dit is een vertaling'.

Image

Onzichtbaar samen

23 Jan 2017 Michiel Vandevelde

Er is een revolutie gaande! In de bedrijfswereld ontdekt men steeds meer de kracht van samenwerking. In de (creatieve) kenniseconomie is sinds een drietal jaar een belangrijke tendens zichtbaar waarbij top-down georganiseerde organisaties een steeds meer horizontale vorm aannemen. Binnen de kunsten is samenwerking al veel langer ingeburgerd. 

Hier is de motivatie echter vaak een politieke overtuiging in plaats van winstbejag. En dan heb ik het niet eens alleen over overtuigde collectieven, maar ook juist over de tijdelijke (vaak blinde) samenwerkingen die zo populair zijn vandaag de dag. Er spreekt engagement en risico uit, en bovenal stelt het de klassieke definitie van auteurschap, als iets dat alleen toebehoort tot het geniale individu, ter discussie. Samenwerken als vorm onderlijnt dat een (kunst)werk altijd bestaat uit een veelheid aan oorsprongen. In dit artikel wil ik echter voorbij gaan aan de typische polarisatie tussen projecten die expliciet door samenwerking vorm krijgen en projecten die meer vanuit één individu worden geïnitieerd. Deze dichotomie is in de 21ste eeuw nog louter artificieel. Maar voordat we hier verder op ingaan moeten we eerst de tijd begrijpen waarin we leven.

Een korte situatieschets: van 1968 naar 2018

Juni 1968, op het festival d’Avignon gaat de beroemde voorstelling ‘Paradise now’ in première. A Collective Creation of The Living Theatre. Een befaamde acteursgroep uit New York opgericht in 1947. Het stuk tracht een nieuwe revolutie te ontketenen. Ze willen het publiek meevoeren in een extatische trip naar een nieuwe manier van samenzijn, naar een nieuwe cultuur – een ‘permanente revolutie’. De voorstelling ontwikkelt zich in acht delen. Elk deel heeft tot doel de toeschouwer in een staat van paraatheid te brengen,  klaar om op elk moment actie te ondernemen in de wereld buiten het theater (een actie die niet wordt gespecificeerd, elke toeschouwer kan zelf beslissen hoe en wat).

Deze voorstelling van The Living Theatre neem ik als voorbeeld voor de periode rond 1968. ‘Paradise now’ vertolkt een bepaald gedachtegoed dat toen zeer populair was en dat vandaag, gek genoeg, in een heel andere vorm terug komt. Allereerst staat de voorstelling bol van referenties naar spirituele praktijken: de ‘Chakras’, de ‘I Ching’ (het boek van veranderingen), het Chassidisme en de Kabbala. De nieuwe revolutie is niet alleen een politieke maar heeft vooral ook een spirituele grondslag. Door al deze referenties en inspiratiebronnen heen staat de verhouding tussen het collectieve en het individu centraal. Zoals ze zelf zeggen: The play is a voyage from the many to the one and from the one to the many. 

Paradise Now
Paradise Now

Paradise Now
Paradise Now

De spanning tussen het collectieve en het individuele domineert ook nu nog het artistieke en publieke debat, met een hele reeks aan vormen van samenwerken en samenleven. In de voorbije halve eeuw zijn de idealen van de protestbeweging (of vaak neerbuigend de hippiegeneratie genoemd) rond 1968 op een onverwachte manier doorgesijpeld naar allerhande organisatievormen in een geglobaliseerde wereld. De idee van het collectieve als een bundeling van krachten, de idee dat samenwerken kan leiden tot nieuwe ideeën, kennis en resultaten is ook binnengesijpeld in de bedrijven die de wereld domineren. Denk aan Google, Apple, Zappos en Spotify. Allen proberen ze nieuwe managementtheorieën uit waarbij samenwerking, zelforganisatie, decentralisatie en verhoogde autonomie centraal staan. Zo installeerde Google de 20 procent regel: medewerkers worden gestimuleerd om 20 procent van hun werktijd te besteden aan zelf geïnitieerde projecten. Of Spotify vertrekt vanuit ‘Agile’ dé managementfilosofie van het moment. Zelfsturende parallelle teams handelen op basis van nieuwe inzichten die ze onderling delen. En Zappos.com is geïnspireerd door de managementtheorie genaamd ‘halocratie’. Een complexe methode waarbij een organisatie wordt opgebouwd uit verschillende ‘ringen’ die zich hiërarchisch verhouden tot elkaar, maar die binnen de ringen zo horizontaal mogelijk wordt ingericht. 

De managementbijbel van het moment is Reinventing organizations’ waarin Frédéric Laloux de ontwikkeling van organisatiestructuren analyseert. Laloux pleit voor wat hij ‘Teal organizations’ noemt: vooruitstrevende organisaties die de kracht van samenwerking omarmen. Drie principes staan hierbij centraal: (1) ‘self-management’: teams (binnen een groter geheel) bepalen zelf hoe ze de dingen gaan aanpakken, besluitvorming van bovenaf wordt zoveel mogelijk beperkt tot een minimum. (2) ‘Wholeness’: aan de menselijke kant van samenwerken wordt er veel aandacht besteed, er worden methodes ontwikkeld om kleinmenselijke kantjes en conflicten te beperken. (3) ‘Evolutionary purpose’: doordat men in kleine collectieve constellaties werkt, gaan managementtheoretici ervan uit dat de teams (en zijn individuen) nieuwe kansen voor zichzelf creëren om door te groeien en te ontwikkelen.

Deze recente evoluties in bedrijfsculturen zijn voornamelijk zichtbaar in enerzijds bedrijven die met digitale ontwikkelingen en producten bezig zijn en anderzijds de creatieve industrie. Laten dit nu net de organisaties zijn die spirituele gezondheid tot hoogste goed hebben gebombardeerd. Zo worden er in tal van bedrijven collectieve ademhalingsoefeningen gearrangeerd, yoga aangeboden, meditatie of ‘mindfullness’ gepraktiseerd (Apple, Google (‘Search inside yourself’-program), Nike, General Mills, etc.). Silicon Valley, de technologie hub van Amerika, staat erom bekend dat vele medewerkers er sterk op gefocust zijn stress te verminderen en veel aandacht besteden aan hun mentale gezondheid. ‘Mindfullness’ is er een ware hype. Spiritueel aangelegde techneuten (van Facebook, Twitter, LinkedIn, etc.) organiseren bijvoorbeeld elk jaar de conferentie ‘Wisdom 2.0’ om informatie over spirituele praktijken uit te wisselen.

In de halve eeuw tussen ‘Paradise now’ van The Living Theatre en het ‘Search inside yourself’ programma van Google is weinig nog hetzelfde. Toch lijkt het erop dat vele idealen van de toenmalige ‘hippiegeneratie’ nu hippe praktijken zijn geworden op tal van werkvloeren van bedrijven uit de kennis en creatieve economie. Samenwerken is zo door de jaren gedepolitiseerd. Samenwerking, het collectieve, als een artistiek – en politiek statement is vandaag een lege doos.

Na de samenwerking

Op zich valt het toe te juichen dat samenwerken binnen verschillende domeinen in onze samenleving zo vol enthousiasme wordt omarmt. Dat er niets uitzonderlijks meer aan is, men eindelijk inziet dat coöperatie een kracht kan zijn. Een kracht voor, zo je wil, vooruitgang. We mogen wat dat betreft hopen dat het virus van samenwerking, en meer collectief gedragen organisatiestructuren, steeds verder uitbreidt naar verschillende lagen en plekken van de maatschappij. Toch kunnen we de zaak ook kritischer benaderen: zal de omarming van ‘samenwerken’ binnen bedrijven ook leiden tot een kritische evaluatie van auteursrecht en patentrecht? Wie plukt de vruchten van de collectieve arbeid en tegen welke prijs? En wat als de nadruk op samenwerking dogmatisch wordt?

De antwoorden hierop laat ik voor nu even in het midden. In plaats daarvan keer ik terug naar de kunst. Als eindelijk wordt bevestigd dat samenwerking overal en altijd plaats mag vinden, de normaalste zaak van de wereld is geworden, welk politiek potentieel ligt er dan nog in de samenwerking als vorm? Mijn antwoord is eenvoudigweg negatief. Geen enkel. Toch wil ik hier een gedachte testen; wat als we nadenken over samenwerken met entiteiten die niet bestaan? Met verzonnen figuren? Onder pseudoniemen?

Het werk ‘Headless’ van beeldend kunstenaarsduo Goldin en Senneby is in dit opzicht interessant. Geïnspireerd door de verwevenheid van fictie en financiële markten (offshore constructies, etc.) is ‘Headless’ een artistiek project dat onder andere zijn uitkomst kent in een boek geschreven door K.D. In deze publicatie – die ook de titel ‘Looking for Headless’ draagt - wordt ‘ghostwriter’ John Barlow door de kunstenaars gevraagd om een fictieve roman te schrijven over Headless Ltd., een offshore bedrijf op de Bahama’s. Het resultaat is een mysterieuze fictie-docu roman waarin de drie protagonisten (het kunstenaarduo en Barlow) betrokken raken in de schimmige wereld van offshore constructies waarbij er wordt gespeculeerd over de mogelijke verbanden tussen Headless Ltd. en het geheime genootschap ‘Acéphale’ (van het Griekse: a-cephalus, wat betekent: “headless”), opgericht door Georges Bataille.

Dit werk van Goldin en Senneby is niet alleen interessant omwille van de inhoud, maar ook omwille van hun spel met wat (on)zichtbaarheid en transparantie is. Ze bevragen hun auteurschap. De mengelmoes van samenwerkingen zorgt ervoor dat je op het einde niet meer weet of het nu om bestaande personen gaat of niet. Door zich het fictionele karakter van ‘high finance’ toe te eigenen, te appropriëren, creëren ze een schimmige artistieke entiteit waarbij niets nog echt lijkt. Met hun ‘samenwerkingen’ creëren ze verwarring.

Ik denk dat er kritisch potentieel ligt in dit idee van samenwerking met personen die gewoonweg niet bestaan. Niet met objecten of niet-mensen (wat zou aansluiten bij het ‘objectgeoriënteerde’ discours), maar met verzinsels, met fantasieën, met fictionele karakters. In de eerste plaats moet dit idee een uitwerking krijgen in de praktijk om de potentie ervan te onderzoeken. Maar ik  ben ervan overtuigd dat in de vermenigvuldiging van personen die niet werkelijk bestaan mogelijkheden schuilen om het begrip samenwerking open te trekken, te politiseren, want ongetwijfeld kom je in conflict, doorheen verwarring, met wat we noemen de ‘werkelijkheid’.

Michiel Vandevelde studeerde in 2012 af aan de dansschool P.A.R.T.S. (Brussel). Hij is actief als choreograaf, van 2017 tot 2021 is hij kunstenaar-in-residentie bij het Kaaitheater (Brussel). Daarnaast is hij (co-)curator voor o.a. het Bâtard festival, een platform voor artistiek werk van kunstenaars die in de marge van gevestigde instituten werken. Vandevelde is ook  deel van de Kleine Redactie van Etcetera, een tijdschrift voor podiumkunsten.

Ook adverteren op mistermotley.nl? Stuur dan een mail naar maurits@mistermotley.nl