Image

Archief van de planeet

12 Nov 2014 Saskia Naafs

In een klein museum in een Parijse buitenwijk ligt een heus ‘archief van de planeet’: duizenden kleurenfoto’s en zwart-witfilms uit de vroege twintigste eeuw.

In de lente van 1922 vertrekt de Franse cameraman Lucien Le Saint op een reis van 3000 kilometer richting de afgelegen visserskolonie St. Pierre, vlakbij Newfoundland. In zijn tas een loodzware camera en blikken vol filmrol. De doorgewinterde cameraman, die eerder het leven van soldaten in de loopgraven vastlegde, zal maandenlang op de koude en stormachtige Atlantische Oceaan doorbrengen en de Franse vissers volgen. 

Vanuit kleine bootjes vangen ze grote kabeljauwen met lijn en aas. Het werk is zwaar en uitputtend; dag in dag uit, met een paar uur slaap per nacht. Bij het schoonmaken van de vis lopen de mannen wonden op die door de onhygiënische toestanden op zee beginnen te etteren en zweren. Water om te wassen is er niet, antibiotica bestond nog niet. ’25 mei 1922,’ schrijft Le Saint in zijn dagboek. ‘De dokter heeft vandaag vijf wonden moeten draineren. Morgen moet hij iemands duim amputeren’. Als de buit binnen is en de vissersboot aanlegt op het eiland St. Pierre om de kabeljauw te drogen, ziet Le Saint daar de toekomst van de visserij: een gemotoriseerde vissersboot met grote sleepnetten.  

Le Saint werd de halve wereld over gestuurd in opdracht van Albert Kahn (1860-1940), een rijke Parijse bankier en filantroop die werkte aan een grootse droom:  hij wilde een archief van de planeet aanleggen. Tussen 1909 en 1931 zijn in opdracht van Kahn zo’n 4.000 zwart-wit foto’s en 72.000 kleurenfoto’s gemaakt, en is 120 uur film opgenomen. Hij zond fotografen en cameramannen naar meer dan 50 landen, van Ierland tot Benin, en van Algerije tot Japan. 

Kahn had het gevoel in een snel veranderende tijd te leven. Hij maakte twee oorlogen mee en zag West-Europa door industrialisatie in rap tempo veranderen. Spoorwegen en fabrieken schoten als paddenstoelen uit de grond. De welvaart nam toe, terwijl oude gebruiken en culturen verdwenen. Kahn wilde de culturele diversiteit registreren voordat deze voorgoed zou verdwijnen.

Zijn project doet denken aan het werk van de Amerikaanse fotograaf Jimmy Nelson, die op dit moment veel lof oogst met zijn fotoserie Before they pass away. Deze gestileerde kleurenportretten van verdwijnende culturen waren onlangs nog te zien in het Volkenkundemuseum in Leiden. Nelson doet eigenlijk nog eens dunnetjes over wat Albert Kahn 100 jaar geleden al beoogde.

Kahns omvangrijke verzameling van vroege kleurenfoto’s is te bezichtigen in het Museé Albert-Kahn in de chique Parijse buitenwijk Boulogne-Billancourt. Op een landkaart is met dia’s aangegeven waar de fotografen geweest zijn. We zien een Mongool op zijn paard over de kale steppe rijden, een schip vol opeengepakte Europeanen, gelukszoekers die de grote oversteek naar Amerika maakten, maar ook een ouder echtpaar in Volendamse klederdracht. 

Het imposante archief is tot compacte, digitale vorm terug gebracht en te zien in twee kleine kamertjes, verstopt naast de toiletten. Het Musée Albert Kahn was een van de eerste musea die zijn collectie digitaliseerde. Op de computers kun je duizenden foto’s aanklikken, maar ook bewegende beelden van het Parijs van 100 jaar geleden bekijken. 

Voor veel bezoekers is het museumgebouw met haar tijdelijke tentoonstellingen slechts een horde richting de vermaarde tuin: vier hectare in Japanse, Engelse en Franse stijl, compleet met fruitboomgaard en nagemaakt Vogezenbos. In de vijver knabbelen Koikarpers loom aan het mos op de kiezels, hun brede ruggen boven het water uitstekend. Kinderen snellen ernaar toe om ze aan te raken. Oudere echtparen flaneren langs de bloeiende appelbomen. Via een blauwgroen dennenbos beland je bij een witte villa. De plek waar Albert Kahn woonde.

Kahn verkeerde in welgestelde kringen, maar leidde ook een teruggetrokken leven. Hij is nooit getrouwd, had geen kinderen en van zijn maîtresse is, behalve wat brieven, niets teruggevonden. Zijn vrienden noemden hem een charismatische man, maar ook un homme paradoxale, een man van tegenstellingen. De weldoener die duizenden foto’s verzamelde, had er zelf een hekel aan om op de foto te gaan. Zo is er welgeteld één goede portretfoto van hem, op het balkon van zijn bank in de Rue Richelieu. 

Over zijn jeugd is meer bekend. Albert groeide op als Abraham Kahn, zoon van een veehandelaar. Hij werd geboren in 1860 in een dorpje in de Elzas. Toen hij tien was, barstte de Franco-Pruisische oorlog los. Een jaar later annexeerden de Pruisen de provincies Elzas en Lotharingen. De Joodse familie Kahn koos ervoor om Frans te blijven. Abraham veranderde zijn naam in het Frans klinkende Albert. 

Op zestienjarige leeftijd vertrok Kahn naar Parijs, waar hij aan de slag ging bij de bank van zijn neven Goudchaux. In korte tijd vestigde hij daar een naam voor zichzelf door fortuinen binnen te harken uit de Zuid-Afrikaanse goud- en diamantmijnen. Al op 38-jarige leeftijd mocht hij zijn eigen naam op de gevel van een bank zetten.

In 1909 maakte Kahn, samen met zijn trouwe chauffeur, een tour du monde. Met de boot voeren ze naar Noord-Amerika, reisden door China en Japan en keerden terug via de Indische Oceaan. Het jaar erop bezochten ze samen Zuid-Amerika. Deze wereldreizen legden de kiem voor Kahn’s archives de la planète. 

De fotografen die hij op pad stuurde, waren vrij om te fotograferen wat ze wilden. Het archief toont een vroege vorm van documentaire fotografie en is een bonte verzameling van verstilde landschappen, kleurrijke folkloristische plaatjes, serene taferelen, maar ook het harde leven van soldaten aan het front tijdens WO I. 

De autochromistes bezochten ruim vijftig landen in twintig jaar tijd. Maar aan Kahns droom om de hele planeet te archiveren kwam een vroegtijdig einde. Dankzij de beurskrach van 1929 belandde hij in een neerwaartse spiraal van schulden. Kahn werd failliet verklaard en in 1936 nam de gemeente bezit van zijn woonhuis. Hij mocht er nog tot zijn dood in 1940 blijven wonen. Zeven maanden nadat de Duitsers Parijs binnen vielen, stierf Albert Kahn in zijn slaap. Het lot dat vele andere Franse Joden overkwam, bleef hem bespaard. 

Autochromes, een uitvinding van de Lumière broers
Begin twintigste eeuw patenteerden Auguste en Louis Lumière de autochrome. Met wat huis-tuin- en keuken toepassingen vonden zij de eerste draagbare kleurenfoto uit. De Lumière broers smeerden een aardappel uit over een glasplaat en verfden de zetmeelkorrels rood, groen en violet. Het zetmeel fungeerde als kleurfilter. Dankzij de lange sluitertijd zijn de beelden korrelig, maar de kleuren zijn, ook honderd jaar later, heel levendig.

De uitvinding van de autochrome vergrootte de reikwijdte van de kleurenfoto. Daarvoor werkten fotografen namelijk nog met kleurenfilters voor de lens en meerdere glasplaten. Een bewerkelijk proces met zware materialen waarmee het praktisch onmogelijk was om op wereldreis te gaan. 

Meer zien en lezen?
De BBC zond in 2008 een vijfdelige documentaireserie over de bijzondere collectie van Albert Kahn uit. Daarbij is ook een fotoboek uitgegeven: The wonderful world of Albert Kahn: colour photographs from a lost age. 

Musée Albert Kahn, 10-14, rue du Port, Boulogne-Billancourt, Parijs Website

Deze tekst kwam tot stand in het kader van een residentieproject van het Vlaams-Nederlands Huis deBuren in samenwerking met de Stichting Biermans-Lapôtre.

Chinese man bij Kon Miao tempel Qufu
Chinese man bij Kon Miao tempel Qufu
Japanse acteur danst de leeuwendans
Japanse acteur danst de leeuwendans
Japanse vijver tuin Albert Kahn
Japanse vijver tuin Albert Kahn
Port Saint Denis Parijs
Port Saint Denis Parijs